terug  begin  verder

[p. 289]

XXIII. Dualisme.

 
Mijn Wetenschap en mijn Geloof,
 
Die leven saam in onmin,
 
Want de eene houdt, wat de ander doet
 
En denkt en meent, voor onzin.
 
Intusschen, beide heb ik lief,
 
Juist even trouw en innig,
 
En toch vind ik mij-zelven niet
 
Onreedlijk noch krankzinnig.

terug  begin  verder