


Wij liepen over gras onder donkere bomen, het Koningsplein.
Wij woonden in de Gang Scott.
5 maart: Arthur François Emile van Schendel geboren in het toenmalige Batavia, als jongste van de vijf kinderen van Charles George Henri François van Schendel, officier in het Nederlands-Indische leger, en Johanna Louisa Henriëtta Lippe.
10 januari: hoewel zijn vader van katholieke afkomst is, wordt hij hervormd gedoopt in Fort Willem I te Batavia.
Het gezin gaat met verlof naar Nederland en vestigt zich in Haarlem.
Terug naar Indië.
Augustus: nadat de vader tot luitenant-kolonel is bevorderd en vervolgens gepensioneerd, vestigt het gezin zich aan het Florapark 25 te Haarlem. Op de bewaarschool aan het Grootheiligland.



De boeken, die men al op zijn vijftiende jaar bezat, waren het begin van de verzameling en zij vestigden de bibliotheek. Sommige werden dierbaar om hun zelfswil, andere, omdat zij uit een beminde hand kwamen.

Gaat naar de lagere ‘school van Knoop’ in de Begijnestraat te Haarlem.
14 december: overlijden van zijn vader op vijfenveertigjarige leeftijd.
Het gezin, dat van een gering weduwenpensioen moet leven, woont achtereenvolgens in Haarlem, Den Haag en weer in Haarlem.
April: verhuist naar Crommelinstraat 30 en vervolgens naar vele andere adressen in Amsterdam. Op school aan de Plantage Middenlaan.
Woont achtereenvolgens in Den Haag, Apeldoorn en Haarlem en weer in Amsterdam.
Gaat naar de ‘Jongeherenschool’ aan de Ferd. Bolstraat en maakt daar een wekelijks schoolblad, De Vriend van den Babbelaar.
Na zeer onregelmatig lager onderwijs probeert hij op eigen houtje, maar zonder succes, toelatingsexamen voor de HBS af te leggen.
Weer op de ‘Jongeherenschool’, waarna hij slaagt voor het toelatingsexamen van de HBS aan de Keizersgracht. Krijgt les van o.a. R.A. Kollewijn. Woont op talloze adressen in De Pijp.



Voorjaar: verlaat de HBS.
September: werkt een maand bij de Engelse boekhandel van Kirberger aan het Rokin en besluit zich op Engels toe te leggen. December: gaat alleen wonen.
Leest veel en bewondert Multatuli, Toergenjev en Poesjkin.
Augustus: Heeft allerlei baantjes voor korte tijd en leeft zonder vast adres. Bezoekt met vrienden café Mast aan het Rembrandtsplein, waar bekende letterkundigen bijeenkomen.
Wordt na inzending van een gedicht ‘ontdekt’ door Fiore della Neve (M.G.L. van Loghem), die hem adviseert naar de toneelschool te gaan.

5 januari: slaagt voor het toelatingsexamen van de Toneelschool te Amsterdam, maar is al gauw overtuigd geen toneelspeler te willen worden.
13 februari: organiseert met zijn medeleerling Frans Boersma een soirée in Odeon ten bate van de 75-jarige acteur Klaas Vos.
November: heeft geen geld om naar een lezing in Amsterdam van de door hem bewonderde Paul Verlaine te gaan.
31 januari: verlaat de Toneelschool.
Mei-november: werkt aan zijn eerste verhaal, ‘Drogon’.


Dat De Nieuwe Gids zo weinig invloed had op eigen groen werk zal wel komen omdat ik opzag naar een machtiger geest (...) vooral Hamlet, Macbeth, Richard III grepen mij aan.












Januari: voltooit ‘Drogon’ bij zijn zuster in Apeldoorn en stuurt het op naar Van Loghem, die het verkeerd geadresseerd terug zendt, zodat hij het pas twee jaar later via Soerabaja weer in zijn bezit krijgt.
Wil naar Cuba om aan de opstand deel te nemen, hetgeen mislukt doordat hij voor de inscheping ziek wordt.
Heeft een betrekking in een bodega op de wereldtentoonstelling te Amsterdam, welke tentoonstelling later in ‘Een Hollandsch drama’ genoemd wordt.
Begint aan een studie MO Engels. Raakt bevriend met de schilder en graficus Willem Witsen.
November: ‘Drogon’, geïllustreerd door Marius Bauer, verschijnt bij Versluys te Amsterdam. Schrijft naar Willem Kloos, n.a.v. diens recensie.
Wordt ‘schoolmaster’ op een Grammar School in Tuxford, Engeland.


O Karo, ik voel wel dat eens de tijd van smarten voorbij zal zijn, maar de tijd gaat zo langzaam! - In 't graf, jongen, gaat hij nog trager, maar hij staat niet stil, goddank.


De jongens en ik hebben er gebrek gehad zowel aan voeding als aan kennis, maar wij hebben er ook genegenheid voor elkaar gehad.





Gaat van Tuxford naar Londen en vervolgens naar Den Haag, waar hij ‘De schoone jacht’ voltooit.
Verblijft in Londen.
Eerste tijdschriftbijdrage, ‘De schoone jacht’, in De Nieuwe Gids.
Studeert zonder leiding verder Engels.
Oktober: geeft les op King's College in Wimbledon bij Londen.
December: zakt voor het MO-examen Engels.
Verblijft in Amsterdam en Londen.
Augustus: slaagt voor het MO-examen Engels.
Oktober: leraar in Stratford-on-Avon. Begint de ‘Minnebrieven van een Portugeesche non’ te vertalen.
Wordt leraar Engels aan het Instituut Prins in Haarlem. Publiceert de ‘Minnebrieven’ als ‘Portugeesche brieven’ in De Nieuwe Gids.
30 augustus: trouwt in Engeland met Bertha Jacoba Zimmerman. Woont met haar en dochtertje Hubertina in Brixham, Londen en Brighton.
Woont in Noord Wales.
Mei: begint te schrijven aan ‘Een zwerver verliefd’.
Zomer: geboorte van zijn dochter Suzanna.


... Toen hij zijn hoofd omwendde zag hij tegen het avondlicht een kleine gedaante die de weg afdaalde - hij wist ineens, dat het Mevena was en beefde.



Voltooit in Londen ‘Een zwerver verliefd’ en schrijft o.m. ‘Maneschijn’.
Juni: ziekte van zijn vrouw, die opgenomen wordt in een sanatorium. Trekt met zijn gezin naar Dangaard in Denemarken, waar zijn vrouw wordt verpleegd.
‘Een zwerver verliefd’ en ‘Minnebrieven van een Portugeesche non’ verschijnen, eveneens bij Versluys.
20 november: zijn dochter Suzanna overlijdt.
Het gezin gaat naar Doorn, waar zijn vrouw verder wordt verpleegd.
15 mei: zijn vrouw overlijdt in Doorn.
Eind september: eerste reis naar Italië.
November: begint in Doorn te schrijven aan ‘Een zwerver verdwaald’.
Maart: voltooit in Doorn ‘Een zwerver verdwaald’ en vertrekt met dochter Hubertina naar Londen.



Leert, bij de schilder Jopie Breemer, Anna de Boers kennen.
14 mei: trouwt met haar in Amsterdam. Huwelijksreis naar Italië. In Interlaken voltooit hij ‘De minnaar’, welk verhaal in hetzelfde jaar in De Beweging verschijnt. Woont aanvankelijk nog in Amsterdam, maar vestigt zich in november aan de Boschlaan te Ede.




Begint aan ‘De berg van droomen’ en schrijft intussen in zes weken de levensschets ‘Shakespeare’.
20 april: geboorte van zijn dochter Corinna.
Voetreis door het Schwarzwald met Aart van der Leeuw.
Begin van zijn correspondentie met J. Greshoff.
18 mei: geboorte van zijn zoon Arthur. Gaat naar de Shakespeare-feesten in Stratford-on-Avon. Verschijning van ‘Shakespeare’ in De Gids en in boekvorm.
Via Amsterdam gaat het gezin naar Domburg, waar ook Jan Toorop woont.



Terug naar Ede, waar hij aan de Bergstraat gaat wonen.
Maart: gaat met Kees Wiessing vier weken naar Spanje na voltooiing van ‘De berg van droomen’. Vertaalt ‘De berg van droomen’ in het Engels met het oog op een eventuele uitgave, die echter niet is doorgegaan.

Ik had niets meer dan een indruk verwacht, en ik ben er veel rijker vandaan gekomen. Zodra al die gevoelens zich vastgezet hebben begin ik aan mijn boek.



Voorjaar: reis naar Palestina, ter voorbereiding van zijn boek ‘De mensch van Nazareth’.
Maakt gedurende de oorlog een voetreis door Brabant en Zeeland en vertoeft's zomers veel in Domburg.
Benoemd tot lid van de Maatschappij der Nederlandse letterkunde.
Voltooiing van ‘De mensch van Nazareth’. Schrijft enkele verhalen ‘bij wijze van voorstudies voor grooter werk’.
Verschijning van ‘Verhalen’, een vermeerderde druk van ‘De schoone jacht’ uit 1908. Eerste voorstudies van ‘Der liefde bloesems’.
Vervolgt zijn voorstudies voor ‘Der liefde bloesems’ (dat in 1921 verschijnt). Schrijft het toneelspel ‘Pandorra’. Reis met Jan Toorop naar Lourdes.
Maakt op verzoek een bewerking van ‘Tristan en Isolde’, dat met illustraties van Rie Cramer in dat jaar verschijnt.
Het gezin reist met het oog op de asthma van zijn vrouw naar Bordighera en vervolgens naar Alassio in Italië.








... men ziet duidelijk in dit leven hoe weinig de bitterheden tellen van hetgeen men zijn lot noemt, hoe wonderbaarlijk de poëzie haar wegen vindt.








Vertoeft met gezin in Florence. Brengt de zomer in Domburg door en gaat in de winter weer naar Alassio.
Juli: onder beheer van Dr. P. Bierens de Haan wordt een Arthur van Schendel-fonds opgericht, dat hem tot 1936 jaarlijks steunt.
Winter: Greshoff bezoekt hem in Alassio.
Augustus: naar Rapallo.
Zomer: naar Sestri Levante. Bestudeert Verlaine en bereidt ‘Merona, een edelman’ voor, dat in 1927 verschijnt.
Tijdens kort bezoek aan Brussel leert hij Jan van Nijlen kennen.
Eind september naar Florence.
30 september: publiceert tot september 1924 regelmatig ‘Oude Italiaansche steden’ in De Telegraaf.
Oktober-december: ‘Verdichtsel van zomerdagen’ als feuilleton in De Telegraaf.
Zomer: weer naar Sestri Levante en daarna terug naar Florence.




Zomer: voetreis met zijn zoon langs de Loire.
Begint te schrijven aan ‘Florentijnsche verhalen’ (1929). Verschijning van ‘Verlaine, het leven van een dichter’.
Oktober: brengt zijn inboedel over van Ede naar Florence.



April: verblijft te Groningen voor medische behandeling van zijn zoon. Verschijning van het autobiografische verhaal ‘Fratilamur’.
Winter: begint in Groningen te schrijven aan ‘Het fregatschip Johanna Maria’ (1930).
Januari-februari: E. du Perron logeert in Florence.
Verhuist naar Bellevue-Meudon bij Parijs om zijn kinderen aan de Sorbonne te laten studeren.
11 juli: de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden kent hem ‘den jaarlijks uitgeloofden prijs van aanmoediging, geheeten Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs’ toe voor ‘Het fregatschip Johanna Maria’; dit is voor H. Marsman als jongere aanleiding om in een fel artikel in De Groene Amsterdammer van 11 juli tegen deze wijze van aanmoedigen te fulmineren.
Zomer: brengt de zomer - evenals in de daarop volgende jaren - door in Ascona. Werkt aan ‘Jan Compagnie’ (1932).


Wat is een schip? Een samenstel van hout, zeil en want, zegt de een (...). Maar het schip van hem was iets anders, dat had iets in zich dat dringt naar de verte waar ook het hart naar toe moet gaan, of het wil of niet.




15 april: begint te publiceren in De Indische Verlofganger, waaraan hij blijft meewerken tot oktober 1934. Bestudeert in de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag studieboeken voor de opzet van ‘De waterman’. Gaat in Parijs veel om met E. du Perron. Neemt regelmatig deel aan de vrijdag-lunch van Nederlandse journalisten in Parijs.
Juni: gaat wonen in Sestri Levante. 's Winters verblijft hij vaak in Nederland of in Brussel.
30 augustus: benoemd tot Officier in de Orde van Oranje Nassau. Hechte vriendschap met Menno ter Braak, G.H. 's-Gravesande en Jan van Nijlen.



... de vrijheid is voor jou om verlost te zijn van de veinzerij van de mensen en voor mij om met het water om te gaan. En zeg niet dat ze daarginds ook water hebben, het is hetzelfde niet.














5 maart: krijgt voor zijn zestigste verjaardag van zijn vrienden een schrijfmachine cadeau omdat hij last heeft van zijn rechterhand. Van april tot juni wordt een tentoonstelling over zijn werk gehouden in Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Amsterdam.
16 september: begint regelmatig in Het Vaderland te publiceren, welke medewerking tot in 1940 wordt voortgezet.
Jan Greshoff publiceert ‘Arthur van Schendel. Aanteekeningen over Jan Compagnie en De Waterman’, en een studie over het gehele werk, ‘Arthur van Schendel’.




Wel moet ik veel indrukken van de staa gekregen hebben, van de Damiaatjes in de zomeravond, van het stille groen in de Hout, van eenzame straatjes, van Spaarne en Bakenessertoren....



Februari: houdt een toespraak namens de Nederlandse schrijvers bij de viering door de Vlaamse PEN-club van de zestigste verjaardag van F. Toussaint van Boelaere in Brussel.
Juni: protesteert tegen het niet toekennen van de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs aan H. Marsman; zijn briefkaart arriveert echter te laat om nog op de lijst van protesterenden vermeld te kunnen worden.
December: verblijft in Amsterdam.





Toen U mij Uwe meening mededeelde dat u gaarne een andere band zou zien, ben ik dadelijk daartoe overgegaan en ook de prijs Uwer boeken werd door mij, op Uw wensch, verlaagd.

Een vriend die komt, of hij ook gaat, die maakt de ruimte groot, de einder ver en licht.











Mei: tentoonstelling over zijn werk in de Amsterdamse Bijenkorf ter gelegenheid van de boekenweek. Publiceert als catalogus het verhaal ‘Boeken’. Schrijft ‘De wereld een dansfeest’.
Zomer: Menno ter Braak en Jan Greshoff logeren in Sestri Levante.
Januari: wordt door de hoogleraren Van Eyck, De Vooys en Donkersloot voorgedragen voor de Nobelprijs.
15 juni: verkozen tot buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamsche Akademie voor Taal- en Letterkunde te Gent ter vervanging van ‘wijlen Dr. Kloos’.
Herfst: werkt aan ‘De zeven tuinen’.




De wereld zou beter zijn als alle mensen hun eigen ritme verstonden en het in harmonie konden brengen met dat van anderen, bij de muziek die van de hemel komt.


Januari-februari: reis door Frankrijk.
Draagt het artikel ‘De vriendschappelijke uitgever’ bij aan het herinneringsalbum voor de uitgever J.M. Meulenhoff.
31 augustus: overhaast vertrek naar Nederland in verband met de oorlogsdreiging.
Benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.
5 oktober: aankomst, via Gibraltar, Downsend en Londen, te Vlissingen.
Begint intensieve briefwisseling met Jan van Nijlen.
In Amsterdam voltooit hij ‘Mijnheer Oberon en Mevrouw’.
April: gaat naar Sestri Levante terug om te werken. Hoort op zijn heenreis in Parijs van de Duitse inval in Scandinavië, maar krijgt van de Franse autoriteiten geen vergunning langer in Parijs te blijven om de ontwikkelingen af te wachten en reist daarom door naar Italië.
Zomer: is niet in staat om aan een grote roman te werken; treft voorbereidingen voor een bloemlezing van literatuur over honden.




Er was eens een sloof die met de nieuwe bezem niet overweg kon en de brui gaf van vijftig jaren zwoegen, roepend dat zij, als zij gelijk ieder ander toch aan haar eind moest komen, eerst wilde weten waartoe dat alles had gediend.

Wie is gerechtigd vast te stellen wat beter is, de orde of de wanorde, het werk of het spel van de natuur?

De mensen leven met en van en voor elkaar en gaan langs elkaar heen als schaduwen uit een ander bestaan.


Publiceert onder meer ‘Een spel der natuur’, welk boek een verbod oplevert om in bezet Nederland werken van hem te drukken, te herdrukken of zelfs maar te noemen. Ontvangt echter een extra subsidie van het Departement van Volksvoorlichting en Kunsten, welk bedrag hij na de oorlog terugbetaalt aan de Nederlandse regering.
Schrijft ‘Voorbijgaande schaduwen’ en ‘Een zindelijke wereld’, welk laatste boek hij in oktober 1945 echter weer terugneemt.
Werkt aan ‘Het oude huis’ en aan ‘De Nederlanden’. Moet vanwege bombardementen Sestri Levante verlaten en bivakkeert met vrouw en dochter in de omgeving. Heeft te kampen met een oogkwaal. Ter gelegenheid van zijn 70ste verjaardag worden in Nederland verspreide opstellen van hem clandestien onder de titel ‘Sparsa’ en in België het artikel ‘De dans van Binche’ uitgegeven.
April: een gedeeltelijke, tijdelijke verlamming.
Oktober: wordt door het Rode Kruis, dank zij bemiddeling van de Nederlandse regering, naar Nederland getransporteerd.




Deze uitgave van ‘De Dans van Binche’ kwam tot stand door de zorgen van Raymond Herreman, Jan van Nijlen, Maurice Roelants, Herman Teirlinck, F.V. Toussaint van Boelaere, August Vermeylen, en Georges Vriamont, als een Hulde aan den auteur Arthur van Schendel bij het bereiken van zijn zeventigsten verjaardag. Toelating werd den auteur, die te Cestri-Levante, door de Duitsche Nazis bezet, verblijf hield, niet gevraagd, noch auteursrechten betaald. De uitgave geschiedde dan ook bij overtreding van de wet op de auteursrechten, doch zij was het eenige middel om blijk te geven, op dien heugelijken dag, van aller bewondering en vriendschap voor den grootsten Nederlandschen schrijver van dezen tijd. Door Paul Roelants uit de 12 punt Erasmus-letter, in de Hoogere School van Bouw- en Sierkunsten gezet, op Hollandsch papier ‘Van Gelder Zonen’ gedrukt, bedraagt de oplage 30 exemplaren, genummerd 1 tot 30. De nummers 1 tot 3 zullen Arthur van Schendel ter hand worden gesteld, met excuses voor den gepleegden aanslag op zijn rechten, zoodra ook Noord-Italië uit den nazigreep zal zijn bevrijd. Komt niet in den handel.





Voorjaar: publiceert ‘Het oude huis’ en het gedicht ‘De Nederlanden’. Heeft hartklachten en moet een rustkuur ondergaan. Werkt aan zijn laatste roman, die hij niet meer zal voltooien. Maakt een val en breekt zijn heupbeen, waardoor zijn weerstandsvermogen ernstig wordt aangetast.
11 september: overlijdt te Amsterdam.
Ontvangt postuum de P.C. Hooftprijs.
Postuum verschijnen nog een zestal ongepubliceerde boeken van hem.
Februari: onthulling van een bronzen borstbeeld van Van Schendel aan de Stadhouderskade te Amsterdam, dat in opdracht van de gemeente door J.G. Wertheim vervaardigd is.
Mei: het eerste deel van zijn ‘Verzameld werk’ verschijnt.
