terug  begin  verderprepost

12. J. Greshoff aan A.A.M. Stols, 10 mei 19231

[Arnhem] 10 Mei 1923

 

Brave Broeder in Bibliofilia,

Op gevaar af van te worden beschouwd als een grillige gek, waag ik het je voor te stellen het kleine farmaatje voor mijne ‘Dichtoefeningen’ te laten vervallen en zoo iets als Marie Cremers te adopteeren2

Redenen:

a.voor zoo'n klein boekjen kàn ik niet b.v. ƒ5. vragen. hetgeen noodig is om uìt te komen.
b.vind ik het wat bibelot-achtig, wat uitzinnig[?] en aanstellerig.
c.kan ik nu de Erasmus krijgen, waarop ik toch wel zeer gesteld ben.

Wil je dat doen? Ga je er mede accoord. Stel dan precies het formaat vast opdat ik mijn abjecten zwager3 vrage het woordjen Dichtoefeningen en de daarbij behoorende jaartallen te teekenen.

Ik heb de heer Hijman over Mari[sic] Cremers gesproken. Dat is een vergissing. Hij wil van de C.4 en in het vervolg van al je uitgaven één ex. vast. Mocht hij er méér noodig hebben, dan zal hij je dat bij tijds opgeven.

Jan de Vries5 teekende in op Arthur.6

Schrijf mij eens wat je van die adressen binnen hebt gekregen. Ik ben daar zéér benieuwd naar!

Van Piet van Eyck kreeg ik de ZilverdistelKloos ten geschenke, zeer ten mijnen genoege, als te begrijpen is.7 Ik schreef Nijpels, zooals ik je zeide, en deed hem daarin een ruil-voorstel.8 Maar vernam niets van ZEd. Is hij altijd zoo lui met de pen.

Laat spoedig iets hooren. Ben je trouw aan het Recht.

Veel hart. groeten ook van Aty

geheel je

Jan

1Geschreven op briefpapier van J. Greshoff, Burgemeester Weertsstraat 45, Arnhem.
2Het formaat van Nieuwe loten van Marie Cremers bedroeg 16,5 × 22,5 cm. De proef van de titelpagina van Rijmoefeningen heeft een formaat van 13 × 21 cm.
3De proef van het titelblad van Rijmoefeningen (zie br.11 n.5) is niet getekend door Jan van Krimpen, maar is uit de Erasmus Mediaeval gezet.
4Nieuwe loten.
5Jan Pieter Marie Laurens de Vries (1890-1964) was sedert 1919 leraar Nederlands aan de gemeentelijke hbs te Arnhem. Hij had in Amsterdam Nederlands en germanistiek gestudeerd en was in 1915 gepromoveerd op Studiën over Faerörsche balladen. Zowel zijn proefschrift als het in 1923 verschenen De wikingen in de lage landen bij de zee was uitgegeven door H.D. Tjeenk Willink & Zoon te Haarlem. In 1926 zou De Vries hoogleraar in Oud-Germaanse talen en vergelijkende taalwetenschap aan de Rijksuniversiteit te Leiden worden.
6Arthur van Schendel, Angiolino en de lente .
7Eind 1919, mogelijk begin 1920 was als laatste uitgave van De Zilverdistel een door P.N. van Eyck bezorgde editie van Willem Kloos' Verzen uit de jaren 1880-1890 verschenen.
8Greshoffs brief is niet bewaard gebleven. In mei antwoordde Nypels op het voorstel de uitgaven van Palladium voor die van hemzelf te ruilen: ‘Het doet mij natuurlijk genoegen dat de Zeven Broeders een belangstellend tehuis hebben gevonden. Bijgaande zending moet dan de collectie completeeren met deDecker als laatste [...]. Met de prozagedichten van R.[oland] H.[olst] zult u mij om meer dan één reden groot genoegen kunnen doen! Ook Hoofts Sonnetten liggen mij na aan 't typographisch en letterlievend hart! [...]. Daarom ook voel ik alles voor een nauw contact in alle opzichten [...].’
prepostterug  begin  verder