terug  begin  verderprepost

35. J. Greshoff aan A.A.M. Stols, 28 september 19231

[Arnhem,] 28 September [19]23

 

Beste Sander,

Zeer voldaan ben ik terug gekomen van mijn bezoek aan Maastricht en omstreken.

1o.Hierbij een brief van Jany.2 Stuur hem terug. Hij is wat crû, laat hem niet aan den jonkman lezen,3 daar reken ik op.
2oals postpaket[sic] kreeg je copij van mijn opstellen.4
3oals drukwerk kreeg je ‘Lijmen’5
[:4]oJ.v.N. zal er over denken of hij zijn proza belangrijk genoegt[?] vindt om te bundelen.6
5ode briefk. van Rik heb je gezien. Ik heb hem geschreven dat hij spoedig het stukje moet schrijven en het plaatje moet sturen.7
6omijn moeder8 is plotseling - voor het eerst na haar ziekte in Arnhem gekomen - zoodat je later eens een weekendje moet komen logeeren.
7ode adressenlijst van J. de Vries voor prosp. W.M. krijg je spoedig.

Ik kan je niet zeggen hoe blij ik ben met de uitgave van de W.M. Een van mijn harte wenschen is in vervulling gegaan dank zij jou. Je hebt mij een grooten dienst bewezen.

Veel liefs van Atie,

geheel je

Jan.

 

n.b.

Hoe breeder de kring van belangstellenden, hoe meer kans op welslagen. zet dus op de omslag

De W.M.

Een maandschrift voor de vrienden

van boek en prent9

1Geschreven op briefpapier van De Witte Mier, Maandschrift onder leiding van J. Greshoff. Uitgegeven bij Boosten & Stols te Maastricht.
2Deze brief van A. Roland Holst aan Greshoff is niet bewaard gebleven.
3Op wie Greshoff doelde, is door het ontbreken van A. Roland Holsts brief (zie n.2) niet te achterhalen.
4J. Greshoff, Mengelstoffen op het gebied der Fransche letterkunde zou in maart 1924 als deel 3 in de reeks De Schatkamer bij Boosten & Stols te Maastricht verschijnen in een oplage van 1000 exemplaren.
5Lijmen van Willem Elsschot was in drie afleveringen in De Vlaamsche Gids 11 (1922-1923) verschenen, resp. afl.4 (april-mei 1923), p. 289-324, 5 (juni-juli 1923), p. 385-425 en 6 (augustus-september 1923), p. 481-532; de roman zou pas in juni 1924 bij L.J. Janssens & Zonen te Antwerpen verschijnen.
Waarschijnlijk stuurde Greshoff de afleveringen van De Vlaamsche Gids aan Stols toe; het is ook mogelijk dat Ary Delen Greshoff het manuscript van Lijmen ter beoordeling toegezonden had. Of Stols de uitgave in boekvorm heeft overwogen, en zo ja waarom hij dan van de uitgave heeft afgezien, is onbekend. Later zou hij wel pogingen doen via Greshoff en Delen in contact met Elsschot te komen. (Zie br.40 n.3.)
6In 1918 had Jan van Nijlen in de reeks Fransche Kunst, die onder redactie van P. Valkhoff stond, bij A.W. Sijthoff's Uitgevers-Maatschappij te Leiden de studie met bloemlezing Francis Jammes uitgegeven, in 1919 in dezelfde reeks gevolgd door een studie over Charles Péguy. Bijdragen over Franse literatuur van Van Nijlen verschenen onder meer in Groot Nederland. Tot een bundeling is het nooit gekomen.
7Bij Avonturen met Ariël, een bijdrage van R.N. Roland Holst aan De Witte Mier 1 (1924) 1 (15 januari), p. 4-7, werden twee illustraties door de Engelse schilder Edward Calvert geplaatst, n.l. de ets Landschap en de houtsnede De bruidskamer. Holsts bijdrage is gedateerd november 1923.
Op 24 september had Holst Greshoff geschreven: ‘Ik zou een aardig onderwerp weten voor een stukje voor de Witte Mier, maar dan zou er één reproductie bij moeten naar een houtsneetje, een prachtig ding 100 jaar geleden gemaakt, dat niet grooter is dan de helft van deze briefkaart. Kan dat?’
Brieven aan R.N. Roland Holst zijn niet bewaard gebleven.
8Petronella Jacoba Maria Greshoff-Buijs (1860-1950).
9Op de omslag zou slechts De Witte Mier komen te staan, de kop van het tijdschrift zou luiden: De Witte Mier, Maandschrift voor de Vrienden van Boek en Prent. (Zie ill. p. 43.)
prepostterug  begin  verder