terug  begin  verderprepost

56. J. Greshoff aan A.A.M. Stols, 19 december 19231

[Arnhem,] 19 Dec 1923

 

Beste Sandoro,

In dank ontving ik de prosp. W.M., die er goed uitzien, maar waarop één ding ontbreekt: de naam des redactoroiertsjen!2 Hij zelf is daarover niet gebelgd, want hij zelf heeft het prosp. opgesteld en hij zelf heeft het verzuim op zijn geweten en van groot belang voor de werfkracht is het ook niet!

Hierbij brief ter begeleiding der recensie ex.

+ biljet ‘De Schatkamer’.3

Kreegt gij reeds advert. Hyman?

Ik heb er nog eens met J de Vr. overgesproken. Het beste is dat jij dwz de firma een circ.[ulaire] voor advert. naar Tj.W. stuurt, met briefje of je in dat eerste No, dat

[p. 41]

een belangrijk art. van dr J. de V. bevat, niet een advert. van Tj.W. 's uitgave mag zetten.4 Breng op ongezochte wijze ook mijn naam te pas.

id. aan Meulenhoff5

dat een art v Aart v.d.L. over Arth. in No 1 komt.6 Dat het van groot belang zou zijn zijn van Schendel te adverteeren.

Schrijf ook pers.[oonlijk] aan Henri Mayer.7

Zou Boucher niet willen?8

de Groot & Dijkhofz.9

Nu, edele, breng mijne respecten over aan je Mama en je familie, en geloof mij je onwankelbare

Jan

 

abonné dr G.J. Geers Boddenkampsingel 134 Enschedé.

 

Laat a.u.b. dadelijk een pakje (± 20) prosp. sturen aan dr Jan de Vries Steynstr. ii Arnhem

mr. J.W.J. Hoog. Nicolaes Maesstr. 49 boven Amsterdam10

 

Laat (dit is van veel belang) een compleet ex. J. de Vries ‘Henrik Ibsen’ in losse vellen zenden aan den Hoog gel. [eerde] Heer Prof. dr. A.G. van Hamel Prins Hendrikl. 19 Utrecht die zal er in de W.M. over schrijven.11

ik heb hem deze zending al aangekondigd, vergeet het niet!

Dag.

1Geschreven op briefpapier van De Witte Mier, Maandschrift voor de Vrienden van Boek en Prent, onder leiding van J. Greshoff. Uitgegeven door Boosten & Stols, Maastricht.
2Nergens op de prospectus voor De Witte Mier is de naam van Greshoff vermeld.
3Waarschijnlijk werd het afzonderlijke propsectus voor Jan de Vries' Henrik Ibsen bedoeld. (Zie br.43 n.6.)
Een raambiljet voor deze uitgave is niet bekend.
4In De Witte Mier 1 (1924) 1 (15 januari), p. 16-21 publiceerde Jan de Vries de eerste aflevering van zijn artikelenreeks Toevallige ontmoetingen in de litteratuur; deze eerste aflevering was getiteld Het toeval der ontmoetingen.
In de eerste aflevering van De Witte Mier is geen advertentie van H.D. Tjeenk Willink & Zoon te Haarlem opgenomen. Bij deze uitgever had De Vries een aantal van zijn wetenschappelijke werken gepubliceerd.
5In de eerste aflevering van De Witte Mier is geen advertentie van J.M. Meulenhoff te Amsterdam opgenomen. Bij deze uitgeverij zou in 1923 Arthur van Schendels Blanke gestalten verschijnen.
6In De Witte Mier 1 (1924) 1 (15 januari), p. 14-16 publiceerde Aart van der Leeuw het artikel Over Arthur van Schendel's Angiolino en de lente.
7De boekhandelsafdeling van Martinus Nijhoff's Boekhandel en Uitgevers Maatschapppij nv te Den Haag stond sedert 1911 onder leiding van Henri Han Frederik George Mayer (1880-1958).
Nijhoff plaatste geen advertentie in de eerste aflevering van De Witte Mier. In latere afleveringen zou Nijhoff adverteren voor het tijdschrift Nijhoff's Index.
Er zijn geen brieven van Stols aan Henri Mayer uit 1923 achterhaald.
8De Boek-, Papier- en Kunsthandel L.J.C. Boucher was sedert 1921 op het Noordeinde 39a te Den Haag gevestigd; de firma stond onder leiding van Willem Johannes Boucher (1877-1962). In 1920 had Boucher de klanten van boekhandel J. Brunt & Zoon te Den Haag, de boekhandel van Aty Greshoffs vader, overgenomen. Pas in 1932 werd aan de boekhandel een uitgeverij toegevoegd. (Zie M.J. Visser, De Haagse boekhandel 1900-1961, in Jaarboek Die Haghe (1962), p. 32.)
Boucher plaatste geen advertentie in de eerste aflevering van De Witte Mier.
9In 1903 hadden G.J. de Groot en zijn zwager Marinus Dijkhoffz (1873-1960) boekhandel Van Hoogstraten op de Plaats te Den Haag overgenomen en voortgezet onder de naam De Groot & Dijkhoffz. In 1915 was De Groot uit de firma getreden en zette Dijkhoffz de zaak onder zijn eigen naam voort. Dijkhoffz had eerst gewerkt bij de eveneens op de Plaats gevestigde kunsthandel Goupil & Comp. (Zie Th. Wink, 1777-1813, n.v. boekhandel M. Dijkhoffz voorheen A. van Hoogstraten & Zoon, 1903-1953, 's-Gravenhage [1953].)
Dijkhoffz, waar de dichter Dop Bles winkelchef was, plaatste geen advertentie in de eerste aflevering van De Witte Mier.
10Niet nader geïdentificeerd.
11In De Witte Mier 2 (1925) 3 (15 maart), p. 137-140 zou A.G. van Hamel in de rubriek ‘Boeken en Tijdschriften’ Jan de Vries' Henrik Ibsen bespreken.
prepostterug  begin  verder