terug  begin  verderprepost

62. J. van Krimpen en J. Greshoff aan A.A.M. Stols, 31 december 19231

[Arnhem,] 31 December 1923

 

Beste Sander,

Mijn zwager2 vraagt mij je mede te deelen dat hij

1. op de missive van den Edelmogenden Feber zal antwoorden op huiden.3

2. dat hij die missive gaarne terug zal ontvangen.

D.W.M. is fraaist &c. Je hebt er inderdaad alle eer van.

Gijlieden zijt volmaakte adelborsten op voorwaarde dat gij voor een Gueuze-Lambic teedere zorg draagt & eene partij bij mij of A.J.G. Verster (abonné D.W.M.) in huis werkt.4

Hadieu!

Uw

J.C.

 

Ik schreef Feber: dat ik gaarne copy zoo spoedig mogelijk zal ontvangen. en dat jij - persoonlijk - na 15 Jan. met hem over de zakelijke regeling komt spreken. Dat is dan mede gereede aanleiding om ZEd. te bezoeken en met ZEd. aan te pappen

Ben zeer blijde

[J. Greshoff]

1Geschreven op briefpapier van De Witte Mier, Maandschrift voor de Vrienden van Boek en Prent, onder leiding van J. Greshoff. Uitgegeven door Boosten & Stols, Maastricht.
2Er is uit deze periode geen correspondentie tussen Jan van Krimpen en Greshoff bekend.
3Bedoeld is ‘heden’.
De aangekondigde brief aan L.J.M. Feber is niet bewaard gebleven.
4Met de koopman Arnoldus Johan George Verster (1888-?) was Greshoff in Den Haag bevriend geraakt. Ze frequenteerden beiden het café L'Espérance aldaar. (Zie Otto P. Reys [= J. Greshoff], Dichters in het koffijhuis, Baarn 1925, p. 76-89.)
Verster was naast zijn dagelijkse werk een deskundige op het gebied van tinnen voorwerpen. Bij Boosten & Stols publiceerde hij in 1924 over dat onderwerp de studie Oud tin; in hetzelfde jaar zou Boosten & Stols al een tweede druk van deze studie opleggen.
prepostterug  begin  verder