terug  begin  verderprepost

54. J. Greshoff aan A.A.M. Stols, 17 december 19231

[Arnhem,] 17 Dec 23

 

Beste Sandortje,

i Wil je bij de medewerkers buitenland nog zetten Claude Aveline (Parijs)2

ii hierbij prop. voor op te nemen in je Notities van boekenliefhebber (een pietsie uitvoerig zoo mogelijk)3

iii Wij stelden 3 × ¼ pag. op voor buitenl.[andsche] uitgever. zet dat op de laatste vierde (bovenaan a.u.b)

iets in den aard

Editions de Luxe Claude Aveline

Paris, ii Rue du Depart

Prochainement: Anatole France

‘Alfred de Vigny’

[p. 39]

édition revue et corrigée par l'auteur.4

Portret d'Anatole France par Bourdelle5 bois de L. Perrichon6

25 japon 900

25 Whatman 600

400 velin du Marais 200 frs

iv ik schreef Salverda de Grave om artikel over ‘Xavier’7

ben benieuwd of hij het doet!!

v schreef Jolles over artikel over R.N.R. Holst

ben ook benieuwd!88

vi Schreef Aveline over art. over Steinlen voor No 29

In gloeiende haaste, wegens ijverig werk aan articuul voor W.M. 2 of 3: ‘Koninklijk Proza’ (over het proza v Lod. 14)10

Heel veel liefs ook van Aty

geheel je

Jan

1Geschreven op briefpapier van De Witte Mier, Maandschrift voor de Vrienden van Boek en Prent, ander leiding van J. Greshoff. Uitgegeven door Boosten & Stols, Maastricht.
2Claude Aveline (ps. van Eugène Avtsin, geb. 1901) was van 1920 tot 1922 secretaris van de bibliograaf Ad. van Bever, de oprichter van Les Maîtres du Livre, geweest; in 1922 vestigde hij zich zelfstandig als uitgever. Vanaf oktober 1927 zou hij vast medewerker van het tijdschrift Het Fransche Boek worden.
Van 1922 tot 1930 dreef Aveline zijn uitgeverij Éditions d'Art te Parijs, eerst op het adres 11 rue du Départ, na 1925 op het adres 43 rue Madame.
Op het prospectus van De Witte Mier komt de naam van Aveline niet voor, wel in de colofon op de binnenflap van de eerste aflevering.
Op 27 november had Greshoff in Parijs bij Aveline gedineerd. Bij die gelegenheid zegde Aveline zijn medwerking aan De Witte Mier toe.
3Mogelijk een prospectus of een folder ter verwerking in de rubriek ‘Boeken en Tijdschriften’ waarmee iedere aflevering van De Witte Mier sloot.
Wat Greshoffs eigen uitgaven betreft: in De Witte Mier 1 (1924) 1 (januari), p. 40 staan nieuwe uitgaven van Palladium vermeld, op p. 41 wordt aandacht besteed aan de reeks Keurbundels uit het Nederlandsche Lierdicht onder redactie van Greshoff en op dezelfde pagina wordt ook De Schatkamer aangekondigd.
4Op de eerste bladzijde van de vier pagina's tellende advertentiesectie in De Witte Mier 1 (1924) 1 (januari) staat onder meer aangekondigd Anatole France, Alfred de Vigny, ‘édition décorée d'un portret d'Anatole France par Antoine Bourdelle & des bois par J.L. Perrichon’; de verdeling van de oplage is niet uit Greshoffs brief overgenomen, wel de prijzen voor de onderscheiden edities.
5Van Émile Antoine Bourdelle (1861-1929) zou Stols in 1925 als nummer 5 in de reeks To the Happy Few Trente journées du grand travail. Anatole France uitgeven; deze tekst werd gevolgd door ‘Notes sur Antoine Bourdelle’ van Claude Aveline.
6De Franse schilder en houtsnijder Jules Léon Perrichon (1866-?) was in deze jaren een bekend en veelgevraagd illustrator.
7In De Witte Mier 1 (1924) 3 (15 maart), p. 108-113 zou J.J. Salverda de Grave onder de titel Spraakkunst-onderwijs langs wegen van fluweel een bespreking publiceren van Abel Hermant, Xavier ou les entretiens sur la grammaire dat in 1923 bij Le Livre te Parijs was verschenen.
Jean Jacques Salverda de Grave (1863-1947) was in 1921 hoogleraar Frans aan de Universiteit van Amsterdam geworden; daarvoor bekleedde hij dezelfde functie te Groningen.
8André Jolles, R.N. Roland Holst als bramenzoeker zou opgenomen worden in De Witte Mier 1 (1924) 4 (15 april), p. 156-160.
André Jolles (1874-1946) was medewerker van De Kroniek en De Amsterdammer geweest. Na een verblijf in Duitsland vanaf 1902, was hij in 1916 hoogleraar aan de vervlaamste Hogeschool te Gent geweest, vervolgens directeur van het Insel Verlag te Leipzig en vanaf 1919 hoogleraar Nederlands te Leipzig. In 1923 publiceerde hij de essaybundel Bezieling en vorm.
8[Errata] André Jolles is nooit bij de Insel-Verlag te Leipzig werkzaam geweest, maar was bevriend met de directeur, Anton Kippenberg.
9De graficus Théophile Alexandre Steinlen (1859-1923) was op 12 december overleden. Claude Aveline, De dood van Steinlen zou worden opgenomen in de rubriek ‘Menschen, Daden & Data’ in De Witte Mier 1 (1924) 2 (15 februari), p. 81-85. Het artikel is gedateerd ‘Kerstmis 1923’.
Op 26 december zou Aveline aan Greshoff schrijven: ‘[...] j'ai trouvé votre bonne lettre et votre carte. J'ai aussitôt commandé le cliché d'un très beau dessin de Steinlen[,] j'ai fait réduire ce dessin (qui est grand) exactement à la justification de votre page (une pauvre femme tenant dans ses bras un enfant et poussée par la tempête) - j'ai redemandé le cliché de “Molène” que j'avais prêté à Floréal (lequel ne l'a d'ailleurs pas encore publié). J'espère pouvoir vous envoyer ces deux clichés samedi. Pour l'article, le voici: n'est-il pas trop long et vous plait-il? C'est difficile de parler d'un grand ami qu'on vient de perdre. Les plus rudes émotions ne sont pas toujours celles qui se laissent se mieux partager. Sur ces deux pages aussi j'attends avec impatience votre avis.’
10Een artikel over het proza van Lodewijk xiv (1638-1715) heeft Greshoff niet gepubliceerd in De Witte Mier.
prepostterug  begin  verder