[p. 250]
Bij een ‘Fantazie’
van den Kunstschilder J.A. Kruseman.
D
aar waait een geur van liefde en zegen
Van hemelzin en levensvreugd,
Van jong geloof en blijde jeugd
Van 's kunstnaars edel doek u tegen:
En als ge uw blik, nog onverzaad,
Verliefd, verteederd en bewogen,
Van dit zachtmoedige gelaat
En deze vrome, vroolijke oogen
Weêr in de koude wereld slaat -
Dan voelt ge zooveel zoete smarten,
Alsof gij 't beste deel uws harten
Bij 't lieve beeld uit 't droomgebied
Der kunst - voor eeuwig achterliet.
Op de Tentoonstelling, 1850.