terug  begin  verderprepost
[p. 52]

71. J. Greshoff aan A.A.M. Stols, 9 januari 19241

[Arnhem] 9 Januari 1924

 

Beste Zandre,

Hedenuchtend uw briefjen! Gij zijt een ongeduldig knaapjen. Gij kunt u toch waarlijk niet beklagen over mijne activiteit! Ik droom s'nachts van B. en S.!

Geliefde vriend: zie hier:

1oeenige stukken en bescheiden met mijne opmerkingen daarbij
2oeen text voor pag 3 omslag.2 Het is nuttig om de inhoud van No 1 daar te vermelden, om hen die bij toeval alleen No 2 in handen krijgen in te lichten.
3oeen zeer nette advert. voor Ibsen.3
4ode toezegging voor eenige nadere advertentiën over in aanbouw zijnde boeken die ik morgen in orde zal maken, tegelijk met een lijstje van de eerste serie Schatkamer.4
5oportret J. de Vries5

Verder: denk om dat stukje facsimilé van Laurids Bruun!6

wat een alleraardigst stukje in de Telegraaf.7 Las Papa het?

laat mij vooral proeven sturen ook van de advertentiën.

vergeet niet mijn notitie over H.J. Stratemeyer te onderteekenen8

vergeet niet mij te melden hoe je staat met de aanteekeningen.9 Ik laat het aan jouw inzicht en beleid over het voornaamste er uit te pikken.

Ik heb het druk met een Tentoonstel. vh Nederl. Boek in Parijs, die men mij gevraagd heeft in elkaar te steken.10

In haaste.

heel veel liefs van Aty en de kinderen

geheel je

Jan

1Geschreven op briefpapier van De Witte Mier, Maandschrift voor de Vrienden van Boek en Prent, onder leiding van J. Greshoff. Uitgegeven door Boosten & Stols, Maastricht.
2In 1924 werd op de binnenzijde van het achterplat van De Witte Mier een opsomming gegeven van in de voorgaande aflevering opgenomen en in de komende afleveringen te verwachten artikelen.
3Voor Henrik Ibsen van Jan de Vries werd in iedere aflevering van De Witte Mier afzonderlijk geadverteerd.
4Ieder deel uit de reeks De Schatkamer werd in iedere aflevering van De Witte Mier met een afzonderlijke advertentie aangekondigd; op dit moment stond Jean Viollis' Harteken nog als deel 9 genoemd.
5In de advertentie voor Jan de Vries' Henrik Ibsen (zie n.3) werd, evenals op de prospectus voor dit boek (zie br.56 n.3) een portretfoto van hem afgedrukt.
6In De Witte Mier 1 (1924) 2 (15 februari), p. 67-75 publiceerde Jan de Vries het tweede deel van zijn Toevallige ontmoetingen in de literatuur. Dit artikel handelde over de Deense schrijver Laurids Valdemar Bruun (1864-1935) en diens verhouding tot Paul Gauguin. Op p. 71 van De Vries' artikel werd het facsimile van een fragment van een brief van Bruun afgedrukt.
7In De Telegraaf van woensdag 9 januari (Av.) verscheen in de rubriek ‘Kunst en Letteren’ onder het kopje ‘Tijdschriften’ een bespreking van De Witte Mier die als volgt eindigde: ‘Opstellen van G. Prampolini over “Soviet-literatuur” en van J. Paludan over “Deensche dichters van dezen tijd” herinneren er aan, dat men hier ook over minder bekende literaturen wil inlichten en de uitvoerige rubriek “Personen, data, boeken en tijdschriften”, die het tijdschriftje besluit, vormt dan eigenlijk de ware schatkamer met nieuws voor de snuffelaars en boekenvrienden die, hopen wij, dit kleine, aangename tijdschrift met genoegen zullen zien herleven, dat door zijn karakter een eigen plaats kan innemen’.
8Het in memoriam voor H.J. Stratemeijer (zie br.70 n.8) werd ondertekend met J. Gr.
9Zie br.65 n.7.
10Uit onvrede met het toelatingsbeleid en de jurering bij de toekenning van de jaarlijkse prijzen bij de Salon de Mai, die geleid werd door de Société des Artistes Français, werd in 1884 in Parijs door een groep geweigerde kunstenaars de Salon des Indépendants opgericht. Er is ons geen catalogus van de Salon des Indépendants uit 1925 bekend, zodat niet viel na te gaan of en welke uitgeverijen voor deze tentoonstelling hebben ingezonden.
prepostterug  begin  verder