terug  begin  verderprepost

2. A.A.M. Stols aan J. Greshoff, 16 februari 19221

Maastricht 16-2-1922

 

Zeer Geachte Heer Greshoff,

Hedenmiddag ontving ik Uw schrijven. Het is wel heel toevallig, dat ‘Palladium’ denzelfden text wilde herdrukken. Overigens zie ik er niet zoo heel veel bezwaar in, dat er van eenzelfden text twee verschillende edities zouden verschijnen.

Immers, wie <-uitgaven als van de Zilverdistel en Palladium enkel om de tekst

[p. 2]

zou koopen zou daarin minder bevrediging vinden dan wanneer hij zich met een door een Hooggeleerde zwaar geannoteerde> / enkel den tekst wil bezitten kan volstaan met het aanschaffen van een/ editie van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde2 of van de Zwolsche herdrukken3 zou voorzien/ en zal dan ook geen Z.[ilverdistel] of P.[alladium] druk koopen enkel voor den tekst/. (Niet dat er niet gestreefd wordt naar zuivere texten. Ik heb altijd tot mijn genoegen kunnen constateeren, dat zoowel Palladium <- - welker drukken ik bijna allen ken -> alsook de Zilverdistel uitstekend verzorgde texten voor hunne edities gebruiken.) <-Alleen worden - en terecht - vervelende annotitiën[sic] gemeden.> Evenwel is toch ook het typografisch verzorgen van het boek een taak die zoowel P. als Z of T[rajectum ad Mosam] zich gesteld hebben

<-Dit ben ik dan ook met mijne edities van plan. Maar wat toch zeker naast de gesoigneerde text de hoofdzaak is, dat is het gesoigneerde uiterlijk.> En <-is> het/ is/ <-niet> zeer goed mogelijk, dat er verschillende opvattingen over het in druk geven van een zulk een tekst bestaan <-?> / gelukkig!/ Het toevallig/ tegelijk of kort na elkaar/ verschijnen van zulk een text in twee uitvoeringen zou ik niet erg vinden. <-Maar> onaangenamer zou <-het worden, als er>/ Ik ben het met U eens dat het niet prettig zou zijn. even als/ een noodelooze naijver over het verzorgen van denzelfden tekst <-zou ontstaan> / onaangenaam zou zijn/. <-Dit wil ik U wel verklaren,> / Natuurlijk/ ben ik/ dan ook/ niet van plan./ om te probeeren en[lees:een] anderen uitgave van door P. gedrukte boeken te maken/

<-Ik voel evenwel iets om ‘onnoodige coïncidenties’ te voorkomen, en wil gaarne vernemen, hoe ‘Palladium’ zich een contract dienaangaande met ‘Trajectum ad Mosam’ voorstelt.> Heel <-zeker wil ik U niet in Uw vaarwater zitten>./ Of overleg dan noodig is? U ziet deze kwestie wellicht anders dan ik.// Gaarne zie ik dan ook uw voorstellen tegemoet// liefhebberij// adres A'dam/ Ik kan U mededeelen, dat op het oogenblik ter perse is: ‘Shakespeares Sonnets’ in den oertekst[;]4 ‘Beatrijs’ - Het Haagsche Handschrift55 - met houtsneden van een <-xxx> jonge Limburgsche Schilder,6 wordt nu gezet. Verder bereid ik voor Flaubert: La Légende de St. Julien l'Hospitalier7 en id. Bibliomanie.8 Ik hoop dat U niet hetzelfde voorbereidt.

Gaarne <-zie ik Uw antwoord tegemoet> nadere berichten over ons[?] voorst.[el] vernemend.

Met de meeste Hoogachting

Uw dw.

A. Stols Jr.

1Geschreven op briefpapier van Uitgeversmaatschappij Trajectum ad Mosam, St. Amorsplein 16, Maastricht.
Minuut, waarvan het niet zeker is of de inhoud overeenstemt met de uiteindelijk verzonden brief. Uit br.3 blijkt echter wel dat Greshoff een brief met deze of een overeenkomstige inhoud ontvangen heeft.
Naast de in de ‘Verantwoording’ genoemde, zijn bij het weergeven van deze minuut de volgende diacritische tekens gebruikt: <-uitgaven> betekent ‘uitgaven’ is doorgehaald;/enkel/betekent ‘enkel’ is later toegevoegd.
2Onder auspiciën van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden werd door uitgeverij A. Oosthoek te Utrecht een reeks Herdrukken uitgegeven. Als eerste deel in deze serie was in 1915 een door G.J. Hoogerwerff bezorgde en geannoteerde editie van het Journael ofte gedenckwaerdige beschrijvinghe van de Oost-Indische reijse van Bontekoe (1646) verschenen, in 1920 gevolgd door het tweede deel in de serie, een door N.B. Tenhaeff bezorgde uitgave van Bisschop David van Bourgondië en zijn stad (1698). Pas in 1924 zou een derde deel in de reeks verschijnen.
3De reeks Zwolsche Herdrukken stond onder redactie van F. Buitendijk Hettema en J.H. van den Bosch en werd uitgegeven door W.E.J. Tjeenk Willink te Zwolle. In 1922 verschenen in deze reeks onder meer een door Hettema bezorgde editie van Jacob Cats' Spaens heydinnetje (1637), door Van den Bosch bezorgde edities van P.C. Hoofts Granida (1615) en Isaac da Costa's Poëzie (1821-1822), en een door N.A. Cramer opnieuw bezorgde editie van Joost van den Vondels Lucifer (1654).
4Shake-speares Sonnets (1609) zou in januari 1923 als tweede uitgave van The Trajectum ad Mosam Press verschijnen. Het werd door Stols gedrukt op de pers van Boosten & Stols in een oplage van 200 exemplaren. De tekstverzorging was in handen van F.J.H. Lousberg en Stols te zamen. A.A.J. (Fons) Stols tekende het monogram voor de omslag en de titelpagina van deze uitgave.
5Een editie van de Middelnederlandse legende Beatrijs is nooit door Stols uitgegeven. Wel zou ze als zijnde in voorbereiding nog aangekondigd staan in een, van eind 1924 daterend prospectus voor Stols' uitgave van Reden van de waerdicheit der poesie van P.C. Hooft.
Het zgn. ‘Haagse handschrift’ van de Beatrijs uit 1374 berust in de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag.
5[Errata] Eind 1937 zou bij A.A.M. Stols te Maastricht & Brussel de uitgave Beatrijs. Een middeleeuwsche legende met houtsneden van V. Stuyvaert verschijnen. De uitgave kreeg een toelichting van de hand van Stols, gedateerd ‘November 1937’. Het boek werd gedrukt door Boosten & Stols.
6Mogelijk is bedoeld de schilder Henri Charles Jonas (1878-1944), die het vignet voor Stols' eerste uitgave had getekend. (Zie br.1 n.2.) Jonas behoorde met Stols tot de kring die regelmatig ten huize van Charles Nypels in Maastricht bijeenkwam om over literatuur en boekverzorging te praten.
7Gustave Flaubert, La légende de Saint-Julien l'hospitalier, een novelle uit de bundel Trois contes (1877) is niet door Stols uitgegeven. Wel werd het boek als vierde uitgave van Trajectum ad Mosam aangekondigd in een prospectus voor de ‘Uitgaven van de Trajectum ad Mosam Pers’ van januari 1923. Mogelijk heeft Stols van zijn voornemen afgezien omdat in 1924 twee uitgaven (resp. bij Eugène Fasquelle en bij Librairie de France te Parijs) van Trois contes verschenen, en in 1925 nog eens een (bij Lardanchet te Lyon).
8Bibliomanie (1836) van Gustave Flaubert (1821-1880) zou in 1926 als zevende deel in de reeks Les Livrets du Bibliophile bij Éditions A.A.M. Stols te Maestricht verschijnen. Het boekje werd onder leiding van Stols gedrukt bij Boosten & Stols in een oplage van 350 exemplaren. J.P. Franken Pzn maakte een houtsnede voor de omslag. In het impressum staat Claude Aveline (43 rue Madame, Paris) vermeld als Parijse dépositaire.
prepostterug  begin  verder