terug  begin  verderprepost

94. J. Greshoff aan A.A.M. Stols, 11 februari 19241

[Arnhem 11.11 1924]

 

B.S.

Heden ontving ik vel 1 W.M. iii hetwelk ik per omg.[aande] aan J.v.Kr. toezond.

Dat gaat dus best. Roelants iii (slot) is ook binnen.2 Het No is nu compleet en, op de aanteekeningen na, in Maastricht. Die aanteek. houd ik hier tot ik weet hoe veel ruimte ik er voor over heb.

[p. 68]

Ik ga nu advert. en prosp. maken voor v d Woest3 en Fonteintje4 en voor Feber,5 zoodra ik de kopij binnen heb. Als A.R.H. nu er een beetje mee voortmaakt dan is de serie zeer vlot in elkaar gekomen,6 en, naar mijne meening, goèd. Heb je Erens nog geschreven om zijn kopij7 te sturen?

In de bundel v. K.v.d.W. zitten prachtige stukken.

Laat eens ietwat hooren!

Veel liefs, ook v Aty, geheel je

Jan.

 

Schreeft gij B & S. over hon. v.d.W.?

1Geschreven op briefkaart van Palladium. Hyman, Stenfert Kroese & Van der Zande. Arnhem.
2In De Witte Mier 1 (1924) 3 (15 maart), p. 120-124 zou het derde deel van Maurice Roelants' Herinneringen aan Prosper van Langendonck worden gepubliceerd. Het eerste deel was gepubliceerd in de januari-aflevering (p. 7-11), het tweede deel in de februari-aflevering (p. 64-66).
Het eerste gedeelte van zijn herinneringen aan Van Langendonck had Roelants in november 1923 aan Greshoff gezonden; na de zending van het tweede gedeelte had hij op 24 december 1923 aan Greshoff geschreven: ‘Ik hoop u thans wat spoediger een derde en wellicht laatste stukje over V. Langendonck te sturen, - als ge met het tweede uw buik nog niet vol hebt, wel te verstaan.’
3 Zon in den rug .
4De dichters van 't Fonteintje.
5Israël.
6De eerste, en enige, serie van De Schatkamer zou uit tien delen bestaan. (Zie Bijlage ii.)
7Op 7 februari 1924 had Frans Erens aan Stols geschreven dat hij de kopij voor Litteraire overwegingen had gezonden.
prepostterug  begin  verder