terug  begin  verderprepost
[p. 162]

Derde boek.
Volksvermaken op kerkelijke feestdagen.

De volksvermaken op Kerkelijke feestdagen zijn van verschillenden oorsprong. Velen zijn kinderen der heidensche oudheid, en met het volk tot het Christendom overgegaan. Anderen zijn jonger, en in de christelijke middeleeuwen geboren; want het volk hield meer van spel en vermaak dan van drooge sermoenen.

Bij menig oud gebruik of vermaak staat men echter wel eens in twijfel, en vraagt: is dat Germaansch of is het middeleeuwsch? is dit van heidenschen of christelijken oorsprong? En wanneer de oudheidkundigen 't al eens zijn, dat men naar 't heidendom terug moet, om van 't een of ander den oorsprong te vinden, dan loopen ze toch dikwijls zoo wijd uiteen als 't Zuiden ligt van 't Noorden, wanneer de een bij de Romeinen zoekt, wat de ander uit den Germaanschen bodem poogt op te delven.

De lezer heeft echter niet te vreezen, dat ik lust heb hen langs alle dool- en kronkelpaden te volgen. Wij zullen onzen eigen weg gaan, en beginnen onze beschouwing met ‘de hooghste feest van 't jaer’, d.i. met Kersmis1), wanneer 't, volgens vader Vondel, tijd was,

 
Te danssen en te bancketteeren.2)
1)Ik weet wel, dat het tegenwoordig mode is, aan dit woord en die van zijne familie zijn, de t terug te geven, maar ik weet ook, dat men die opeenstapeling van medeklinkers vóór derdehalve eeuw reeds onaangenaam vond. Begin Vondels ‘Rey van Klaerissen’ eens met: ‘o Kerstnacht!’ en 't is of men kittelsteentjes tusschen de tanden krijgt.
2)Gysbreght, vs. 592 en 440.
prepostterug  begin  verder