terug  begin  verderprepost

80. J. Greshoff aan A.A.M. Stols, 15 januari 19241

15 Januari 1924

 

Beste Zandro,

Zooeven je prettige, veel nieuws bevattende briefkaart ontvangen. Hart. dank. Gezegde ‘potlooden berisping’ was niet erg en après tout is het sop de kool niet waard! Dat is het nadeel van mijn methode om zoo veel mogelijk brieven dadelijk te beantwoorden. Men reageert dan dikwijls te snel op een eerste indruk.

i Vond je mijn biografie[?] niet fraai? Ik had hem met plezier gedrukt.2 Waarom zullen de brave zielen toch altijd zoo ernstig zijn!
ii Ik zal vDeyssel eens schrijven.3 Is hij te dúúr, dan kunnen wij nog altijd zeggen: dank u beleef.
iii Het zou mij aangenamer zijn indien Erens die aanteekeningen gehéél schrapte. Ik vind tusschen Dostojevski, Flaubert etc. Jeanne R.v.S. nog al redelijk misplaatst!4 Maar après tout moet een auteur zijn eigen boek samenstellen.
Zal ik hem eens hierover schrijven, voorzichtigjes en met de noodige deferentie?
[p. 60]
iv als vel 1 afgedrukt is krijg ik het dan?
v hart. dank voor de postpapieren, aangekondigd. Wil ook je Papa bedanken. Ik moet zeggen dat B. en S. tegenover mij allerhubst en aangenaam is; ik heb nog zelden met een uitgever zulke aangename relaties gehad. De snelheid waarmede aan dit verzoek werd voldaan heeft mij zeer getoucheerd.
vi kreeg juist bericht van Aveline dat zijn stukje over Lebesgue over een dag of drie verzonden wordt, dan is No 3 dus complèt.5
vii heb je Corresp iii ontvangen6
Als je deze blaadjes soms anders geredigeerd wil hebben, zeg het dan gerust, hoor.
Maar mij leek die eenvoudige ‘correspondentie’-toon, als causeerend per brief, de beste.
viii ik schrijf nog hedenavond aan Martineau over je Labé, geheel en al zonder iets te binden[?], alleen om inlichtingen en raad[,] zal je dadelijk met zijn antwoord in kennis brengen.7
ix vind je de Curiositeiten heel niet aardig (door de zonderbare[?] onderwerpen) voor de W.M., dat zijn verschijnselen die niemand kent.8
x ontving nog

1 art JvN.9

1 art A.G. van Hamel10

voor volgende nos

Welnu, edele knaauwer,

mijne respecten aan je familie,

zelf het allerliefste van ons beiden,

je

Jan

 

Bis

Let vooral als je proeven Mengelstoffen terugkrijgt dat Bij den Dood v. Barrès11 volgt direct na Bij den Dood v Loti.12

en dat de verdere pagineering dus verloopt!

1Geschreven op briefpapier van Palladium.
2Zie br.78 n.3.
3Uit het jaar 1924 zijn geen brieven van Greshoff aan Lodewijk van Deyssel bewaard gebleven.
4Zie br.76 n.25.
5Philéas Lebesgue door Claude Aveline zou pas in De Witte Mier 2 (1925) 2 (15 februari), p. 62-65 worden gepubliceerd. Het zou worden gevolgd door een vertaald fragment van Lebesgue (1869-1958) (p. 65-68).
6Boosten & Stols Correspondentie met den Nederlandschen Boekhandel nummer 3, gedateerd 15 februari 1924, zou op 26 februari verschijnen.
7Aannemelijk is dat Greshoff bemiddelde om de Sonnets van Louïse Labé bij Henri Martineaus boekhandel Le Divan te Parijs in depot te zenden. Een eventueel antwoord van Martineau aan Greshoff is niet bewaard gebleven.
8Er verschenen slechts twee afleveringen van Greshoffs Curiositeiten. (Zie br.70 n.3 en n.4.)
9In de rubriek ‘Boeken en Tijdschriften’ in De Witte Mier 1 (1924) 3 (15 maart), p. 138-140 besprak Jan van Nijlen Blanke gestalten van Arthur van Schendel.
10In De Witte Mier 1 (1924) 5 (15 mei), p. 218-221 publiceerde A.G. van Hamel onder de titel De geschiedenis van Bretagne een bespreking van Histoire de notre Bretagne door C. Danio.
11In Mengelstoffen op het gebied der Fransche letterkunde zou Bij den dood van Maurice Barrès (p. 44-48) volgen op het artikel over Pierre Loti. Bij den dood van Maurice Barrès was oorspronkelijk gepubliceerd in Den Gulden Winckel 22 (1923) 12 (15 december), p. 191-193.
12In Mengelstoffen op het gebied der Fransche letterkunde zou Bij den dood van Pierre Loti (p. 39-43) voorafgaan aan het artikel over Maurice Barrès. Bij den dood van Pierre Loti was oorspronkelijk gepubliceerd in Den Gulden Winckel 22 (1923) 7 (15 juli), p. 97-99.
prepostterug  begin  verder