begin  verder
[p. 1]

De Raaf

[p. 2]

De Raaf.

 
Zie daar dien bedelaar eens staan;
 
Hij heeft een pikzwart rokjen aan,
 
En stapt, zoo lang de winter duurt,
 
Langs alle huizen van de buurt,
 
En roept: Kras! kras! ach geef me een beentje,
 
Ik ben te vree, al is 't maar eentje.
 
 
 
Maar komt de lieve lente in 't land,
 
Dan is hij blij, de slimme klant;
 
Dan vliegt hij op een hoogen tak
 
En fladdert vroolijk op het dak,
 
En roept: Ik dank u, lieve vrinden,
 
Nu kan ik zelf den kost weer vinden!
[p. 3]



illustratie
De Raaf.

 begin  verder