In 1432 heerschte in Brabant zulk een schaarschte van koren, dat alle uitvoer verboden werd. Hierdoor geraakten de Mechelaars, wier heerlijkheid midden in Brabant lag, in groote moeilijkheden. Nood breekt wet, en eenige poorters besloten, heimelijk in de Brabantsche dorpen koren te gaan opkoopen. Maar toen dit den Brusselaars ter oore kwam, zonden zij ijlings hun ambtenaren naar die dorpen heen om aan de Mechelaars het koren, dat zij bij hen vonden, weer
te ontnemen, wat gebeurde. De Antwerpenaars wachtten op het water hun deel van dezen buit af, en evenzoo deden de Brusselaars te Ruysbroec. Doch dit wachten verging hun slecht, want eerst rustten de Mechelaars booten uit tegen de Antwerpenaars, die bij hun nadering lafhartig op de vlucht sloegen en daarbij zelfs hun harnassen en wapenen wegwierpen. Van de opbrengst hiervan lieten de Mechelaars, zoowel mannen als vrouwen, zich grauwe d. i. grijze kleederen maken ‘met eender leverije’ (het lied spreekt hier van grauwe tabbaards met blauwe pallueren); deze leverije of palluere bestond uit de op de mouw aangebrachte woorden ‘Blyfter bij’, hun leuze.
Daarop trok eene menigte uit Mechelen naar de Brusselaars te Ruysbroec, die, op deze nadering geheel onbedacht, op het stevig verschanste kerkhof wilden vluchten. Maar vóór zij dit bereikt hadden, werden velen van hen achterhaald en gedood, zoodat zij van het kerkhof hun toevlucht zochten in de kerk. Van hier uit weerden de Brusselaars zich dapper en wierpen o. a. den Mechelaars, die op het kerkhof post gevat hadden, de klepels van de klok op het hoofd. Volgens het lied hebben de belegeraars de kerk in brand willen steken, of zijn daar misschien ook mee begonnen, maar de nacht maakte een einde aan den strijd,
Het lied op deze gebeurtenis is te vinden bij Willems, Oude Vlaamsche Liederen, no. XXV. Hij gaf het uit naar twee zestiende-eeuwsche hss., Mechelsche kronieken van de hand van Anthonis Ghyseleers bevattende, destijds in het bezit van Prof. Serrure te Gent. Het is mij niet gelukt, deze hss. terug te vinden. Bij den dood van Serrure maakten zij geen deel van zijne bibliotheek meer uit. Volgens Prof. De Vreese bezitten wij meer dan dertig kronieken van Mechelen, waarvan de meeste aldaar, sommige ook te Brussel berusten, maar van geene wordt als auteur Anthonis Ghyseleers genoemd. Mogelijk worden zij echter nog onder een anderen titel teruggevonden. Ik heb dit lied dus niet naar het hs. kunnen
uitgeven; Willems deelt mede, dat hij verplicht is geweest, den tekst critisch te herstellen. Kleine verschillen bewijzen, dat de kroniekschrijver, die bij de beschrijving van het feit ook het lied opnam, dit niet als bron gebruikt heeft.
Bronnen: Brabandsche Kronijk en Vlaamsche Kronijk op het jaar 1432, beide uitgeg. in de Collection des documents inédits, chroniques de Brabant et de Flandre, publiées par Ch. Piot; een uittreksel van een Mechelsche kroniek van Anthonis Ghyseleers bij Willems, Oude Vlaamsche Liederen, blz. 55.