Dit lied heeft op dezelfde gebeurtenissen betrekking als het voorgaande ‘liedeken van Borbon’, doch is geen treurlied op diens dood, welke hier niet vermeld wordt, doch een blij vreugdelied over de onderwerping van Italië aan den Keizer. Veel is na de eerste bestorming van Rome reeds gebeurd: de stad is ingenomen en de Paus op den Engelenburg gevlucht, maar ook daar door zijn vijanden belegerd. De onderhandelingen, den 6den Mei door hem aangevangen, hebben ruim eene maand later tot gevolg gehad, dat hij zich met de hem trouw gebleven kardinalen in gevangenschap heeft overgegeven.
Deze mededeeling en die van de geboorte van 's Keizers zoon Filips, welke op 21 Mei plaats greep, wijzen erop, dat het liedje niet vóór half Juni gedicht kan zijn. In strijd met de geschiedenis is de vermelding van de inneming van Bologna en Florence.
Het lied komt voor op fol. 218v van hs. 10951 op de Kon. Bibl. te Brussel. Volgens opgaaf van Prof. De Vreese is het schrift minstens een halve eeuw jonger dan het lied zelf.
De melodie is te vinden in de Souter Liedekens, Thantwerpen, 15401; psalm 44; bij J. Fruytiers, Ecclesiasticus, Antw. 15651, blz. 55 en J. Stalperts Gulde-Jaers Feest-Dagen, Antw. 16351, blz. 294 (hier met de woorden van ps. 44 van de Souter Liedekens). Al deze lezingen worden meegedeeld door Fl. van Duyse, Het oude Nederlandsche Lied, I, blz. 412-415.
Bronnen: Robertson, Tbe reign of the emperor Charles V; Mignet, Rivalité II; L. von Ranke, Deutsche Geschichte im Zeitalter der Reformation, Berlin 1852, II, blz. 318.
Op den voys: die vogelkens inder muyten.