[Arnhem,] 14 Dec 1923
Beste Sander,
Ik ben goed thuis gekomen en zeer voldaan over mijn Maestrichtsch bezoek.2 Wil nog eens je Mama en je Vader bedanken voor de hartelijke gastvrijheid.
Zie hier zakelijks:
Stukje over Lucien Fabre (10 p) staat, onder de driestarren, Thierry Sandre (1.) de noot wordt:
(1) ps.[eudoniem] voor Charles Moulié, geboren 19 mei 1890 te Bayonne (Basses-Pyr.) Uitnemend minnaar en kenner der oude talen. Hij bracht o.a. in het Fransch over de Basia van onzen Secundus (ed. Malfère, Amiens 1922) en, onder den titel [']Les Amours de Faustine’, de latynsche poëzie van Joachim Du Bellay (ed. Malfère, Amiens 1923).3
Verder staat in dat zelfde stukje
Larbaud: ‘Beauté mon beau Souci’.
Dat moet worden
Larbaud: ‘Amants, heureux Amants’4
de daarbij passende noot (over Malherbe)
vervalt.5
Waak, bidde ik UEd, persoonlijk over deze koreksje.
Nu ga ik aan R.N. over W. van D.6
over [xxx]
e.a.
schrijven.
Tot spoedig bericht
geheel je
Jan.
Noteer (ook voor toezenden drukproeven) dat het adres v.V.H. is.
Prof. dr. A.G. van Hamel
Pr. Hendriklaan 19
Utrecht7