Bokhalle Zondagavond
Beste Sander,
Toen ik Rik schreef over jou, schreef ik hem meteen over die zotte houding van Prepel[?].3
Toen die brief weg was en verstuurd dacht ik nog eens na en ik zei tot me zelf: dat is toch g.v.d. te gek. Ik schreef daarna, [xxx], een uitvoerige brief aan den[?] Prepel[?].4
Ik nam copy voor jou en wou je die sturen, als verrassing[?], met zijn antw. Intusschen a[:ntw] Rik dat hij die quaestie met den P. in het reine wou brengen. Dus zond ik hem de copy. Zoodra ik hem terug heb krijg jìj hem.
Het zou aangenaam zijn indien er tusschen jou en P. een oplossing kwam. Máár jij bent beleedigde partij. Pas op je waardigheid en kom hem tegemoet, maar niet te veel.
In haaste
Geheel & al
je getrouwe
Jan
Du Pl[:essys] stuk voor No 35