Dichtwerken


auteur: P.A. de Genestet


bron: P.A. de Genestet, Dichtwerken (ed. C.P. Tiele). Gebroeders Kraay, Amsterdam 1869  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

XIX. Machteld en Leonard.

(theologische romance XIXe eeuw 2e helft.)

 
Zoo te theologiseeren
 
Met een lieve, vrome deeren,
 
Waarlijk neen, dat schikt zich niet,
 
En natuur en kunst, meneeren!
 
Protesteeren,
 
Met een glimlach, in dit lied.
 
 
 
Humanus .
 
Keuvlend doolt, bij 't vallend duister,
 
't Jonge paar door 't jonge groen;
 
Bloemen, knoppen, nachtegalen
 
Droomen in de lentedalen -
 
Zouden niet de hartjes gloên?
[p. 285]
 
Machteld is 't, de blonde schoone,
 
Met haar vriend, haar Leonard;
 
Eigenlijk haar neef, doch neven
 
Bieden somtijds in dit leven
 
Mooie nichtjes hand en hart.
 
 
 
Leonard is wel wat houtrig,
 
En hoovaardig op zijn stand,
 
Toch - ofschoon hij Proponent is -
 
Toch gevoelt hij dat het Lente is,
 
Daar zijn borst van liefde brandt.
 
 
 
Moegedrenteld vlijt ons paartje
 
Zich ter neder in 't prieel,
 
En, vast, naar verliefde wijzen,
 
Bouwt men nestjes - paradijzen! -
 
Onder fluistrend mingekweel.
 
 
 
Hoe ze keuvlen, hoe ze kozen!
 
Had de zon weêr stil gestaan
 
Licht wel, als twee purpren rozen,
 
Zaagt ge Machtelds koontjes blozen -
 
Doch juist even kwam de maan.
 
 
 
Maar o luister! luid en luider
 
Klinkt hun zoete liefdetaal:
 
Wat de harten mag ontroeren?
 
Brengt hen de avond in vervoeren,
 
Maneschijn en nachtegaal?
[p. 286]
 
Dwepen zij met dichtrenzangen,
 
't Hart vol jeugd en poezij?
 
Of is Jaloezie aan 't spoken?
 
Wordt de huwlijksreis besproken?
 
Is de Proponent wat vrij?
 
 
 
Neen o Goôn! - maar zij bespreken
 
Onder 't filomelenlied,
 
Bij het geuren der seringen...
 
De echtheid van de Handelingen
 
Der Apostlen! - minder niet.
 
 
 
‘Ach!’ zegt Leonard, ‘die echtheid
 
Staat, gelijk mijn liefde, pal!
 
Al uw kritische bezwaren
 
Kan een Proponent verklaren;
 
Maaklaars weten niemendal.’
 
 
 
‘Twijfelde ik aan uwe liefde’ -
 
Zegt nu 't meisje - ‘Dierbaarste, ooit?
 
Doch, hoe teeder gij moogt praten,
 
'k Rijm den Brief aan de Galaten
 
Met die Handelingen nooit!’
 
 
 
‘Machteld! alles laat zich rijmen
 
Voor wie vroom is, vroom en knap -
 
Doch uw zinnen zijn betooverd,
 
Reinout heeft u gansch veroverd
 
Met zijn halve wetenschap...
[p. 287]
 
Reinout...;’ maar hier trapt de Eerwaarde
 
Juist den Duivel op zijn staart:
 
Eensklaps toch schiet uit de boomen,
 
Storend dees verliefde droomen,
 
Reinout, met een tubingsch zwaard.
 
 
 
‘Sta! verleider gij van de onschuld! -
 
Roept hij uit - ‘Gij veinzaard, beef!
 
De echtheid van de Handelingen
 
Aan mijn Machteld op te dringen!
 
Ken uw misdaad, ken ze - of sneef!’
 
 
 
Zwaardgekruis. - Ons Proponentje
 
Tuimelt in zijn bloed ter aard.
 
Reinout juicht als overwinnaar:
 
Machteld is een beter minnaar,
 
Is een Leidsch professor waard!

1859.