3De brieven van Greshoff aan Delen zijn niet bewaard
gebleven. Op 27 oktober antwoordde Delen: ‘[...] Schreef aan de Ridder... maakte hem voorstel
over... wacht.’ Op 17 december voegde hij daaraan toe: ‘Wat Elsschot's
Lijmen betreft, ik deed al wat ik kon. Maar die man is zoo slordig, dat er geen bepaald
antwoord van hem te krijgen is. - Schrijf hem zelf eens [...].’
Greshoff zelf schreef dat
hij Willem Elsschot (ps. van Alphonsus Josephus de Ridder,
1882-1960) vlak na de Eerste Wereldoorlog voor het eerst ontmoet had (J. Greshoff,
Alfons de Ridder alias Willem Elsschot, in De Gids 120 (1957) 4 (april), p.
228), Elsschots biograaf beweerde dat de eerste kennismaking pas omstreeks 1932 heeft
plaatsgevonden (Frans Smits,
Willem Elsschot, Utrecht 1976
2, p. 15). Niet onwaarschijnlijk is dat deze ontmoeting al rond 1910 via Ary Delen heeft
plaatsgevonden. Greshoff was toen redacteur van het Vlaamse literaire tijdschrift Ontwaking en
Nieuw Leven, en zowel Greshoff als Delen waren in die tijd verbonden aan De Hofstad en
bezochten elkaar over en weer regelmatig. Greshoff heeft bij die gelegenheden ongetwijfeld
kennisgemaakt met de vriendenkring van Delen, waartoe ook Elsschot behoorde.
Elsschot
dreef vanaf de Eerste Wereldoorlog tot 1931 te zamen met Léonce Leclerq en, sedert 1925,
Lodewijk Daniël de Haas de firma La Propagande Commerciale te Antwerpen en
Brussel; na 1931 zette Elsschot zijn reclameactiviteiten alleen voort.
Brieven
van Greshoff aan Elsschot zijn niet weergevonden; pas na 1933 zijn brieven van Elsschot aan
Greshoff bewaard.