17 Mei 1923
Beste Sander,
Mijn dank voor je brief en de proefjes.2 Nu ik deze zie vind ik dat formaatje toch wel weer héél aardig! Maar ik geloof dat wat grooter beter is. Wat is jouw meening? Wat betreft het Jaar der Dichters kan ik niets doen voor je in princiepe besloten bent het uit te geven.3 Want ik kan moeilijk bijdragen aan letterkundigen en xylographen vragen en dan later weer zeggen dat de zaak, wegens gebrek aan belangstelling niet dóór gaat!
Ik denk na Pinkster in den Haag te moeten zijn. Wij kunnen dan spijkers met koppen slaan. Heb je nog aan een of andre Haex geschreven?4 Het zou prettig zijn als je ook daarvan iets wist opdat wij de Herstelde Witte Mier dan meteen konden bespreken5
Dus tot spoedig,
geheel je
Jan