2Op 30
januari schreef R.N. Roland Holst aan Greshoff: ‘Ik heb 't erg druk
gehad en heb 't nog druk, want behalve mijn werk heb ik allerlei gedonder aan mijn kop.
Daardoor keek ik de stukken van Walter [van Diedenhoven] onvoldoende en ongedisponeerd in. Ik
stel mij voor nà half Febr., als ik 't rustiger krijg naar ik hoop, alles aandachtig te lezen.
Misschien heb je 't tegen dien tijd ook geheel compleet. [...] Ik had 't in
Maastricht aardig, Stols vind ik erg sympathiek [...]. Toen ik met Nypels over 't
incident met jou begon zei hij: “Neen maar dat zal ik in orde maken”.’