Dichtwerken


auteur: P.A. de Genestet


bron: P.A. de Genestet, Dichtwerken (ed. C.P. Tiele). Gebroeders Kraay, Amsterdam 1869  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 269]

De Heer is haar Herder.

De Heer is mijn Herder: mij zal niets ontbreken.
Hij doet mij nederliggen in grazige weiden.
Hij voert mij zachtkens aan zeer stille wateren.
Hij verkwikt mijne ziel; Hij leidt mij in het spoor der gerechtigheid.
Al ging ik ook in een dal der schaduwe des doods, ik zou geen kwaad vreezen.
 
Der vrome Herder was de Heer!
 
Hij liet haar niets ontbreken.
 
Hij had haar tachtig jaar geleid
 
In 't spoor van zijn gerechtigheid,
 
Aan stille beken.
[p. 270]
 
Hij had haar ziele staag verkwikt
 
In klaverrijke weiden:
 
Maar of Hij gaf dan of Hij nam,
 
Zij bleef haars goeden Herders lam
 
En - liet zich leiden!
 
 
 
Als weduw was ze niet alleen,
 
In nooddruft niet verlegen;
 
En ging haar pad langs menig graf,
 
Haar troostte 's Heeren stok en staf
 
Op deze wegen.
 
 
 
Haar leven was een lang akkoord
 
Van stil geloofsvertrouwen;
 
Een liefelijke wedergalm
 
Van 's Herders zachten vredepsalm,
 
In vreugde en rouwe.
 
 
 
Die psalm - het was haar pelgrimslied
 
Op 's levens lange reize;
 
Ook nu, ten dierbren tempelgang
 
Misschien - haar stille zwanenzang,
 
Haar zielsgepeize.
 
 
 
‘Mijn Herder was der Heeren Heer;
 
Ik ben zijn deel gebleven.’
 
In iedren trek van 't vroom gelaat,
 
Kalm van geloof en hope, staat
 
Dat woord geschreven.
[p. 271]
 
Stille ootmoed, die daar schromend wacht
 
Op Gods gewijden drempel,
 
Die Heer, in Wien gij hebt vertrouwd,
 
Heeft in uw hart zijn huis gebouwd
 
Zijn eeuwgen tempel.
 
 
 
O, grijze vroomheid, lang beproefd,
 
O, heilige, eerbiedwaarde!
 
Gij wordt gekroond reeds in den tijd;
 
En de avond van uw dag vol strijd
 
Straalt vrede op aarde!
 
 
 
Met eerbied, naar uw buigend hoofd
 
Ziet om het oog der reinen;
 
Uw kalmte leert, uw hope sticht;
 
En spreidt een glans van hooger licht
 
In 't hart der kleinen.

1853.