terug  begin  verderprepost

55. J. Greshoff aan A.A.M. Stols, 18 december 19231

[Arnhem,] 18, Dinsdagavond, Dec. '23

 

Beste Sander,

1obriefk. Coenen niet terug!2
2ozie ik nog laatste 8 pag vel 3?
3.voeg op omslag bij Claude Aveline3 en bij de Nederl Joh. Huyts.4
4.geen nieuws van S. de Gr5
J.6
Av etc.7
kan ook haast nog niet
vooral benieuwd naar Feber!8
5hierbij brief boekverkoopers en proef terug.9
6.maak Aveline's Anatole France dan in elk geval voor no 2.10
7spoedig krijg je via J.v.Kr. stuk van Lucien Dubech om No 2 te openen.11 bijzonder fraai.
8.voor Schatkamer
Jean Viollïs ‘Harteken’
vertaald door A.J.J. Delen
voorrede van J. Greshoff
kopij zal Delen mij dezer dagen sturen.12
[p. 40]
9.aanbieding voor de Schatkamer
Claudel's 'L'Echange’
vertaald door Jan Eelen13
voorrede J.Gr.
is wel mooi
een vertaling is wel gewettigd omdat Claudel verduiveld moeilijk is voor de meesten14
10.Ik heb het adres van Alfons de Ridder en zal hem, op raad van Delen, nog eens zelf schrijven.15
11.Ik lag vandaag te bedde. Vandaar dit kort-zakelijk relaas.
12.ten slotte,
zou het niet wenschelijk zijn, dat ik zoodra het No 1. klaar en afgedrukt nog even bij je kwam om te assisteeren bij verzending aan de pers, aan diverse personen en aan de boekh. etc etc etc.
Er zal genoeg te doen zijn!
Ik zal voor de pers een kleine brief opstellen. of liever 2
1om te zeggen wat de W.M. wil16
2om te zeggen wat de Schak wil.17

Veel liefs voor al de uwen,

geheel je

Jan

 

Circulaire Hymans is m.i. wel geslaagd!18

1Geschreven op briefpapier van de Witte Mier, Maandschrift voor de Vrienden van Boek en Prent, onder leiding van J. Greshoff. Uitgegeven door Boosten & Stols, Maastricht.
2Uit deze periode is geen briefkaart door Frans Coenen aan Greshoff bewaard gebleven.
3Zie br.54 n.2.
4De journalist en dichter Johan Louis Victor Anton Huijts (geb. 1897), die sinds 1919 buitenlandredacteur bij de Nieuwe Rotterdamsche Courant was.
Op het prospectus van De Witte Mier komt de naam van Huijts niet voor, wel in de colofon op de binnenflap van de eerste aflevering. Huijts zou in 1924 drie, in 1925 zes en in 1926 één bijdrage aan De Witte Mier leveren
5J.J. Salverda de Grave was gevraagd een boekbespreking over Xavier ou les entretiens sur la grammaire van Abel Hermant aan De Witte Mier bij te dragen. (Zie br.54 n.7.)
6André Jolles zou voor De Witte Mier een artikel schrijver over Overpeinzingen van een bramenzoeker van R.N. Roland Holst. (Zie br.54 n.8.)
7Claude Aveline zou een kort in memoriam over Th. Steinlen voor De Witte Mier schrijven. (Zie br.54 n.9.)
8L.J.M. Feber zou een voorwoord schrijven voor Bernard Verhoevens De pelgrim. Hij zou zelf in de reeks De Schatkamer twee treurspelen onder de titel Israël publiceren. (Zie br.53 n.5 en n.6.)
9Van januari tot en met mei 1924 zou Boosten & Stols maandelijks een propaganda-uitgave getiteld Boosten & Stols' Correspondentie met den Nederlandschen Boekhandel onder de Nederlandse boekhandelaren verspreiden.
10De advertentie voor Claude Avelines uitgave van Alfred de Vigny van Anatole France is opgenomen in aflevering 1 van De Witte Mier. (Zie br.54 n.4.)
11Lucien Dubech zou zijn eerste bijdrage pas leveren aan De Witte Mier 2 (1925) 1 (15 januari), p. 34-38.
De Witte Mier 1 (1924) 2 (15 februari) opende met een dialoog van Greshoff getiteld Critiek (p. 49-51).
12Harteken van Jean Viollis (ps. van Jean Henri d'Ardenne de Tizac, 1877-1932) was onder de titel Petit-coeur oorspronkelijk in 1903 bij Société du Mercure de France te Parijs verschenen. Een door Ary Delen vervaardigde vertaling was gepubliceerd in Europa.
Op 17 december had Delen aan Greshoff geschreven: ‘Ik zie er heelemaal geen bezwaar in dat je mijn vertaling van Viollis' Petit Coeur zoudt opnemen in je “Schatkamer”. Maar... 1o je moet me dan tijd laten dat ding te herlezen: 't is zoo lang geleden. 2o je moet je omtrent de condities verstaan met Jean Viollis. Hij zal je zeker toelating geven, maar hij zal moeten betaald worden. Reeds toen de vertaling in “Europa” verscheen, eischte hij de helft van mijn honorarium, dat toen meen ik diep in de 40 fr. bedroeg!!!.’
Een vertaling van Harteken zou niet in de reeks De Schatkamer worden opgenomen. In Boosten & Stols' Correspondentie met den Nederlandschen Boekhandel 3 (15 februari 1924) werd nog een aankondiging van Harteken opgenomen.
Als deel 9 in deze reeks zou in 1925 in een oplage van 570 exemplaren Tooneel en dans, kronieken en kritieken door J.W.F. Werumeus Buning bij Boosten & Stols te Maastricht verschijnen.
13L'Échange, het z.g. ‘Amerikaanse’ drama van Louis Charles Marie (Paul) Claudel (1868-1955), was voor de eerste maal in boekvorm verschenen in diens L'Arbre, dat in 1901 gepubliceerd was bij Mercure de France te Parijs. In 1911 werd het opgenomen in deel 3 van Claudels Théâtre. Première Série, dat eveneens door Mercure de France werd uitgegeven. Er is geen vertaling van dit boek in De Schatkamer verschenen.
De suggestie de vertaling in De Schatkamer op te nemen was van Ary Delen afkomstig. Op 17 december had Delen Greshoff er op gewezen dat zijn vriend Jan Eelen (1877-1970) Claudels boek vertaald had. Eelens vertaling is niet gepubliceerd. In Eelens archief, dat berust in het Archief en Museum voor het Vlaamse Cultuurleven te Antwerpen, bevinden zich diverse vertalingen van Eelen in handschrift, onder meer van Claudel, met wie hij een drukke correspondentie voerde. (Zie Wim van Rooy, De enigmatische Jan Eelen, in Dietsche Warande & Belfort 122 (1977) 1, p. 52.)
14Greshoff had in 1921 bij Hijman, Stenfert Kroese & Van der Zande te Arnhem Inleiding tot Claudel's Maria Boodschap gepubliceerd. Een inleiding tot L'Échange is niet bewaard gebleven.
15Brieven van Greshoff aan Willem Elsschot zijn niet bewaard gebleven.
16Dit persbericht voor De Witte Mier is niet achterhaald.
17Dit persbericht voor de reeks De Schatkamer is niet achterhaald.
18Zie br.52 n.2.
prepostterug  begin  verder