terug  begin  verderprepost
[p. 695]

Register.

A.

Aangekleede botrammetjes, bl. 85.
Aannemen van gildebroeders, 553, 554.
Aanspraken, 373.
Aardrijkskundige les, 301, 302.
Abele spel, 518.
Admiraal is dood, 316, 317.
Admiraalzeilen, 81, 94, 603, 607.
Aëronautiek, 617.
Afloopen van een schip, 612.
Aftelliedjes, 106.
Afwisseling, 618.
Ake, bake, biesebason, 106.
Akkerfeesten, 496.
Akrobaten, 94.
Al is ons Prinsje nog zoo klein, 103.
Alliantiefeest, 97, 98, 433.
Al onder die groene boomen, 106.
Al op de Ouweschans, 104.
Amsterdamsch pleizier, 605.
Anekdotes verhalen, 416, 672, 691.
Angen, 185-187.
Apendans, 453.
Apentuin, 677.
Appelen en peren, 288.
Appelhappen, 212, 370.
April-fool, 125.
Aprilschicken, 126.
Aprilsgekken, 126, 128, 559.
Aprilssprookjes, 126.
Arithmetische liefhebberijen, 686.
Arkadia, 62, 63, 64, 188, 500, 619 621, 625, 643.
Arlecchino, 452.
Artistieke liefhebberijen, 686.
Assemblee, 73.
Athleten, 94.
Avondjes, 85.
Avondpartijtjes, 199, 409, 410, 656.
Avouzen, 628, 670.

B.

Baaivangen, bl. 319, 584, 590.
Baan, 37, 38.
Baarloop, 329.
Babbelaars, 658.
Babbelen, 438.
Babiloontje, 514, 515.
Bacchusdag, 196.
Bacchusfeest, 433.
Baksleê, 598.
Baldadigheden, 70, 71.
Bal in 't hoedje, bl. 289.
Balknuppelen, 337.
Ballen, 292.
Balletten, 55, 346, 529.
Bals, 57, 58, 73, 74, 75, 85, 91, 140, 198, 429, 431, 434, 504.
Balslaan, 36, 37, 121, 265, 290, 337.
Balslaan in 't krijt, 329.
Balslaan op 't ijs, 588.
Balspelen, 22, 62, 100, 286, 289, 321-338.
Bandelen, 290.
Banken, 534.
Banketten, 420, 424, 524.
Bataafsche feesten, 432-434, 436.
Bataafsch morgengebed, 433.
Bataafsch volksvermaak, 98.
Batementen, 35, 509, 525, 555.
Batementers, 217, 517.
Bedelaars, 453, 454, 662.
Beêbieren, 85, 499.
Beemsterkermis, 462.
Beerebijten, 101, 360.
Beeren, 32, 453.
Beer hoeden, 338.
Beer spelen, 300.
Beestemarkten, 467.
Begrafenismaal, 552.
Begrafenissen, 1, 317, 549.
Begrafenissen van zeehelden, 431.
Beijeren, 268.
Bekers, 671.
Bekkesnijders, 439, 441, 564 566.
Belleblazen, 614.
Bellen, 292.
Beniste boordjes, 670.
Beproeven, 553.
Bergfeest, 623.
Bescheid doen, 628, 670.
Betrekken van een nieuwe woning, 532.
Beugelbaan, 332, 333, 334.
Beugelen, 36, 37, 82, 100, 290, 333, 334, 629.
Beursvermaak, 297, 298.
Beuzelarij, 689.
Bezoek, 548.
Bierhalles, 91, 675.
Bijbelsche spelen, 272-274, 450.
Bijltjes-optogten, 493, 494.
Bikkelen, 287, 288, 291, 292, 293.
Biljart, 72, 74, 75, 76, 336, 337, 382, 397, 406.
Biologie, 91.
[p. 696]
Bissinge, bl. 460.
Blaauwe schuit, 192, 193, 194, 206, 560.
Blaauw-Jan, 656, 675, 676, 677.
Blickspel, 290.
Blijde inkomsten, 417-420.
Blikken dominees, 658.
Blikken Jan, 432.
Blindemannetje spelen, 15, 300, 301.
Blindloopen, 332, 341.
Blindroeijen, 607.
Bloemen kijken, 469, 623.
Bloemenliefhebberij, 688.
Bloemen maken, 75, 686.
Bloemmarkt, 469.
Bloempot, 626.
Blommehekkie, 689.
Bockhoren spelen, 290.
Bock over haghe, 290.
Bodebrood, 432, 665.
Boegsprietloopen, 341, 374.
Boekweitfooi, 499.
Boerden, 4.
Boerebegrafenis, 551.
Boerebruiloft, 545.
Boerekermis, 439-441, 565, 606.
Boerelijkstaatsie, 551.
Boererederijkers, 526, 527.
Boerevastelavondsspel, 195.
Boerevermaak, 564.
Boerevrijerij, 627.
Boer, lap den buis, 286, 302.
Boetseeren, 686.
Bok, bok, sta vast, 290, 300.
Bokkeneezen, 457, 458.
Bokkewagen, 92, 296, 297, 306.
Bombancerdag, 124.
Bombarnersdag, 124.
Bommelsche mutsenmarkt, 467.
Boogschieten, 36, 37, 76, 627.
Boomklimmen, 313, 346, 418.
Borduren, 643, 686.
Boschkermis, 232, 460.
Botanische liefhebberijen, 688.
Botermarkt, 468.
Boter, melk, kaas, 312.
Botjes schieten, 291.
Bottelhuis, 336.
Breijen, 76.
Brijhappen, 370.
Broedlluchtneugers, 540.
Broertgens-kermis, 459.
Brommertjes, 86.
Bromtol, 287.
Bruid en bruigom spelen, 309.
Bruidskroonen, 538, 545.
Bruidssleedjes, 543, 544, 556.
Bruidstranen, 538.
Bruigomsgang, 411.
Bruiloften, 21, 22, 85, 344, 345, 422-426, 535, 536, 542, 544, 545, 546, 548, 552, 563, 656, 683.
Bruiloftsdichten, 545.
Buiksprekers, 86.
Buisjesdag, 477, 478.
Buitelaars, 448.
Buitenleven, 621, 626, 629, 641, 686.
Buitenplaatsen, bl. 626, 629, 630.
Buitenplaatsvermaken, 626-630.
Burgerparade, 56.
Burgerswinteravonduitspanningen, 678.
Burleske optogten, 559.
Buurbegrafenis, 317, 551.
Buurmaal, 531, 532.
Buurpraatje, 534.
Buurtfeesten, 237, 534.
Buurt houden, 532.
Buurtvermaken, 531, 532, 534, 551.
Buut of slage, 85, 407, 408.

C.

Carrousel, bl. 26, 305, 367, 503, 581-583.
Carrousel-societeiten, 582.
Cavalcade, 484.
Charades, 303.
Chineesche schimmen, 303, 650, 651.
Cijferspelen, 303.
Cirkeltjes, 86.
Clute, 518.
Cluyten, 4.
Collationnetje, 552.
Columbine, 453.
Comoediën ageren, 55.
Concerten, 52, 66, 73, 75, 85, 86, 87, 420, 431, 467, 479, 501, 675, 682.
Conste der schaer, 686.
Constitutiefeest, 434.
Constitutiespel, 320.
Consttoonend lantjuweel, 522.
Coppen met de schollen, 207.
Couranten lezen, 55, 664.
Cours d'amour, 562.
Craybecken, 40.
Cromatice cataractapoicile, 92.
Cruyce-markt, 461.

D.

Daar waren twee gezellen, bl. 103.
Daar waren zeven kikkertjes, 105.
Dames met een tijgerhuid, 458.
Dammen, 75, 398, 400, 677.
Dansbeeren, 32, 453, 657.
Dans der Makkabeën, 20.
Dansdeuntjes, 104.
Dansen, 5, 16, 19, 22, 30, 31, 32, 35, 42, 43, 44, 45, 50, 52, 53, 66, 70, 73, 75, 76, 79, 96, 100, 129, 145, 162, 187, 189, 192, 209, 210, 214, 219, 257, 321, 343-346, 374, 375, 384, 411, 419, 423, 427, 428, 432, 438, 439, 442, 496, 499, 504, 505, 514, 541, 544, 545, 556, 562, 571, 577, 606, 618, 662.
Dansen om den vrijheidsboom, 98, 144, 145, 432, 433.
Dansen op schaatsen, 587, 588, 589, 594.
Danshuizen, 37, 161.
Dansliedjes, 105, 140, 141, 303.
Dansspelletjes, 303.
Danswoede, 44, 432.
Dauwtrappen, 219.
Dauwtreden, 80, 219, 220.
Deklamatiën, 524.
Deklameeren, 415.
[p. 697]
Den arend is gevlogen, bl. 104.
Dertiendag, 165, 183, 184.
Dertiendenavond, 174, 175.
Deuren vastbinden, 315.
Deuvekater, 167, 168.
Diefjesspel, 317.
Dieregevechten, 357.
Dierekwellende spelen. 348-360.
Dieren (geleerde), 449.
Dieren (vreemde), 47.
Dierenkomedie, 449.
Diergaarde, 667.
Dieverdermarkt, 466.
Dischvreugd, 665, 672.
Dispuutkollegie, 51, 94, 95.
Dissolving-views, 92, 285.
Divertissementen, 529.
Dobbelscholen, 38, 39.
Dobbelspel, 14, 23, 28, 29, 38, 39, 50, 61, 71, 77, 190, 213, 287, 376-382, 397.
Dobberen, 313.
Doedelzakblazer, 44, 453, 491, 676, 694.
Dommeldemette, 207.
Donderbanketten, 32, 424.
Doodbieren, 85, 536, 537, 550.
Doodendans, 5, 318.
Doodmalen, 21, 550, 551, 552.
Doodsgevaar, 94.
Doodvetjes, 551.
Doolhof, 304, 306, 628, 629, 675, 676.
Doopen, 156, 158, 159, 161, 553, 568, 569.
Doopmalen, 22, 277, 536, 549.
Doopvetje, 549.
Dor, 539.
Dorpsfeesten, die nooit gevierd zijn, 482.
Dorre paal, 539.
Draaibord, 255.
Draaikooi, 571, 572.
Draaiom, 571.
Draaiorgels, 652.
Draaischuitjes, 305, 480, 676.
Draak steken, 270, 511.
Dragen in 't meer, 500, 568.
Dragen in zee, 568, 569.
Dragen van den steen, 492.
Drie groote nationale vermaken, 572.
Driekoningen, 80, 171-185.
Driekoningenavoud, 173, 174, 176.
Driekoningenbrood, 171.
Driekoningenspel, 173.
Drijftol, 287, 300.
Drilkast, 571.
Drilkouw, 571.
Drinken, 5, 16, 21, 31, 40, 49, 52, 55, 58, 76, 77, 149, 210, 219, 263, 411, 420, 424, 427, 429, 431, 433, 487, 497, 500, 507, 511, 514, 533, 544, 549, 552, 558, 577, 622, 624, 625, 664, 665, 666, 667, 669, 670, 675, 679.
Drinkgelagen, 12, 41.
Drinkgeld, 550, 560, 665.
Drinkvermaak, 669, 670, 679.
Dronkegilden, 560, 561, 562.
Dronkelui, 661.
Dronkeman, bl. 558, 661.
Dronkemansgevecht, 564.
Dronkemanspartijen, 433, 498.
Droogpruimers, 216.
Dubbeltje vinden, 287.
Duitje pletsen, 289.
Duivelskop, 676.
Duivenliefhebberij, 688.
Duizend kolommen, 86.
Durgerdam, 624.
Dutch clear sliding, 589.
Dutch whimsies, 588.

E.

Eenvoudig speelgoed, bl. 292.
Eerste April, 80, 125-128.
Eerste gouden tor, 129.
Eerste haring, 478.
Eerste indrijving van 't vee in de gemeene weide, 500.
Eerste koekoek, 128, 129.
Eerste leeuwerik, 128, 129.
Eerste madeliefje, 129.
Eerste meikever, 128.
Eerste missen, 693.
Eerste ojevaar, 128, 129-132.
Eerste zwaluw, 128, 129.
Eetwedstrijden, 216, 393, 396.
Eeuwfeesten, 431, 615.
Eijerdans, 210, 211.
Eijeren eten, 80, 207, 215, 216.
Eijergaren, 212.
Eijerrollen, 214.
Eijerspel, 31, 100, 213.
Eijertikken, 214.
Eijertrappen, 374.
Emmausche kermis, 459.
Entree, 582.
Erten blazen, 311.
Esbattementers, 517.
Eten, 52, 497, 500, 507, 514, 524, 533, 541, 544, 549, 552, 558, 577, 622, 624, 625, 630, 664, 665, 666, 667.
Evangelytjes lezen, 658.
Ezel, 375.
Ezelsfeest, 275.

F.

Fakkeloptogten, bl. 484.
Feestconcerten, 91.
Feest der toortsen, 189.
Feestmalen, 668.
Fête champêtre, 496.
Fête de nuit, 90, 91.
Figuur rijden, 582, 583.
Figuurtje springen, 343, 545.
Fleuren, 590.
Flora-maandag, 124.
Floskaartjes, 318.
Foekepot, 202.
Fonteinen, 626, 629, 675.
Fonteinvermaak, 676.
Fooijen, 85, 499, 623.
Fooijen jagen, 202.
Fopperij, 55, 300.
[p. 698]
Fransch speelgoed, bl. 296.
Frascati, 87, 680.
Frissche lucht, 620, 621.

G.

Gaaischieten, bl. 507.
Gaauwdieven, 453.
Gaillarde, 53.
Gansknuppelen, 199, 353, 442.
Gansrijden, 199, 354, 355, 438.
Ganssabelen, 76, 199, 353, 354, 442.
Gansschieten, 442, 508.
Gansslaan, 199, 355.
Ganstrekken, 79, 199, 354, 355, 356, 442, 600, 612.
Gans verloten, 163, 442,
Ganzebord, 85, 169, 252, 287, 318, 320, 397.
Ganzemaal, 168, 249.
Ganzemarkt, 248, 249.
Ganzespel, zie Ganzebord.
Gaslichtspel, 85, 287.
Gasthuiskermis, 459.
Gastmalen, 20, 31, 41, 88, 669.
Geboortedichten, 549.
Gedenkdagen, 430.
Geeselen en brandmerken, 429, 570, 680.
Geestelooze liefhebberijen, 685.
Geestigheid, 522, 524, 553.
Gekken, 31, 267, 426, 662.
Gekkengezelschap, 559.
Gekostumeerd carrousel, 583.
Gekostumeerde hardrijderij, 594, 595.
Geksknaap, 655.
Geksspel, 524, 660.
Geld ontvangen, 614.
Geleerde honden, 449.
Geleerde kijkers, 680.
Geleerde liefhebberijen, 685.
Geleerde paarden, 449.
Gemaskerde sledevaarten, 601.
Genootschapsfeesten, 479.
Geregtelijke optogten, 489-493.
Geschenken in 't huishouden, 546.
Geschilderde zeilen, 653, 655.
Gesellen van den spele, 35, 272, 517.
Gespinnen, 409.
Gezelschapsspelen, 302, 396-416, 497.
Gezworen maandag, 124.
Gilde, 40.
Gildeboom, 515.
Gildekalf, 555.
Gildekroeg, 557.
Gildeos, 555, 556, 558.
Gildevermaak, 554, 556.
Gillis (St.), 266.
Glazenwagen, 83.
Godsoordeelen, 34, 35.
Goêjannen, 598.
Gondelsfeesten, 94, 607.
Goochelaars, 31, 35, 47, 79, 86, 278, 437, 451, 452, 466, 468, 587, 646, 654, 656.
Gooijen met katten, 352, 490.
Gooijen met paardeboonen, 556, 557,
Gooisch veldfeest, 495, 496.
Gouden engel, 257.
Gouden tor, bl. 129, 306.
Govertje, 343.
Grafbruiloften, 551.
Grafmalen, 549, 540.
Grand salon, 87.
Grappen, 6, 7, 32, 91, 312, 562, 656.
Grasjes binden, 618.
Graveeren en schrijven op roemers en bokalen, 686.
Grazen, 569.
Groene granen, 106.
Groene man, 229.
Groenewoud, 678.
Groenmaken, 143, 538.
Groevebieren, 550.
Groeven, 85.
Groote ommegang, 461.
Groote vastelavond, 189.
Guichelspel, 571.
Guitestukjes, 312, 647.
Gymnastiek, 285, 375.

H.

Haaf-vuren, bl. 244.
Haagsche-boschkermis, 232, 460.
Haagsche rad van avonturen, 306.
Haagsche Sinterklaas, 262.
Haagspel, 525.
Haanknuppelen, 357.
Haansabelen, 524.
Haantjepik, 662, 663.
Haarbal, 328.
Haarvaartje, 317.
Haasje-over, 300, 343.
Halfweg, 624, 625.
Halvedag, 624.
Handbal, 328.
Handboog, 299.
Handkijken, 656.
Handsleden, 598.
Hanebier, 358.
Hanegevechten, 357, 358, 359.
Hanemaal, 358.
Hanen werpen, 357.
Haneveêr, 564, 565.
Hangen in een mand, 571.
Hanneliesjesdag, 154.
Hansworst, 452, 559.
Harddraverijen, 50, 75, 81, 101, 332, 431, 501, 571, 572-579.
Harddraverijen met narresleden, 587, 595 597.
Hardloopen, 79, 340.
Hardrijderijen, 67, 592, 593, 594, 595, 596.
Hardrijders, 590.
Hardzeilerijen, 606, 607.
Haringus (St.), 672.
Harlekijn, 157, 447, 452, 453.
Harlekijnebord, 287.
Harlekinades, 529, 582.
Harmonie, 87, 90.
Harrewitsen, 317.
Heerenpartijtje, 670.
Heil drinken, 670.
Heilekoppen, 122.
Heilige dagen, 263.
[p. 699]
Heirvaartje, bl. 317.
Hekkespringen, 343.
Heksendans, 5, 6, 134, 234.
Helikhommedhoit, 659.
Hemelvaren, 80, 219, 220.
Hengelen, 66, 84, 643, 644.
Hengelvermaak, 643, 645.
Hense, 671.
Herberg, 49, 51, 68, 75, 76.
Herdersfeesten, 500.
Herkulessen, 458.
Hertejagt, 636.
Hertjesdag, 80, 150-153, 220.
Hertusfeest, 17, 153.
Heulbier, 538.
Heulen, 621, 622.
Hinkelbaan, 317, 318.
Hinkelen, 288, 343.
Histrio, 32.
Hoalleien, 533.
Hobbelen, 313.
Hobbelpaard, 299.
Hoedjebal, 338.
Hoepelen, 15, 287, 288, 289, 290, 291, 292, 299.
Hofbeer, 473-476.
Hofmechanikns, 654.
Hollandsche leeuw, 367.
Hollebollewagen, 216.
Hondegevechten, 359, 453.
Hondenliefhebberij, 687, 688.
Honden op notedoppen, 587.
Hondknuppelen, 351.
Hooge rijkunst, 581.
Hooijen, 569.
Hoopvechten, 566-568.
Hoor- en drinkvermaak, 679.
Hoorvermaken, 682-684.
Hopmaal, 497.
Hop maar, Jannetje! 104.
Hoppen, 135.
Horspil in de patene, 666.
Houten huik dragen, 492.
Houten-poppenvermaak, 629, 630.
Hoven, 531.
Hubertusgilden (St.), 639.
Huiselijke feesten en vermaken, 2, 496.
Huishoudentje speleu, 296, 298.
Huis onder 't zeil, 681, 684.
Huli, 128.
Huwelijksbootje, 543.
Huwelijksreisjes, 547, 548.

I.

Ieneme, tieneme, tip, bl. 106.
Iets gebruiken, 385.
IJparade, 57, 477.
IJsklubs, 591, 592, 593, 595.
IJskongres, 591.
IJsschuitjes, 585, 596, 599, 600.
IJssleden, 584, 585, 586, 598, 599, 601.
IJsstukjes, 586.
IJstragedie, 585.
IJsvelocipede, 596.
IJsvermaak, 351, 356, 583-600.
IJzerkoeken, bl. 116.
Illumineeren, 42, 268, 385, 418, 420, 421, 428, 429, 431, 434, 509, 524.
Improvisatoren, 658.
Inhalen, 418, 420, 421.
Inhuldigingsfeesten, 417, 418.
Inkomen aan de lijn, 419.
Inluiden van de kermis, 461.
Inslaan van de glazen, 70, 311.
In 't meer dragen, 500, 568.
Intrede, 422, 523.
Inwijden, 553, 666.
In zee dragen, 568, 569, 618.
Inzouten, 568, 569.

J.

Jaardichten, bl. 115.
Jaarmarkt, 459-462.
Jaarmisse, 110.
Jaarsavond, 112.
Jaarsdag, 110, 111.
Jaarsnacht, 111.
Jack pudding, 452.
Jaculatio testarum, 15.
Jagers, 638.
Jagersmaal, 639.
Jagt, 23, 27, 50, 75, 84, 152, 505, 629, 632-640.
Jagtpartijen, 636, 637, 639.
Jakob (St.), 265.
Jan (St.), 233-238.
Jan de Rijmer, 658.
Jan Klaassen, 447, 451, 544, 647, 648, 649, 650.
Jan, koop m'n 'n kermis, 104, 443, 499.
Jan (St.) met het keteltje, 81, 237.
Janneman, 123.
Jansdans (St.), 44.
Jansdauw (St.), 237.
Janskroonen (St.), 236.
Janskruid (St.), 237.
Jansliederen (St.), 233, 235.
Jansvuren (St.), 19, 233-236.
Japie, sta stil, 343.
Jean potage, 452.
Jeux floreaux, 517.
Joculatrix, 32.
Jodebord, 287.
Joelfeest, 16, 18, 110, 121, 164, 165, 185.
Joelgeschenken, 164.
Joelkoeken, 168.
Jonas in den walvisch, 371, 372.
Jongensgevechten, 660.
Jongensspelen, 291, 602.
Jongensvermaak, 314, 661.
Jonkspel, 79, 439, 532, 577.
Jouwen, 364.
Jufferboekjes, 412.
Julafred, 121.
Julklap, 164.
Justitie assisteeren, 570, 572.
Jutjesdag, 467.
Juttemis (St.) 190.
[p. 700]

K.

Kaak, bl. 570, 571.
Kaarsjespringen, 80, 177, 183, 185.
Kaartlegsters, 453.
Kaartspel, 30, 39, 40, 50, 72, 75, 76, 77, 85, 101, 329, 375, 382, 397, 398, 401-406, 416, 531, 562.
Kaatsbaan, 37, 51, 62, 100, 101, 326, 327, 336.
Kaatsen, 5, 15, 30, 36, 37, 50, 70, 76, 77, 82, 101, 121, 288, 289, 321, 326-329, 331, 437.
Kakadoris, 36, 655.
Kalender der kinderspelen, 288.
Kalfdansers, 189, 192.
Kalkoensche haan, 47.
Kalospinthochromokrene, 92.
Kamergymnastiek, 297, 313.
Kamerspelen, 407.
Kamers van rhetorica, 36, 515-527.
Kamperstukjes, 426, 452.
Kampgevecht, 34.
Kaneelstok, 547, 549.
Kannekijkers, 41.
Kanneman maken, 123.
Kannevegers, 552.
Kanon afsteken door vrouwen en meisjes, 431.
Kanonnike, 303.
Karikaturen teekenen, 89, 311.
Karneval, 187, 188, 190.
Karneval op het ijs, 190, 588.
Karoledans, 30.
Karren en kruiwagens, 313.
Kastie, 337, 480.
Kat en muis, 300.
Katgeeselen, 351, 352.
Katgooijen, 351.
Katjesspel, 569.
Katknuppelen, 76, 79, 150, 348-351, 524, 587, 600.
Kat op notedoppen, 587.
Katschieten, 351.
Katsteken, 352.
Kattekwaad, 190, 314-316.
Kattenliefhebberij, 688.
Kattenvuurwerk, 352, 353.
Kattenwedloop, 352.
Kattrekken, 355.
Kees, Kees, hoe duur zijn je vijgen? 301.
Kegelbaan, 37, 38, 62, 74, 332, 333, 439, 457.
Kegelen, 30, 36, 70, 75, 76, 82, 296, 332, 333, 629.
Kegelklubs, 333.
Keilen, 15, 286.
Keldervensteroranjeriën, 689.
Kerkspul, 267, 271.
Kermis, 4, 5, 17, 34, 51, 76, 79, 87, 92, 109, 145, 150, 223, 230, 277, 278, 298, 299, 364, 437-465, 487, 491, 493, 511, 528, 565, 572, 577, 656, 657, 674.
Kermis aan de Hoogebrug, 67.
Kermisafschaffers, 462, 465.
Kermisbier, 456, 460.
Kermisbrief, bl. 455, 456.
Kermisduit, 460.
Kermisgans, 442.
Kermisgeld, 455.
Kermisgeschenken, 455.
Kermisharst, 437, 456,
Kermis houden, 455, 463.
Kermis in de Haringpakkerij, 232, 460.
Kermis in de keuken, 506.
Kermis in de school, 266, 460.
Kermis in de schutterszaal, 506.
Kermiskoek, 443.
Kermismaal, 437, 439, 456.
Kermis op de Damsluis, 555.
Kermis op de Schelde, 588.
Kermis op het Haarlemmerplein, 151.
Kermis op het ijs, 82, 460, 587, 588, 592.
Kermis op het tooneel, 444.
Kermis voor de deur, 506.
Kermisvrijers, 305, 457.
Kermisvrijsters, 472.
Kermiszwanen, 460.
Kersavond, 163.
Kersblok, 80, 166, 167.
Kersboom, 167, 169, 170.
Kersfeest, 164.
Kersgans, 80, 163, 250.
Kersgeschenken, 163.
Kersgezang, 166.
Kersgilden, 169.
Kerskoek, 80, 167.
Kerskransen, 167.
Kersliedjes, 163, 165, 167,
Kersmalen, 169.
Kersmis, 162.
Kersmuziek, 166.
Kerssprookjes, 80, 168, 169.
Kerststobbe, 166.
Kersvermaken, 80, 163-171, 692, 693.
Kerswenschen, 164.
Ketelmuziek, 539, 540, 546, 554.
Keukelder, 654.
Keurdag, 267.
Kiekkas, 651.
Kienspel, 85, 398.
Kiepers, 338.
Kiereboe, 83, 620.
Kietembal, 100, 338.
Kijken, 83, 94, 231, 387, 429, 511, 518, 522, 523, 531, 567, 570, 573, 600, 611, 615, 629, 630, 648, 654, 660, 661, 675, 679, 680, 681.
Kijk- en drinkvermaak, 679.
Kijk- hoor- en drinkvermaken, 675, 679.
Kijkkastjes, 438, 454, 651.
Kijkvermaken, 47, 83, 429, 431, 487, 542, 570, 616, 629, 675, 679-682.
Kikkeren, 4, 373.
Kikkers met steenen gooijen, 306.
Kinderbal, 285.
Kinderbier, 22, 536,
Kinderbisschop, 275, 276.
Kinderdeuntjes, 105, 303.
Kinderdoodmalen, 551.
Kinderfeesten, 310.
Kinderlijke losheid, 312.
[p. 701]
Kindermaal, bl. 547, 548.
Kinderoptogten, 488, 489.
Kinderspeelgoed, 281-283.
Kinderspelen, 98, 99, 280-320.
Kindervermaak, 676.
Kindje kijken, 548.
Kind verdrinken, 548.
Kiskassen, 15, 286, 291, 302.
Klaas van Aken, 661.
Klappers, 289, 311.
Klaters, 292.
Klaverblaadjes, 670.
Kleêren der voorouders, 232, 233.
Kleine vastelavond, 189.
Klimmen, 22, 150, 313, 346, 680, 681.
Klipse, 410.
Klisseboer, 229.
Klokkedans, 683.
Klokkedoop, 276, 277.
Klokkespel, 682.
Klok luiden, 98, 461, 523, 549.
Klompschutten, 506.
Klootbaan, 30, 37, 38, 330.
Klootschieten, 36, 37, 82, 290, 322-325, 600.
Klotsbaan, 37, 38, 330.
Klotsen, 30, 36, 50, 330, 337.
Kluchten, 384, 516, 518-521, 524, 529, 648, 649, 692.
Kluchtige vertooningen, 559.
Kluchtspelen op straat, 646, 660.
Kluwetje, kluwetje garen, 85, 303.
Knechtjesdag, 467.
Knikkeren, 99, 100, 121, 288, 289, 292, 293, 294.
Knipkunst, 686, 687.
Knipspel, 370.
Knutselen, 690.
Kockgen met de schollen, 207.
Koekelemeijen, 289.
Koek-en-zoopje, 67, 585, 586, 587.
Koekezondag, 329.
Koekgooijen, 369.
Koekhakken, 79, 213, 369, 370, 466, 480, 587.
Koekhappen, 370.
Koekknuppelen, 79, 369.
Koekzwikken, 76, 369.
Koffij drinken, 76.
Koffijhuizen, 55, 61, 72, 75, 76, 85, 86, 587.
Koffijvisites, 61, 495.
Kokanjemast, 347.
Kokelers, 654.
Kolfbaan, 62, 74, 82, 101, 332, 334, 335, 336, 676.
Kolf en bal, 289, 335.
Kolfslaan, 692, 693.
Koliska, 279, 304, 305.
Kollegien, 55, 72, 75.
Kolven, 36, 37, 70, 75, 76, 77, 82, 121, 334, 335, 336, 629.
Kolven op het ijs, 334, 335, 583, 585, 600.
Komedie, 511, 522, 528, 595, 661, 680.
Komediespelen, 50, 70, 75, 86, 374, 375, 480, 516, 562.
Komische redevoeringen, 374.
Konfloribus, 670.
Kongressen, 632.
Koningsfeest, 174.
Koningsverjaardag, 69, 80, 81, 427.
Koninkje spelen, 174, 175, 184.
Kooijen, 641.
Koolzaad dorschen, 498, 499.
Koopdag, 471.
Koordedansers, 444, 447, 448, 466.
Koordedansers op het ijs, 587, 588.
Koorknapenbisschop, 275.
Kooten, 37, 99, 287, 288, 289, 292, 293.
Kop afslaan, 570.
Kopafsnijders, 32.
Kopperen, 120, 558.
Koppermaandag, 80, 119-125, 325.
Koppertijd, 123.
Koppietees, 85.
Kopslaan, 581, 582.
Korstijd houden, 666.
Korven, 539.
Kraak, 411.
Kraamvisite, 548, 549.
Kramen op het ijs, 585, 587, 588.
Kransjes, 51, 75, 85, 86.
Kriek, 411.
Krijgertje spelen, 288, 300, 317.
Kritiseeren, 611.
Kroegen, 558.
Krokjesdag, 148-150.
Krootspitters, 371.
Kruipen in de piramiden, 681.
Kruisemarkt, 461.
Kruisen stellen, 461.
Kruis of munt, 290.
Krullentrekkers op 't ijs, 590.
Kuipsteken, 367.
Kulo, 338.
Kunst, 2, 343, 444, 529, 530, 578, 586, 602, 652, 666.
Kunstaapjes, 657.
Kunstbeschouwing, 679, 682.
Kunstenmakers, 75, 79, 451, 509, 587, 590.
Kunstezels, 657
Kunsthazen, 658.
Kunsthondjes, 657.
Kunstkamer, 689.
Kunstkonijnen, 657.
Kunstminnende kijkers, 680.
Kunstpaardjes, 657.
Kunstrijders, 582, 590, 591.
Kunzeren, 289.
Kurazel, 305.
Kurzel, 305.
Kussen, 41, 79, 408, 411, 433, 508, 533, 577, 591, 621, 622, 667, 670.
Kwaadspreken, 416, 438, 672.
Kwaakbord, 38, 39.
Kwakzalver in een ijssleê, 587.
Kwakzalvers, 278, 437, 439, 445, 451, 464, 466, 468, 646, 654, 655, 656.
[p. 702]

L.

Laars, bl. 497, 498.
Laat ik jou eens kussen, lieve lekkere Gerritje! 104.
Laatste paal, 691.
Lachen, 4, 6, 7, 60, 91, 96, 300, 407, 429, 485, 516, 522, 524, 525, 529, 558, 560, 570, 607, 612, 637, 650, 654, 656, 659, 676.
Lag opnemen, 577.
Lampbegietjesavond, 476, 477.
Landbouw- en veeteeltfeesten, 90.
Landbouw- en veldfeesten, 495-501.
Landbouwfeesten, bl. 501.
Landelijk feest, 480, 495.
Landelijk vermaak, 625.
Landfeesten, 501.
Landjuweelen, 508, 509, 521-525, 527, 560.
Landvermaak, 75, 83.
Lantaren-optogt, 239, 240, 245.
Lapjes keeren, 76, 77, 468, 469.
Leesgezelschaps-optogten, 98, 494.
Leeuw, 367.
Leeuwentemmer, 94.
Leiden-ontzet, 431
Leste vastelavond, 189.
Letterkundige genootschappen, 85, 87.
Letterkundige kongressen, 522, 530.
Letterkundige maatschappij, 683.
Lettertolletje, 287.
Lezingen, 683.
Lezingen-harddraverij, 683.
Liedeboekjes, 412, 414.
Liedertafels, 90.
Liedjeszangers, 79, 438, 453, 466, 652, 653.
Liefhebberijen, 76, 578, 653, 685-691.
Liefhebberijkomedie, 85, 86, 527.
Lijfstraffelijke-regtsoefeningsvermaken, 570-572.
Lijkfeesten, 550.
Lijster- en snippevangst, 641.
Likkepot, 660.
Literarische liefhebberijen, 686.
Logogriefen, 303.
Lolhuizen, 52.
Loopen, 189, 290, 343, 571.
Loopen op de handen, 313.
Loopen op de leuningen, 313.
Lot, 14, 15.
Loterij, 382-392.
Loterijspel, 398.
Louw is dood, 105, 106.
Luchtbol, 79, 360, 615, 616.
Luchtgymnastiek, 616.
Luchtkijkvermaak, 615.
Luchtreizen, 615.
Luchtscheepvaart, 617.
Luchtvermaken, 614-617.
Ludus latrunculorum, 399, 400.
Luilak, 80, 221-224.
Luitje leeft nog, 13, 14.
Luxe, 60.

M.

Maaltijden, bl. 58, 144, 196, 197, 198, 267, 384, 429, 434, 442, 499, 503, 504, 505, 507, 509, 542, 555, 556, 558, 559, 606, 622, 636, 639, 665, 666, 667, 668.
Maandag maken, 557.
Maartekeur, 472.
Maarten (St.), 238-252.
Maartensavond (St.), 240.
Maartensdronk (St.), 241, 246.
Maartensgans (St.), 81, 240, 248-252.
Maartensliedjes (St.), 238, 240-243, 245, 246.
Maartensvuren (St.), 19, 81, 238, 239, 242, 244, 246, 247.
Majumae, 568.
Maliebaan, bl. 62, 101, 330-332, 624.
Maliën, 70.
Malle Hein, 662.
Mallemolen, 27, 213, 279, 304, 305, 367, 466, 587.
Mallen, 662.
Mallewagen, 442, 443, 559, 560.
Mandewagentje, 296.
Mandloopen, 341, 342.
Manege, 51, 582, 583.
Man, ik sta op je blokhuis, 290.
Man met zevenderlei muziek, 652.
Maols, 499.
Marct der ontsettinge, 449, 462.
Marialiedjes, 228.
Marionetten, 448, 649.
Markten, 76, 79, 85, 466-472, 491, 657.
Marskramers, 453.
Maskerades, 70, 73, 80, 187, 188, 484.
Maskerades op schaatsen, 559, 594.
Mastklimmen, 76, 91, 346, 347, 348, 428, 480.
Matinées musicales, 90, 91, 675.
Meerminnen, 457, 458.
Meiavond, 135, 138, 144.
Meiavondsregt, 134.
Meiblits, 145.
Meiboom, 80, 132-146, 289, 505.
Meidendagen, 305.
Meideuntjes, 140.
Meidrank, 133.
Meifeest, 132, 134.
Meifluitjes, 135, 136.
Meigilden, 134, 138.
Meigraaf, 138.
Meigravin, 138.
Meijinne, 138.
Meikevers, 128, 289.
Meilied, 139-141.
Meinachten, 135, 142, 143.
Meiplanting, 141, 142.
Meisjes plagen, 42, 627.
Meisjesspelen, 291.
Meisjesvisites, 407.
Meitak, 143, 557,
Meivuren, 135.
Meiwagen, 135.
Mestmaal, 499.
[p. 703]
Metalen-kruisfeest, bl. 435.
Met water overgoten worden, 572.
Met zand zouten, 568, 569, 618.
Mexikaan, 531.
Midwinter, 16, 164.
Midzomer, 233-238.
Mijnheers verjaardag, 266, 310.
Militaire manoeuvres op 't ijs, 594.
Militaire spelen, 372-374.
Mille colonnes, 86.
Minne drinken, 21.
Minstreels, 31, 35.
Mislukking van publieke vermakelijkheid, 94.
Moeder de gans, 168.
Moesiesavond, 114.
Moffelen, 290.
Molendraaijcn, 79, 313.
Molentje, 289.
Mommerij, 187, 189, 191, 198, 419, 545, 555.
Mooi speelgoed, 296.
Morgenstond, 627.
Muizebruijen, 381.
Mulderskermis, 220, 460.
Munt in 't potje, 289.
Musiceeren, 415.
Musico, 678.
Muziek, 30, 31, 42, 43, 50, 52, 70, 73, 75, 87, 90, 197, 270, 328, 375, 384, 416, 425, 430, 431, 447, 531, 562, 607, 686.
Mysteriespelen, 34, 264, 271-275, 555.

N.

Naaijen van poppekleêren, bl. 295, 299.
Naaimeisjes, 532.
Naaldblazen, 371.
Nabootsing van de bedrijven der groote menschen, 296.
Nachtkoffijhuizen, 654.
Nachtluchtvermaak, 615.
Nachtspektakel, 42, 615.
Nachtwachtsliedjes, 165, 166.
Narrefeesten, 311, 560.
Narregilden, 559, 560, 562, 594, 596, 601.
Narrenbisschop, 275.
Narrerij, 187, 188, 189, 198.
Narreschip, 193, 194.
Narresleden, 50, 559, 585, 586, 587, 596, 597.
Nationale feesten, 435, 436.
Natuurgymnastiek, 10.
Natuurvermaak, 629.
Navetjes, 547.
Neptunusfeest, 155-161.
Nieten, 186.
Nieuwerwetsche schaatsenrijder, 595.
Nieuwjaar, 80, 109-118, 257, 258.
Nieuwjaar dansen, 114.
Nieuwjaar schieten, 117, 118.
Nieuwjaarsdichten, 115.
Nieuwjaarsgeschenken, 112, 113, 125.
Nieuwjaarskoeken, 116.
Nieuwjaarsliedjes, 113, 179.
Nieuwjaars wenschen, bl 118.
Nieuwjaar zingen, 112, 113, 116.
Nieuwspostwijven, 683, 684.
Nikolaas (St.) Zie Sinterklaas.
Nikolaas-advertentiën (St.), 261.
Nikolaasbals (St.), 261.
Nikolaaskermis (St), 257.
Noabermoal, 533.
Nommertje achter 't handje, 312.
Noodigen ter bruiloft, 540, 541.
Notenspel, 288.
Novellen, 293, 683.
Nuchter gezigt, 691.
Nuits chinoises, 91.
Nustkoek, 224.
Nutsverhandeling, 294, 295.

O.

Obliën bakken, bl 112.
Ojevaar, 678.
Oliekoekekraampjes, 659.
Olifant, 47, 374, 531.
Olympische spelen, 582.
Omboeren, 681, 682.
Omdrinken, 628, 670.
Omgangen, 268, 454, 461, 533, 534.
Omganger, 670.
Omleiden, 491.
Omroepers, 684.
Onder water gaan, 613.
Onder water varen, 613.
Onderwijzers-jubilees, 480-482.
Ondeugend speelgoed, 299.
Oneigentlijke spelen, 301.
Onnoozele-kinderenbisschop, 275.
Onnoozele-kinderendag, 266, 267, 276, 309.
Ontbolsteren, 553.
Ontgroenen, 71, 553.
Onthullingsfeesten, 436.
Oogstfeesten, 80, 265, 496.
Oorlof, 174, 289, 308, 309.
Oorlog spelen, 309, 317, 319.
Opeisching der bruid, 541, 542.
Opera, 447, 450, 528, 678.
Operetten, 529.
Ophangen, 570.
Opschik, 60.
Optogten, 16, 18, 53, 92, 93, 122, 134, 135, 147, 151, 156, 160, 171, 194, 217, 239, 266, 268, 270, 323, 383, 384, 385, 418, 428, 434, 435, 436, 442, 477, 479, 483-494, 499, 504, 509, 514, 515, 521, 522, 523, 527, 542, 545, 546, 548, 549, 553, 555, 556, 559, 560, 593, 594.
Optogten met goden op wagens, 17, 19, 153.
Optogt met het beeld op den ezel, 203.
Optrekjes, 630, 631.
Optrekken der jongens, 297, 298, 319, 431, 454.
Optrekken der schutters, 50, 56, 230, 297, 431, 454, 455, 511.
Opvoedkundig speelgoed, 299.
Oranjefeest, 435.
Oranjehoutje, 104.
[p. 704]
Ordaliën, bl. 34.
Oskes- of Osjeskermis, 80, 460, 500.
Osterkoeken, 168.
Ostern, 209.
Ostraas feest, 209, 218.
Oude Doolhof, 675-677.
Oude in 't nieuwe houden, 109, 113, 117.
Oudste spelen en vermaken, 11, 12.
Overbrengen, 492, 493.
Overtoom, 624.
Overtoomsche palingmarkt, 76, 470.

P.

Paaltjespringeu, bl. 343.
Paard aan een luchtbol, 360.
Paardemarkten, 467, 578.
Paardententoonstelling, 91.
Paardespel, 444, 582, 661.
Paardjespelen, 300.
Paardrijden, 51, 65, 70, 75, 76, 300, 629.
Paardrijden in de lucht, 616.
Paaschberg, 213, 214.
Paaschbest, 210.
Paaschbrood, 168, 206, 216.
Paascheijeren op 't ijs, 215.
Paaschkamp, 213, 217, 218.
Paaschkermis, 213.
Paaschlammetjes, 206.
Paaschliederen, 206, 208, 214.
Paaschpronk, 210.
Paaschvreugd, 80, 101, 205-218.
Paaschvuren, 14, 19, 80, 208, 209, 210, 218.
Paaschweide, 101, 213.
Pauwknuppelen, 356, 438.
Paleis voor Volksvlijt, 90, 171, 675, 680.
Palemaillebaan, 331.
Paletten, 329.
Palilia, 14.
Paling koopen, 76.
Palingtrekken, 66, 76, 79, 356, 612.
Palmagiebaan, 331.
Palmgeschenken, 204.
Palm knoopen, 540.
Palmpaschen, 80, 202-205.
Pandspelletjes, 85, 302, 406, 410.
Panlikkers, 552.
Pannekoekjes, 316.
Pantalon, 453.
Pantoffelparade, 681.
Pantomime, 443, 675.
Papegaaifeest, 505, 508.
Papegaaischieten, 100, 144, 502, 505, 506, 507, 555, 558.
Papegaaischieten op het ijs, 587.
Parade, 230, 434.
Parade van uitzeilende schepen, 57.
Park, 680.
Parkconcert, 91, 683.
Partijen, 57, 58, 70, 75, 673.
Pas de trois op schaatsen, 589.
Passie preeken, 219.
Pasteijen-processie, 42.
Patertje langs den kant, 140, 146, 344.
Patroonsdag, 274, 531, 532.
Paulidag, 267.
Pavane, bl. 52.
Peerdeken op stal, 338.
Pekelharing, 452, 656.
Pektonnen branden, 42, 418, 420, 428, 558.
Petit bon homme vit encore, 14.
Peuren, 84, 644.
Pharaoh, 72.
Pias, 657.
Piero, 157, 452.
Pieter (St.), 257, 265, 555.
Pijl en boog, 289.
Pijpen, 135.
Pijprooken, 672, 673.
Pinksterbieren, 230.
Pinksterbloem, 81, 223-229, 692.
Pinksterbloemliedjes, 227, 228.
Pinksterbruid, 224, 227.
Pinkster-drie, 232.
Pinkstergilden, 230.
Pinkster houden, 231, 264.
Pinksterman, 229.
Pinksterspelen, 361.
Pinkster-uitgaan, 51, 231, 232.
Pinkstervreugd, 221-233.
Pinkstervuren, 19.
Pinksterzwierders, 81, 231.
Piqueurplaetse, 27, 51.
Planeetlezers, 453.
Pleizerluchtreizen, 615.
Pleizertogten, 617.
Pleiziertreinen, 92.
Poeren, 85, 643, 644.
Poesienel, 452.
Poisson d'Avril, 127.
Politiek speelgoed, 300.
Ponsen, 185-187.
Pop, 292, 295, 296, 298.
Poppekast, 79, 257, 303, 451, 544, 646, 647-651.
Poppenkas, 298, 690.
Poppevelocipede, 296.
Poppewagentje, 296.
Porceleinkas, 690.
Postuurmakers, 449, 451.
Potje spelen, 289.
Potsenmakers, 31, 32, 35, 75, 197, 278, 451, 452, 466, 509, 654, 656.
Potsierlijke optogten, 489.
Pot verteren, 68, 83, 532, 611.
Praten, 76, 408, 664, 665, 666, 671.
Pretmakers van de buurt, 661.
Prikjes of Priksleedjes, 586, 598, 599.
Prinsefeest, 578.
Prinsevlieger, 320.
Prinsjesdag, 69, 80, 97, 247, 427, 436, 428, 693.
Prins Karel over den Rijn, 316.
Processiën, 42, 200, 267-271, 374, 418, 428.
Profecyen, 318.
Professeur de magie, 654.
Prononceeren, 53, 527.
Proppeschieters, 299, 311.
Prosen, 389-392.
Pruimen, 672, 675.
Prulla, 662, 663.
[p. 705]
Pucinello, bl. 452.
Puisjesvangen, 315.
Purim, 80, 198.

Q.

Quadrille, bl. 581, 582.
Quaeckbort, 38.
Quairten, 38, 401.
Quake, 39.
Quakelbord, 39.
Queekbret, 39.
Quintainrennen, 581, 582.

R.

Raadsels, bl. 66, 100, 303.
Raasmaandag, 124, 125.
Rad van avontuur, 306, 488.
Raketten, 99, 290, 329, 330, 629.
Rammelaars, 292.
Ranken, 312.
Rarekiek, 452, 453, 651.
Rariteiten, 689, 690.
Rateltjes, 206, 207.
Ravotspelen, 135.
Razende maandag, 124.
Reciteeren, 85.
Recreatie, 96.
Rederijken, 50, 450.
Rederijkers, 41, 53, 92, 173, 186, 194, 195, 203, 217, 230, 238, 269, 270, 272, 383, 384, 418, 428, 462, 509, 515, 516, 517, 527.
Redevoeringen, 293, 374, 683.
Redoute, 73, 74.
Reigerjagt, 640.
Reinuit (St.), 672.
Reizen, 632.
Rekommandeerders, 447.
Reliquiën kijken, 264.
Relletjes, 556.
Renspelen, 22.
Reproductie van 't paradijs, 677.
Reuzen, 449, 454.
Reuzenoptogten, 485-488.
Revetten, 37, 101.
Revolutiefeest, 97, 98.
Rijden, 64, 65, 609.
Rijfelaars, 451.
Ringetjegooijen, 371.
Ringrijden, 27, 36, 81, 361-366, 503, 582.
Ringsteken, 91, 366-368, 374, 438, 582, 600.
Rinkelbel, 292.
Roeijen, 332, 609, 629, 643.
Roeipartijen, 607.
Rolbaan, 330.
Rollen, 150, 569.
Romans lezen, 75, 330, 643.
Rommelpot, 197, 205.
Rommelpotliedjes, 201, 202.
Rondedans, 44, 433, 546.
Rondeeltjes, 670.
Rondjes, 70, 86.
Rondrijden, 22, 148, 542.
Roodkousje, bl. 168.
Rooken, 55, 58, 59, 76, 552, 672, 673, 674, 675.
Rookkollegiën, 673.
Rotjesbranden, 307.
Rozenfeesten, 91, 682.
Rozengalop, 91, 261.
Russische schop, 306.

S.

Saletten, bl. 70.
Saliestalletje, 587.
Salon chantant, 450.
Santés, 670.
Savojaards, 453.
Schaakgezelschappen, 398.
Schaakklubs, 398.
Schaakkongres, 400.
Schaakspel, 28, 29, 31, 38, 39, 75, 398, 399, 400.
Schaatsenrijden, 22, 33, 67, 76, 8l, 87, 289, 319, 572, 583-594, 598.
Schaatsenrijden op rolletjes, 595, 680.
Schaduwbeelden, 303.
Schager vrijstermarkt, 472.
Schakelen, 66, 643..
Scheelen, 447.
Scheepjezeilen, 299.
Scheepsvermaken, 155-161, 183, 375.
Scheldwoorden, 498.
Schermen, 31, 50, 70, 375.
Schermerhornsche vrijstermarkt, 471.
Schieten, 311, 514, 538.
Schietfeesten, 515.
Schietklooten, 325.
Schietsalonnetjes, 457.
Schietspelen, 508.
Schijfschieten, 442, 503.
Schijfschieten op het ijs, 587.
Schijfspel, 38, 400.
Schilderen, 686.
Schimmelspel, 287.
Schimmendramaas, 651.
Schimmentheater, 651.
Schobberdebonkloopers, 506.
Schoenlappertje, 104, 3