4Waarschijnlijk doelde Greshoff
op een reactie van Charles Nypels op zijn bemiddelingspoging in de verkoelde verhouding tussen
Stols en Nypels. Uit begin 1924 dateert een drietal gedeeltelijk ongedateerde minuten van
Nypels aan Greshoff over deze kwestie. (Nypels-archief, De Bilt, doos
v.)
(Zie ook br.23 n.5.) Nypels had op 23 januari aan Greshoff geschreven: ‘Gaarne had ik reeds
geantwoord op uw vriendelijke brief, zoo midden in de Mstrsche “crisis” dankbaar ontvangen. Ik
zie er echter geen kans toe om dit nu à tête reposée te doen: overdag mijn werk, 's avonds
vrienden of logé's etc. etc., vandaar dit korte berichtje van uiterste geneigdheid om de goede
verstandhouding te handhaven of zoo noodig te herstellen. U hoort dus heel spoedig van me.’
(Nederlands Letterkundig Museum, collectie-Nypels, sign.
n 494
b i.)
Op 29 januari zou Greshoff vervolgens aan Nypels schrijven: ‘Ik ben
dezer dagen even voor zaken in Maastricht geweest, maar, tot mijn overgroote spijt, heb ik u
niet kunnen opzoeken [...]. Met verlangen zie ik uit naar uw beloofde brief.’ (Nypels-archief,
De Bilt, doos
xiv.)