terug  begin  verderprepost

1538.
XXXV. Vreugdelied over de Bijeenkomst van Karel V en Frans I te Aigues-Mortes.

Na afloop van den derden oorlog tusschen Frans I en Karel V (1536-38) zou Paus Paulus III den vrede bewerken; alle drie begaven zich hiertoe naar Nizza. Het feit, dat Frans het bezit van Milaan eischte, hetwelk Karel niet wilde opgeven, verhinderde het tot stand komen van een vredesverdrag; de Paus kon alleen bewerken, dat den 17den Juni een wapenstilstand voor tien jaar gesloten werd. Gedurende de drie weken, dat de onderhandelingen gevoerd werden, zagen de Koning en de Keizer elkaar niet: de Paus sprak met ieder afzonderlijk. Nauwelijks zijn zij echter weer gescheiden, of men hoort, dat Karel op zijn terugreis Frans bij Marseille zal spreken; de vorsten wenschten dus blijkbaar zonder den Paus te onderhandelen.

Het ongunstige weer vertraagde Karels reis en was oorzaak, dat men niet te Marseille, maar te Aigues-Mortes samentrof. In den morgen van den 14den Juli landde de Keizer en werd aanstonds door Frans met zooveel omarmingen en kussen verwelkomd, dat de begroeting tusschen twee hartelijk liefhebbende broeders niet inniger had kunnen zijn. Den volgenden dag legde Karel een tegenbezoek af, waarbij de verhouding, zoo mogelijk, nog hartelijker werd. Twee dagen later schreef de Keizer aan zijn zuster, de landvoogdes Maria, dat de wapenstilstand kon beschouwd worden als een duurzame

[p. 184]

vrede. Ministers en gezanten zouden de overgebleven punten van geschil regelen, maar ook al slaagden zij hierin niet, de vriendschappelijke verhouding der vorsten zou er in geen geval onder lijden.

Wij moeten hier aan eene zeer diplomatieke houding van Karel denken. De eerste twee oorlogen had hij gewonnen, maar in dezen derden stonden de kansen vrijwel gelijk, zoodat zelfs geen vrede gesloten werd. Dit hinderde Frans niet, wel den Keizer, die behoefte had aan een vredesverdrag, waarbij de Fransche Koning hem zijn hulp tegen de Turken en de ketters beloofde. Kon hij dat niet verkrijgen, dan was het hem tegenover deze vijanden toch alles waard, den schijn aan te nemen, alsof hij in al zijn ondernemingen op den Koning kon steunen.

Vooral in de Nederlandsche gewesten, die het meest onder 's Keizers oorlogen leden, werd het bericht der gesloten vriendschap met groote blijdschap ontvangen, zooals ook uit nevensgaand liedje van Matthijs de Casteleyn blijkt, in zijn Diversche Liedekins1 opgenomen als no. XXX. Voor Fl. van Duyse's nieuwe schrijfwijze der bijgevoegde melodie, zie men P. Fredericq, Onze hist. Volksl. blz. 75.

 

Bron: Baumgarten, Gesch. Karls V, Stuttgart 1892, III, blz. 241 vlgg.

1
Verblijdt v Vlaender-lant, schoon blomme,
 
Machtich prieel op desen tijt:2
 
Den paeys is nu bekendt al omme,
 
Dinct vry dat ghy geluckich zijt:4
 
De meeste twee der weerelt wijt5
 
Hebben van zelfs den paeys ghezworen:
 
Dies zy den Heere ghebenedijt,
 
Dat hy ons heeft dus wtvercoren,
 
Mars is ghestremt en tsviandts toren,
 
Druc is gheweert wt ons foreest:10
 
Lof Vadere, lof Sone, lof helich Gheest.
[p. 185]
2
Ons is ontdaen der vreuchden poorte,1
 
De Lelie aen den Arend sant,2
 
Ons Keyser track naer Aeyghersmoorte,
 
Daer hy den Vrancxken Coninck vant,
 
Sy confirmeerden daer d' bestant
 
Ende eeuwich paeys voor ons bequame:6
 
Elck ander gaefzy sulcken pant,
 
Dats d' land sal hebben groote vrame,8
 
Wy zijn bevrijdt voor druck en blame,
 
Men wert getrocken noch gheteest:10
 
Lof Vadere, lof Sone, lof heylich Gheest.
 
 
3
Janus den Tempel is ghesloten,1
 
Dien Tullus voortijds heeft ontdaen,2
 
Met heunich werdt al d' land deurgoten,
 
Op doornen sullen druyven staen:
 
De schueren werden vul van 't graen,
 
Tsuyvel sal al omme overvloeyen:
 
De weerelt sal vul vreuchden baen,7
 
Elck boom die sal nu twee werf bloeyen:
 
Wies onslien faelt, sal dobbel groeyen,9
 
Voor faute en zy niemant bevreest:10
 
Lof Vadere, lof Sone, lof heylich Gheest.
 
 
4
Nu sullen rusten voor alle andre,
 
By dat ghetuychd' Ozeas fier,2
 
Den Arend en den Salamandre,3
[p. 186]
 
Prophetie is volcommen hier:4
 
Den Arend vlieghd als thoochste dier,
 
Geen onrecht hoordtmen hem te biene:6
 
Den Salamandre woend int vier,
 
Dus zijn zy alle bee t' ontsiene,
 
Haer felheyt staet ons niet te vliene,9
 
Ons is ghebluscht alsulck tempeest:10
 
Lof Vadere, lof Sone, lof heylich Gheest.
 
 
5
Prince, hoochste God, wy zijn wel taeyse,1
 
U danck' wy als hier af regent,2
 
Wy zijn versien met goeden paeyse,
 
Maeckt dien gheduerich sonder ent,4
 
Ghy hebt ghebluscht al ons torment:
 
Lof zy u eeuwich tallen stonden,
 
Lof dy, als Vader excellent,
 
Lof zy dy, altoos niet om gronden,8
 
Lof wese dy, van allen monden,
 
Lof, die ons bystaet, minst en meest:10
 
Lof Vadere, lof Sone, lof heylich Gheest.

1Zie blz. 142.
2prieel, boomgaard, grasveld (hier als beeldspraak gebruikt).
4dinct, denkt.
5de meeste twee, de twee voornaamsten.
10foreest, hetzelfde als prieel.
1ontdaen, ontsloten.
2de Lelie, Frans I; de Arend, Karel V, aldus genoemd naar hun wapens; sant, zond bericht.
6bequame, aangenaam.
8vrame, voordeel.
10getrocken en gheteest beteekenen beide gekweld, geplaagd.
1de tempel van Janus is gesloten m. a. w. de vrede is gesloten, want alleen in vredestijd was dit het geval.
2Vóór de regeering van Augustus kwam het slechts tweemaal voor, dat deze tempel gesloten (en dus ook ontsloten werd), maar geen van beide malen geschiedde dit onder of onmiddellijk vóór de regeering van Tullus Hostilius.
7baen, baden.
9waaraan het ons ontbreekt, dat zal dubbel groeien.
10faute, gebrek.
2Ozeas, wordt hiermee misschien Hosea bedoeld? Doch in dit bijbelboek komt geen plaats voor, die aan de bovenstaande beantwoordt, evenmin in Jeremia XI, waar dergelijke voorspellingen gedaan worden.
3den Salamandre, hiermee wordt natuurlijk Frans I aangeduid, maar waarom?
Lezingen van den tekst. 1, 9: ghestrent. 4, 2: ghetuychd; 5, 2: danck; de achtergevoegde weglatingsteekens komen voor in de uitgaaf van 1616.
4volcommen, vervuld.
6biene (bieden), aandoen.
9hun geweld kunnen wij niet ontvluchten.
10deze storm is voor ons tot bedaren gebracht.
1taeyse, te aise, blijde.
2u danken wij als den bestuurder hiervan.
4gheduerich, duurzaam.
8altoos niet, volstrekt niet; om gronden, te doorgronden.
10minst en meest, groot en klein, bepaling van ons.
prepostterug  begin  verder