terug  begin  verderprepost

48. J. Greshoff aan A.A.M. Stols, wschl. november 19231

Zondagochtend

 

Beste Sandertje,

Eindelijk!

Ik ben niet erg goed èn heb allerlei besognes. JvKr. heeft je de Utrechtse geschiedenis wel verteld.2 Waarschijnlijk wordt ik in 1924 je Haagsche stadgenoot.3 Gezellig vind ik dat.

De beide prosp. heb ik, omdat ik zoo beef J.dVr. gedicteerd.4 Ik heb ze met opzet zeer kort (lange léést men niet) en sober (wèg met alle opschepperij) gehouden.

Maar ik geloof dat alles wat gezegd moest worden gezegd is.

JdeVr. stuurt prosp. Mengelstoffen. Ik vind het zeer moeilijk en onkiesch over eigen verdienste te schrijven!

JdVr. zal de proeven zien.

Morgen ga ik naar het breinloosuitgespatte Lutetia.5

alwaar 25 courant mijne Gade mij rejoigneeren zal. Ik zal je mijn adres schrijven.

JdVr (en ik) vragen: hoe staat het met contract.?!??!

Ik ben en blijf je getrouwe en toegewijde makker

Jan

1Gezien de inhoud van br.49 is deze brief kort voor 21 november te dateren.
2Het is niet duidelijk waarop Greshoff doelde. Mogelijk dat Greshoff en Jan van Krimpen de veiling van antiquariaat J.L. Beijers te Utrecht, die van 30 oktober-3 november was gehouden, hadden bijgewoond.
Het is ook niet ondenkbaar dat Greshoff, op zoek naar een nieuwe betrekking na zijn ontslagname bij de Nieuwe Arnhemsche Courant, gegadigde was voor de overname van A.J. van Huffel's Antiquariaat te Utrecht, dat in 1923 door H.G. van Huffel werd overgedragen. (Zie G.A. Evers & P.H. Ritter Jr., Honderd jaar A.J. van Huffels Antiquariaat in Utrecht 1849-1949, Utrecht 1949, p. 8.)
Het is voorts mogelijk dat deze passage betrekking heeft op Greshoffs contact met het Utrechtsch Dagblad. (Zie n.3.)
3In deze periode was er sprake van dat Greshoff vanaf 1924 de parlementair verslaggever voor het Utrechtsch Dagblad zou worden. Greshoffs vriend P.H. Ritter Jr. was hoofdredacteur van het Utrechtsch Dagblad.
4Zie br.44 n.2 en n.5.
5Bedoeld is Parijs.
prepostterug  begin  verder