Over de opvolging van Maximiliaan I van Duitschland is veel te doen geweest: reeds twee jaar voor zijn dood waren de onderhandelingen begonnen. Aanvankelijk stonden de kansen van Maximiliaans kleinzoon Karel en Frans I van Frankrijk vrij wel gelijk. Maximiliaan had Karel graag tot Roomsch koning laten kronen, maar hijzelf was nooit tot keizer gekroond, en twee Roomsche koningen konden er toch niet zijn.
Na zijn dood werd de strijd door de beide kandidaten met nog meer heftigheid voortgezet en het geld speelde hierbij een gewichtige rol. Eindelijk werd een der keurvorsten, Frederik de Wijze van Saksen, gekozen, die zijn land niet aan den keizerstitel wilde opofferen, en zelf op den jongen Karel wees, wiens Oostenrijksche erflanden een hecht bolwerk vormden tegen de aanwassende macht der Turken. Dit is dan ook wel de hoofdreden geweest, waarom Karel den 28sten Juni 1519 gekozen is.
Het spreekt vanzelf, dat deze verheffing van hun vorst door de Nederlanders met trots vernomen werd. De staten van Vlaanderen zonden een gezantschap om geluk te wenschen naar Barcelona en het voor ons bewaard gebleven lied op deze gebeurtenis zal wel niet het eenige geweest zijn.
De dichter uit hierin zijne blijdschap, dat de voorspelling, eertijds door Aloncius gedaan, nu is vervuld. Aloncius is de Spaansche naam van Alfonsus; hiermee kan bedoeld zijn Alfonsus X, bijgenaamd de Wijze of de Philosoof, die van 1252-'82 koning van Castilië en Leon was en in 1257 tegelijk met Richard van Cornwallis tot Roomsch koning van Duitschland gekozen is. Zonder dat hij ooit vorstenmacht oefende of zelfs Duitschland bezocht, speelde hij er toch gedurende het geheele eerste interregnum eene bepaalde rol. Alfonsus was dichter en prozaschrijver; onder de door hem nagelaten boeken is ook een philosophisch werk, waarin deze voorspelling kan te vinden zijn.
De eerste twee strofen van het lied zijn blijkbaar in
verminkten vorm tot ons gekomen. Van Maximiliaan wordt gesproken als van een dapperen arend uit Oostenrijk, die zich met eene leeuwin (Maria van Bourgondië) gepaard heeft. Nu is hij gestorven, maar een zijner nakomelingen is ons gebleven, van wien groote voorspellingen gedaan zijn. De wensch wordt geuit, dat Vlaanderen nu van oorlogen bevrijd zal worden en op de mogelijkheid gedoeld, dat Karel de Turken zal verslaan.
Het lied komt voor in het Antwerpsche Liederboek van 1544 (Hor. Belg. XI, blz. 162, no. CVII).
Bronnen: Mignet, Rivalité entre Charles V et François I, I, blz. 119 vlgg.; Robertson, The reign of the emperor Charles V, blz. 228 vlgg.