terug  begin  verderprepost

21. J. Greshoff aan A.A.M. Stols, 2 augustus 19231

[Arnhem] 2 Augustus 1923

 

Beste Sander,

Je schriftuur deed mij veel genoegen.

Laat ik beginnen met je te zeggen dat het feit, dat ik - door bijzondere omstandigheden - niet vlug met het antwoorden ben (dat zal misschien nog wel eens méér gebeuren, hoewel het mijn gewoonte niet is!) absoluut niet beteekent dat ik mijn vrienden ontrouw ben geworden. Je veronderstelling van ‘uit-zijn’ was rede-loos. Wanneer ik eenmaal een genegenheid heb opgevat, i.c. voor Uwes, dan moet er al héél wat gebeuren om daar in ook maar een rimpeltje te brengen. Trek dus nooit weer zulke voorbarige conclusies.

Proef Dichtoefeningen ontving ik. Ik zal de zelfden per keerende retourneeren. Stols Père is, al klinkt het wat oneerbiedig, een adelborst.

Maar voor af moet je duidelijk uitspreken wat je bedoeling is:

‘s.v.p. doorhalen wat niet verlangd wordt’

a. een tijdschrift in den geest van ‘Das Litt. Echo’2 (hierbij gaande) of ‘Vient de Paraître’;3 m.a.w. een veredelde Gulden Winckel.4

b. een uitsluitend Bibliofielen orgaantjen + typografieën etc. etc.

a. lijkt mij persoonlijk veel interessanter. Hierover straks.

Verder moet je ook direct precies vaststellen de verantwoordelijkheden.

Ik heb mijn leven lang zóó veel verdriet gehad van onjuiste of onvolledige afspraken dat ik daarvoor doodsbang ben. Ik bedoel: wie neemt de leiding en hoe wordt onze verhouding tot den leider. Of zoo je de leiding aan meer dan een geeft, hoe wordt die dan onderling geregeld.

Ik heb juist een heele corresp. met van Eckeren gehad en heb gisteren een dag bij hem gelogeerd, om hem te spreken.5 Ik ben n.l. in een moeilijke periode; ik heb jaren lang gelezen, gewerkt, nagedacht en heb daardoor een rijke voorraad aan materiaal gezameld. Nu eerst vind ik den tijd om die[lees:dit] materiaal te verwer-

[p. 16]

ken. Ik schrijf dus véél. Maar.... ik heb geen gelegenheid om geregeld te publiceeren. Dat is mij daarom zoo onaangenaam, omdat ik méén dat ik over de Fr. Lett. een aantal nuttige en vrij belangrijke mededeelingen te doen heb.6

Ik wil niet een artikeltje hìer en een artikeltje dáár schrijven. Dat heeft zoo weinig zin en er zit nooit eenig systheem in.

Ik stuurde aan v.E.[ckeren] copy, maar hij kan het niet verzwelgen, ondanks zijn goede wil, omdat hij aan tal van rotkerels, oude medewerkers, gebonden is. Hij verzekerde mij nu 6 kol. per maand. Dat is mij lang niet genoeg

Ik wil nu geregeld en volledig voor één bepaald tijdschrift dus voor een bepaald publiek mijn zaakie luchten.

Kunt gij mij dat geven? Dan bewijs je mij de grootste dienst, die men mij ooit bewezen heeft. Verder heb ik de overtuiging, dat mits behoorlijk aangepakt zulk een blaadje kans van slagen heeft.

Is het niet te gek dat ik eigenlijk aan de grond zit bij gebrek aan orgaan??

Van Jan de Vries kunt ge je ook verzekerd houden.

Nu de leiding:

Als je mijn opinie vraagt dan zeg ik:

Hou jij de leiding zelf, alleen in handen. D.w.z.: het alléén is hier hoofdzaak. Hoe goede verhouding er ook onderling bestaan moge: het is altijd beter om een samenbotsing van 3 of 5 verschillende willen en inzichten te voorkomen.

Vooral met een beperkt aantal medewerkers lijkt mij de zaak niet te overstelpend voor één man, vooral wanneer hij verzekerd is van de steun en volkomen toewijding van eenige vrienden. En daarvan kun je verzekerd zijn.

Ander punt:

De brave Vader moet bij zijn calculatie honorarium in sluiten. Anders is er onmogelijk iets goeds van te maken. Daarover hebben wij het al gehad.

Ander punt:

De exploitatie zou ik - als ik jou was - in handen geven van een gewiekste uitgever als b.v. Meulenhoff.7 Dan zou de heer S. Sr eens moeten gaan praten. Want de ervaring heeft mij geleerd dat niemand zoo goed expl.[oiteren] kan als iemand die er speciaal op ingericht is. i.c. een uitgever. Die heeft ook meer kans om eenige advert. contr.[acten] af te sluiten.

Ander punt

Mijn lievelingsformaat zou ongeveer als bijgaand ‘Resumé Mensuel’8 zijn maar dan in 2 kol gedr.[ukt]. En ongeveer - als het een maan[+ d]bl.[ad] wordt - van denzelfde omvang of om de veertien dagen 12 pags. Omslag met advert.

Als je 1 Jan. wil verschijnen: moeten wij zoo spoedig mogelijk spijkers met koppen slaan.

Procédons par ordre.

1obepaal de aard van je tijdschrift
[p. 17]
2obepaal in verb.[and] daarmede de periodiciteit (2 w.-1 m-2 m[aa]ndelijks?)
3obepaal in verb. daarmede het formaat en omvang
4olaat een nauwkeurige typogr. calculatie maken met inbegrip van papier (voor clichédruk geschikt, lijkt mij, wat plaatjes verhoogt zeer kans op succes) en aantal exx. op ‘beter’ pampier; alsmede van gekl.[eurd] omslag, berekend op smout, advert.druk.
5omaak een nauwk. honorarium berekening. Ik kan hierover niets zeggen als ik het formaat niet weet. (b.v. formaat: Resumé in twee kol) ƒ2. per kol. gemiddeld.
6oen, wanneer de 5 punten precies vaststaan roep je een kleine vergadering bijeen. met ZEd. S. Sr

Laat de dienst je niet weerhouden deze zaak spoedig in dezen zin af te wikkelen. En nu, Sandertje moet ik aan het verdere werk. Ik verlang naar berichten van je.

Veel liefs van Aty,

Geheel je

Jan

 

Als N. me in de steek laat met de Beaumont kom ik bij jou bedelen!9

1Geschreven op briefpapier met alleen adresaanduiding Burg. Weertsstraat 45, Arnhem.
2Das Litterarische Echo, Halbmonatsschrift für Literaturfreunde was in 1898 opgericht. Het tijdschrift werd uitgegeven door de Deutsche Verlags-Anstalt te Stuttgart en Berlijn. Naast artikelen over literatuur en boekbesprekingen bevatte het tijdschrift de zogenaamde Echo's zoals de ‘Echo der Zeitungen’, ‘Echo der Zeitschriften’ en ‘Echo des Auslands’.
3Vient de Paraitre, Bulletin Bibliographique Mensuel, Courrier de la Vie Intellectuelle et Artistique was in 1921 opgericht en zou tot 1931 bestaan. Vanaf 1923 was in het tijdschrift opgenomen de Revue du Mois Scientifique. Directeur was René Gas. Medewerkers voor literatuur waren onder anderen Fernand Divoire, Charles Grolleau, René Lalou en Frédéric Lefèvre. Het tijdschrift kende rubrieken als ‘Lettres Italiennes’, ‘Les Livres du Mois’, ‘Les Nouveautés et les Nouvelles Littéraires Critiques’ en ‘L'Art du Livre et Livre d'Art’.
4Den Gulden Winckel, Maandschrift voor Boekenvrienden was in 1902 opgericht. Het bevatte voornamelijk recensies en daarnaast interviews, korte berichten over boeken, tijdschriften en uitgevers, en artikelen over boekbanden, illustraties en typografie
5De criticus en romanschrijver Gerard van Eckeren (ps. van Maurits Esser, 1876-1951), was van 1907 tot 1929 redacteur van Den Gulden Winckel. Hij was medewerker van Groot Nederland. In 1900 was hij gedebuteerd met de psychologisch-realistische roman Ontwijding . Greshoff kende hem ongetwijfeld uit de periode dat Esser werkzaam was bij boekhandel G. Vormer aan de Prinsessegracht te Den Haag.
6Greshoff had in 1918 bij A.W. Sijthoff's Uitgevers-Maatschappij te Leiden een bundel opstellen en aantekeningen over Franse literatuur gepubliceerd onder de titel Latijnsche lente. De bundel was als vijfde deel verschenen in de reeks Fransche Kunst die onder redactie van P. Valkhoff stond. In 1924 zou Greshoff bij Boosten & Stols in de door hemzelf geredigeerde reeks De Schatkamer de bundel Mengelstoffen op het gebied der Fransche letterkunde publiceren. Een tweede deel Mengelstoffen, waarvan de kopij tot in 1932 ter beoordeling bij Boosten & Stols heeft gelegen, is niet verschenen. (Zie br.200 n.3.)
In een met Greshoffs hulp door P.H. Muller vervaardigde bibliografie van Greshoffs werk uit juni 1928 (Opwaartsche Wegen 6 (1928-1929) 4 (juni), p. 158) staan onder de uitgaven in voorbereiding tien deeltjes Literatuur in Frankrijk vermeld; geen van deze deeltjes is verschenen. (Zie ook P. Brachin, Jan Greshoff, de francofiel, in Tijdschrift van de Vrije Universiteit Brussel 16 (1973-1974) 1-2, p. 1-20.)
7In 1895 had Johannes Marinus Meulenhoff (1869-1939) te Amsterdam een importboekhandel gesticht. In 1903 werd aan deze boekhandel een algemene uitgeverij toegevoegd, in 1905 gevolgd door een uitgeverij van schoolboeken. In 1916 werden de importactiviteiten voortgezet onder de naam Meulenhoff & Co, terwijl de uitgeverij verderging als J.M. Meulenhoff. Meulenhoff gaf al sinds 1896 het tijdschrift Meulenhoff's Halfmaandelijksche Bibliographie uit. Meulenhoff was voorts uitgever van de succesvolle reeks Nederlandsche Historische Bibliotheek en vanaf 1913 van De Meulenhoff Editie. (Zie Meulenhoff & Co. Korte schets van de historische ontwikkeling en de huidige activiteiten van een Amsterdamse uitgeverij, Amsterdam 1985.)
8Een periodiek met de titel Resumé Mensuel is niet achterhaald.
9Op 27 mei had Greshoff aan Charles Nypels geschreven: ‘Ik heb zo goed als klaar een studie over Simon van Beaumont (1574-1654), met zijn lyrische gedichten samen uit te geven (± 64 pags.) Mijn vrienden vinden mijn inleiding geslaagd [...]. Zou het mogelijk zijn daarvan een pendant van de De Decker te maken.’ Greshoff voegde daar op 8 juni aan toe: ‘Zodra ik de Beaumont heelemaal klaar heb zend ik hem. Waarschijnlijk niet voor 15 Augs.’ (Nypels-archief, De Bilt, resp. doos v en doos xiv.) Begin juni had Nypels met instemming op Greshoffs aanbod gereageerd: ‘Op uw royaal en loyaal aanbod van van Beaumont, is maar één antwoord: natuurlijk! Zoo gauw uw werk geëindigd is, stuurt u de copy maar en indien mogelijk ga ik dadelijk aan 't werk.’ (Nederlands Letterkundig Museum, collectie-Greshoff). Een door Greshoff bezorgde uitgave van gedichten van Beaumont is bij Nypels noch bij Stols verschenen; kennelijk lag de oorzaak daarvan niet bij Nypels. Mogelijk resulteerde Greshoffs plan in de door hem gekozen Keurbundels uit het Nederlandsche Lierdicht, van welke reeks drie delen - gewijd aan Heiman Dullaert, P.C. Hooft en A.C.W. Staring - in 1923 bij Hijman, Stenfert Kroese & Van der Zande te Arnhem verschenen. Van Dullaert zou, op aanraden van Geerten Gossaert (ps. van F.C. Gerretson) aanvankelijk een uitgave bij Palladium verschenen zijn. (Zie br.3 n.2.) Beaumont behoorde ook tot de auteurs van wie Palladium een tekst had willen uitgeven; die editie zou evenmin door Greshoff, maar door Jan van Krimpen bezorgd worden, zoals hij op 12 februari 1922 aan Jan van Nijlen aangekondigd had.
Een aantal gedichten van Beaumont was in 1920 opgenomen in het tweede deel van de door Greshoffs vriend Th.E.C. Keuchenius te zamen met D.C. Tinbergen bezorgde bloemlezing Nederlandsche lyriek vanaf de dertiende eeuw tot 1880. De vierdelige bloemlezing was verschenen bij A.W. Sijthoff's Uitgeversmaatschappij te Leiden.
prepostterug  begin  verder