terug  begin  verderprepost

24. J. Greshoff aan A.A.M. Stols, 20 augustus 19231

20 Augustus 1923.

 

Beste Sander,

Je brief kwam hier aan om 1.05 en nu is het 1.10. Ik laat er dus geen gras over groeien om te antwoorden.

Ik stem met je opzet in groote trekken in. En ik ben overtuigd dat wij iets aardigs en iets goeds kunnen maken. Je inlichtingen zijn uitvoerig maar niet volledig want je spreekt niet over den omvang.

a.Wat zou je denken van een jaarlijksche reeks van 10 nummers van 3 vel? Schrijf dit nog even.
b.Titel: ‘Hamilcar’.2 Deze door diverse menschen zeer aardig geoordeeld. Zooals jij weet was Hamilcar, ['] le prince somnolent de la cité des livres’ in ‘Le Crime de Sylvester Bonnard’.3 Alle geletterden begrijpen deze naam en het vuill[sic] der straten niet. Groot voordeel: Prikkelt de nieuwsgierigheid en trekt den aandacht. Schrijf je oordeel.
c.Prijs ƒ6. per reeks van 10 n.o.s.? Schrijf je oordeel
d.Honorarium door elkaar ƒ2.00 per pag.
reken per aflevering 2 vel te betalen want er blijft natuurlijk altijd boekennieuws etc. = ƒ64. per jaar ƒ640.-. zeg: ƒ650.-.
Is, als het bepaald moet, wel tot ƒ500.- te reduceeren.
Schrijf je oordeel
[p. 19]
e.Verder zou je naar mijne meening een gedeelte met de 10 p Erasmus moeten zetten: n.l. alle korte berichten, mededeelingen en bibliografien[sic]. Dit is in 12 p. werkelijk niet te doen.
Schrijf je oordeel.

Dit zeer voorloopig en in der haast over de medewerkers

Leider: J.Gr.

Redactie: J.v.Kr.[,] A.A.M.S.

medewerkers:

1 J.v. Nijlen4 4 P.N.v Eyck7
2 J. de Vries5 5 Frits Hopman8
3 J.Wer. Buning6 6 dr. Geers9
- A. Roland Holst10 - dr M. Sabbe11
- R.N. Roland Holst12 - A. Delen13
- Arthur v Schendel14 - S.H. de Roos15
- J.C. Bloem16 - J.F. van Royen17
- P.H. v Moerkerken18 - Fr. Erens19
- H.W.J.M. Keuls20 - L. Ronner21

etc.

de met een - voorziene ex. zijn voor zoo nu en dàn eens! want op die kun je niet rekenen de zes bovenste moeten met ons drieën het vaste contingent vormen.

Verder voel ik véél voor enkele buitenl.[andsche] medewerkers n.l. Lucien Dubech,22 Giacomo Prampolini,23 Harold Monroe,24 etc. etc.

maar met mate, omdat je die niet met ƒ2. per pag kunt afschepen en m.i. ƒ5. moet geven, gezien de in hunne landen geldige honoraria.

Buning, weer aan aan[sic] de Tel. terug, was gisteren bij mij.25 Hoopte zéér op het totstandkomen en was tot activiteit bereid!

Maak je niet ongerust. Wij maken iets moois!

Maar:

wanneer wij het ééns zijn en we willen (voor St Nicolaas) dus 1 Nov. een proefnummer laten verschijnen, om 1 Jan. met de geregelde verschijning aan te vangen

dan - dan - dan:

moet

ik nu definitief kunnen beginnen.

Wanneer je dus na het lezen van deze brief je beschlischte besluit genomen hebt en je de verantwoordelijkheid aandurft, en je zoo niet de zekerheid dan toch de groote waarschijnlijkheid [+ hebt] om het tenminste 2 jaar uit te houden, dan moet je mij daarvan dadelijk bericht zenden.

Ik kom dan over om alles nog eens degelijk te bespreken en daarna schriftelijk met je vast te stellen.

Heusch, geloof mij,

[p. 20]

4 mnd om zulk een zaak goed voor te bereiden is niet te veel!

Ik kan er nat. niet van maken - en dat is misschien beter - wat ik wilde n.l. een volledige vergaarbak voor mijn Fr. litt.26

Dus: wanneer jij kan[lees:kans] ziet 1 vel per 14 dgn te verkoopen[?] met mijn proza etc. dan vervul je het [xxx] van mijn verlangen!!

Denk erover. Ik popel van verlangen naar je bericht hierover.

Als de beide plannen doorgaan, dan ben ik waar ik wezen wil! Je bent een Aartsengel!

Veel liefs van Aty

geheel je

Jan

1Geschreven op briefpapier van Palladium.
2Het tijdschrift zou uiteindelijk De Witte Mier als titel krijgen. (Zie ook br.13 n.5 en br.20 n.5.) Deze ‘Nieuwe Reeks’ zou, te beginnen in 1924, drie jaargangen beleven. Er zouden tien nummers per jaar verschijnen.
3Le crime de Sylvestre Bonnard, membre de l'Institut van Anatole France (ps. van Jacques Anatole François Thibault, 1844-1924). Deze roman verscheen voor het eerst in 1881 bij uitgeverij Calmann-Lévy te Parijs.
Hamilcar is de naam van de kat die in de roman voorkomt. Greshoff wilde niet alleen de naam van het nieuwe tijdschrift aan France's roman ontlenen, ook gebruikte hij de kat bij zijn ontwerpschets voor een beeldmerk van het tijdschrift. (Zie ill. p. 21.)
4Jan van Nijlen zou in 1924 vier en in 1925 drie bijdragen aan De Witte Mier leveren.
7P.N. van Eyck zou alleen in 1925 met twee bijdragen aan De Witte Mier meewerken.
5Jan de Vries zou in 1924 vijftien, in 1925 tien en in 1926 één bijdrage aan De Witte Mier leveren.
8Frederik Jan Hopman (1877-1932) was onder meer leraar Engels in Arnhem en Apeldoorn geweest. Hij genoot in kleine kring een grote faam als criticus; in 1927 zou hij literatuurredacteur van de Nieuwe Rotterdamsche Courant worden.
Hopman zou geen enkele bijdrage leveren aan De Witte Mier; hij zou ook niet in de colofon van De Witte Mier bij de medewerkers vermeld staan.
6Johan Willem Frederik Werumeus Buning (1891-1958) was sedert december 1915 als redacteur aan De Telegraaf verbonden; Greshoff leerde hem daar kennen toen hij zelf in 1916 redacteur werd. Buning was in 1921 bij Palladium met de bundel In memoriam gedebuteerd. Hij was een regelmatige medewerker aan De Gids (van welk tijdschrift hij in 1934 redacteur zou worden) en was in 1924 en van 1927 tot en met 1928 redacteur van De Vrije Bladen.
Buning zou zowel in 1924 als in 1925 één bijdrage aan De Witte Mier leveren.
9Gerardus Johannes Geers (1891-1965) schreef sedert 1918 over Spaanse literatuur in de Nieuwe Rotterdamsche Courant. In 1920 was hij leraar Nederlands in Enschede geworden.
Geers zou in 1924 twee bijdragen leveren aan De Witte Mier.
10Met de dichter Adrianus Roland Holst (1888-1976) was Greshoff sedert 1906 bevriend. Door bemiddeling van Greshoff en P.N. van Eyck was Holsts debuutbundel Verzen in 1911 bij C.A.J. van Dishoeck te Bussum verschenen; op zijn beurt zorgde Holst er in 1916 voor dat Greshoff aan De Telegraaf verbonden werd. In 1920 was Holst redacteur van De Gids geworden. (Zie voor de relatie van Stols en Holst, die elkaar pas in 1925 zouden ontmoeten: C. van Dijk, De tweede schoonheid. Alexander Stols en Adriaan Roland Holst, Voorburg 1988.) Holst werkte in 1925 met twee bijdragen aan De Witte Mier mee.
11De Belgische schrijver Maurits Karel Maria Willem Sabbe (1873-1938) was sinds 1914 conservator van het Museum Plantin-Moretus te Antwerpen; in deze functie was hij de directe superieur van Greshoff vriend Ary Delen. (Zie n.13.)
Sabbe zou niet aan De Witte Mier meewerken. Hij zou wel tot in 1926 in de colofon van De Witte Mier bij de medewerkers vermeld staan.
12De schilder en graficus Richard Nicolaüs Roland Holst (1868-1938) was sedert 1918 hoogleraar aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten te Amsterdam; in 1926 zou hij directeur van deze Academie worden. In datzelfde jaar zou hij ook tot de redactie van De Gids toetreden.
Zijn enige bijdrage aan De Witte Mier was na de redactionele inleiding in 1924 de openingsbijdrage in de eerste aflevering.
13Ary Delen (1883-1960) was adjunct-directeur van het Museum Plantin-Moretus te Antwerpen. Greshoff had hem omstreeks 1909 ontmoet toen Greshoff redacteur was van het Haagse weekblad De Hofstad, waaraan Delen als Belgisch correspondent verbonden was. In 1910 was Delen gedebuteerd met de novellen-bundel Prinskensdag.
Delen was in 1913 Belgisch redacteur van de eerste reeks van De Witte Mier geweest. Hij zou niet aan de tweede reeks van De Witte Mier meewerken, maar zou nog wel tot in 1926 in de colofon bij de medewerkers vermeld staan.
14Arthur van Schendel zou geen bijdrage aan De Witte Mier leveren, maar zou nog wel tot in 1926 in de colofon van De Witte Mier bij de medewerkers vermeld staan.
15Sjoerd Hendrik de Roos (1877-1962) was sedert 1907 in dienst bij de nv Lettergieterij Amsterdam v/h N. Tetterode. De Roos was o.m. de ontwerper van de letters Hollandsche Mediaeval (1912) en Erasmus Mediaeval (1922).
Aan het werk van De Roos zou Stols in 1942 een monografie wijden.
De Roos zou slechts in 1924 één bijdrage aan De Witte Mier afstaan.
16J.C. Bloem zou in 1924 één en in 1925 drie bijdragen aan De Witte Mier leveren.
17J.F. van Royen zou in het geheel niet aan De Witte Mier meewerken. Wel zou hij nog tot in 1926 in de colofon van De Witte Mier bij de medewerkers vermeld staan.
18Pieter Hendrik van Moerkerken (1877-1951) was, naast leraar aan een hbs te Haarlem, buitengewoon hoogleraar in de iconografie en symboliek aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten te Amsterdam; in 1926 zou dit hoogleraarschap worden omgezet in een ordinariaat in de cultuurgeschiedenis. Als schrijver was hij in 1899 gedebuteerd met Dit is de legende van het kerkhof van Sint Ian by Laren; als romanschrijver had hij enige faam gekregen met het onder pseudoniem verschenen Gijsbert en Ada (1911) en met De bevrijders (1914). In 1918 was het eerste deel van de cyclus ‘De Gedachte der Tijden’ verschenen; Greshoff zou voor de herdruk van deze cyclus, die in 1948 bij G.A. van Oorschot te Amsterdam zou verschijnen, een inleiding schrijven.
Van Moerkerken zou geen bijdrage aan De Witte Mier leveren, maar zou nog wel tot in 1926 in de colofon van De Witte Mier bij de medewerkers vermeld staan.
19Maria Joseph Franciscus Peter Hubertus (Frans) Erens (1957-1935) was in 1893 gedebuteerd met Dansen en rhytmen . Erens werkte regelmatig mee aan De Gids en aan De Nieuwe Gids. Erens was bevriend met een aantal door Greshoff bewonderde Franse schrijvers, zoals Jean Moréas en Maurice Barrès, aan welke laatste hij in 1924 zijn enige bijdrage aan De Witte Mier zou wijden.
20Henricus Wijbrandus Jacobus Maria Keuls (1883-1968) was in 1920 bij Palladium gedebuteerd met de bundel In den stroom .
Hij zou alleen in 1925 één maal meewerken aan De Witte Mier.
21De boekbinder Lolke Ronner (1877-1951) was directeur van de Amsterdamsche Grafische School. Hij publiceerde regelmatig over boekbanden en aanverwante onderwerpen. Hij zou niet aan De Witte Mier meewerken; hij werd ook niet in de colofon van De Witte Mier bij de medewerkers vermeld.
22Lucien Dubech (1882-1940) was toneelcriticus van de Revue Universelle en van L'Action Française.
Dubech droeg zowel in 1925 als in 1926 één artikel aan De Witte Mier bij.
23Giacomo Prampolini (1898-1975) wijdde zich na een rechtenstudie geheel aan de literatuur. Hij zou in 1928 debuteren met de bundel Dall'alto silenzione. Hij werkte mee aan Italiaanse tijdschriften als Convegno, Lo Spettatore en Giornale di Poesie. Hij vertaalde veel Nederlandse literatuur, onder meer boeken van Van Schendel, met wie hij bevriend was. Greshoff had hem in het najaar van 1921 te Milaan ontmoet. Prampolini werkte zowel in 1924 als in 1925 met één bijdrage aan De Witte Mier mee.
24Harold Edward Monro (1879-1932) dreef van 1913 tot aan zijn dood in Londen (35 Devonshire Street) The Poetry Bookshop. In een ander verband zou Greshoff in december 1923 over Monro's boekhandel schrijven: ‘Ik weet niet of deze nog bestaat of nog in dien aardigen primitieven vorm bestaat. Ik weet alleen dat ik in 1913 buitengewoon bekoord was van den opzet en de uitvoering.’ (Den Gulden Winckel 22 (1923) 12, p. 178-180.) Monro zou geen bijdrage leveren aan De Witte Mier.
Waarschijnlijk verwarde Greshoff bij het neerschrijven Monro's naam met die van Harriet Monroe (1860-1936), die in Chicago vanaf 1912 het tijdschrift Poetry, A Magazine of Verse uitgaf.
25Buning was tot 1944 onafgebroken aan De Telegraaf verbonden; het is mogelijk dat hij tijdelijk in militaire dienst was geweest. (Zie P. Hijmans, Johan Willem Frederik Werumeus Buning, 4 mei 1896-16 november 1958, Groningen 1969, p. 46-49.)
26Zie br.21 n.6. Greshoffs bijdragen aan Den Gulden Winckel handelden grotendeels over Franse tijdschriften en Franse literatuur.
Van een afzonderlijk tijdschrift over Franse literatuur is verder niets bekend, of een prijsopgave van Drukkerij G.W. van der Wiel & Co te Arnhem (zie br.63 n.3) moet hiermee te maken hebben.
Er bestond al het tijdschrift Het Fransche Boek, het orgaan van de Vereeniging ter Bevordering der Studie van het Fransch en van het Genootschap Nederland-Frankrijk, waarin veel Frans boekennieuws werd opgenomen. Dit tijdschrift stond onder redactie van M.J. Premsela, die onder meer goed met Claude Aveline bevriend was.
prepostterug  begin  verder