terug  begin  verderprepost

9. J. Greshoff aan A.A.M. Stols, 25 april 1923

25 April 1923

 

Beste Sander,

Het was stil toen je weg was. Mijn vrouw en ik vonden je bezoek erg gezellig en wij beiden dringen er op aan dat je het spoedig eens herhalen zult: zoo spoedig mogelijk na je examen!

Wat al drie jaar is aangekondigd is thans gebeurd: het verzamelen van mijn rijmproeven.1 Ik ben nu blij dat het gebeurd is! De no.s viii. xxiv. xxvi. xxxii en xxxv ontbreken in het m.s. maar ik zal die spoedig zenden.2

Wil aan de zetter eenige algemeene instructies geven.

a. nergens wit tusschen de strophen.

b. tusschen de laatste regel van een gedicht en het latijnsche cijfer boven het volgende 1 regel wit.

c. tusschen het lat.[ijnsche] cijfer en de eerste regel géén wit.

d. niet interlinieeren

e. pagina's van 28 of 32 regels altijd[?] vol.

f. dus alles achter elkaar drukken

g. de eerste woorden (onderstreept) kaptaal[lees:kapitaal].

vooral 8 p.

J.v.Kr. schijnt in Haarlem benoemd te zijn. volgens het Alg Hbl.3

Het is laat.

Veel allerbeste groeten

je

Jan.4

1In mei 1920 was, onder meer in het artikel Over boekdrukkunst van G.H. Pannekoek Jr. (zie br.3 n.2), in de Palladium-reeks de bundel Zwervenden van Greshoff aangekondigd. Hoe de samenstelling van deze bundel zou zijn geweest, is niet meer te achterhalen.
Welke bundel hij Stols op dit moment aanbood, is evenmin te achterhalen.
In de correspondentie is aanvankelijk sprake van een bundel die afwisselend Rijmoefeningen of Dichtoefeningen genoemd wordt. In De Witte Mier 1 (1924) 1 (15 januari), p. 40 zou de uitgave van Greshoffs bundel nog onder de titel Rijmoefeningen aangekondigd staan.
In zijn brief van 12 augustus 1924 (br.134) bood Greshoff aan Stols de bundel Het keerpunt aan voor de reeks To the Happy Few en schreef een bundel met de titel Schaduw voor Palladium gereed te hebben.
Vermoedelijk komt de aanvankelijk Het keerpunt getitelde bundel echter overeen met de in de zomer van 1924 onder de titel De ceder bij Palladium verschenen bundel.
Bij Stols zou de aan Th.E.C. Keuchenius opgedragen bundel Schaduw als derde deeltje in de reeks To the Happy Few worden gepubliceerd. Hij werd in oktober 1924 door A.A.M. Stols te 's-Gravenhage in een oplage van 50 exemplaren gedrukt. Een aantal van de in br.11 met name genoemde gedichten, die voor de bundel Rijmoefeningen bestemd waren, zou in Schaduw een plaats vinden.
2Zie voor de nummers xxiv, xxvi, xxxii en xxxv br.11 n.6 t/m 9. Welk gedicht Greshoff als nummer viii had gewenst, is niet te achterhalen, omdat de bundel Schaduw uiteindelijk een geheel andere samenstelling heeft gekregen dan de nooit verschenen bundel Rijmoefeningen. (Zie ook n.1.)
3Voor het zilveren jubileum van koningin Wilhelmina op 6 september had W.A. van Konijnenburg twee series postzegels getekend; de belettering van deze zegels was op instigatie van J.F. van Royen aan Jan van Krimpen toevertrouwd. De zegels werden gedrukt bij Joh. Enschedé en Zonen te Haarlem. Enige tijd later, tijdens de opening van de tentoonstelling ter viering van de vijfhonderdste verjaardag van de uitvinding van de boekdrukkunst op 10 november te Haarlem, ontmoette Van Krimpen Joh. Enschedé (1879-1938) die hem vroeg een nieuwe letter voor zijn drukkerij te ontwerpen. Pas omstreeks augustus 1925 trad Van Krimpen bij de firma Enschedé in vaste dienst. Over geen van beide opdrachten aan Van Krimpen is een bericht in het Algemeen Handelsblad achterhaald. (Zie ook John Dreyfus, The work of Jan van Krimpen, Haarlem-Utrecht 1952, p. 6-7; en [Jan van Krimpen], Het huis Enschedé 1703-1953, Haarlem 1953, p. l.)
4Op deze brief is bijgeschreven: ‘Deze brief graag terug! Fons’, en ‘10 × 8p = ± 3 cM’.
prepostterug  begin  verder