[Arnhem] 10 Mei 1923
Brave Broeder in Bibliofilia,
Op gevaar af van te worden beschouwd als een grillige gek, waag ik het je voor te stellen het kleine farmaatje voor mijne ‘Dichtoefeningen’ te laten vervallen en zoo iets als Marie Cremers te adopteeren2
Redenen:
| a. | voor zoo'n klein boekjen kàn ik niet b.v. ƒ5. vragen. hetgeen noodig is om uìt te komen. |
| b. | vind ik het wat bibelot-achtig, wat uitzinnig[?] en aanstellerig. |
| c. | kan ik nu de Erasmus krijgen, waarop ik toch wel zeer gesteld ben. |
Wil je dat doen? Ga je er mede accoord. Stel dan precies het formaat vast opdat ik mijn abjecten zwager3 vrage het woordjen Dichtoefeningen en de daarbij behoorende jaartallen te teekenen.
Ik heb de heer Hijman over Mari[sic] Cremers gesproken. Dat is een vergissing. Hij wil van de C.4 en in het vervolg van al je uitgaven één ex. vast. Mocht hij er méér noodig hebben, dan zal hij je dat bij tijds opgeven.
Jan de Vries5 teekende in op Arthur.6
Schrijf mij eens wat je van die adressen binnen hebt gekregen. Ik ben daar zéér benieuwd naar!
Van Piet van Eyck kreeg ik de ZilverdistelKloos ten geschenke, zeer ten mijnen genoege, als te begrijpen is.7 Ik schreef Nijpels, zooals ik je zeide, en deed hem daarin een ruil-voorstel.8 Maar vernam niets van ZEd. Is hij altijd zoo lui met de pen.
Laat spoedig iets hooren. Ben je trouw aan het Recht.
Veel hart. groeten ook van Aty
geheel je
Jan