[p. 144]

Derde hoofdstuk. De handelstaal.

De koopman is geen dichter, geen muzikant, geen schilder. Daar is hij te nuchter voor. Waartoe dienen die verzen? Muziek nou ja, om eens bij te zitten uitrusten! Schilderijen, om de groote muren van zijn salon wat te breken; maar verder .... welnee! Záken, érnstige záken, heeft hij aan z'n hoofd, dat is héél wat anders! Uit loutere liefhebberij worden de meesten dan ook geen koopman, al kàn de moderne omzet op de wereldmarkt met zijn speculatie en trucs, den ervaren handelsman evenzeer boeien, evenveel groot-menschelijk geluk bereiden, als welke lectuur of welke uitspanning ook, zijn meer droomerigen broeder; hij wordt tot den handel gedreven door winzucht, door het verlangen om geld te verdienen. Dat behoeven we nu niet aanstonds met zoo'n leelijk woord als eigenbaat te brandmerken. Dikwijls toch steunt die winzucht op mooie en hoog-menschelijke motieven, als daar zijn de zorg voor zijn huisgezin, de liefde voor zijn kinderen. Maar de praktijk zelf heeft niets ideaals, is nuchter en praktisch. Hij wil goede waar leveren, zeker, maar óm er mee te verdienen; de dichter onder de kooplui, die zijn eer stelt in puike qualiteiten, maar niet berekent, hoeveel ze hem zelf kosten, gaat ten gronde. Hij komt concurrenten tegen, dat zijn gevaarlijke lui. Hij bespiedt dan ook hun gangen als een listige vos. Maar ook op zijn koopers moet hij een psychologischen aktueelen kijk hebben; weten wat ze noodig hebben, raden wat ze het meest verlangen, berekenen wat hun nuttig zou zijn, en dit voor allen; maar verder nog voor ieder in het bijzonder z'n eigen handelwijze nagaan, weten waarmee hij hèm winnen, maar een ander juist misschien stooten zou, kennen de oogenblikken dat A. geld in kas en B. groote rekeningen te betalen heeft, uitkiezen de geschikte wijze van reclame voor elk artikel, naar den stand en de gewoonten der koopers. Een veelzijdige belangstelling in menschen dus, hunne koopkracht en hunne kooplust. Een plooibaarheid om zich naar alle menschen, soms grillen te schikken, in de vreemdst mogelijke behoeften te voorzien. Een vèrziendheid, die niet slechts rekening houdt met vandaag of morgen, maar nu reeds uitrekent hoe dit artikel het volgend jaar zal gaan, of de aanvraag vermeerdert of vermindert, of er misschien exportatie mogelijk is, hoe duur dat artikel is in andere landen; of er misschien van deze of gene grondstof niet nog heel wat anders zou te fabriceeren zijn; of wat tot nu toe vast in den handel kwam, misschien niet in poeder of vloeibaar meer opgang zou maken, of reeds niet met een handiger verpakking veel gewonnen zou zijn. Om zulke problemen op te lossen, heeft men geen hoogere wiskunde, maar een praktischen, realistischen aanleg noodig; een klaar oordeel en een goed gezond verstand; maar bovendien een ontzaglijke ambitie en arbeidslust, om den eenen dag na den

[p. 145]

anderen, al die kleine componentjes van het groote vraagstuk, één voor één zorgvuldig af te wegen en na te gaan; ja soms groote reizen te ondernemen, of dure wetenschappelijke consulten aan te vragen, tot uitmaking van een minimale moeilijkheid, waarop straks toch het heele mooie plan onvermijdelijk zou schipbreuk lijden; een energie die voor geen zuren arbeid terugschrikt, maar na al die harde moeilijkheden eindelijk weet uit te rusten in een blijden moed om te wagen, in het vaste besef, dat hij álles heeft nagegaan, en z'n plan gelukken moèt, en àl z'n concurrenten er verstèld van zullen staan, en hij er zeker zóóveel mille aan verdienen zal. Iedereen die zich nog herinnert hoe wij het karakter der Israëlieten geanalyseerd hebben, ziet aanstonds welk een schat van eigenschappen, de Jood voor den handel meebrengt. Zijn invloed op onzen handel mag dan ook evenmin onderschat worden als de invloed van zijn Hebreeuwsch en Jodenduitsch op onze handelstaal.

Wij behandelen nu achtereenvolgens eerst den woordenschat, die natuurlijk zoowel in de gesprekken op kantoor en beurs, als in brieven en op allerlei handelspapieren voorkomt, en daarna eenige taaleigenaardigheden van den modernen handelsbrief en de reclame. Tot goed inzicht in beide bleek het hier onvermijdelijk iets uitvoeriger dan in onze andere hoofdstukken op de geschiedenis van vroegere eeuwen in te gaan. Overal zullen wij den nuchteren, maar praktischen koopmansgeest zien doorstralen en ons kunnen overtuigen van het groote belang der totnutoe onopgemerkte psychologische gegevens, die in de handelstradities bezonken liggen. Misschien meer dan eenige andere groeptaal staat de handelstaal onder vreemden invloed. Elke handelsman van onzen tijd, wiens zaken een beetje uitgebreid zijn, heeft toch voortdurend te doen met Engelschen, Duitschers en Franschen. Hij spreekt die talen en correspondeert erin met min of meer gemak. Hij behoort dus niet slechts tot de Nederlandsche maar ook tot de Fransche, Duitsche en Engelsche handelaarsgroep, zijn taal hoort behalve tot de Nederlandsche, ook tot de Fransche, Duitsche en Engelsche handelstaal. In deze drie laatste behoort hij echter niet tot de actieve centrale groep, maar tot de passieve peripherie. Daar nu de drie genoemde vreemde handelaarsgroepen, veel grooter en gewichtiger zijn dan de Hollandsche, zal de Hollandsche handelsman dus ook voortdurend allerlei nieuwe woorden van die buitenlandsche groeptalen moeten overnemen, of hij wil of niet. Alleen wanneer hij zich isoleert, en dus zijn zaken tot het binnenland wil beperken, kan hij zich aan dezen invloed onttrekken. Maar de taalzuiveraar, die met een phrase over nationaliteit, dàt van onzen handel zou vergen, verdient tot straf een plaatsje in de klas voor vaderlandsche geschiedenis. Want zoo was het van den beginne af. Ik volg voor de ontwikkelingsgeschiedenis van onzen handel het degelijk werk van H. Diferee: De Geschiedenis van den Nederlandschen Handel,

[p. 146]

A'dam 1908. Bij de oudste Germanen was de handel louter passief. De algemeen Germaansche woorden voor koopen en handelaar: (Mnl. mengere) markt, kosten, tol, cijns en misschien ook pand komen dan ook van het Latijn: caupo, mango, mercatus, co(n)stare, teloneum, census en pannus. Ook allerlei oude geld-, gewichts-, emballage- en warennamen als munt, pond, ons, kist, wijn, azijn, peper, peer, koper, beker, bekken, spiegel, spijs enz. hebben onze voorouders uit het Handelslatijn ontleend. Daartegenover hebben wij echter toch reeds vroeg de echt-Germaansche woorden: veil, kramer, wisselen, gelden, geld, woeker (de ongunstige beteekenis van dit woord kwam pas op in den lateren kerkelijken rente-strijd), schat, schelling, penning, enz. Men meene niet, dat de handel in de 9de eeuw b.v. hier te lande zóó onbeduidend was. Maar de bronnen ontbreken ons, om de handelstaal dier dagen te doorvorschen. De Noren maakten echter aan dezen eersten bloei van Neerlands handel een einde. Het tweede tijdperk van onzen handel reikt van 950 tot 1300. Tiel en Dordrecht betwistten elkaar den tol. Utrecht herstelt zich spoedig van de Noorsche invallen, en handhaaft zich als oud vereenigingspunt der verkeerswegen, voor den transitohandel naar het Noorden. Dorestad kwijnt weg. Deventer en Stavoren zijn opkomende steden. Maar alles te zamen is het aanvankelijk toch niet grandioos met onzen vaderlandschen handel gesteld. Langzamerhand zetten zich evenwel de nieuwe vrije lieden als coop-lieden rond burchten, kasteelen en kerken neer. De graven, bisschoppen en abten bevorderden de opkomst dier kramersgehuchten, die onderling de ‘gildae mercatoriae’ stichten. Deze gehuchten worden tot steden, vooral aan drukbevaren rivieren, zoo Amsterdam, Rotterdam, Vlaardingen, Vere, Zierikzee. Oude steden leven op, zoo Nijmegen, Maastricht en Deventer. In dezen tijd was alle handelscorrespondentie nog in het Latijn. Aan de kanselarijen werden niet slechts groote staatsverdragen, maar ook allerlei kleine financieele en handelsmededeelingen opgesteld. Van de kanselarijen leerde nu ook de private handelsman te correspondeeren. Van de Nederlandsche mondelinge handelstaal dier dagen, die er zeker bestaan heeft, zou men uit onze oudste Mnl. geschriften zeker wel iets op kunnen maken, maar bij gebrek aan Vorarbeit kan ik hier toch niet op ingaan. Ik wijs slechts op eenige Oostersche warennamen, hier door de reizende kooplieden ingevoerd, vooral uit het Perzisch-Arabisch, als: ammer (amber), borax; langs Frankrijk: saffraan, asuur en lazuur, siroop, zuker; uit het Indisch langs Italië en Frankrijk canfora, gengebare (gember), katoen.

Het 3de tijdperk gaat van 1300-1507. De gilden of hanzen sluiten zich tot een grootsch handelslichaam ‘de Hanze’ aaneen. De kantoren der Hanze bezorgden zoowel politiek als handel, 't waren kanselarijen in grooten of kleinen stijl. Uit dezen oertijd der West-Europeesche handelscorrespondentie hebben dan ook alle nieuwere talen, hun gemeenschappelijk bezit van Laat-Latijnsche

[p. 147]

woorden ontleend, zooals: quitte, quitteeren (kwijten), rente  1)  , datum, poorte (portus), register, per, pro, facit, dedit, Somma, nota, minus, copie, privilegie, resten, item, termijn. Ook de kerkelijke invloed op de gilden en markten mag hierbij niet uit het oog worden verloren. ‘By staende cruce’ werd de handel gedreven en moest de koopschuld worden betaald. Sinds de helft der 14de eeuw komt nu de moedertaal in handelsbrieven meer op den voorgrond. Het spreekt echter vanzelf dat deze Nederlandsche en Nederduitsche brieven, al de juistgenoemde Latijnsche woorden bevatten, daar men die vroeger op de kantoren, ook aanhoudend al mondeling tusschen de moedertaalwoorden in gebezigd had. Voor vele van deze handelswoorden is het niet uit te maken, of zij uit Laat-Latijn, dan wel uit het Fransch of het Italiaansch ontleend zijn; maar als détailgegevens ontbreken, is het eerste op sociaal-historischen grond altijd het waarschijnlijkst. Zeer dikwijls ook hebben hier weer twee of drie ontleeningen samengewerkt. Eenige voorname Fransche handelstermen uit het Middelnederlandsch zijn echter  2)  , volgens Salverda de Grave: leveren, leverantie, delivrance, garant, grossier, monster, restant, failleeren, kwijten (?) prijs, rabat, som, balans, sommeeren, dozijn, koppel (?) masse, pint, partij, affaire, klant, mars, mersenier, merser, rente (?) disponeeren(?) finantiën(?) interest (?) pejement, dukaat, florijn, frank, saluut (?) fooi, allooi, convooi, octrooi, citroen, meloen, millioen, vermiljoen. Sommige dezer leenwoorden zijn in den tijd der Hanze over ons land naar Duitschland gegaan, ze komen namelijk in Middelnederlandsche bronnen veel eer dan in Neder- of Hoogduitsche voor. Zoo b.v. arrest, arresteeren, accijns, hanteeren, leveren, profijt, profijtelijk, kantoor, compagnie, en tevens de oorspronkelijk Arabische woorden als magazijn, bazaar, enz. En hoe sterk de Hanzetaal ook in de echt Germaansche woorden onder Nederlandschen invloed staat, zien wij uit het volgende lijstje van algemeen Duitsche Hanzewoorden:

 
afbreken
afkôpen
afrekenen
afslân
betalen
betalinge
bodemerie
gesichte (Vista)
godspenninc
hôvetgôd
hôvetstôl (Kapitaal)
inkôpen
kôpschat
makeler
matschoppie
merke
nederlage
overmaken
pack(en)
rekenen
rekenschap
rekeninge
schult
schultbôk
stapel
têken
wessel
wesselbrêf
ware
wrak
wraken
wînkôp enz.

 1)  Ten bewijze dat het woord rente aanvankelijk niet uit het Fransch maar uit het Laat-Latijn is ontleend, wijs ik op de talrijke natuurlijk Latijnsche pauselijke decreten en conciliebesluiten hierover handelend. Dat later het Fransche volkswoord ook onzen term van klank deed veranderen, is een feit hiernaast en hierna, niet hiertegen.
 2)  Een vraagteeken achter het woord bedoelt twijfel te opperen of het woord niet aanvankelijk aan het Laat-Latijn kan ontleend zijn.


[p. 148]

Omgekeerd werden ten onzent slechts zeer weinig Duitsche handelswoorden overgenomen; ik ken alleen tsollen (!), cieraet en hars. Van lieverlede toch begonnen de Nederlandsche koopsteden, de algemeene (Neder)duitsche Hanze te overvleugelen, tot ze ten slotte door de onderlinge concurrentie, en het altijd ten onzent weer opwoekerend particularistisch provincialisme geheel is uiteengespat. In dezen tijd der handelsprocedures of gastdingen, komt nu ook in de moedertaal, de oude band tusschen rechtstaal en handelstaal weer sterk op den voorgrond. En in het vervolg zullen wij nog zien, hoe deze beide groeptalen, elkaar-in-een-groot-segment-snijdende cirkels zijn gebleven, tot op den huidigen dag. Verder vormen, juist als in de litteraire taal, ook in de handelstaal van deze periode de Zuid-Nederlandsche dialecten, vooral Brabant en Vlaanderen de centrale actieve en het Hollandsch slechts een periphere massieve groep. Brugge, Antwerpen en Mechelen gaven den toon aan. De ‘Vonnissen van Damme’ (de geboorteplaats van Jacob van Maerlant), vooral het ‘sciprecht’, waren in de 14de eeuw over heel Europa bekend. Voor de Noord-Nederlandsche handelstaal dier dagen leze men de ‘Amsterdamsche ordinancie’, afgedrukt door Ter Gouw in zijn Geschiedenis van Amsterdam, Deel II. Het krediet begon in West-Vlaanderen vooral zijn nuttige werking te doen gevoelen, terwijl zich ook de geld- en wisselhandel reeds krachtig ontwikkelde; al in het begin der 14de eeuw ontmoeten wij er een assurantie-maatschappij. De commissiehandel ontwikkelde zich uit het vrije Brugsche entrepôt, en hier sprak men toen reeds van de beurs, waar kooplieden uit alle landen van Europa samenkwamen. Van lieverlede ging echter de bloei van Brugge naar Antwerpen en Amsterdam. Door den ‘Magnus Intercursus’ van Philips den Schoone met Hendrik VII van Engeland in 1496 gesloten, kregen deze beide steden een grooten voorsprong op Engeland. Onze vrachtvaart op Engeland was verzekerd, het initiatief aangewakkerd, en zoo zouden wij binnenkort de rijkste economische staat van West-Europa worden. Wel dreigde de ‘Malus Intercursus’ van 1506 dit alles met ondergang, maar de Nederlanden weigerden dit afgedwongen stuk te erkennen. Daardoor werd in 1507 het tractaat van 1496 weer van kracht. En hiermee opent zich een nieuw tijdvak van 1507-1596. In de 16de eeuw beleeft het Latijn met de Renaissance weer een nieuwen bloei, ook in de handelswereld. Uit dien tijd schijnen te stammen: accepteeren, auctie, beneficie, dateeren, defect, expedieeren, folio, formulier, disponeeren, hypotheek, inventaris, junior en senior achter eigennamen, cautie, collationneeren, confiskeeren, consul, memoriaal, monopool, negotie, obligatie, offereeren, plus, portie, qualiteit, quantiteit, quantum, quoten, rata, salaris, salarieeren, en andere. In dezen tijd begint nu ook de handel op de Italiaansche steden tot bloei te komen. Reeds in de middeleeuwen was onder invloed van den Italiaanschen

[p. 149]

geldhandel over Frankrijk: ‘Lombaert, lommerd’ geïmporteerd. Met Venetië had toch Brugge, reeds in de 14de en Antwerpen in de 15de eeuw een uitgebreiden handel. En wie zich van den Antwerpschen handel op Italië tijdens de 16de eeuw een denkbeeld wil vormen, hij sla Guicciardini na, dat spot eenvoudig met alle beschrijving. Nu komen dan ook de Italiaansche termen in massa binnengevallen zooals a, accoord, advies, adviseeren, bank, bankier, bruto, collo, connossement, contrabande, kapitaal, kassa, kassier, netto, post, procent, risico, saldo, soort, sorteeren, transito-handel, enz. Iets later vertoonen zich agio, blanco, a costi, disconto, firma, franco, frankeeren, giro, endosseeren, porto, rabat, sortiment, transport. Sommige Arabische woorden ontvangen wij eveneens uit de Italiaansche handelstaal, zoo: bazar, tarief, tarra, karavaan, misschien ook aval, averij en trafiek. En al deze Italiaansche woorden gaan uit onze Nederlandsche handelstaal van lieverlede in de Duitsche taal over, anders zou het immers onbegrijpelijk zijn, dat ze daar pas optreden als de Duitsche handel op Italië bijna geheel ten onder is gegaan. Want naast onzen Antwerpschen handel op Italië noemt Guicciardini dien met Duitschland. Maar van een overneming van veel Duitsche woorden bij ons is geensprake. Alleen ‘erts, kwarts en louter’ stammen waarschijnlijk uit dezen tijd. De Duitsche handel raakt aan het kwijnen, en wij zijn de centrale actieve partij. Meer invloed op onze handelsmarkt heeft echter altijd nog het Fransch, eensdeels omdat onze betrekkingen met Rouaan, Parijs, Tours, Lyon en Montpellier nog altijd zeer druk waren, anderdeels om de ook toen reeds verdrukkende inwerking, die het Fransch van Walen, Henegouwen en Picardiërs op de Vlaamsche dialecten uitoefende. Bij Salverda worden dan ook de woorden uit de Fransche handelstaal in de 16de eeuw ten onzent allanger hoe talrijker: artikel, consorte, contract, correspondentie, protest, provisie, triëeren, specificeeren(?) baal, balie, fust, pakket, assurantie, assureeren, bankroet, bankroetier, insolvent(?) debiet, krediet, rembourseeren, surplus, surséance; agent, expedieeren, consigneeren, transport, effectueeren, manufacture, accepteeren, fourneeren, prolongatie(?) prolongeeren(?) enz. Uit Spanje ontving Antwerpen de kalebas, de schorseneren, de vanille, cacao en chocolade, marmelade, noga, salade, tabak, sigaren, kurk, indigo, ansjovis, cochenille, platina, met hunne Spaansche namen, sindsdien bijna alle in het algemeen beschaafd Nederlandsch overgegaan. Van de Spanjaarden leerden de Antwerpenaars ook de cargadoors kennen. Ondertusschen had evenwel voor den Antwerpschen handel reeds de doodsklok geluid. De inneming door Parma in 1585 is een keerpunt in heel onze taalgeschiedenis. De Noordelijke Nederlanden namen bijna al de Protestantsche en Joodsche kooplieden op (het waren er: circa negentien duizend) en werden van nu af, praktisch reeds zelfstandig en onafhankelijk. Amsterdam nam de Antwerpsche ‘coustumen’ over. Oldenbarnevelds breede blik zag uit naar de Oostersche

[p. 150]

landen van verre, en na het voordeelige handelstractaat van 1596 tusschen Hendrik van Navarre, Elizabeth van Engeland en de Staten-Generaal, konden wij Spanje en Portugal trotseeren. Juist in hetzelfde jaar kwamen de vier eerste Hollandsche schepen na een reis van 15 maanden op de reede van Bantam aan. In dienzelfden tijd komen ook de rijke Portugeesche Joden naar Amsterdam, en brengen er hun uitgebreide handelsrelaties mee op de Italiaansche steden, den Levant en Perzië. En hiermee vangt een nieuwe periode onzer handelsgeschiedenis aan: de Gouden Eeuw van 1596-1704. In dezen tijd komt te Amsterdam het Italiaansche boekhouden in zwang, en zoo nestelen zich voor goed een heele reeks Italiaansche termen, die vroeger slechts bij uitzondering voorkwamen. Ook het Latijn bleef bij onze renaissance-menschen z'n invloed doen gevoelen. Ontzaglijk groot was de aanvoer van weelde- en huishoudelijke artikelen uit Frankrijk. En de Spaansche en Portugeesche invloed begon voor de Joden opnieuw. Uit al die samenwerkende oorzaken komen weer een heele reeks Romaansche handelstermen onze Hollandsche steden binnen. Allerlei Latijnsch-Fransche, Fransch-Italiaansche en Fransch-Spaansche contaminaties, toonen duidelijk den dooreenwoelenden invloed, dier verschillende nationale handelskringen op Amsterdam. Ook gebeurt het dikwijls dat het een of ander woord aanvankelijk in Italiaanschen klankvorm optreedt, om naderhand voor het Fransche equivalent te wijken. Dit alles na te gaan, ware echter eene studie voor zich. Wij geven slechts een lijstje: Activa, Passiva, actie, Actionist, later Actionnair, dividende, later dividenten, rafactie, Loterij, Prijscourant, adres, adresseeren, agent, artikel, assorteeren, assortiment, billet, courtage, effecten, effectueeren, emballeeren, emballage, fabriek, fabriceeren, faveur, fonds, fourneeren, galanterieën, garantie, garandeeren, hazardeeren, interesseeren, kapitalist, cargo, cargaison, commanditair, kommies, commissionair, comptant(fra.) en kontant(it.), korrespondent, manufacturen, provenu, prompt, rembours, rembourseeren, retour, retourneeren, risqueeren, negotium, negocie, negociant, commercium, commercieel, error, alterumtantum, monopolium, immobilia en mobilia, conform, consumeeren, contingent, liquideeren, praesenteeren, prolongeeren, regres, order, abandonneeren, arbitrage, associé, en bloc, chartepartij, en gros, en détail, entrepôt, entreprise, etiquet, exporteeren, exportatie, importeeren, colporteeren, producten, reëel, refuseeren, solied, surplus, enz. Uit Skandinavië haalden wij het grenen- en vurenhout, en brachten er de namen van mee naar huis. Aan de Russen verkochten wij kabeljauw (letterl. stokvisch) en leerden van hen het juchtleer kennen, beide zijn dan ook Russische leenwoorden. Onze koloniën moesten wij bijna alle op de Portugeezen veroveren, vandaar dat dan ook zoovele Portugeesche woorden onzer handelstaal aan koloniale zaken of toestanden herinneren: neger, creool, mesties, mulat, fetisj, kaste, kwispedoor, muskiet, mandarijn, bajadere, ananas, bamboes, banaan, enz.

[p. 151]

Voor de talrijke woorden, die onze koloniale handelskringen aan 't Maleisch, Arabisch en andere Oostersche talen ontleenden, zie men: R. Dozy: Oosterlingen, den Haag 1867. P. Veth: Uit Oost en West, Arnhem 1889. F. Prick van Wely: Viertalig aanvullend Woordenboek voor Groot-Nederland3, Weltevreden 1910. In dezen tijd vooral is de zeemanstaal eigenlijk niet meer van de handelstaal te onderscheiden. En hoe verregaand onze invloed in die dagen op geheel Europa was, zal later uit onze woordenlijst der zeemanstaal dan ook duidelijk blijken. Al onze handel was zeehandel. De twee taalkringen vallen bijna heelemaal samen. Toch behoudt elk natuurlijk zijn eigen centrum. Het centrum der handelstaal vormden de reeders en makelaars aan den wal. De toonaangevende kringen voor de zeemanstaal waren de kapiteins en de matrozen, zoowel op de oorlogs- als op de handelsvloot. Al de vreemde namen die voor vaartuigen, koloniale verhoudingen en waren, tijdens de 17de eeuw deze handelstaal binnendrongen, op te noemen en te behandelen, zou een boek vorderen voor zich alleen. Maar ook de echte Nederlandsche woorden, die moesten voorzien in zooveel nieuwe behoeften, vertoonden allerlei nieuwe beteekenissen, afleidingen en samenstellingen, die de toekomstige geschiedschrijver onzer handelstaal in groote getallen zal hebben te boeken. Na dit bloeitijdperk van onzen kolonialen handel, spreekt men gewoonlijk van verval. En dit is ongetwijfeld juist, als wij alleen onze blikken op den warenhandel en de koloniën vestigen. De 18de eeuw echter is niet alléén verval, maar het is de eeuw dat wij de groote geldmarkt van Europa zijn. Hier worden bijna alle groote staatsleeningen, ook van buitenlandsche mogendheden het gemakkelijkst en spoedigst geplaatst, het is de tijd van opkomst voor den Europeeschen fondsenhandel. En de Nederlandsche, deels Joodsche kapitalen, spelen daarbij een groote rol. In deze eeuw ontwikkelt zich dan ook in Nederland en Engeland, de nieuwe fondsen- en beursterminologie: stijgen, dalen, inschrijven, concurrentie, koers, perte, circuleeren, speculeeren, speculant, windhandel, deficit, dechargeeren, emitteeren, coulant, converteeren, realiseeren, baisse, hausse, baissier, haussier, coupon, reclame, contramine, enz. Veel hiervan is weer Fransch, in overeenstemming met den ontzaglijken invloed dien de Fransche cultuur in de 18de eeuw op onze letterkunde en heel onze beschaving en denkgewoonten uitoefent. Verreweg de meeste Fransche woorden in de lijst hierachter, zijn dan ook reeds overgenomen in de tweede helft der 17de en de eerste helft der 18de eeuw. Nu pas beginnen ook de Engelsche (deels oorspronkelijk Latijnsche) leenwoorden in onze handelstaal op te komen: banknoot, stock, charter, standaard, patent, Lloyd, chèque (in Franschen vorm), code, limit, ex, via, affidavit, haussier. Pas in de 19de eeuw komt deze Engelsche invloed tot z'n volle ontwikkeling: good, first rate, superior, fine, average, regular, middling, low, single, mixed, supply, store, steamer, cash,

[p. 152]

fashion, novelty, run, manager, safe, limited. Uit Amerika komen, corner: Ring, Trust, humbug, Selfmademan, telegramm, grangers, greenbacks, staddle, enz. enz., gelijk men hierachter in de lijsten kan naslaan. De Engelsch-Amerikaansche handel immers overbluft thans ons heele continent. De Duitsche handelswoorden zijn dan ook ten onzent zeer gering. Ik laat nu de lijsten der leenwoorden volgen, die onze huidige handelstaal kenmerken, d.w.z. met uitsluiting van de leenwoorden die reeds uit onze handelstaal in het algemeen beschaafd Nederlandsch zijn overgegaan. Deze vindt men in ons laatste hoofdstuk. Mijne lijsten berusten op J. Weeveringh: Woordenboek voor den Effecten-, Wissel-en Speciehandel, het Assurantie wezen en het Boekhouden, A'dam 1888. D. Smit: Verklarend Handelswoordenboek, A'dam z.j. en de gewone handboeken voor de Nederlandsche handelscorrespondentie. Voor taalkundig doel bleek absoluut waardeloos, wegens verregaande incompleetheid: Het Nederlandsch Handelsmagazijn of algemeen zamenvattend woordenboek voor handel en nijverheid, 2 folios, Amsterdam 1843.

Nederlandsche handelswoorden uit het latijn.

A dato: (op wissels) van den dag der ... af.
Ad depositum: in ambtelijke of gerechtelijke bewaring geven.
Ad interim: voorloopig.
Ad libitum: naar believen.
Ad ultimum: ten laatste.
Adulteeren: vervalschen van munten.
Ad valorem: naar de wettelijke waarde.
Affidavit (overgenomen uit de Engelsche rechtspraak): een beëedigde gerechtelijke verklaring.
Agenda: aanteekenboek, letterlijk 't geen nog gedaan moet worden.
Alter ego: een ander ik, plaatsvervanger.
Alterum tantum: nog eens zooveel, het dubbele.
Anni currentis: van het loopende jaar.
Anni futuri: van het komende jaar.
Anni praesentis: van het loopende jaar.
Anno praeterito: verleden jaar.
Anno: in het jaar ...
A posteriori: van achteren, uit de ervaring,
A priori: te voren, vooruit, bij voorbaat bewezen.
Arbiter: scheidsrechter.
Arbitrium: uitspraak van scheidsrechter, eindoordeel.
Areaal, afgeleid van area: oppervlakte.
Assurantie in quovis: b.v. assurantie in qua nave vis: verzekering op welk schip men wil, ook genoemd: assurantie op schip of schepen.
Bilateraal: tweezijdig. Een - contract: dat wederzijdsch bindend is.
Bona fide: te goeder trouw.
Bonis cedeeren, Bonorum cessio: afstand doen van al zijn bezittingen ter voorkoming van failissement.
Boniteit: bonitas, goedheid, waarde.
Brevi manu: kortweg, zonder meer.
Caduceus: de staf van Mercurius.
Casu quo, afgekort c.q.: in dit geval, in geval van...
Catalogus: lijst, opsomming.
Cautie: cautio, borgtocht.
Cavillatie: cavillatio, spitsvondigheid.
Circa: ongeveer.
Circumjacentiën: circumjacentia, omliggende plaatsen.
Citissime: zoo spoedig mogelijk.
Cito: spoedig, snel.
Complementaris: beheerende vennoot bij een commanditaire vennootschap.
Concessionaris: die de concessie verkregen heeft.
Conditio sine qua non: onvermijdelijke voorwaarde.


[p. 153]

Consignatie: consignatio, (in den export-handel) het in bewaring geven van gelden of goederen. De afzender spreekt van consignatie, de ontvanger van commissie. In den boekhandel bestaat alleen commissie.
Consortium: vereeniging van bankiers, die op zich nemen een leening van den Staat, een maatschappij enz. te plaatsen.
Contract: contractus, verdrag.
Credit: het te goed; credit: hij heeft te goed ...
Data: opgaven, gegevens, hoofddenkbeelden.
Dato: op heden; a dato: van heden af; na dato, op dato.
Datum: tijdstip, dagteekening.
Debet: het verschuldigde; debet: hij is verschuldigd.
Defect: defectus, gebrek; kas-defect: het geld dat bij 't opmaken der kas daarin minder aanwezig is dan de boeken aangeven.
Defect: defectus, beschadigd, onvolkomen.
Deficit: het te kort; deficit: er ontbreekt.
Devalvatie: devalvatio, ontmunting waardevermindering van munten.
Deviatie: deviatio, afwijking.
Diffessie: diffessio, acte, waarbij men een wissel voor onecht verklaart.
Dividend: dividenda, wat verdeeld moet worden, winstaandeel. Voor 't eerst in de O.-I. Compagnie gebruikt. Extra-divident: boven 't eenmaal vastgestelde; interim-divident: voorloopig divident.
In dorso: op de keerzijde, op de rugzijde.
In duplo: dubbel, in tweevoudig afschrift. Afkomstig van 't kanselarij-Latijn.
Eiusdem: van denzelfden dag, dezelfde maand, 't zelfde jaar, naar gelang er onder verstaan wordt: diei, mensis of anni.
Elevator: hijschtoestel.
Error: dwaling, fout. Salvo errore et omissione (S.E. & O.): behoudens fout en vergissing. Error calculi of error in calculo: rekenfout.
Ex: zonder, na aftrek van; ex-coupon: zonder coupon; ex-divident: zonder dividend.
Extra: buitengewoon, bijzonder.
Extract: extractum, uittreksel.
Faciliteit: facilitas, gemakkelijkheid.
Fac simile: letterlijk doe gelijkelijk: nauwkeurige nabootsing van een oorspronkelijk handschrift.
Factoor: factor, lasthebber, gemachtigde.
Factor: omstandigheid, welke invloed op iets uitoefent.
Factorij: (mlat. ital.) factoria, huis van een factoor, handelsnederzetting.
Fiat: het zij zoo, toegestaan, goed; volgbriefje voorzien van 't fiat van dengene, die de goederen afleveren moet.
Fidei-commis: erflating onder voorwaarde, dat de erfgenaam ze aan een derde zal overdragen. 't Woord is half-Latijnsch, half-Fransch.
Fiscus: schatkist, belastingwezen.
Fluctuatie: fluctuatio, gedurige rijzing en daling.
Fluctueeren: fluctuare, dobberen, op en neer gaan.
Folio van folium: blad. Boekformaat, waarbij het vel papier slechts ééns is toegeslagen en dus bladzijden heeft. In 't boekhouden: de 2 tegenover elkander staande gelijkgenummerde bladzijden van een opengeslagen boek. Folieeren van folio: de bladzijden van een boek van doorloopende nummers voorzien, waarbij dan de tegenover elkaar staande bladzijden hetzelfde volgnummer krijgen.
Functie: functio, ambt, bediening, post.
Gratis: zonder betaling, voor niet.
Honorarium: vergoeding, salaris.
Imitatie: imitatio, navolging.
In calculo: in de berekening.
In dorso: aan de keerzijde, op den rug.
Injunctie: injunctio, rechterlijk bevel (b.v. tot verkoop).
In loco: ter plaatse.
In margine: op den rand b.v. van een boek, brief.
In mora: achterstallig, in gebreke.
In natura: in natuurlijken toestand.
In originali: in 't oorspronkelijke, in handschrift.
Interest: eig. er is belang bij: winst, voordeel.


[p. 154]

Interim: intusschen.
Inventaris van inventarium: lijst van aanwezig zijnde goederen, bezittingen, schulden enz.
Jurisdictie: jurisdictio, rechtspraak, rechtsgebied.
Jurisprudentie: jurisprudentia, leer, gehuldigd door rechterlijke uitspraak.
Leges: administratiekosten.
Licentie: licentia, verlof, vergunning.
Liquidatie: liquidatio, vereffening van zaken.
Liquidator: persoon, die met de liquidatie belast is.
Loco: ter plaatse, in plaats van.
Loco-goed: reeds uit 't schip geloste goederen (in tegenstelling met b.v. zeilende, stoomende goederen).
Mala fides: kwade trouw.
Mandaat: mandatum, opdracht, volmacht, aanwijzing tot betaling.
Mandataris: lasthebber, gevolmachtigde,
Manifest van manifestus: klaar, openbaar: door den schipper of den bevrachter opgemaakte lijst van de scheepsgoederen.
Manuscript: manuscriptum, handschrift.
Massa: menigte, groot aantal.
Maximum: het grootste, hoogste.
Memorandum: korte medeeling.
Memorie: memoria, geheugen, gedenkschrift.
Mercurius: beschermer van den handel.
Mora: vertraging, verzuim.
Moratorium: het in tijden van crisis door de rechterlijke macht toegestane uitstel.
Negotiatie: negotiatio, geldleening.
Negotie: negotium, bezigheid, handel.
Norm: norma, grondslag, regel.
Nota: kleine rekening.
Notulen: notulae, korte aanteekeningen.
Nova: nieuwigheden.
Officium: dienst, ambt.
Pagina: bladzijde.
Passief, Passiva, Passief-handel: invoer-handel (door kooplieden aan een vreemd land bezorgd). Debita-passiva: schulden, passiefschulden.
Pecunia: geld, goed.
Per: door, wegens.
Plus: bovendien, overschot.
a Posteriori: van achteren beschouwd.
Postscriptum: naschrift.
Pro copia: voor afschrift.
Pro Deo: om Godswil, kosteloos.
Pro forma: voor, in den vorm.
Pro-forma-factuur: gefingeerde rekening.
Pro libito: naar believen.
Pro loco: voor de plaats van inwoning.
Promotor: bevorderaar; iemand, die zich belast met de plaatsing van aandeelen in de vennootschap.
Pro novitate: als nieuwigheid.
Pro rato: naar evenredigheid.
Prospectus: voorloopig plan van uitgave b.v. van een boek.
Quantum, Quantiteit: quantitas, hoeveelheid.
Quota, quotum: evenredig aandeel.
Rafactie, Refactie: vergoeding of aftrek voor beschadigde waar.
Rata: evenredig aandeel.
Recepis, Recepisse: voorloopig bewijs van storting op aandeelen in geldleeningen.
Register: bladwijzer, inhoudsopgave.
Remedie: remedium, door de wet toegestane geringe afwijking van 't officieel vastgestelde gewicht en gehalte bij 't slaan van munten.
Rente: renda, renta, (rendita), winst, jaarlijksche opbrengst van een kapitaal.
Repertorium: register.
Salaris: salarium, bezoldiging, loon.
Salva remissione: met voorbehoud van terugzending.
Salvo errore et omissione: behoudens fouten en misstellingen.
Som: summa, bedrag, dat betaald moet worden.
Specimen: proef, staal.
Stellionaat (rechtsterm): 't verkoopen of met hypotheek bezwaren van goederen, waarvan ik weet dat ze mij niet toebehooren.
Supra: boven; ut supra: als boven.
Ut retro: als op de keerzijde.
Ut supra: als boven.
Via: langs, over.
Vice versa: over en weer, heen en terug.



[p. 155]

Nederlandsche handelswoorden, uit het Italiaansch.

A conto: op rekening.
A conto nuovo: op nieuwe rekening.
A conto vecchio: op oude rekening.
A costi: te uwer plaatse; costi: daar.
A drittura: direct; fra.: à droiture.
Agio: opgeld; (aggio: gemakkelijkheid) sinds 1650 ongeveer steeds lagio (met het lidwoord); daarna sedert 1725 alleen agio.
Agio conto: rekening, waarop die geldsoorten geboekt worden, die een veranderlijke waarde hebben,
Al corso: tot den koers van den dag.
Al marco: bij het stuk of bij het gewicht.
Al pari: gelijk aan de waarde (op 't geldswaardig papier uitgedrukt).
Al peso: bij het gewicht.
Al pezzo: bij het stuk.
A meta: b.v. konto (à) meta: rekening voor de helft, voor halve rekening.
Animo: kooplust, navraag.
Anno passato: van vorig jaar.
Appunto: zie appoint.
A uso: naar gewoonte, naar gebruik.
A vista: op zicht, na zicht.
Banco: veritaliaanschte vorm van ons Nederlandsche woord bank. Ook banko. - Marc banco: oude Hamburgsche rekenmunt.
Blanco: wit, oningevuld.
Blanco aandeelen: aandeelen, die geen bepaald persoon aanwijzen en zonder formaliteit in 't bezit van anderen kunnen overgaan.
Blanco crediet: bevoegdheid om over een onbepaald bedrag te kunnen beschikken.
Blanco endossement: endossement, waarbij alleen de naamteekening van den endossant op den wisselbrief is gesteld.
Blanco rekening: rekening, waarbij de invulling van de som aan den debiteur is overgelaten.
Blanco verkoopen: verkoopen zonder te bezitten. Dit woord blanco is een kruising van het it. bianco en het fra. blanc.
Breve vista: kort zicht.
Bruto: ruw d.w.z. goederen met verpakking samen.
Cambio: wissel.
Cassa: 1. geldkast 2. aanwezige geldvoorraad.
Collo mrvd. Colli: baal, kist, vat, pakket koopwaren.
Connossement: cognoscement. Zie fra. lijst.
Conto: rekening; a conto: op rekening.
Conto à meta: gezamenlijke rekening; voor halve rekening.
Conto corrent: loopende rekening.
Conto finto: gefingeerde rekening.
Conto loro: hun rekening.
Conto mio: mijn rekening.
Conto nostro: onze rekening.
Conto nuovo: nieuwe rekening.
Conto suo: zijn rekening.
Conto vostro: uw rekening.
Corso: koers; al corso: tot den koers van, naar den loopenden prijs van....
Costi: daar; a costi: te uwer plaatse.
Decalo: gewichtsafname door indrogen, lekken enz.
Del credere: borgstelling, loon dat de commissionnair vraagt voor borgstelling.
Deposito: gelden, welke tijdelijk aan een bank in bewaring (à deposito) worden gegeven.
Disagio: het bedrag, dat een effect minder waard is dan de waarde erop uitgedrukt.
Disconto: korting voor contante betaling; de interest waarmede het bedrag van een wissel wordt verminderd, wanneer hij vóór den vervaldag wordt verkocht of in betaling gegeven. In disconto nemen, geven.
Dito, Ditto, Detto: als voren; hetzelfde; desgelijks. Werd oorspronkelijk gebruikt alleen ter herhaling van een maandnaam.
En dorso: op den rug.
Factuur: fra. facture, ital. fattura, rekening; nota over koopwaren.
Fiasco: (flesch) mislukking.
Fiasco maken: zijn doel missen.
Firma: handelsnaam, waaronder een zaak wordt gedreven.
Francatuur: francatura, 't bedrag, dat vooruit betaald moet worden voor 't vervoer van pakjes, brieven.


[p. 156]

Franco: vrij, portvrij, vrachtvrij.
Frankeeren van franco: 't vooruitbetalen van verschuldigde vracht of porto.
Gireeren van giro: een wissel schriftelijk overdragen op een ander.
Giro: overdracht van een wissel.
Impegno: borgstelling, verantwoordelijkheid.
Incasso: geld innen; kassiersloon voor 't innen.
Manco: het tekort; het ontbrekende.
Medio: op de helft, in 't midden der maand.
Meta zie Conto à meta.
Mio conto: mijne rekening.
Netto: zuiver; zonder verpakking.
Netto tarra: werkelijk gewicht der verpakking.
Obligo: verbintenis; verplichting.
Pari: van gelijke waarde. Ook al pari.
Passato, Anno passato: verleden jaar.
Per: door, wegens. Per cassa, per contant, per saldo.
Port, Porto: vrachtloon, briefport.
Porto franco: vrijhaven.
Prima: eerste, beste, fijnste. Origineele, eerste wissel.
Primo: eerste van de maand.
Prima vista: (op een wissel) op zicht betalen.
Quarto: formaat van een papier of van een boek; nl. een vel in vieren gevouwen, zoodat het acht bladzijden telt.
Recto: op de rechter bladzijde.
Rescontre: afrekening, verrekening.
Restorno: gedeelte van de premie, dat de assuradeur teruggeeft, ingeval een gesloten verzekering geheel of ten deele vervalt.
Risico: verantwoording; gevaar van schade.
Saldo: overschot, restant.
Sconto: disconto.
Secunda: tweede wissel, eensluidend met de eerste.
Sola: wissel, waarvan slechts één exemplaar is uitgegeven.
Storno: restorno.
Supercarga: iemand, die 't toezicht heeft op de lading,
Tarra: verpakking. Verschil tusschen bruto en netto-gewicht. Netto-tarra, uso-tarra, gereduceerde tarra, gemiddelde tarra. Gereguleerde tarra: wanneer een vaststaand percentage voor tarra wordt vergoed.
Tertia: derde exemplaar van eenzelfde wissel.
Transito: doorvoer van goederen uit een vreemd land, naar een ander land, zonder te worden opgeslagen of verkocht.
Triplo: drievoudig.
Ultimo: de laatste dag der maand.
Uso: gebruik, gewoonte, betalings-termijn.
Valuta: waarde, wisselkoers, betaalmiddel.
Verso: de linker bladzijde van een boek.
Vista, a vista: op zicht, na zicht.

Nederl. handelswoorden uit het Spaansch en Portugeesch.

Bajadere ptg.: Indische danseres en tooneel-speelster.
Carga, Cargo spa.: scheepslading; opzichter over de lading.
Cargadoor, Cargador spa.: scheepsmakelaar, bevrachter.
Casco spa.: romp van een schip (bij zeeverzekeringen).
Cochenille spa.: scharlakenverf.
Creool ptg.: In Amerika en W.-Indië een kind van Europeesche ouders.
Damno ptg.: aftrek, verlies.
Embargo spa.: proclamatie, waarbij aan alle schepen in een haven verboden wordt uit te varen.
Fetisj ptg.: klein voorwerp van afgodische vereering; tooverding, talisman.
Kalebas spa.: een komkommervrucht.
Mesties ptg.: kleurling, kind van een blanke en een Indiaansche.
Mulat ptg.: zoon van een blanken vader en een Amerikaansche negerin.
Supercarga, Supercargo: iemand die het toezicht heeft over de lading.



[p. 157]

Nederlandsche handelswoorden, uit het Fransch.

À: tegen (betaling van).
Accommodatie: faciliteiten tot verkrijging van geld op crediet.
À condition: op voorwaarde.
Acquit: voldaan. Ook: per, pour acquit.
Actions de jouissance: actiën, die in de plaats treden van uitgelote of afbetaalde fondsen; zij behouden hun rechten en deelen in 't overschot van den jaarlijkschen dienst.
À découvert: ongedekt. Crediet à découvert: blanco crediet.
À fonds perdu: wordt gezegd van uitgeleend geld, dat men nooit meer terugziet.
À forfait: in eens, bij den hoop, bij de roes.
Agiotage: actiën-windhandel. Kunstgrepen in den effectenhandel, om den koers van een of ander effect te doen rijzen of dalen.
Agioteur: beursspeculant.
À jour: 1) tot den huidigen dag. 2) doorzichtig, met kleine openingen.
Ajourneeren: ajourner, verdagen.
À la baisse speculeeren: speculeeren terwijl men op daling der koersen rekent.
À la hausse speculeeren: speculeeren, terwijl men op stijging der koersen rekent.
Aleatoire: wisselvallig, onzeker; aleatoir-contract, afgel. van 't Latijnsche woord alea: dobbelsteen.
Allonge: verlengstuk, aanhangsel van een wissel.
Annuiteit: fra. annuité, jaarlijksche of half-jaarlijksche rente om een kapitaal af te lossen.
Apostille: kantteekening.
Appoint: 1) saldo, dat op een rekening te kort komt, 2) pasmunt, 3) een wissel, die als een gedeelte van een grootere moet beschouwd worden.
À présentation: (bij wissels) op vertoon, op zicht.
Arbitrage: de nauwkeurige berekening van den prijs, tegelijkertijd op verschillende plaatsen, van dezelfde soort van goederen, effecten, wissels enz.
Arbitrageant, Arbitrageur: iemand, die zich met arbitrage bezighoudt.
Arendeeren: arrenter, pachten. Afgeleid van arendateur: pachter.
Arroseeren: arroser, bij termijnen betalen of met kleine sommen op afbetaling paaien.
Assortiment: sorteering; de voorraad goederen in een winkel.
À tout prix: tot elken prijs.
Au besoin: in geval van nood (noodadres op wissels).
Au courant: au courant zijn: op de hoogte zijn.
Au fait: ervaren, deskundig.
Au porteur: aan toonder.
Aval: borgtocht, schriftelijke verbintenis.
Avance: voordeel, winst; zelden: voorschot.
Averij-grósse (accent op het tweede lid): kosten gemaakt tot behoud van schip en lading, die door al de belanghebbenden gezamenlijk worden gedragen.
Averij-particulier: de schade aan ingeladen goederen.
Avers: de zijde van den beeldenaar van een munt.
Avis (à en 't ofra. vis: visum: wat gezien is): meening, bericht, tijding.
Baisse4: daling der prijzen.
Baissier: speculant à la baisse.
Baratterie: elke oneerlijke handeling van den schipper ten nadeele van den reeder.
Barrique: okshoofd.
Biljoen: munt van te gering gehalte.
Bloc: hoop; stapel. En bloc: bij de hoop.
Bordelaise: te Bordeaux benaming voor okshoofd van 228 L.
Bordereau, Borderel: lijst van waarden, inschrijving.
Cabotage: vaart langs de kust. (Cabo is 't Spaansche woord voor kaap).
Campagne: tijd benoodigd voor 't verwerken van bepaalde grondstoffen.
Canon: jaarlijksche pacht.
Carte blanche: onbeperkte volmacht.
Chicane: rechtsverdraaing.


[p. 158]

Chicaneeren: chicaner, zich schuldig maken aan rechtsverdraaingen.
Cognossement4: zeevrachtbrief; bewijs van inlading, door den gezagvoerder geteekend.
Commanditair vennoot: vennoot, die niet verder aansprakelijk is dan voor 't bedrag van zijn deelname.
Conservatoir: beschermend, vrijwarend.
Conservatoir beslag: beslag op goederen van den schuldenaar, vóórdat er vonnis is verkregen.
Consulaire factuur: factuur, die door den consul van het land van bestemming is gewaarmerkt.
Contre(a)mine: speculatie op daling.
Contre(a)mineur: speculant op daling.
Convooi: gewapend geleide op koopvaardijschepen.
Corbeille: ronde open plaats op de Parijsche beurs, bestemd voor de officiëele effectenmakelaars.
Corge: pak van 20 stuks.
Coulage: lekkage; verlies van vloeistoffen gedurende het vervoer tengevolge van lekkage.
Coulant: tegemoetkomend, gedienstig.
Coulisse: niet-officiëele fondsen-markt te Parijs.
Coupon: 1) afgeknipt strookje, rentebewijs van effecten. 2) restant stof van een groot stuk overgebleven.
Coupure: insnijding; gedeelte; geldswaardig stuk.
Courtage4: loon van den makelaar.
Couvert: briefomslag; per couvert: door tusschenkomst van...; onder couvert: onder geheimhouding.
Crediet: crédit, vertrouwen; uitstel van betaling.
Debiet: débit, afzet, verkoop van goederen.
Débouché4: gelegenheid tot afzet van producten.
Décharge: kwijting ontheffing.
Déchargeeren: décharger, ontheffen, ontslaan.
Décompte: korting, vermindering, aftrek.
Déconfiture: tegenspoed, ondergang, staking van betaling.
Découvert: ongedekt; verkoopen à découvert: verkoopen zonder te bezitten.
Défrayement: vergoeding voor kosten.
Dépêche: handelsbrief. Nu vooral: telegram.
Déport: 't verschil tusschen den koers voor contant en levering op tijd.
Dépôt: 1) hetgeen gedeponeerd wordt, 2) bewaarplaats.
Déroute: plotselinge, onregelmatige koersdaling.
Détail: het kleine; en détail: in 't klein.
Dispache: berekening en verdeeling der averij-grosse,
Dispacheur: beëedigd deskundige, belast met de dispache.
Dont: van wien; premie, welke bij 't verstrijken van den bepaalden termijn, betaald wordt.
Écart: het verschil tusschen den overeengekomen koers en den genoteerden op den dag, waarop de levering der stukken zou moeten plaats hebben.
Échange: ruil, uitwisseling.
Échantillon: staal, monster, proef.
Échéance: vervaldag, betalingstermijn.
Échellier: effectenspeculant, die van elke schommeling in den koers partij tracht te trekken.
Endossant4: hij die een wissel of een ander aan toonder gesteld papier, aan iemand anders overgeeft.
Endosseeren4: endosser, overdragen, overschrijven van een wissel.
Endossement4: de overdracht van wissels of ander aan toonder gesteld papier.
Endossement in blanco: wanneer alleen de naam van den endossant vermeld is.
En échelons: trapsgewijze. Renteberekening volgens de staffelmethode.
En espèces: in klinkende munt.
En gros: in 't groot, in groote hoeveelheden.
Enquête: onderzoek.
Entrée: toegang; toegangsprijs.
Entrepôt: bergplaats van koopmansgoederen, die aan inkomende rechten onderhevig zijn en zoolang van de betaling zijn vrijgesteld, als ze daar zijn opgeslagen.


[p. 159]

Équipage: bemanning van een schip; paard en rijtuig.
Équipement: bemanning; uitrusting.
Erreur: dwaling, fout.
Essai: proef, onderzoek.
Essayeeren: essayer, onderzoeken, toetsen.
Essayeur: beambte die edele metalen onderzoekt.
Étalon: standaard, ijkmaat.
Étalon boiteux: hinkende standaard.
Evaluatie: evaluation, schatting, taxatie.
Exposé: uiteenzetting, verslag.
Failliet, Faillissement: bankroet; beide woorden zijn onfransch ofschoon afkomstig van den franschen stam faillir.
Faiseur: speculant, geldschieter tegen hooge rente.
Fait accompli: voldongen feit; gedane zaak.
Faveur: gunst, voordeel.
Jours de faveur: respijt-dagen.
Filiaal: filiale, eigenlijk dochterkerk. Nu: bijzaak, bijinrichting.
Filière: (in den koffiehandel) het aantal partijen, waaruit een levering mag bestaan. Te Parijs: 't ingevulde aanzeggings-formulier, waarbij in termijnzaken de datum van levering wordt bepaald.
Fineeren van fin: louteren van zilver en goud.
Fixe: vast, bepaald. Prix fixe: vaste prijs.
Force majeur: grootere kracht; overmacht, nooddwang.
Fonds: 1) geld, vermogen, effecten, staatspapieren. 2) kas waaruit de deelnemers ingeval van ziekte enz. eene uitkeering krijgen. 3) som welke iemand moet schuldig zijn of in handen hebben alvorens een wissel op hem mag getrokken worden. 4) van een uitgever: de verzamelde uitgaven door hem in 't licht gegeven.
Fourneeren: fournir, 1) storten van gelden op aandeelen. 2) bijbetalen op een loterij-briefje. Doorgefourneerd: geldig voor alle klassen der loterij. Volgefourneerd: volgestort; afbetaald.
Franchise: vrijdom, vrijstelling. In de transport- en zeeverzekering het percentage tot welke de verzekeraar vrij van vergoeding voor eventueele schade blijven zal.
Fraude: bedrog, smokkelarij.
Frauduleus: Frauduleux, bedriegelijk.
Gage: loon, jaarwedde.
Garant: 1) borg, 2) degene, die in premiezaken in koffie de premie ontvangt.
Garantie: borgstelling, vrijwaring.
Genre: soort.
Gérant: bestuurder, beheerder, aansprakelijke vennoot.
Guichet: loket; deurtje in een groote deur.
Hausse4: stijging der koers van beurswaarden.
Haussier4: speculant à la hausse.
Haute finance: de geldmannen, bankiers.
Imaginair: denkbeeldig. Imaginaire winst: het in percenten uitgedrukte bedrag, dat men bij verzekering van te verzenden goederen, als waarschijnlijke winst op den inkoopsprijs legt.
Incompétent: onbevoegd, ongerechtigd.
Inférieur: minder, kleiner; ondergeschikte.
Irregulier: onregelmatig. Irregulier endossement: wanneer de dagteekening of de erkenning van genoten waarde ontbreekt.
Jouissance: genot.
Légal: wettig, regelmatig.
Legaliseeren: légaliser, wettigen, bekrachtigen.
Legitiem: légitime, rechtmatig.
Liquidatie: liquidation, regeling, vereffening van zaken.
Liquidateur: persoon, die met de liquidatie belast is.
Liquideeren: liquider, afwikkelen, in orde brengen.
Malaise: slapte, gedruktheid in zaken.
Manifest: gewaarmerkte vrachtlijst.
Manoeuvre: kunstgreep, knoeierij.
Marge: 1) rand, 2) speelruimte tusschen 2 koersen.
Mélange: mengsel.
Mercantiel: Mercantile, handeldrijvend; op den handel betrekking hebbende.
Messagerie: dienst tot vervoer van personen goederen, Messageries maritimes: grootste Fransche transatlantische stoombootmaatschappij.


[p. 160]

Minutieus: minutieux, tot in kleinigheden nauwkeurig.
Missive: brief, ambtsbrief.
Montant: bedrag, beloop eener rekening.
Non-valeur: kwade post, van onwaarde.
Niveau: hoogte, rang.
Nouveauté: nieuwigheid.
Optie: option, vrije keus, voorkeur, premie-affaire.
Paniek: panique, plotselinge koersdaling, krach.
Parquet: gedeelte der beurs te Parijs, voor officiëele makelaars bestemd.
Part: aandeel; gedeelte.
Partageeren: partager, verdeelen; ieder zijn aandeel toewijzen.
Pécuniair: geldelijk, in geld bestaande.
Permanent: voortdurend.
Perpetueel: perpétuel, onafgebroken.
Perte: verlies.
Plein pouvoir: algeheele volmacht.
Pointeeren: pointer, 1) aanteekenen 2) vaststellen (van den betaaldag). 3) Bij de vergelijking van koopmansboeken de overeenstemmende posten aanstippen.
Positie: 't belang uitgedrukt in 't aantal aandeelen, dat men ge- of verkocht heeft (per rescontre).
Poste restante: op brieven; wordt van het postkantoor afgehaald.
Précair: onzeker, zorgelijk.
Préjudice: nadeel, schade.
Pretensie: prétention, aanmatiging; recht; schuldvordering.
Prime: premie.
Primage: premiegeld van den kapitein in de vracht.
Prolongatie: overeenkomst, waarbij iemand aan een ander voor een maand geld leent op effecten als onderpand, wier waarde minstens 10% hooger is dan het verschuldigde.
Promesse: orderbriefje, orderbiljet.
Prompt4: snel. In den handel vrouwelijk. substantief: ontvangtijd d.w.z. de tijd, die den kooper wordt toegestaan voor de ontvangst der goederen.
Provenu4: opbrengst.
Quarantaine: veertigtal; ligtijd voor schepen, die uit een besmette haven komen.
Realisatie: réalisation, verwezenlijking: het omzetten in klinkende munt.
Realiseeren4: réaliser, verwezenlijken; het omzetten in klinkende munt.
Réassurantie: réassurance, herverzekering.
Recapitulatie: récapitulation, korte herhaling.
Recapituleeren: récapituler, kort herhalen.
Reçu: bewijs van ontvangst.
Régie: het beheer van handels-bedrijven.
Rembours: terugbetaling, vergoeding.
Remise: overmaking van geld; naam voor een wissel ten opzichte van den endossant en den geëndosseerde.
Remisier: handelaar, die tegen commissieloon den officieelen commissionair in effecten beursorders verschaft.
Report: prolongatie-premie.
Reporteeren: reporter, overbrengen op een andere maand.
Représaille: weerwraak.
Request: verzoekschrift.
Respijt: uitstel van betaling.
Resumé: overzicht, kort begrip.
Retour: terug.
Retourneeren4: het afstaan van een gedeelte van de commissie of provisie, die de schrijver zelf bij 't tot stand komen der zaak geniet.
Revenu: inkomen, opbrengst.
Revers: zijde van een munt, waarop 't wapen enz. staat.
Semester: semestre, halfjaar.
Serie: reeks van opeenvolgende nummers.
Serieus: sérieux, ernstig.
Solidair: hoofdelijk; één voor allen en allen voor één.
Solide: degelijk.
Solvabel: solvable, in staat om te betalen.
Sommeeren: sommer, aanmanen, opeischen.
Sortiment: goederenvoorraad van dezelfde soort.
Souche: stok van een register; dat gedeelte der bladen, dat blijft zitten, nadat er de coupons zijn uitgeknipt.
Stationnair: stilstaand, bestendig.


[p. 161]

Stenographie: engschrift.
Subsidiair: in de plaats tredend van.
Succursale: hulpbank, bijkantoor.
Supplétoire: aanvullend.
Surplus3: overschot.
Surséance3: uitstel, opschorting van betaling.
Surtaxe: te hooge aanslag (in de belasting).
Talon: strook papier onder aan de coupon-bladen van effecten, die ingeleverd moet worden om een nieuw blad coupons te krijgen.
Tantième4: 't zooveelste. Aandeel in de winst.
Testamentair: den uitersten wil betreffend.
Textiel: textile, dat gesponnen of geweven kan worden. Textiel-industrie: spin- en weefindustrie.
Traite: naam van een wissel ten opzichte van den trekker en den betrokkene.
Usance: gebruik, gewoonte. Handelsgebruik, dat wettelijke kracht heeft verkregen.
Usurier4: woekeraar.
Valeur: waarde.
Vendu: openbare verkoop van onroerende goederen.
Viseeren: viser, nazien, voor gezien teekenen.
Volontair: volontaire, vrijwilliger, iemand die op een kantoor werkt zonder salaris, alleen om op de hoogte te komen.

Nederlandsche handelswoorden, uit het Duitsch.

Abrechnungsstellen: Deze instellingen hebben ten doel bij termijnzaken in goederen den oorspronkelijken verkooper direct tegenover den laatsten kooper te stellen, waardoor 't onnoodig van hand tot hand gaan van aanzeggingen geheel wordt voorkomen.
Fest und offen: tijd-affaire, waarbij de kooper bedingt, dat hij naast het gekochte bedrag aan fondsen, nog datzelfde aantal stukken tegen denzelfden koers zal mogen opvragen.
Krach: groote bankbreuk (1873).
Noch-geschäft: benaming (te Berlijn en Weenen) voor die tijdaffaires, waarbij de kooper bedingt, dat hij het recht heeft naast het gekochte bedrag aan fondsen, nog datzelfde aantal stukken tegen denzelfden koers te koopen.
Schwänze: corner, pool.
Warenhaus: groote bazaar.

Nederlandsche handelswoorden, uit het Engelsch.

Account (the): de liquidatie, welke te Londen tweemaal per maand plaats vindt en welke vier dagen loopt.
Accountancy: de wetenschap der rekeningen.
Accountant: betrouwbaar rekenkundige.
Account-day: de betaaldag der liquidatie.
Adjuster: bemiddelaar, regelaar.
Allotment: toewijzing van fonds bij inschrijving.
Allottee: persoon aan wien het fonds bij inschrijving wordt toegewezen.
Assessment: bijbetaling op aandeelen.
Average: middelbare berekening; schade; averij. Good average: goede middelsoort.
Averaging: een operatie, welke ten doel heeft om bij een speculatieven aan- of verkoop tot een gemiddeld lageren of hoogeren aan- of verkoopsprijs te geraken.
Avoirdupoi(d)s: Engelsch en Amerik. handelsgewicht, verdeeld in 16 ounces à 16 drams: 7000 troy-grains: 453.592 gram.
Backwardation; koersvermindering door gebrek aan stukken.
Barrel: Engelsche inhoudsmaat of gewicht. Eigenlijk: vat.
Bear: iemand, die op de daling der koersen speculeert.
Bland-dollar: zilveren dollar, genoemd naar Bland, die in 1878 deze munt als standpenning deed invoeren.
Board: directie, commissie van bestuur.
Board of Trade: commissie van toezicht op handel en nijverheid.


[p. 162]

Bonus: premie, extra-dividend. Een verdraaide Latijnsche beursuitdrukking.
Boom: tijdperk van groote activiteit, groote rijzing.
Broker: makelaar; koopman uit de tweede hand.
Brokerage: makelaarsloon.
Bucket shops: instellingen, die het publiek met hun attenties en reclames overstelpen om de speculatiezucht aan te wakkeren en zichzelf daardoor te verrijken.
Bukskin: zacht geel leer.
Bulk: inhoud van het ruim van een schip.
Bull: een haussier, die op de rijzing der koersen speculeert.
Bushel: maat voor graan. 1 bushel: 36.344 L.
Business: zaak, bedrijf, handel.
Cable transfer: kabel-wissel; wissel over-geseind langs de onderzeesche telegraafkabel.
Calico: soort geweven katoenen stof.
Call: oproeping tot voldoening eener storting.
Call money: vraag naar geld.
Cash: contant geld. Ook reken- en pasmunt in Indië en China.
Charter: oorkonde; voorrecht; inhoud of laadruimte van een schip; huur van een schip.
Charteren: to charter, een schip huren, bevrachten.
Chertepartij, charter-party: overeenkomst tusschen bevrachter en vervrachter.
Cif: c.i.f., cost, insurance, freight: met inbegrip van onkosten, assurantie en vracht.
Claim: aanspraak, eisch. Recht van voorkeur bij nieuw uit te geven leeningen.
Claim-note: debet-nota.
Clearinghouse: afrekeningshuis. Inrichting, waar de vorderingen, die bankiers en kooplieden in wissels en chèques op elkander hebben, worden bijeengebracht en vereffend.
Code: woordenboek van overeengekomen telegrafische woorden en teekens.
Coin: fra. coin, lat. cuneus, geslagen geld, muntstuk.
Common: gewoon; common share: gewoon aandeel; common stock: gewoon aandeelenkapitaal.
Consols: benaming voor bewijzen van geconsolideerde staatsschuld in Engeland.
Contango: de rente, welke bij prolongatie in rekening gebracht wordt, wanneer de stukken op den contangs-dag niet worden in ontvangst genomen.
Contango-dag: dag, waarop het fonds, waarover het gaat, moet aanvaard of geleverd worden.
Corner: hoek; toestand waarin baisse-speculanten kunnen geraken, wanneer het den haussiers gelukt hen in 't nauw te drijven, zoodat zij tegen sterk-opgedreven koers moeten inkoopen.
Corner: tijdelijke samenvoeging van speculanten, die voorraden opkoopen, van de markt terughouden en slechts bij kleine hoeveelheden verkoopen, om aldus schijnbare schaarschte te verwekken en groote prijs-stijging te verkrijgen.
Council of foreign bondholders: raad van buitenlandsche fondsenhouders.
Crossed cheque: chèque met twee evenwijdige lijnen op de voorzijde, waartusschen de naam van den bankier staat.
Crown: kroon. Engelsche zilveren munt van vijf shillings: drie gulden.
Curb-market: een vrije effecten-markt te New-York.
Currency: wettig betaalmiddel, zoowel specie als papier.
Cyclostyle: toestel om van geschreven stukken afdrukken te maken.
Deal: een corner door één persoon gedreven.
Dealer: handelaar, koopman.
Debenture: hypotheek; schuldbekentenis, waarvan rente en aflossing zijn gewaarborgd door bepaald daarvoor aangewezen onderpand.
Deferred: uitgesteld.
Delivery: handelen ‘for delivery’ geschiedt aan de Londensche beurs meestal ten behoeve van verkoopers van fonds, die niet in de gewone liquidatie kunnen afleveren. Men verkoopt dan ‘for delivery’: op een bepaalden datum.
Differences; verschillen tusschen aan- en verkoopen van fonds te Londen.
Drawback: teruggaaf van in- en uitvoerrechten.
Dull: flauw, slap.


[p. 163]

Eagle: Amerik. gouden munt van 10 dollars.
Exchange: omruilen, wisselen; als zelfstandig naamwoord: beurs.
Exchequer bills: schatkistbiljetten in Engeland, welke door tusschen komst van de Eng. bank worden uitgegeven.
Fair: billijk, oprecht.
Fair trade: wederkeerige bescherming.
Fancy-artikelen: weelde-artikelen.
Fashion: mode.
Fee: loon, salaris.
Fob: f.o.b.: free on board: vrij aan boord; zonder onkosten op 't schip leveren.
Free trade: vrijhandel.
Freight: vracht.
In full: zonder verdere onkosten of verhooging voor inladen enz.
Gallon: 4.54 Liter.
Gonje: gunny, zakken goed.
Grangers: Amerikaansche sporen, welke voornamelijk graan vervoeren.
Greenbacks: papieren geld in Amerika, zoo genoemd naar de kleur aan den achterkant.
Guinje: guinea.
Hammered: gehamerd. Wanneer een lid van de Londensche effectenbeurs zijn betalingen staakt, wordt daarvan kennis gegeven door twee beursbedienden, die met een houten hamer drie maal op hun zitplaats kloppen om de attentie te trekken.
Hogshead: Eng. maat voor vloeistoffen.
Hundredweight: Cwt: 50.8 K.G.
Imperial standard: in Engeland de wettelijke normaal-standard.
Inch: lengtemaat van 2.54 cM.
Indent: order voor goederen van een agent in 't buitenland met volledige opgave van bijzonderheden en conditiën betreffende prijs enz.
Index-numbers: methode om de gemiddelde prijsbeweging van het geld te meten.
Insider: ingewijde, iemand die op de hoogte is.
Instalment: storting, betalings-termijn.
Jobber: beursspeculant.
Keel: Engelsche kolenmaat: 21.54 ton.
Legal tender: wettig betaalmiddel.
Liability: verplichting, welke op niet-volgestorte aandeelen rust; schuld.
Limited: begrensd, bepaald. Toevoeging bij den naam van die Engelsche vennootschappen, waarbij de aansprakelijkheid op 't aandeelenkapitaal beperkt is.
Lloyd: maatschappij voor zeeverzekering.
Load: last, lading. Inhoudsmaat: 40 Eng. kub. voet.
Loan: leening.
Lock-out: uitsluiting; 't collectief gedaan geven aan werklieden.
Lombard street: naam van de Londensche effectenbeurs.
Long: Amerikaansche uitdrukking voor een haussier.
Mail: postverzending naar en van overzeesche gewesten.
Manager: directeur.
Margin: storting voor ontstaan prijs-verschil.
Maturity: vervaldag.
Mortgage: hypotheek.
Mortgage-bonds: pandbrieven.
On call: op aanvraag.
Order: bestelling van waren (vroeger uit het Fransch ontleend in den wisselhandel).
Patent: octrooi.
Pence: meervoud van penny.
Pool: (in Amerika) zie corner2.
Proxy: volmacht, procuratie.
Put: baisse-optie.
Receipt: ontvangst, bewijs, kwitantie.
Receiver: ontvanger, beheerder.
Receiver certificaten: schuldbrieven door den beheerder eener maatschappij uitgegeven om met de opbrengst daarvan de hoogst noodige uitgaven te kunnen bestrijden.
Ring: corner. Zie aldaar.
Royalty: aandeel in den verkoopsprijs.
Safe: veilig, zeker, buiten brandgevaar.
Safe-deposit: ijzeren of steenen brandvrije kluis.
Sale: verkoop.
Scrips: tijdelijke certificaten.
Self-balancing ledgers: sub-grootboeken, waaruit men door een sluitrekening op zichzelf een proefbalans kan opmaken.


[p. 164]

Settlement: vereffening, liquidatie.
Settlement days: liquidatie-dagen op de Londensche beurs.
Share: aandeel.
Short: Amerik. uitdrukking voor baissier.
Slump: plotselinge daling in koersen.
Stag: naam op de Londensche beurs voor personen, die bij de uitgifte op een nieuw fonds inschrijven, om het zoo spoedig mogelijk na toewijzing te verkoopen.
Stock: stam; voorraad, kapitaal, effecten.
Stock Exchange: effectenbeurs.
Stockbroker: makelaar in effecten.
Stockjobber: effectenhandelaar.
Stoploss orders: limites tot sluiting eener openstaande positie met beperkt verlies.
Stop-order: verkooplegorder, om tot een bepaalden prijs te verkoopen, ten einde grooter verlies te voorkomen.
Straddle (New-York): premie-affaire, waarbij de speculant die de premie betaalt, de voorwaarde stelt, dat hij de fondsen tegen den koers van den dag, waarop 't contract gesloten wordt, ontvangen of leveren mag.
Sysee-silver: Chineesch zuiver zilver.
Tank: waterbak; ijzeren petroleum-reservoir.
Tape: electrische machine, waarop men alle prijzen kan lezen gedurende den tijd, dat de beurs open is.
Ticket-day: dag waarop de tickets of briefjes tusschen koopers en verkoopers gewisseld worden.
Trade: handel, bedrijf, ambacht.
Trade-mark: handelsmerk.
Trader: koopman; koopvaardijschip.
Trade-union: vakvereeniging.
Truck: ruiling.
Truck-systeem: systeem waarbij de arbeiders in waren, in plaats van in geld worden uitbetaald.
Trust: ondernemers-vereeniging.
Trustee: beheerder van goederen of vermogen.
Type: vorm, model.
Typen: verkorting van typewrite: met de schrijfmachine schrijven.
Typewriter: schrijfmachine.
Typist: de persoon die met de schrijfmachine schrijft.
Unit: eenheid.
Warrant: pakhuisbewijs, pandbewijs. Document, waardoor men zich tegen schade vrijwaart.
Yard: Eng. lengtemaat: 0,914 M.

Merkwaardige echt Nederlandsche handelswoorden

Aam: vrachtmaat van 4 ankers.
Aanhalen: in beslag nemen.
Aanlappen: verkoopen.
Aanleggen: 't noodige verrichten om een schip te bevrachten naar een bepaalde haven.
Aanpraten: iemand door mooi praten iets zoo aannemelijk maken, dat hij het koopt.
Aansmeren: te duur verkoopen.
Aanzeggen: 't berichten aan den kooper, dat de door dezen op termijn gekochte goederen in ontvangst moeten worden genomen.
Afbrengen: weer vlot maken; in diep water brengen.
Afbrokkelen: (van koersen) gaandeweg lager worden.
Afmijnen: kooper worden door ‘mijn’ te roepen bij een verkoop.
Afpingelen: kleingeestig afdingen.
Afstappersgeld: schadeloosstelling aan de reizigers bij staking der reis.
Averij: alle schade, die het verzekerde schip overkomt in den tijd, die tusschen 't begin en het einde van het zeegevaar verloopt.
Aversie-koop: koop op den roes, en bloc.
Bediening: werk van den cargadoor bij 't laden of ontladen van schepen, waarvoor hij iets rekent.
Bekocht zijn: door den verkooper bedrogen zijn.
Belasten: op iemands rekening brengen.
Benaderen: beslag leggen op goederen, waarvan bij invoer geen of te weinig belasting betaald is.
Beschikken: in ontvangst nemen.


[p. 165]

Bijlbrief: schuldbrief, waarin wordt aangeteekend, hoeveel jaarlijks aan kapitaal en interest wordt afgedaan.
Bijlegger: schip, dat naar elders bestemd is, maar dat uit nood gedwongen is een haven binnen te loopen.
Bodemerij: overeenkomst, waarbij geld wordt gegeven op onderpand van 't schip of andere aan zeegevaar blootgestelde belangen, onder voorwaarde, dat bij aankomst van 't schip de schuldeischer zijn vordering op de verbonden voorwerpen zal kunnen verhalen. Gaan deze verloren op de reis, dan verliest de schuldeischer zijn recht of althans hij kan het tot geen hooger bedrag dan de waarde der goederen uitoefenen.
Boordvrij: de kooper verschaft scheeps-ruimte ter plaatse waar het goed ligt, de verkooper betaalt weegloon en overboord-werken. Boordvrij: gezond.
Dading: overeenkomst, vergelijk.
Dekken: zekerheid geven voor betaling.
Dekking: zekerheid, onderpand.
Dobberen: niet vast zijn (van koersen).
Doode hand (rechtstaal): goederen in de doode hand: welke toebehooren aan instellingen, zoodat zij niet door erfrecht kunnen overgaan op anderen en daardoor ontkomen aan successierecht.
Eensgevend geld: de som, die voor een bepaald stuk wordt genoteerd.
Fust: zak; overfust: overzak.
Gedegen: zuiver, onvermengd.
Gestort: los.
Gewijsde (rechtstaal): een vonnis, dat in kracht van gewijsde is ingegaan, is een vonnis waarvoor door 't verstrijken van den bepaalden termijn geen hooger beroep meer open staat.
Goedgewicht: korting, die groothandelaren toestaan als tegemoetkoming van den doorslag, die men in den kleinhandel geven moet.
Handlichting (rechtstaal): door handlichting kan een minderjarige meerderjarig worden verklaard.
Harpen: de tarwe, rogge over een harp (zeef) laten loopen om ze te zuiveren van onreinheden.
Inklaren: aangifte doen van de door een schip aangevoerde lading om de inkomende rechten te betalen.
Jan: (Amsterdam) benaming voor 't publiek op de beurs.
Kadraaien: 't af- en aanvaren van en naar op stroom liggende schepen om met de bemanning handel te drijven.
Kantje: vaatje. Een kantje haring.
Kaplaken: extra-premie, welke de scheeps-gezagvoerder ontvangt boven de bedongen vracht.
Kasceelen: ceelen, die voldoen aan de door de Amsterdamsche liquidatie-cassa gestelde eischen voor levering tegen termijn-contract.
Kaveling: bij een verkoop, de goederen die één koop vormen.
Kort papier: handelpapier, dat binnen weinige dagen na de acceptatie vervalt.
Kortzicht: koers voor wissels, die op korten termijn vervallen.
Zonder kosten: zonder proces. In geval van non-betaling mogen geen kosten voor protest gemaakt worden.
Kras: voorman, leider van een afdeeling werklieden.
Kreupele standaard: wanneer in een land, dat den dubbelen standaard heeft, de aanmunting van standpenningen voor rekening van particulieren is verboden.
Lading breken: beginnen te lossen.
Langpapier: tegenovergestelde van kort-papier. Zie aldaar.
Langzicht: koers voor wissels die op langen termijn vervallen.
Legger: 1) lijst, register, 2) inhoudsmaat.
Legorder: order geldig tot herroeping toe.
Levendig: de beurs is levendig; de zaken gaan vlug van de hand.
Lichter: vaartuig, bestemd tot berging en vervoer van goederen op korte afstanden.
Liefhebber: haussier. In de liefhebberij zijn: speculeeren à la hausse.
Lippen: 't door een makelaar handeldrijven in die artikelen.
Logboek: scheepsjournaal.
Looden: met een dieplood meten.
Lusteloos: de markt is lusteloos: wanneer er geen vraag genoeg is.


[p. 166]

Mis: jaarmarkt.
Monster: men onderscheidt:
Typemonster: hetwelk het algemeen karakter van een partij weergeeft en verstrekt wordt indien het
Koopmonster nog niet kan worden gezonden. Dit is het monster waarop gekocht wordt.
Uitvalmonster: het bevestigings-monster, hetwelk gezonden wordt, zoodra een koop tot stand is gekomen.
Onderwicht: 't te geringe gewicht van koopwaar.
Ongedekt: zonder zekerheid van betaling.
Ongelden: onkosten.
Openen: b.v. Lijnzaad opende vast of op termijn opende vast, doch later op den dag is een daling ingetreden.
Openbare koopvrouw: die onafhankelijk van haar man handel drijft.
Opzolderen: op zolder leggen.
Overslaan: ontvangen, nawegen en weer opslaan ten behoeve van den nieuwen eigenaar.
Paraaf: verkorte handteekening.
Piksel: minderwaardige boonen, door de koffiepiksters in de koffie-verlezerijen uit de partijen, zooals die uit Indië komen, uitgeschoten.
Plok: opgeld, dat bij openbare verkoopingen aan hem wordt betaald, die 't hoogst inschrijft of biedt.
Pluk: 1) oogst; 2) plok.
Prijshoudend: b.v. Partijen prijshoudend.
Redderen: de schade afnemen en de goederen in nieuwe zakken overstorten.
Roode getallen: interestgetallen, voorkomende in een rekening-courant betrekking hebbende op die posten, welke vervallen na den dag, waarop zij is afgesloten. (Die getallen worden met rooden inkt geschreven).
Rouwkoop: geld, dat men geeft, om een gesloten koop te vernietigen.
Schommelen: op en neergaan van prijzen, koersen.
Slap: de markt is slap: er is weinig vertier.
Sluiten: de markt sloot flauw of het slot was flauw.
Snaai: voordeel, winst.
Snaaien: heimelijk iets tot zich nemen, meer in rekening brengen dan werkelijk gekocht is.
Snees: twintigtal.
Spillage: datgene wat, gedurende de verzending, verloren gaat.
Stam-actie: oorspronkelijk aandeel.
Stijf: de markt is stijf; wanneer de goederen tegen den gevraagden prijs of hooger worden verkocht.
Stille uitslag: bijzondere korting bij zekere koopwaren. (Men hing stilletjes een gewichtje aan den arm der balans.)
De stoomende hoeveelheid: op stoomschip onderweg.
Storten en tarren ledigen en wegen van vaten enz. om de netto tarra te bepalen.
Storten en wegen ””
Strijkgeld, (Trekgeld): bedrag, dat men (op sommige plaatsen) bij een verkooping van huizen enz. als premie voor inzet of hooging betaald krijgt.
Strooman: iemand, die zijn naam leent voor een zaak, maar er niet financiëel bij betrokken is.
Stuwage: plaatsing van de goederen in een schip.
Stuwen: dicht opeenpakken.
Tarren: de tarra bepalen.
Toebeurs: gesloten beurs; betalen zonder geld.
Traag: met weinig kooplust; de markt is traag.
Trekken: een wissel op iemand afgeven.
Trekker: hij, die een wissel op iemand afgeeft.
Uitgestelde schuld: staatsschuld, die voorloopig geen rente afwerpt.
Per uitgifte: op levering na uitgifte.
Uitklaren: aangifte doen bij den fiscus van naar 't buitenland vertrekkende schepen en van de goederen erin.
Uitschieten: schiften; de mindere soort eruit halen.
Uitschot: 1) voorschotgeld, 2) minderwaardige soort.
Vast verloop: de markt heeft een vast verloop, is niet slap.


[p. 167]

Verhaal: schadevergoeding.
Verkavelen: in perceelen verkoopen.
Verlegen: door liggen bedorven.
Verschot: verscheidenheid van keuze.
Versnijden: vermengen, vervalschen (van vloeistoffen).
Vervrachten: een schip verhuren om goederen te verzenden.
Volgbriefje: machtiging tot afgifte van daarin genoemde goederen.
Voorzien: het herstellen van schade aan emballage, zoodat de goederen in goeden toestand kunnen worden verzonden.
Vraag: kooplust.
Vrij langs boord: alle kosten zijn voor rekening van den verkooper tot langszijde van de stoomboot.
Vrije hand: iemand de vrije hand laten: vrijheid van handelen geven.
Waarloos: alles wat ingescheept wordt om onbruikbaar geworden voorwerpen te vervangen (touwen, zeilen enz.).
Walkapitein: iemand, die aan wal toezicht houdt over de reederij.
Wan(adjectief): niet geheel gevuld; wanneer klaarblijkelijk aan den inhoud van de balen wat ontbreekt, spreekt men van wanne, en is 't verschil gering, van slappe balen.
Water: benaming voor die obligatiën, welke worden uitgegeven zonder eenig onderpand.
Wik: hoeveelheid, die in een stadswaag in één keer op de schaal gewogen wordt.
(de) Zeilende hoeveelheid of voorraad: op zeilschip onderweg.
 

Dat er in deze lijst verschillende vertalingen uit vreemde handelstalen ingeslopen zijn, kan ik wel vermoeden, maar niet afdoende bewijzen. Gaan wij nu van boven naar onder nog eens de verschillende handelskringen na. Eerst zullen we iets zeggen over de groote beursmannen en de taal der beurs-berichten. Daarna bespreken wij den handelsbrief en de advertenties, aan bijna alle klassen gemeen, om ten slotte even stil te staan bij de marktwelsprekendheid en de straatroepen, de reclame van den proletarischen koopman. Behalve de verregaande afhankelijkheid onzer handelstermen, toont onze handelstaal ook in haar woordvorming, zinbouw, woordenkeus en stijl nog zoo overtuigend duidelijk, dat de grootere handelskringen van den nieuweren tijd geheel en al internationaal zijn. Zoo komen, behalve in de jongenstaal, de studententaal en de rechtstaal vooral in onze handelstaal, allerlei afkortingen voor in verbijsterende mate. Men zie b.v.slechts blz. 15-23 in het Woordenboekje van D. Smit, en deze lijst is nog verre van compleet. Ik noem hier alleen 1o. de zoogenaamde initiaalverkortingen. Juist als in Italië, Duitschland en Engeland noemt men allerlei samengestelde uitdrukkingen met hunne als woordklanken aaneengeregen initialen: cif (sif): cost, insurance, freight; fob (fp): free on board; Agfa: Aktiengesellschaft für Anilinfabrikation; Hakatisten (Hansemann, Kennemann, von Tiedemann); Wotanlampen, gloeilampen met draden van een legeering van Wolfram en Tantal; Osram-lampen uit Osmium en Wolfram. Dit verschijnsel komt waarschijnlijk uit de Jodentaal. In de oudste Jodenduitsche geschriften komt dit reeds voortdurend voor. 2o. Hierbij zijn wij echter al overgegaan naar de willekeurige vorming van nieuwe namen. Die schieten tegenwoordig als paddestoelen uit den grond. Sommige herinneren nog min of meer aan bestaande woorden, andere schijnen

[p. 168]

er juist een eer in te stellen op niets ter wereld te gelijken. Ze zijn dan ook absoluut internationaal. De ‘Ulk’ gaf er laatst een vermakelijk lijstje van, dat wij bij de behandeling der reclame hierachter afdrukken. 3o. Nog vermakelijker voor den buitenstaander zijn de stoute brachylogieën der beursberichten. Zulk een personificeering hadden wij hier niet verwacht.

 

Suiker kalm. Raapolie vliegend ƒ33. Tin bleef deze week zeer vast gestemd en sluit willig. Biet opende laag, herstelt zich later, sluit vast. IJzer was loom, lood gemakkelijker. Lijnzaad zeer vast en opgewonden. Appelen en pruimen met meer attentie. Hars was sterk fluctueerend. Koolzaad verkeert voortdurend in vaste stemming. Nationale Staatsfondsen iets luier. Het aanbod bestond uit cross-breds waarop Engeland in 't bijzonder reflecteerde. De fraaie Victoria-wol ging tegen volle prijzen in Continentale handen over. Wol van goede stijl blijft levendig gezocht. Het Continent toonde meer belangstelling in merinos. België gaf goeden steun aan de scoureds. Suikermarkt flauw. Geraffineerd kalm. Warm weder. Bewolkte lucht. Palmolie met meer vraag. Indigo zonder afdoeningen. Raapolie is vast doch stil. Oude oogst flauw. Lijnolie was deze week kalm gestemd. Thee Ceylon vast met algemeene attentie. Ook rogge kon verbeteren. Supermeel in de tolstad prompt ƒ27.50. Partijen Indische gezocht.

 

Men vindt er ook nog berichten over koffiestemming, locostemming, termijnstemming, enz., en al die stemmingen zijn dan beurtelings levendig of lusteloos, slap of vast, kalm of stijf, vlug of lui, stil of traag, loom of opgewonden. De koersen dobberen, schommelen, gaan op en neer, zijn gedrukt, tendeeren omlaag, stijgen plotseling, worden neergeworpen, houden zich of verstijven zelfs, klimmen en vliegen of brokkelen af. Sic. 4o. Sommige constructies klinken zeer ouderwetsch naar de rechtstaal heen: Noorsche vetharing bedingt KKK 48 à 49. Vette varkens gelden ƒ0.54 per K.G. De inversie na en vertoont zich ook hier: de stemming der markt was flauw, en ging er zoo goed als niets om. Suiker op grootere schaal aangeboden en werden hiervan zelfs posten afgegeven van 3,36 cents. Zelfs het juweeltje dezelve blinkt hier nog in ongerepten glans: de spiritusmarkt bleef onveranderd evenals de prijzen, dezelve zijn:.... Al deze voorbeeldjes noteerde ik uit de Beurs- en Handelsberichten van slechts 4 of 5 dagen in een onzer groote bladen.

Het allervoornaamste genre van koopmansstijl wil ik hier nog iets nader beschouwen: den koopmansbrief of de handelscorrespondentie. Het woord brief is een Latijnsch leenwoord uit breve ontstaan, en dat is waarlijk geen toeval. Breve is een verkorting van breve scriptum. d.w.z. kort geschrift. Welnu. Deze breven waren aanvankelijk alleen oorkonden van de kanselarijen, zoowel kerkelijke als wereldlijke. Voor pauselijke brieven is deze Latijnsche naam nog heden bij alle Christelijke volken in zwang. Gelijk wij boven zagen hebben zich nu uit deze Latijnsche oorkonden vooral, dank zij de Hanze, in de 13de eeuw eerst de Latijnsche, en later in de 14de eeuw de Nederduitsche en Nederlandsche koopmansbrief ontwikkeld. Nog in de 15de

[p. 169]

eeuw is de omlijsting van den Nederlandschen brief heel en al Latijn. 1o. het adres: honorabili viro; 2o. de datum: datum of scriptum; 3o. het jaartal: anno Domini; 4o. het onderschrift: vester totus, vester humilis, paratum in omnibus obsequium enz. enz. En nog thans herinneren allerlei eigenaardigheden onzer correspondentie aan den Latijnschen kanselarijstijl: ook wij spreken nog van datum, van geachte en zeer geachte heer, ook wij teekenen nog totus tuus of dienstwillige dienaar, enz. In de 16de en 17de eeuw kwam met het verval van den adel, en de opkomst der burgers, een heele titulatuur-verschuiving in de briefwisseling. Vooral de vleiende Joodsche handelaars hebben hier invloed. Een groot handelsman werd: hoogwelgeboren of hoogedelgeboren of eerentfest; weledel is bij ons thans zoowat het allerminste wat men op iemands adres van hem zeggen kan. Maar niet alleen in de titels, ook in de keuze der zinswendingen voor de gewone aanloopjes en sluitzinnen, betrachtte de koopman nog eeuwenlang tot op den dag van heden, een traditioneele breedsprakigheid, die des te opvallender uitkomt, daar hij overigens in de eigenlijke bestelling of factuurmededeelingen een verregaande beknoptheid in acht neemt, en zich allerlei uitlatingen veroorlooft, ja soms een telegramstijl nastreeft, en deze tweeslachtigheid in den handelsstijl zal voorloopig ook wel niet veranderen. Daarvoor liggen de psychologische gronden van beide verschijnselen, te diep en te breed in het wezen van zijn koopmanschap geworteld. Van den eenen kant toch is een koopman altijd karig op zijn tijd en heeft dus alleen aandacht voor het voornaamste, zoodat bij hem, maar om heel andere redenen, ook een soort Creoliseeringsproces merkbaar is. Maar van den anderen kant moet hij zijne klanten naar de oogen zien, hij mag hen niet afstooten door ongewone afwijkingen, hij moet beleefd zijn, ook al kost dat eenige plichtplegingen en kostbaren tijd. Maar juist die practijk om zoo beleefd en toch zoo kort en tevens zoo duidelijk mogelijk z'n handelsberichten in te kleeden, heeft den koopman tot een taalpsychologische ontdekking geleid, die tot op den dag van heden in alle grammatica's gemist wordt: ik bedoel het onderscheid tusschen het psychologisch onderwerp en het psychologisch gezegde. Om zijn brief namelijk gemakkelijker lees- en verstaanbaar te maken, schrijft de handelsman niet alles zoo maar achter elkander, maar maakt allerverstandigst van de ruimteverdeeling op z'n briefvlak gebruik, om den lezer altijd op dezelfde plaats dezelfde onderdeelen van z'n bericht te laten terugvinden. Zoo is het met het hoofd van den brief, den datum, de cijfers, de bestellingen, enz., maar zoo gaat het bovenal met het psychologisch onderwerp en gezegde. In afwachting van ons vijfde deel, dat hierover in den breede zal onderrichten, verwijs ik den lezer naar De Nieuwe Taalgids Deel V, 1911 blz. 273 vlgd. en Deel VI, 1912 blz. 132 vlgd. Drukken wij daartoe eerst eenige brieven af uit Bergman-Eymael: Nederlandsche Handelscorrespondentie.



[p. 170]

28. Kooper doet verzendingsopgaaf aan verkooper.

 

Amsterdam, 14 September 1903.

 

Den Heer K.M. van Beveren,

Hoorn.

 

Mijnheer,


Van onzen inkoop, dato 25 Augustus l.l., hebben wij nog van U te ontvangen: ... Psych. subject
50 balen prima 1903 bruin mosterdzaad. ... Psych. praedicaat
Wij verzoeken U hierdoor beleefd deze te willen merken met ... Psych. subject
1/50 ...Psych. praedicaat

 

en vrij langs boord te doen bezorgen aan de Hamburger boot, welke Woensdag a.s. van hier vertrekken moet.
Bericht van afzending zien wij gaarne tegemoet. Wij zullen zelf zorgen voor het uitschrijven der connossementen naar Hamburg en der verder voor de inlading benoodigde papieren.

 

Hoogachtend,

Korteweg & Co.

 

 

35. Bank zendt verkooper remise voor rekening van kooper.

 

Weenen, 28 Juli 1903.

 

Den Heeren Kinsbergen & Co.,

Nijmegen.

 

Mijne Heeren,


In opdracht en voor rekening van den Heer Stanislas Zdansky, te dezer stede, zenden wij U hierbij; ... Psych. hoofdsubject
ƒ1500.30 in een chèque op Amsterdam, ... Psych. hoofdpraed.
tot vereffening van een bedrag van ... Psych. bijsubject
Kr. 2974.34 ... Psych. bijpraedicaat

 

Gelieve genoemden Heer voor dit bedrag te crediteeren en ons de goede ontvangst dezer remise te melden.

 

Hoogachtend,

Wiener Bank.

Chèque

D. Deutschmann. C. Kalb.



[p. 171]

43. Importeur doet aanbieding van Amerikaansche artikelen.

 

Amsterdam, 18 September 1903.

 

Den Heeren W. Nederhorst & Zoon,

 

Amsterdam.

 


Wij hebben de eer, U te berichten, dat wij in de gelegenheid zijn, U aanbiedingen te doen in artikelen van Amerikaansch fabrikaat. Mocht U een van de volgende kunnen gebruiken, dan zal het ons aangenaam zijn, U prijsopgave te mogen zenden van: ... Psych. subject

 


Schrijfmachines, Machinerieën, ... Psych. praedicaat
Naaimachines, Gereedschappen,    "
Rijwielen, Phonografen,    "
Rijwielonderdeelen, Phonograafbenoodigdheden.    "

 


Tegenwoordig verkoopen wij zeer veel phonografen en kunnen U daarin de volgende bijzondere aanbieding doen:  ... Psych. subject

 


1 deugdelijke phonograaf, compleet voor ƒ12.- min 10% commissie. ... Psych. praedicaat
12 goed gesorteerde rollen.    "    "

 

Gaarne ontvangen wij Uwe aanvragen en zullen zonder twijfel in staat zijn, ze met voordeelige aanbiedingen te beantwoorden.

In afwachting Uwer geëerde orders,

 

Hoogachtend,

C.B. Westerling & Co.

 

 

77. Exporteur antwoordt handelsagent omtrent fabrikanten- en artikelenlijst.

 

Amsterdam, 8 Juli 1903.

Den Heer P. de Wal,

Alhier.

 


Van de door U gezonden fabrikanten- en artikelenlijst
is 't volgende voor ons van belang:
... Psych. subject

 


Rijstlepels, Joh. Müller,
Schalke.
... Psych. praedicaat
Kant, Weinmann & Cie.,
Elberfeld.
   "
Messen (speciaal goedkoope), Max Fürbringer,
Solingen.
   "
Stormlantaarns, Gebr. Koch,
Oberleiterbach.
   "

 

De monsters hiervan gelieve U ons omgaand te doen toekomen. Het ons gestuurde monster van flanel ontvangt U bijgaand terug; het genre is voor onze vrienden niet geschikt.

 

Hoogachtend,

F. Kleinen en Zoon.



[p. 172]

95. Buitenlandsch huis verzoekt aan Hollandschen exporteur om offertes van boter in blikken.

 

Frankfurt a/M. 18 December 1903.

Den Heer Bernh. Bolleman,

Meppel.

 


Wij vernemen, dat Uwe merken natuurboter in de Nederlandsche koloniën zeer gewild zijn, en zouden daarom gaarne Uwe uiterste prijsopgaven ontvangen voor Export-boter in: ... Psych. subject

 


dubbele vaatjes van 5 Kilo ... Psych. praedicaat
blikken van 1 Pond    "
blikken van 2 Pond    "
blikken van 3 ½ Pond    "
en blikken van 10 Pond    "

 

Prijzen te stellen fob. van eene Hollandsche haven, netto Cassa, betaling tegen overgaaf der documenten per chèque op eene Bank te Amsterdam of Rotterdam.

Gelieve ons 2 blikken van 1 pond als monster te doen toekomen.

 

Hoogachtend,

Blach & Werdersheim.

 

 

162. Agent gaat accoord met gezonden provisie-rekening.

 

Rheijdt, 18 Juli 1903.

Den Heeren F. Claessens & Co,

Maastricht.

 

Boekhouding. Wij kwamen in het bezit van Uwe letteren van eergisteren met Provisie-nota over het eerste halfjaar en hebben deze nagezien en accoord bevonden.


Dientengevolge hebben wij Uwe rekening belast met: ... Psych. subject
ƒ322.45 per 31 Juli. ... Psych. praedicaat

 

Hoogachtend,

Hirschfeld & Co.

 

Men ziet het duidelijk in de aangehaalde brieven; de bewuste synthese in het koopmanshoofd geldt hier niet ik of wij en de heele rest van den zin; maar de eerste zinhelft, gewoon doorgeschreven, en de tweede zinhelft, op een nieuwen regel, midden in den brief gezet. Het eerste stukje geeft altijd aan, waar het over gaat, het tweede wàt er nu eigenlijk van ìs. Wij zien hier ook al aanstonds dat soms nevenschikkend twee zulke synthesen achter elkaar volgen, maar dat in andere gevallen, een der beide synthesen over de andere domineert, zoodat we naast een hoofdsynthese met hoofdsubject en hoofdpraedicaat, een bijsynthese met bijsubject en bijpraedicaat aantreffen. In de bovenstaande brieven stond altijd het psychologisch subject voorop. In andere gevallen staat het erachter. Veelal echter staat het psychologisch praedicaat tusschen het begin en het einde van het psychologisch subject ingeklampt.



[p. 173]

33. Verkooper verzoekt kooper het hem toekomend bedrag bij eene bankinstelling te storten.

 

Amsterdam, 20 Juli 1903.

Den Heer Arend de Jong,

Zwolle.

 

Mijnheer,


Wij hebben het genoegen, U hierbij factuur te doen toekomen over 20 balen koffie, welke heden per boot, zonder assurantie, aan Uw adres werden verscheept, en verzoeken U het bedrag daarvan: ... Psych. subj. 1ste helft.
ƒ854.35 ... Psych. praedicaat
te willen storten in het credit onzer rekening bij de Overijselsche Bank, a costi. .. Psych. subj. 2de helft.

 

Onder aanbeveling voor Uwe verdere orders,

 

Hoogachtend,

Gebrs. Siedenburg.

Factuur.

 

 

34. Verkooper verzoekt kooper, het hem toekomend bedrag ter beschikking te houden van eene bankinstelling.

 

Amsterdam, 25 Juli 1903.

Den Heeren Nieuwerkerk & De Ruyter,

Alhier.

 

Mijne Heeren,


Hierbij zend ik U mijne rekening over 320 St. buffelhuiden en verzoek U het bedrag daarvan: ... Psych. subj. 1ste helft.
ƒ4023.65 ... Psych. praedicaat
ter beschikking te willen houden van de Twentsche Bank Vereeniging, welke daarover per quitantie zal disponeeren. ... Psych. subj. 2de helft.

 

 

Hoogachtend,

D. Meulevelt.

Rekening.

 

 

32. Expediteur verzoekt verkooper levering van goederen ter verzending aan kooper.

 

Amsterdam, 3 Juli 1903.

Den Heeren Hemsing & Co,

Amsterdam.

 

Mijne Heeren,


Volgens bericht van de Heeren Talsperr & Schmüll te Dresden, heb ik van U te ontvangen: ... 1ste Psych. subject
36 balen Koffie ...1ste Psych. praed. en tevens 2de psych. subj.
welke ik U beleefd verzoek te willen bezorgen, goederenloods Staatsspoor, Kadijk, in samenlading, te adresseeren met B.S. II.  1)   2)   aan de heeren Talsperr & Schmüll te Dresden. ... 2de Psych. praedicaat

 

 

Hoogachtend,

B. Leeuwenstein.

 1)  Het verrichten van de noodige douane-formaliteiten, om goederen, welke van het buitenland worden ingevoerd of in entrepôt opgeslagen liggen, in ontvangst te kunnen nemen.
 2)  B.S. II = Begleitschein zwei.


[p. 174]

Eéne conclusie houden wij hier voor onze latere ontleding vast: de grammatisch-logische zinsontleding, stemt volstrekt niet altijd met de werkelijke synthese, van het natuurlijk psychologisch denken overeen. De eerste kan haar nut hebben, om aan kinderen den bouw onzer taal duidelijk te maken, de tweede alleen is belangrijk om den werkelijk bedoelden inhoud te verstaan. Dat toont ons de praktische Nederlandsche koopman, in het systeem van zijn brìefindeelingen beter, dan alle oude Nederlandsche grammatica's te zamen. Laten wij er echter oogenblikkelijk bijvoegen, dat dit geen eigenaardigheid is van de Nederlandsche koopmanstaal alleen, maar evengoed in Fransche, Duitsche, Engelsche, Spaansche en Italiaansche handelsbrieven voorkomt. Mijn vermoedens over het ontstaan dezer zeer praktische methode gaan daarheen, dat de Joden, die in het Hebreeuwsch een ontleding kenden veel rationeeler dan de onze, en die later bij de Arabische grammatici tot de theorie van de begin-notie en eind-notie uitgroeide, hier gelijk in zooveel andere eigenaardigheden der handelstaal, weer wel de Urhebers zullen geweest zijn. Men zou mij ten slotte kunnen tegenwerpen, dat er toch wel handelsbrieven te vinden zijn, waarin het zoo in het midden geschreven stukje niet het psychologisch praedicaat is. Ik geef dat gaarne toe: overal komen analogische verschuivingen en complicaties voor (zie het laatste voorbeeld), en het is duidelijk dat hier de functie van psychologisch praedicaat, dat als inhoud gewoonlijk de opgaaf der waar of der geldsom bevat, wel eens uit het oog verloren wordt, en onbewust de neiging ontstaat om alle waren- en geldopgaven, zoo op een nieuwen regel in het midden te schrijven; maar toch zal de juistheid mijner constateering beaamd worden door allen, die met eenig verstand van zaken een betrekkelijk groote verzameling echte koopmansbrieven op dit punt onderzoeken, en zie ik zonder eenige ongerustheid hunne controle tegemoet. Trouwens, dit idee is niet het eerst bij mij opgekomen, maar reeds te vinden bij L. Wendelstein: Die Sprache des Kaufmanns und seìner Korrespondenz Leipzig-Berlin 1912. Menig détail van dit hoofdstuk ontleende ik verder nog aan A. Schirmer: Wörterbuch der deutschen Kaufmannssprache, Strassburg 1911. Natuurlijk zijn deze weinige bladzijden over den handelsbrief slechts een voorloopige schets. Wie de ontwikkeling onzer Nederlandsche handelscorrespondentie uitvoerig wil nagaan, zal behalve vele oorspronkelijke brieven ook zeker de brievenboeken niet mogen voorbijzien. Daarvan zijn er ons uit de vorige eeuwen nog verschillende bekend, zoo de vermeerderde Nederduitsche Secretaris van Mostaert, de Volmaakte Secretaris, de Ghemeene Send-Brieven met Contracten, Obligatiën, Quitantiën, enz. Amsterdam 1662, en de Zendbrieven van de la Serre, 't Nieuwe geopende kabinet van Hoogen Nederduitsche Koopmans en andere brieven, Amsterdam 1750.

Ik meen, dat ik hiermee ook in de taal heb aangetoond, wat ik in het begin van dit hoofdstuk over den handelsman in het algemeen opmerkte: dat hij uitmunt

[p. 175]

door een actueele, praktische, realistische, psychologische scherpzinnigheid. Wat de grammatici met al hun ontleden van duizenden en nog eens duizenden irreëele en onmogelijke zinnetjes niet konden vinden, dat ontdekten de generaties van kooplieden te midden hunner drukke zorgen, in hun zucht om praktisch kort en duidelijk te zijn voor hunne leveranciers of klanten.

Ook bij een tweede blijk van die psychologische scherpzinnigheid wil ik nog even stilstaan: ik bedoel den geest van reclame. Ik ga op de uiterlijkheden nu niet in, en laat de kameelen met hun sigaretten stilletjes voorbijgaan, ik spreek zelfs niet van het aandacht-trekken door den vetten of omgekeerden druk in advertenties, maar ik bepaal me tot het aanprijzen der waar in gewone taal. Allerlei fijn verzonnen psychologische middelen neemt hierbij de moderne handelsman te baat. Hij versmaadt het vaak niet, het argelooze publiek te imponeeren met een bluf van nul komma zes, of met een fiere uiting van zelfbewuste superioriteit; de verschillende firma's steken elkander met glorie of slimheid den loef af, en speculeeren op de klein-menschelijke neigingen hunner afnemers: de angstige, de lekkerbekken, de ijdeltuiten enz. Nu eens nemen ze de lezers beet met den aanloop van een verhaal, of een interessant quasiwetenschappelijk praatje, om dan met een salto mortale onder te duiken: in de overplassende voortreffelijkheid hunner eigen koopwaar; dan weer worden ze door een vlaag van menschlievendheid schijnbaar zoo week, dat ze hun koopers op den schouder kloppen, en heel in vertrouwen hun goeden raad geven, dàt ze zich toch wachten voor de misleidende praktijken hunner concurrenten. Een nog fijner kunstmiddel zijn de gemakkelijke of verbluffende redenaties, waarmee zij, al raken ze soms kant noch wal, vele domme menschen tot diep (!) nadenken brengen: over de voortreffelijkheid van hun product. Ook de suggestie van tot litanieën uitgedijde repetities en als tooverspreuk fascineerende neologismen hebben dikwijls evenveel succes als de humoristische, poëtische of oratorische bevliegingen, die men er bijwijlen aantreft.

Voorop een enkele opmerking over den grammaticalen vorm van sommige onzer advertenties. Het opvallendste kenmerk is, dat er bijna geen verbindingswoordjes of hulpwerkwoorden worden gebruikt. Een | beteekent: dat òf door verschil van letter of nieuwen regel een soort scheiding wordt aangegeven.

 

I. GRAMMATISCHE VORMLOOSHEID. 1. Gezonde kost | Echte Deventer Koek van... - 2. Longines | Meest betrouwbare Chronometer. - 3. Waltham | De ware tijd. - 4. Amer Picon | Aangenaam en verfrisschend versterkingsmiddel. - 5. Rijwielen | Goedkoopste Adres... - 6. Hercules | Smakelijk als geen andere cacao. Monsters op aanvraag verkrijgbaar. - 7. Thee E. Brandsma. - 8. Gevraagd | een net Dagmeisje. - 9. Winkel-juffrouw gevraagd. - 10. Te Koop | een ezelkar. - 11. Te huur | een benedenhuis... - 12. Prijs per flacon ƒ1.20. - 13. Parapluies van af ƒ2 en hooger. - 14. E. Baters, Grondsteeg. Te beginnen met a.s. Maandag | Groote Winteropruiming. Belangrijke prijsverlaging in alle afdeelingen. - 15. Prins Frederik Biljards | De beste | Oudste Adres. - 16.

[p. 176]

N.V. Electrische Boekbinderij, Speciaal ingericht voor kantoorboeken. - 17. Kantoor en Magazijn | Pepergas 9-11, Hoofddepôt | Rokin 5. - 18. Verschenen bij J. Pietersen: Het land der Droomen door J. Vermeer. - 19. Ruime keuze in de Nieuwste Modellen. | Uitsluitend Prima kwaliteiten. | Billijke Prijzen. | Gemakkelijke Pasvorm. | Maat- en Reparatie-Inrichting aan huis. - 20. Victor Sapers koffie. | Heerlijke Aroma. | Bijzonder voordeelig in 't gebruik. - 21. Prima consumptie | Billijke prijzen | Gezellige zalen | Riant tuinterras | Prachtpanorama over het landgoed... - 22. Manoeuvre-Chocolaad | Het beste merk | Fabriek te Breda. - 23. De huid als een hoop vuur. | Ontzettende Marteling! Ondragelijke pijn. | Dagen dat het geheele lichaam één klomp vuur gelijkt | lange nachten en rustelooze kwellingen | daarna oogenblikkelijke verlichting! | De huid verkwikt en verfrischt | alle branding en jeuk verdwenen! | Duizenden getuigen dit. - 24. Reusachtig voordeelige prijzen | Enorme keuze | Prima goederen. - 25. Hermans in de ... Keizerstraat | Byouterieën, lederwaren. - 26. Berijdt Bakkers banden. | Zijn duurzaam | snel | vertrouwd. - 27. Plancius' Karnemelkspap. - 28. van Rijn's Mosterd | Utrecht | de beste. - 29. Wierook | Blommesteyn | Apotheker | Nijmegen | Essences. - 30. Solo Margarine | in de fijne keuken. - 31. Torpedo-vrijwielremnaaf | de beste. - 32. Monsters en prijs op aanvraag. - 33. Succes verzekerd. - 34. In 't begin welkom, op den duur onafscheidelijk.

 

II. BLUF. 1. Elk rechtgeaard H.B.S. 'er gebruikt Kwatta's Manoeuvre-Chocolaad.- 2. De tand des tijds heeft geen invloed op hout, steen, metaal enz. als deze met Velvine beschilderd zijn. - 3. Reusachtige prijzen voor export-varkens besteedt K. Derksen. - 4. Favoriet tablet | tien verschillende smaken. - 5. Een schat voor Dames en Dochters. | De Praktische Knipkunst, | Volledige Handleiding om zonder vakkennis de geheele Garderobe voor Dames, Meisjes en Jongens, ook Linnengoed, naar elke Mode, voor ieders smaak, op de eenvoudigste wijze volgens practicale Amerikaansche manier en tot nu toe onbereikt stelsel te leeren knippen en garneeren. | Geen Kostuumschool meer, geen mondeling Onderwijs meer noodig. Elke Dame, elke Dochter dadelijk volmaakte Coupeuse; met behulp van deze handleiding onmiddellijk Tailles, Blouses, Ochtend-, Gezelschap- en Reformjaponnen, Rokken van verschillenden aard, Mantels, Capes, Meisjes-, Kinder- en Jongensgarderobe, benevens Linnengoed.-6. Reuzenvoorraad boeken vindt men steeds bij...-7. Attentie! | Kenners roemen om strijd...'s worst en fijne vleeschwaren | delicatesse-spek | echte harde boerenmetworst. - 8. Onvergelijkelijk schoon | Deze uitvinding brengt een geheele omwenteling in de spreekmachines. | Gelijk een spiegel, die getrouw het beeld weerkaatst geeft dit instrument de gevoelens der artiesten en de muziek in al haar schoonheid weer. | Geen naaldverwisseling meer. | Speelt met onverslijtbaren saffier! Brengt alle toehoorders in verrukking en is het toppunt van volmaaktheid. | Alle andere spreekmachines verkwijnen. - 9. De zolders kraken. | De muren scheuren. | Kolossale enorme opruiming. | Alles fonkelnieuw. | Boeken die handen met goud gekost hebben, nu voor centen. Alles tegen balans-taxatie.

 

III. ZELFBEWUSTE SUPERIORITEIT. 1. Zonder knetteren, walmen of flikkeren brandt Verkade's Waxine-nachtlicht het aangegeven aantal uren. Het is een nachtlicht waarop ge kunt vertrouwen. - 2. Stelio | steeds kampioen. | Daar kan de concurrentie niets aan doen. - 3. Het groote geheim der Stelio-sigaretten is de zuivere melange. - 4. Het wereldmeesterschap in de horloge-industrie eindelijk veroverd. - 5. Populair en spreekwoordelijk gezegde van de ontelbare Fongers-berijders: het zijn de beste fietsen. - 6, Het is bekend, dat er voor goud, zilver en diamanten geen beter adres is dan... - 7. De Gioconda | Van Houten's cacao | beide wereldberoemd. - 8. Boldoot's Dubbel Blank | het geheim van een

[p. 177]

heldere keuken. - 9. Hoe critischer de kooper onze kleedingstukken bekijkt, hoe liever het ons is. | Wij zullen het van concurrentie-artikelen altijd winnen. - 10. Een verstandige huismoeder zorgt steeds dit huismiddel bij de hand te hebben.- 11. Wij hebben bij u een goeden naam en zullen wel oppassen dien te verliezen.- 12. Gebruikt U Cacao? Ja? Dan betaalt U te veel voor de kwaliteit die U ontvangt. | De kwaliteit is onze reclame. - 13. Olanda Cacao heeft een aroma en fijne smaak, die u bij andere merken nooit zult vinden. - 14. Penkala vulpenhouder met 14 kar. gouden pen en Iridium-punt is een juweel. - 15. Het geschenk van alle tijden. | Boldoot Eau de Cologne | Het beste en eêlste dat ik Uedele kan offreeren | Zooals dezelve van herwaart over door Uedeles Famille geëmployeerd wierdt. - 16. De naam Vredestein op uw rijwielband waarborgt duurzaamheid en elasticiteit. - 17. Een rijwiel met veerende voorvork is in de rijwielindustrie het neusje van den zalm. - 18. Utrechtsche Levensverzekering-Maatschappij. | Maliehuis. | Verzekerd Bedrag ruim ƒ34.000.000.

 

IV. ELKANDER DEN LOEF AFSTEKEN. 1. Alle boeken geannonceerd door Bollen, Cohen en anderen zijn tegen denzelfden prijs verkrijgbaar bij... - 2. Ringlagers deugen niet behalve die van...- 3. Onze lamp geeft bij gelijk stroomverbruik 50% meer nuttig licht dan iedere andere metaaldraadlamp. - 4. Er zijn meer soorten banden voor den prijs van ƒ5.50 te koop, doch er zijn weinig banden, die aan een groot uithoudingsvermogen tevens een groote snelheid paren zooals Swifture. - 5. Veel wordt als rij-wiel aangeboden dat eigenlijk verkoop-wiel moest heeten. Een rij-wiel in den echten zin des woords is alleen ons... - 6. De Jong's Daalders Gloria Cacao. - 7. Driessen's Daalders Cacao de beste. - 8. Kwatta is de fijnste Daalders Cacao. - 9. Er is maar één Daalders Cacao beter dan alle andere: Flick's Cacao de allerbeste. - 10. Blooker's Daalders Cacao, de Cacao van het heden en de toekomst. - 11. Ik lach omdat ieder beweert, dat zijn systeem van vulpenhouder de beste is. Probeer u Klio eens. - 12. Hoesters zuivert Uw keel, verwijdert de vastzittende slijm, vernietig de ontsteking veroorzakende ziektekiemen, genees de ontstoken slijmvliezen en weldra zal Uw hoest genezen zijn. Misschien zijn er middelen, welke Uw keel reinigen, misschien zijn er middelen, welke de ziektekiemen dooden, misschien zijn er middelen, welke de ontstoken slijmvliezen genezen, doch stellig bestaat er slechts één geneesmiddel, dat al deze eigenschappen in zich vereenigt, in enkele dagen Uw hoest grondig en blijvend zal genezen en U voor verdere gevolgen zal vrijwaren. Dat onschatbare middel is de Abdijsiroop. - 13. Het is onverantwoordelijk een automobiel-lastwagen te koopen zonder den Büsing gezien te hebben.

 

V. SPECULEEREN OP KLEIN-MENSCHELIJKE NEIGINGEN 1. ANGST. 1. Deze watten zijn het zekerst werkend middel tegen alle pijnen en ongemakken door gevatte koude ontstaan bijzonder voor de zoozeer gevreesde plaag rhumatiek, kiespijn, tandpijn, schouderpijn, spierenpijnen in nek, armen of beenen enz. enz. Bij het heerschende weer kan men spoedig van die booze pijnen verlost zijn door het gebruik mijner sinds 50 jaren veelberoemde watten. - 2. Lijdt gij aan rugpijn, hoofdpijn, duizeligheid, prikkelbaarheid, slapeloosheid, vermoeidheid reeds 's morgens bij het opstaan? Dit wijst er op, dat de nieren niet meer geregeld de schadelijke onzuiverheden uit het bloed afscheiden. De gevolgen hiervan zijn verschillend naar gelang van het gestel van den lijder, want de onzuiverheden tasten eerst het zwakste punt van het gestel aan. Bij eenigen tasten zij de spieren en weefsels aan en veroorzaken zij pijn in den rug, de zijden, de schouders, de armen of beenen, en zwellen de gewrichten op (rheumatiek, jicht, ischias, zenuwpijnen). Bij anderen kristalliseeren de onzuiverheden zich in de nieren of blaas en vormen zij graveel, aangeduid door troebele of beslagen urine, bezinksel in het water, hetwelk de urinewegen aantast en leidt tot pijn in den onderbuik, voortdurende aandrang tot loozing, branderige pijn,

[p. 178]

verstopping der urinewegen en later tot niersteen. Ook kan het zich voordoen, dat het water niet wordt afgevoerd, waardoor blazen onder de oogen, opzwellingen der voeten, enkels, polsen, beenen enz. gevormd worden (waterzucht), terwijl het ook kan voorkomen, dat het levendgevend eiwit ongestoord het lichaam kan verlaten (albuminerie.). Die eenvoudige, verwaarloosde rugpijn kan dus ernstige gevolgen met zich brengen en onmiddellijke verzorging is derhalve noodzakelijk bij het optreden der eerste verschijnselen. Foster's Rugpijn Nieren Pillen genezen de nieren en stellen haar in staat om voortaan volkomen alle schadelijke stoffen uit het bloed te filtreeren, waardoor zij het kwaad in zijn wortels aantasten en uitroeien. - 3. De Tering en haar Prooi. Zooals de tijger zijn prooi besluipt, om op een onbewaakt oogenblik zich daarop te werpen, zoo beloert de tering de beklagenswaardige lijders aan hardnekkige verkoudheid, borst- of longaandoening, asthma, bronchitis, influenza, pleuris, en bespringt hen onverwachts. Bedenkt, dat de tering de vreeselijkste en gevaarlijkste vijand van het volk is, welke jaarlijks meer slachtoffers ten grave sleept, dan de moorddadigste oorlogen ooit deden. Wanhoopt niet, gij kunt genezen, gij kunt de tering voorkomen, en zelfs deze in den beginne genezen, als gij naar goeden raad luistert, als gij niet eigenwijs zijt, als gij onmiddellijk de Abdijsiroop, Klooster Sancta Paulo, gebruikt, hetwelke alle borst-, keel- en longaandoeningen, influenza, asthma, brochitis, pleuris, slijm- en kinkhoest, de verwaarloosde verkoudheid en den hardnekkigsten hoest geneest. - 4. Men valt U aan. Verdedigt U. | Gij wordt aangevallen door dien grooten deugniet, die men ‘Verkoudheid’ noemt. Acht dien vijand niet te licht, gij hoest, en voor dat gij het beseft, zijt gij aangetast door de influenza en staat gij bloot Asthmalijder of Teringlijder te worden. Voorkomen is beter dan genezen. Neem bij het minste kuchje, den geringsten hoest, als gij niest, rilt, fluimt, zoodra gij een verkoudheid hebt, Uw toevlucht tot de beroemde Abdijsiroop. - 5. Zwaarmoedigheid | Herstel | Bloedarmoede | Bleeke kleuren | Bleekzucht enz. op onfeilbare wijze genezen door... - 6. Jeuk! Jeuk! Jeuk! Krabben en wrijven - wrijven en krabben - totdat gij u gevoelt alsof ge bijna die brandende huid van uw lichaam zoudt kunnen halen - totdat het u voorkomt dat gij deze eindelooze dagen van ontzettenden jeuk niet langer verduren kunt - die verschrikkelijke nachten van slapelooze kwellingen. Dan - enkele droppels D.D.D., het beroemde speciale middel tegen Eczema en O! welk eene verkwikking! De jeuk is onmiddellijk verdwenen! Eindelijk verkwikking en rust! D.D.D. is een eenvoudig uitwendig waschmiddel, dat de vurige huid zuivert en geneest, zooals geen ander middel dit doen kan. Een erkend specifiek middel voor Eczema, psoriasis, of eenige andere soort huidziekte. Wonderbaarlijke genezingen door D.D.D. - 7. Spoorwegramp bij Beilen. | Verzekert u tegen Spoor-, Tram- en Bootongelukken.

 

2. VOOR DE LEKKERBEKKEN. 1. Lekker koken | telkens wat anders op tafel zetten | dat is kunst. | Die kunst leert men volkomen uit het nieuwe kookboek van ... - 2. Neemt proef met mijn heerlijke appelbollen | en oordeelt zelf. - 3. Ideaalerwten | voor erwtensoep. - 4. Kerstkransen | met natuurboter gebakken | Fondant-kerstkransjes | Chocolade-kerstkransjes gevuld met crême. | Onze alombekende bitterkoekjes | Weespermoppen | Wellingtons | Theebanket | Patiences | 't Is een waar genot. - 5. Het allernieuwste | Het allerfijnste | is 'n chocoladebakje met slagroom. - 6. Even fijn als van den brandewijn dien wij fabriceeren is de kwaliteit van onze jenever. | Deze is zacht en vol smaak, geurig en kristalhelder en geeft onze afnemers groote voldoening.

3. VROUWELIJKE IJDELHEID. 1. Artikelen der Parijsche ‘Académie de Beauté’ | diverse soorten Crêmes, Poudres, Brillantines, Tandpasta's enz. enz. | Het Crême Idéale is onmisbaar voor een goede teint en de verzorging der huid. - 2. Onze Dames weten dat een lieflijke glimlach een toovermacht uitoefent, waaraan zich niemand onttrekken kan,

[p. 179]

natuurlijk alleen wanneer de tanden tusschen de zich openende zachte rozenlippen blank en welverzorgd uitblinken. Daarom hechten alle verstandige vrouwen het hoogste gewicht aan de zorgvuldige verpleging van hare tanden bij middel van Odol. - 3. Wie van minder fraaie corpulentie gaarne bevrijd wenscht te zijn, dus magerder wil worden | drinke in plaats van koffie of andere theesoorten bij den maaltijd | English Breakfasttea | merk: ‘Slank als een den.’

 

4. GEMAKZUCHT. 1. Het kostelijke gevoel | van volmaakte rust | bij gebruik van een goede rieten ligstoel, is wel de moeite waard, nauwkeurig het juiste adres voor het volmaakste model op te sporen. - 2. Gemak en Besparing. | Mokka. C.P. | Direct is een kop heerlijke koffie gereed met dit prima koffie-extract.

 

5. VROOLIJKHEID EN PLEIZIER. 1. Bal is 't in den Walvischbuik | Alles danst naar oudgebruik | Zóó vol gratie, kunst en zwier | Walsen Prik en Nelle hier | Dat men wis op 't wereldrond | Zelden huns gelijken vond | Er bestaat geen tweede Boek, zoo onschuldig, aardig, jolig, geestig, prettig en grappig als Goeverneur's Prikkebeen. Men kan het niet achter elkander uitlezen, slechts bij gedeelten, anders loopt men gevaar zich een ongeluk te lachen.

 

6. UP TO DATE. 1. 1. Eénige practische radio-telegraaf-vakschool, annex vormschool | erkende recruteeringsbron van radio-telegrafisten | Rotterdam, Wireless Training College. 2. De jongste circulaire van Z.E. den Minister van Waterstaat roept feitelijk een crisis in de bekleeding der Ijzerconstructies te weeg. De lijnolieverven van ijzer en staal zijn eigenlijk bij gebrek aan beter overgenomen uit den tijd der houtconstructies, waar zij wel op hun plaats waren. Tusschen de vezels toch van het hout vond de lijnolie de noodige zuurstof om tot linoxyn te verharden, bij ijzer en staal moesten zuurstofafgevende stoffen toegevoegd worden; zou bij niet volkomen deugdelijke menging niet nu en dan, indien overmaat aanwezig was, zuurstof aan reeds even aangetast ijzer zijn afgegeven? Verder vond de lijnolie tusschen de houtvezels gelegenheid zich vast te zetten; in de fijne nerfkrasjes van ijzer en staal is dat voor de dikke olie niet mogelijk. Wat roesten door galvanische werking betreft, hout kan geen pool vormen in een galvanisch element; maar ijzer aan den eenen kant, het loodoxyd uit de verf aan den anderen kant vormt, indien de lijnolie met vochtig weder opgebracht is of toevalligerwijze vocht opgenomen wordt, een volkomen galvanisch element. Maar toch moet men aan het loodwit nageven dat de uiterst fijne, zachte, ronde balletjes een ideale verdeelings- en beschermingsstof was voor de chemisch zwakke lijnolie. Nu echter is het oogenblik gekomen om over te gaan tot de typische ijzerverven, de Tenax Bitum. Solutions, die onmiddellijk op het ijzer komen, bitumen neerslaand uit de verdampende oplossing, die met het dunne oplossingsmiddel in de fijnste nerfkrasjes indringen en bestand zijn tegen chemische en electrische inwerking.

 

VI. BEETNEMERIJ. 1. Indianen | en Boschjesmannen mogen in staat zijn staande te slapen | menschen van zaken, zenuwachtige menschen en zieken kunnen alleen den slaap genieten op een origineele... matras. - 2. De groote repetitie | behoeft niet uitgesteld te worden Mijne Heeren wanneer ge steeds gewend zijt ... tabletten bij u te dragen en daarvan eenige gebruikt, indien ge vreest verkouden te zullen worden. - 3. De droom van een bakkersjongen | vermakelijk familiespel | geven wij cadeau aan de afnemers van de broodfabriek... - 4. Gedagvaard | Een ieder die gedagvaard is kan zijn verdediging opdragen aan... - 5. De wijze | koning Salomo is niet meer. Leefde hij echter nog, ongetwijfeld had hij zich reeds een origineele ... matras aange