terug  begin  verderprepost

70. J. Greshoff aan A.A.M. Stols, 8 januari 19241

[Arnhem] 8/1 24

 

Beste Sander,

Ik moest voor ernstig medisch onderzoek naar Ajà. Vandaar dat je eenige dagen zonder bericht bleef

Hierbij copij

Let wel.

Dubech vervalt voor No 2.2

In de plaats

Curiosa i door J.Gr.3

Reden: Ik kreeg nog geen toestemming van D. Ik krijg die zeker, maar wij mogen niet voorbarig publiceeren.

Vergeef deze knoeierwinkel ik ben wat gehaast, ik kom zóó van den trein.

Ik zend tevens

Curiosa ii4

Dialoog iv 5

dr. P.N.v.E. schrijft 1o dat hij zich abonneert en verder:

Het is een interessant, zeer geslaagd nummer dat een groote sprong vooruit bij de vorige was. Wanneer je het zoo kunt houden zal het een interessant tijdschriftje worden.6

Bierens de Haan7 en Arthur v.S. zéér te spreken over De W.M., id. B. Verhoeven (heeft zich geabonneerd)

Morgen méér à tête reposée.

Veel liefs van geheel je

Jan.

 

Ik zend morgen eenige regels over mijn vriend Stratemeyer† voor No 2 op8

[p. 51]


illustratie
Eerste aflevering van Boosten & Stols' Correspondentie met den Boekhandel



illustratie
Titelpagina Mengelstoffen (1924) in de reeks De Schatkamer.



illustratie
Fragment van de brief van Greshoff aan Stols met rug-ontwerp voor Mengelstoffen, 19 februari 1924.

1Geschreven op briefpapier van De Witte Mier, Maandschrift voor de Vrienden van Boek en Prent, onder leiding van J. Greshoff. Uitgegeven door Boosten & Stols, Maastricht.
2Boeken door Lucien Dubech zou pas verschijnen in januari 1925. (Zie br.53 n.7.)
3In De Witte Mier 1 (1924) 2 (15 februari), p. 76-81 zou Greshoff het eerste deel van het artikel Curiositeiten publiceren. Dit deel was gewijd aan de bloemlezing Les ironiques van Jean-Marie Lacombe. Het tweede en laatste deel zou in september verschijnen. (Zie n.4.)
4In De Witte Mier 1 (1924) 7 (1 september), p. 308-316 zou het tweede en laatste deel van Greshoffs artikel Curiositeiten worden gepubliceerd. Het was gewijd aan Les épines ont les roses van Louis Marcel.
5Elke aflevering in 1924 opende met een bijdrage in dialoogvorm van Greshoff. De Inleiding in aflevering 1 was gevolgd door Critiek (afl.2) en Moraal (afl.3). In De Witte Mier 1 (1924) 4 (15 april), p. 153-155 zou Duimkruid worden gepubliceerd. Deze vierde dialoog zou nog worden gevolgd door Vrijheid (afl.5), Anastasia (afl.6), Nieuw (afl.7), Profeten (afl.8), Oud en jong (afl.9) en het aan Jan van Nijlen gewijde Chef (afl.10).
6P.N. van Eyck had op 7 januari aan Greshoff onder meer geschreven: ‘[...] hart. dank voor De Witte Mier, waarop ik mij gaarne abonneer. Laat het s.v.p. vooral behoorlijk verpakt zenden. Het is een interessant, zeer geslaagd nummer dat een groote sprong vooruit bij de vorige was. Wanneer je het zoo kunt houden zal het een interessant tijdschriftje worden.’
7De Utrechtse psychiater Pieter Bierens de Haan (1869-1941), bij wie Greshoff begin jaren twintig onder behandeling was geweest. Hij had onder meer tot de medewerkers aan Albert Verweys De xxe Eeuw behoord.
8In de rubriek ‘Menschen, Daden & Data’ in De Witte Mier 1 (1924) 2 (15 februari), p. 86-87 publiceerde Greshoff een in memoriam H.J. Stratemeijer (1856-1924), die als journalist aan De Avondpost verbonden was geweest. Greshoff had met hem kennis gemaakt toen hij zelf aan deze krant werkte in de jaren 1910-1914.
prepostterug  begin  verder