[p. 13]
De doode Kanarievogel
[p. 14]
De doode Kanarievogel.
Ach zie, ons vogeltjen is dood!
Zijn bekje is toe en lust geen brood;
Zijn heldere oogjes zien niet meer;
De vlerkjes hangen bij hem neer;
Hij kan niet meer in 't kooitje springen
En ons des morgens wakker zingen!
De kindren groeven met de schop
Een graf voor 't lieve vogeltje op;
Daar legden zij het zacht in neer,
En spraken niet, maar weenden zeer.
Toen veegden zij hun traantjes af
En plantten bloemen op het graf.
[p. 15]
De doode Kanarievogel
.