terug  begin  verderprepost

6. J. Greshoff aan A.A.M. Stols, 15 februari 1923

Rapallo, 15 Febr. 1923

 

Zeer Geachte Heer Stols,

Het deed mij genoegen zoo'n lange brief van u te ontvangen. Ik merk uit brieven van mijn zwager dat hij u nog al eens spreekt.1 En ik hoop u spoedig ook eens te ontmoeten.

Mijn vriend v.S. is juist voor eenige dagen naar Nederland, maar hij komt waarschijnlijk Zaterdag a.s. thuis. Dan zal ik de zaak dadelijk met hem bespreken. Finantieel is de zaak het beste te regelen op geheel dezelfde wijze als Palladium dat gaarne doet. Wij berekenen n.l. wat een boekje in den handel zou moeten kosten zonder honorarium. Dat bedrag is b.v. ƒ5. Welnu dan verkoopen wij de boekjes voor ƒ5.75. Zijnde 75 cts per verkocht ex. voor den auteur. Zoodat, zonder éénige risico voor den uitgever, het publiek des schrijvers honorarium betaalt.

Op deze éénige voorwaarde 75 cts per verkocht ex. zal v.S. u zeker het recht om een oplage van ten hoogste 250 ex te drukken afstaan. Laat u de zaak maar aan mij over. Ik zal het wel in orde maken!

Zou het niet mogelijk zijn om voor dit kleine boekje van A.v.S. de 12 p. Erasmus te gebruiken?2 Dat zou fraai zijn. Ik heb gisteren avond ‘Angiolino’ uitgeteld het zou precies gedrukt als ‘Safya’ in Palladium juist 39 pags text beslaan; dus met titel etc een 3 vel. klein formaat.

[p. 6]

Het zou wel aardig zijn als u juist als bij de Sh. Sonnetten op den titel zoo'n groote roode A.v.S. liet maken.3 Als ik het hem vraag of u doet het - zeggende dat ìk u daartoe heb op gezet! - dan doet J.v.Kr. dat met liefde voor u.

De Lucifer van Nypels heb ik gezien.4 Ik ben er maar zeer matig door bekoord. De Kemp van hem zou ik graag willen hebben, maar die is mij werkelijk te duur.5 Hoe het ook zij: het streven alleen reeds is schoon, in een land als het onze waar men zoo weinig aandacht en liefhebberij voor boeken heeft. Ik hoop dus ook van ganscher harte dat Nijpels in staat zal zijn door te gaan.6 Waarschijnlijk vindt hij [xxx] een reeks min of meer gelukkige expérimenten ten slotte wel een mooie eìgen vorm.

Wij moeten elkaar allen met alle mogelijke middelen helpen, want anders kunnen wij heelemaal niet tegen de moeilijkheden op. En iedere zweem van een gedachte aan ‘concurrentie’ is uit den booze.

U ziet trouwens dat een der Zilverdistelaars dr. P.N. van Eyck, een boekje in Palladium heeft uitgegeven!7 Zoo hoort het.

Ik heb het plan om eens te schrijven over de eigen-persen en bibliofielen uitgaven in Nederl. En dan eens uitvoerig de oprichting van de ‘Zilverdistel’ door mr. J.C. Bloem en mij en van ‘Palladium’ door J.v.Kr. en mij vertellen. Ik kan dan bij die gelegenheid van uw uitnemend pogen en van Nypels gewag maken.8

Weest u intusschen overtuigd van mijn aller hartelijkste belangstelling in uw werk en aarzel niet om mij te schrijven, zoo gij meent, dat ik u met het een of ander kan ter wille zijn.

Met vr. en bel[eefde] gr.

gaarne uw

J. Greshoff

1De brief van Stols aan Greshoff is verloren gegaan; brieven van Jan van Krimpen aan Greshoff uit deze periode zijn evenmin bewaard gebleven. Het ligt voor de hand dat Stols Van Krimpen regelmatig ontmoette in Den Haag, waar beiden woonden.
2Arthur van Schendel, Angiolino en de lente werd gezet uit de 12 punts Erasmus Mediaeval van S.H. de Roos, welke eind 1922 in de kerstbijlage van het Drukkersweekblad was aangekondigd.
Jan van Krimpen zou over deze letter in De Telegraaf van 23 februari 1923 schrijven: ‘Het opener en lichter voorkomen dan van de Hollandsche Mediaeval zal haar op den duur, en ook na eenige slijtage, aantrekkelijker dan deze maken, zelfs voor het allerbijzonderste drukwerk.’ (Zie Dick Dooijes, Over de drukletter-ontwerpen van Sjoerd H. de Roos, Zutphen 1987, p. 42-43 voor een beeld van de Erasmus.)
3Voor de omslag van Stols' uitgave van Shake-speares Sonnets, die in januari was verschenen, had A.A.J. Stols een monogram getekend; overigens was niet het monogram maar de titel Sonnets in rood gedrukt.
Voor de omslag van Arthur van Schendels Angiolino en de lente tekende Jan van Krimpen een monogram, dat ook voor andere delen in de reeks Trajectum ad Mosam als merk benut zou worden.
Angiolino en de lente telde 40 pagina's en mat 13 × 18 cm.
4Joost van den Vondel, Lucifer (1654) was in het najaar van 1922 bij Leiter-Nypels te Maastricht verschenen. Het was gedrukt onder leiding van Charles Nypels.
5 De zeven broeders van Mathias Hubertus Kemp (1890-1964) was in de zomer van 1921 bij Leiter-Nypels te Maastricht verschenen. Het was gedrukt onder leiding van Charles Nypels. Het gedicht was oorspronkelijk gepubliceerd in het bundeltje Het wijnroode uur, De zeven broeders, De droomer. Drie gedichten dat in 1916 door de Maastr. Boek- en Handelsdrukkerij was gedrukt en dat niet in de handel was gebracht. De toenmalige prijs van de door de schrijver en versierder gewaarmerkte 25 exemplaren bedroeg fl 20,-. In een prospectus van Leiter-Nypels uit 1925 werd eveneens een prijs van fl 20,- genoemd. De niet gewaarmerkte exemplaren zouden in een prospectus uit 1927 van La Connaisance te Parijs voor 24 Ffr worden aangeboden.
6Zie Marianne en Karel van Laar, Bibliografie van Charles Nypels, in cat.tent. Charles Nypels, meester-drukker, Maastricht (Gouvernement) 4 november-9 december 1986, p. 70-94; deze bibliografie beslaat de periode 1920 tot en met 1951 en omvat in totaal 218 nummers.
Charles Nypels (1895-1952) was net als Stols uit Maastricht afkomstig. Zijn vader was directeur van de drukkerij Leiter-Nypels te Maastricht. In 1914 werd Nypels volontair bij de Lettergieterij te Amsterdam, waar hij onder leiding van S.H. de Roos zijn opleiding kreeg. In januari 1917 kwam hij bij zijn vaders drukkerij in dienst, waar hij in 1920 zijn eerste eigen uitgave drukte, F.J.H. Lousberghs Verzen en fragmenten.
7Inkeer.
8Aan dit voornemen heeft Greshoff geen uitvoering gegeven.
prepostterug  begin  verder