Ofschoon tijd en plaats bij dit lied worden aangegeven, is het mij niet gelukt te ontdekken, op welk feit het betrekking heeft. Wel blijkt uit de raadsverdragen der stad Maastricht van 1532, dat de tijd onrustig en woelig was: er worden allerlei bepalingen in vermeld, betrekking hebbende op het sluiten van taveernen na negen uur 's avonds, op het uitgaan met licht bij avond, op het aanhouden van ‘ribauwen’ en verdachte personen, op het bewaken der poorten, enz. Ook is Karel V in 1532 zelf naar Maastricht gereisd, om de burgerij tot onderwerping aan de bepalingen der gouden bul over te halen.
Het lied komt voor in hs. 10951 op de Kon. Bibl. te Brussel, fol. 218r, en is met eene andere hand geschreven dan het zich op de keerzijde bevindende lied, zie no. XXX. Ook dit lied is volgens Prof. De Vreese minstens een halve eeuw na zijn ontstaan neergeschreven.
Bron: Raadsverdragen der stad Maastricht van 1532.