terug  begin  verderprepost

76. J. Greshoff aan A.A.M. Stols, 13 januari 19241

13./1 '24

 

Beste X,

Je brief kreeg ik gisterenavond. Ik stuur hem hierbij terug dan kan je punt voor punt het antwoord volgen.

1.ja, ik zie graag even proeven en het is een kleine moeite
2.id.
3.gezien, dank.
4.Las Nieuwe Eeuw. Niet anti (want hij maakt er veel werk van door te citeeren en hìj herkent de Goede Stem in mijn Barrès) Máár... hij kan niet veel anders doen dat[lees:dan] zijn theoretisch standpunt even laten door schemeren.2 Ik sprak gisteren Bernard Verhoeven en die vond het ook een ‘goede critiek’.
Maasbode niet gezien.3
n.r.c. is weer erg ‘bescheten’ (benepen, armelijk, pesterig, kleingeestig etc)4
Maar de Telegraaf is aardig.5
[p. 56]
5.Zet a.u.b. ook de oordelen over S. ik ben daar zéér op gesteld.6 Ik schreef je al laat No 2 dan 4 of 8 pag grooter worden. Ik geef mijn heiligste verzekering dat de 10 nos het 30-tal vel niet zal overschreiden[sic].7 Maar ik vind het wel prettig een beetje speling te hebben. Geef dus èn de oordelen over die brave Str. èn alle aant.8
No 2 moet net zoo fraay worden als 1.
6.zal gaarne nog eenige aanteek. ontvangen.
7.kreeg verzoek van Bernouard9 de zaak in elkaar te zetten, met mededeeling dat hij reeds persoonlijk uitnoodiging gericht had tot v Dish,10 Meulenh,11 Hooge Brug,12 Brusse13 en v Royen.14 Verder stuurde hij tal van inschrijvingsbiljetten etc. etc. Ik begon met een brief te schrijven aan deze heeren meldende mijn opdracht en de meening dat alléén en uitsluitend een collectieve inzending kans op succes èn goede verzorging heeft. En dat Pall.[adium] alléén aan een collectieve inzending zal medewerken.15
Ik wacht nu hun antwoord.
Wil jij in elk geval exposeeren dan kan ik je inschrijvings biljetten sturen. Maar ik raad het je af.16
8.Proef Steinlen graag.17
9.best
10.id.
11.goed
12proeven corrigeer ik morgen Maandagochtend aangezien thands mr JCBlöm ten mijnent.18
Maar let er op dat Bibliografie Dubech voor No 2 vervalt.
en bewaart[sic] moet worden als je dat schikt tòt plaatsing van zijn stuk.19
13.Wilmink niet ontvankelijk.
antwoord hem dat je de brief aan de red. hebt doorgezonden méér niet.20
Verder: om te bepalen of ik de heer Wilm. al of niet tot medewerker wensch heb ik JvKr. niet noodig. Ik kan mijn eigen broek wel ophalen.
14.dank.
15zal geschieden. was ik vergeten. ik zal er heden Verhoeven over in den arm nemen.
16ja. het is met v.d.W. als met v.S. het zijn gearriveerde auteurs! Wat is daar aan te doen èn... neem het ze eens kwalijk. Ik vind het heel schappelijk.21
17.alleraardigst.
Wil je mijn raad?
Geef dan de brieven van Barrès met interview (in het Fransch) natuurlijk zoo spoedig mogelijk.22
liever heden dan morgen
nù is de belangstelling voor Barrès op zijn felst. profiteer daarvan en zorg voor een depositaire
[p. 57]
Aveline23 [+ of] Le Divan24
wil ik schrijven aan een van twee?
Zoo ja meld dan groote[sic] v/d oplaag en ongeveere prijs
Kan je 280 exx. dont 200 pour la France plaatsen dan kan het wat goedkooper worden
200 v Fr
50 v Ned
30 v. present en pers
Misschien is 180 eigenlijk beter.
Maar ga niet boven de 50 frs.
liever minder

Antwoord mij dus op

1omoet ik naar Parijs schrijven en met welke zakelijke gegevens.
2oheeft Erens dat vervelende en detoneerende stukje Aanteekening (o.a. over J. Reyneke v Stuwe!) wèg gelaten.25
3.Wàs E. al bezig aan zijn mémoires??26 Ook toevallig dat ik juist op het idee kwam hem te vragen!27
4Ruusbr lijkt mij prijma.28
Denk aan de Augustinus v V Looy29
Th à K. v V Looy30
2e en 3e drukken
máár dan een prijma verzorging van de uitstalling[?] in luxen band (zie die v L. 's uitg.)31
5aardig [xxx] Trajectum. Heb je de kopy al binnen32
6.hoe staat het met Boutens33
7hoe staat het met zetten van de W M? n.l. de Vries Toev. ontm34
J.Gr. Curiosa i?35
8.ik stuurde je Correspondentie 2. maar kreeg hierop géén antwoord? Wèswege?
Het [xxx] nog een heele schrijverij, ook de advertentien.36
9.Ik stuur begin volg. week waarsch. dinsdag Corresp. 3.37 Wat je heb dat heb je. ik houd van voorraad, ben ik dan eens uit de stad dan heb ik geen zorg.
10.hoeveel abonne's?
de W.M. verscheen Zaterdags.
Woensdag schreef je mij: een kleine vijftig
Hijman vind dat resultaat in zoo korten tijd fenomenaal.
11wanneer ga je naar Holland? en via welk centrum Br of A[ntwerpen]? en wanneer ga je dan naar Amsterdam?
12.met v.S. is nu 10 nos Sch. vol. en fraay vol.38

Ik ben benieuwd naar eenig bericht.

Mijn hart. dank voor je lange brief, je proeve en al je goede zorgen, met mijne respecten aan de heer en Mevrouw Stols, met vr. groeten voor Clim.

Geheel je

Jan.

1Geschreven op briefpapier van Palladium.
2In het rooms-katholieke weekblad De Nieuwe Eeuw van 10 januari besprak Pieter van der Meer de Walcheren de eerste aflevering van De Witte Mier. Van der Meer haalde uitvoerig Maurice Roelants' bijdrage over Prosper van Langendonck aan en citeerde met instemming Greshoffs artikel over Maurice Barrès, waaruit volgens Van der Meer een zuiver inzicht in de Franse literatuur sprak. Hij schreef verder onder meer: ‘Het belooft een tijdschrift te worden van geraffineerden smaak; uitvoering, sobere omslag en lettertype zijn een oogenlust - en inhoud zijn zeer verzorgd, zooals we dat verwachten mogen van deze redactie en deze uitgevers. Of dit maandschrift echter méer zal zijn dan een eclectische showroom van verfijnde en edel-smakende kunstzinnigheden voor ernstige levensdilettanten, moet de toekomst uitwijzen. Ik hoop het, doch meen het te moeten betwijfelen.’
3In het rooms-katholieke dagblad De Maasbode van donderdag 10 januari (Av.) verscheen een recensie van de eerste aflevering van De Witte Mier waarin o.a. het volgende geschreven werd: ‘[...] Het spreekt vanzelf, dat wij, katholieken, voor dergelijke voorlichting andere eischen moeten stellen dan waaraan De Witte Mier denkt te voldoen. Al worden onder de medewerkers enkele katholieken genoemd (L.J.M. Feber en Bernard Verhoeven), daarmee is natuurlijk allerminst vast komen te staan dat de “rustige, beminnelijke en veelzijdige voorlichting” die het tijdschrift belooft, katholieken zal bevredigen. Het leeuwendeel der medewerkers zal schrijven in vrijzinnigen geest.’
4In de rubriek ‘Uit de Tijdschriften’ van de Nieuwe Rotterdamsche Courant van zaterdag 12 januari (Av. a) verscheen een kritiek op de Witte Mier die als volgt begon: ‘De Witte Mier. Zoo heette een tijdschriftje vóór den oorlog. 't Is bij de h.h. Boosten en Stols te Maastricht herleefd: een “maandschrift voor de vrienden van boek en prent onder leiding van J. Greshoff”. 't Zal 10 maal in de 12 maanden verschijnen. De inleiding heeft den vorm van een dialoog.’
5Zie br.71 n.7.
6Volgend op het in memoriam van H.J. Stratemeijer door Greshoff in De Witte Mier 1 (1924) 2 (15 februari), p. 86-87 werden reacties op Stratemeijers overlijden uit De Avondpost, het Algemeen Handelsblad, Het Vaderland, en de Arnhemsche Courant weergegeven (p. 87-89).
7Jaargang 1924 van De Witte Mier telde 489 pagina's, dus 12 ¾ vel.
8Welke aantekeningen voor aflevering 2 van De Witte Mier waren bedoeld, is niet meer na te gaan. Uit het feit dat bijv. de aantekening over het overlijden van Pierre Loti (zie br.74 n.3) weggevallen is, moet afgeleid worden dat niet alle gezonden aantekeningen in De Witte Mier zijn opgenomen.
9De bibibiofiele uitgever François Bernouard coördineerde de inzending voor het gedeelte dat aan boeken gewijd was van de Salon des Indépendants (1925) te Parijs, waarvoor Greshoff gevraagd was de Nederlandse inzending voor zijn rekening te nemen. (Zie br.71 n.10.)
10Cornelis Anthony Jacobus van Dishoeck (1863-1932) was sinds 1898 als uitgever te Bussum gevestigd. Hij was onder meer uitgever geweest van het tijdschrift De Arbeid (1898-1902) en van Vlaanderen (1903-1907). Zijn fonds had een voornamelijk literair karakter. Tot de auteurs in zijn fonds behoorden P.C. Boutens, P.N. van Eyck, Martinus Nijhoff en A. Roland Holst, terwijl Van Dishoeck bovendien veel Vlaamse auteurs als Herman Teirlinck, August Vermeylen en Karel van de Woestijne uitgaf. Behalve Herman Teirlinck verzorgde Jan van Krimpen een aantal van Van Dishoecks uitgaven. (Zie Marloes van Buuren/Marije de Jong, C.A.J. van Dishoeck, mercator en mecenas. De geschiedenis van uitgeverij Van Dishoeck, 1898-1931, Amsterdam 1985.) Er is geen correspondentie tussen Van Dishoeck en Greshoff bewaard over de deelname van Van Dishoeck aan de Salon des Indépendants. (Zie ook n.13.)
11Er is geen correspondentie tussen Uitgeverij J.M. Meulenhoff te Amsterdam en Greshoff bewaard over de deelname van Meulenhoff aan de Salon des Indépendants. (Zie ook n.13.)
12Uitgeversmaatschappij De Hooge Brug te Amsterdam had onder meer van 1918 tot 1920 het modernistische tijdschrift Het Getij uitgegeven. Directeur van deze uitgeverij was de hoofdredacteur van De Nieuwe Amsterdammer, Henri Wiessing, die deze uitgeverij in 1914 met name had opgericht ten behoeve van de uitgave van zijn weekblad. (Zie ook n.13.)
13W.L. & J. Brusse Uitgeversmaatschappij nv was sedert 1903 te Rotterdam gevestigd. De uitgeverij stond onder leiding van Willem Lucas Brusse (1879-1937) en Johan Christiaan Brusse (1868-1949). Naast literatuur, gaf Brusse veel boeken over toegepaste kunst uit. Tijdens de Eerste Wereldoorlog had Jan van Krimpen een aantal bandontwerpen voor Brusse gemaakt, maar het was vooral de vormgeving van S.H. de Roos die gezichtsbepalend was voor het fonds van Brusse. (Zie Reinold Kuipers, Twee broers, twee pioniers, in cat. tent. Uitgeverij W.L. & J. Brusse en haar werk, 's-Gravenhage (Rijksmuseum Meermanno-Westreenianum) 18 september-15 november 1980.)
Er is in Greshoffs correspondentie met Brusse een op 12 januari gedateerd rondschrijven aan een aantal uitgevers bewaard gebleven, waarin Greshoff schreef: ‘Mijn vriend Bernouard vraagt mij mij te belasten met de Nederlandsche inzendingen op de “Indépendants” Hij meldt mij tevens dat hij U reeds direct een uitnoodiging zond. Naar mijn meenig is het alleen mogelijk om een goede Nederlandsche sectie te verkrijgen indien de Nederl. uitgevers zich onderling verstaan en een keurcollectie en bloc naar Parijs zenden. Dit is bovendien besparing en geeft eenige meerdere waarborg voor goede expositie en zorgvuldige behandeling der boeken. Ik zou willen dat de collectie werd verzonden aan een Parijsch vertrouwensman, welke dan voor goede terugzending kan zorgen. Ik denk bijv. aan een uitgever Claude Aveline [...] die ik persoonlijk als een accuraat en betrouwbaar man ken. Wanneer er niet op deze wijze een combinatie gevormd wordt, gevoelt “Palladium” persoonlijk niets voor deze expositie.’
Na Brusses antwoord schreef Greshoff hen op 16 januari: ‘Ik ben U zeer dankbaar voor Uw brief. Maar van verschillende uitgevers ontving ik bericht dat zij reeds ingezonden hadden. Van een combinatie kan dus moeilijk meer sprake zijn! Ik begrijp mij overigens niet dat men zoo in den blinde weg maar kostbare boeken naar het buitenland zend, zonder éenige waarborg voor goede behandeling èn goede expositie! Wanneer Palladium en Trajectum ad Mosam nu inzenden zouden, dan doen zij dat alléén door middel van een vertrouwensman in Parijs, die persoonlijk zorg draagt voor de boeken en zorgt voor een goede en smakelijke uitstalling. Zoo als het nu gaat lijkt het naar niets en van een eenigszins representatief geheel kan geen sprake zijn.’
14J.F. van Royen had na de opheffing van De Zilverdistel in 1919 De Kunera Pers opgericht, van welke pers in september 1923 de eerste uitgave was aangekondigd. Dit boek, J.H. Leopolds bundel Oostersch , was begin januari 1924 verschenen, maar was door Leopold al in 1920 aan Van Royen ter publikatie in de reeks De Zilverdistel aangeboden. (Zie J.H. Leopold, Gedichten 1. De tijdens het leven van de dichter gepubliceerde poëzie (ed. A.L. Sötemann en H.T.M. van Vliet), dl.2, Amsterdam 1983, p. 210-223.) (Zie ook n.13.)
15Het is niet bekend of danwel welke publikaties Palladium voor de Salon des Indépendants heeft ingezonden. (Zie br.71 n.10.)
16Het is niet bekend of danwel welke publikaties Stols voor de Salon des Indépendants heeft ingezonden. (Zie br.71 n.10.)
17Claude Aveline, De dood van Steinlen.
18Hoelang het bezoek van J.C. Bloem duurde, is niet achterhaald.
19Lucien Dubechs artikel Boeken zou pas in 1925 in De Witte Mier worden gepubliceerd (zie br.53 n.7 en br.57 n.6); bij die gelegenheid werd geen bibliografie van zijn werk opgenomen.
20Mogelijk is bedoeld de schilder Albert Carel Willink (1900-1983) die kort tevoren uit Duitsland in Nederland was teruggekeerd en die meewerkte aan het avantgardistische tijdschrift Het Overzicht.
21Uit een bewaard gebleven contract tussen Arthur van Schendel en Boosten & Stols betreffende Angiolino en de lente van 1 juli 1925 is bekend dat Van Schendel voor de tweede druk een royaltie-percentage van 10% zou ontvangen, voor de derde druk een percentage van 15% en voor eventuele volgende drukken een percentage van 20%; de overeengekomen oplage van elke druk bedroeg 1000 exemplaren.
Gegevens over het royaltie-percentage van Karel van de Woestijne zijn niet achterhaald.
22Het is niet duidelijk op welke mogelijke uitgave van Maurice Barrès (1862-1923) Greshoff doelde.
23De boekhandel annex uitgeverij van Claude Aveline was in de rue du Départ te Parijs gevestigd.
In zijn brieven aan Greshoff is niets terug te vinden over een uitgave van Maurice Barrès. Claude Aveline zou van november 1924 tot november 1926 Stols' fonds te Parijs vertegenwoordigen. Op 17 november 1924 zou Aveline Stols schrijven: ‘C'est avec grand plaisir que je travaillerais avec vous. Dans quelles conditions pourrions nous le faire? Je crois que le meilleur moyen serait que je sois à Paris le dépositaire de certaines de vos éditions susceptibles d'interesser les bibliophiles français. [...] Il ne m'est pas possible, malheureusement, de vous proposer une participation aux frais d'établissement de ces ouvrages: toutes mes disponibilités sont engagées dans mes propres éditions. Voyez ce que nous pourrions faire - je crois que la forme du dépôt général et la meuilleure.’ In november 1926 deed Aveline de exploitatie van zijn eigen fonds over aan de boekhandel André Delpeuch, gevestigd in de rue de Babylone te Parijs.
24Le Divan was de boekhandel/uitgeverij die Henri Martineau in de rue Bonaparte te Parijs dreef.
25Greshoff doelde op Frans Erens' Litteraire overwegingen, dat in augustus als deel 7 in de door hem geredigeerde reeks De Schatkamer bij Boosten & Stols zou verschijnen. In deze bundel werden opstellen opgenomen over Honoré de Balzac, Maurice Barrès, F. Dostojewski, Gustave Flaubert, Gérard de Nerval e.a. Het is mogelijk dat Erens in deze bundel ook een artikel over Jeanne Henriette Reine Kloos-Reyneke van Stuwe (1874-1951) had willen opnemen. Dat is echter niet gebeurd.
26Bedoeld is waarschijnlijk de in 1938 onder de titel Vervlogen jaren bij het Thijmfonds te Den Haag verschenen mémoires van Frans Erens. In De Nieuwe Gids van september 1928 zou Erens zijn Parijsche heugenissen publiceren, in september 1929 zou Erens in het tijdschrift Nu onder de titel Eigen historie deze mémoires voortzetten; de publikatie kreeg eerst in 1930 in het dagblad De Tijd een vervolg, en daarna in 1931 onder de titel Vervlogen jaren in het dagblad De Maasbode.
27Tussen Greshoff en Frans Erens, noch tussen Stols en Erens is correspondentie bewaard gebleven over Erens' Vervlogen jaren of anderszins over de publikatie van diens herinneringen.
28In het najaar van 1917 was bij de Maatschappij voor Goede en Goedkoope Lectuur te Amsterdam een door Frans Erens in hedendaagse taal overgebrachte uitgave van Het sieraad der geestelijke bruiloft door Johannes Ruusbroec (1293-1381) verschenen. Het is mogelijk dat Stols overwoog van deze vertaling een tweede druk uit te geven. (Zie ook n.29 en n.30.)
29Frans Erens' vertaling van Aurelius' Augustinus Belijdenissen in xiii boeken was in 1903 bij S.L. van Looy te Amsterdam gepubliceerd, met versieringen door P.H. van Moerkerken. De derde druk van deze vertaling was in 1919 verschenen. Omstreeks juli 1924 zou bij dezelfde uitgever een vierde druk van Erens' vertaling verschijnen.
30Frans Erens' vertaling van De navolging Christi door Thomas à Kempis was in 1907 bij S.L. van Looy te Amsterdam verschenen. Het boek was gedrukt door Ipenbuur & Van Seldam te Amsterdam. De tweede druk van deze vertaling was in 1919 verschenen.
31De band van Frans Erens' vertaling van Aurelius' Augustinus Belijdenissen in xiii boeken was ontworpen door P.H. van Moerkerken. (Zie Fons van der Linden, In linnen gebonden. Nederlandse uitgeversbanden van 1840 tot 1940, Veenendaal 1987, p. 139, nr.178.)
De ontwerper van de band van Erens' vertaling van De navolging Christi door Thomas à Kempis is niet bekend.
32Mogelijk doelde Greshoff hier op de voorgenomen uitgave van de Sonnets van Louïze Labé, die in januari als deel 6 in de reeks Trajectum ad Mosam door Stols zou worden uitgegeven. Het boek werd in een oplage van 150 exemplaren door Boosten & Stols gedrukt en was verlucht met een door Charles Eyck getekend portret.
33In april zou een vertaling door Pieter Cornelis Boutens (1870-1943) van De sonnetten van Louïze Labé door Stols als deel 7 in de reeks Trajectum ad Mosam worden uitgegeven. Deze tweetalige editie zou in een oplage van 215 exemplaren worden gedrukt door Boosten & Stols en werd evenals de oorspronkelijke editie (zie n.32) verlucht met een portret door Charles Eyck.
34In de februari-aflevering van De Witte Mier zou de tweede aflevering van Jan de Vries' Toevallige ontmoetingen in de literatuur worden opgenomen. (Zie br.71 n.6.)
35Bedoeld is Curiositeiten. (Zie br.70 n.3.)
36Het op 1 februari gedateerde nummer 2 van Boosten & Stols' Correspondentie met den Nederlandschen Boekhandel zou op 8 februari verschijnen. In deze aflevering werd aandacht besteed aan De Witte Mier en aan de in de reeks De Schatkamer te verschijnen boeken van Jan de Vries, Greshoff en L.J.M. Feber. Gedurende 1924 werd in bijna elke aflevering van De Witte Mier aan elk deel uit de reeks De Schatkamer een paginagrote advertentie gewijd.
37Nummer 3 van Boosten & Stols' Correspondentie met den Nederlandschen Boekhandel is gedateerd 15 februari, maar zou verschijnen op 26 februari. Deze aflevering is bijna geheel gewijd aan De Witte Mier. Op de laatste pagina wordt een overzicht gegeven van de delen die voor de reeks De Schatkamer in voorbereiding zijn.
38Zie Bijlage ii voor een overzicht van de in de reeks De Schatkamer gepubliceerde delen.
prepostterug  begin  verder