XX.
Question brûlante
.
De Wil, de vrije Wil! dat was, mijn Theologen!
Uw spoorwegkwestie, ja, in onzer dagen strijd:
Elk had zijn richting, had zijn lijn, die hij met vlijt,
En nijd,
Verdedigde voor 't volk, - slachtoffer van een tijd,
Zoo veel-, zoo aaklig veel- en nog eens
veel-bewogen
.
[p. 288]
Doch ai! zoo hier als ginds voor kerk, als staat en steê,
Wat jammer was van al die
lijnen
en
systemen
-
Geen schepsel kwam er verder meê,
En menig burger waar' tevreê,
Zoo 't hasplen, hoe dan ook, nu maar een eind mocht nemen!
1859.