|
|
|
| |
| | | |
Het recht van oorlog en vrede [De iure belli ac pacis]
| | | |
Opdracht
Aan Lodewijk xiii, de allerchristelijkste koning van Frankrijk en Navarra Hugo de Groot
Dit boek durft het aan uw hoogverheven naam, o doorluchtigste van alle koningen, in [zijn opdracht] te schrijven, niet omdat het op zichzelf of zijn auteur vertrouwt, maar wel op zijn inhoud. Het is immers geschreven ter verdediging van de gerechtigheid, een deugd die U dermate siert, dat U daarom dankzij uw verdiensten en met de instemming van heel het menselijk geslacht de bijnaam van rechtvaardige hebt gekregen, een bijnaam die voor een zo grote vorst de meest waardevolle is. U bent aldus nu reeds overal even bekend onder de naam van de rechtvaardige als onder die van Lodewijk.
Als een teken van aanzien beschouwden de Romeinse veldheren de titels die zij uit Kreta, Numidië, Afrika, Azië en andere onderworpen volkeren hadden verkregen. Maar hoe verhevener is [uw eretitel], waardoor uw faam zich verspreidt, [namelijk de faam] van zowel overal de vijand als steeds de overwinnaar te zijn, niet van enig volk of mens, maar [wel] van al wat onrecht is.
Groot meenden de Egyptische farao's te zijn als van hen werd gezegd dat de ene hield van zijn vader, de andere van zijn moeder en nog een andere van zijn broers. Wat zijn dit onbenullige aspecten van uw titel, die in zijn streven niet alleen deze [deugden], maar al wat men zich als mooi en deugdzaam kan indenken, omvat. Rechtvaardig zijt U als U de gedachtenis van uw vader[1.] eert door hem na te volgen. Hij was een koning die groter was dan [in mensentaal] kan worden uitgedrukt. <Rechtvaardig [zijt U] als U uw zeer goede moeder, meer dan private personen dat plegen
te doen, met schroom bejegent.>[2.] Rechtvaardig [zijt U] als U uw broeder[3.] op alle [mogelijke] manieren, maar vooral door uw [eigen goede] voorbeeld opvoedt. Rechtvaardig [zijt U] als U uw zusters met voortreffelijke huwelijken vereert.[4.] Rechtvaardig [zijt U], wanneer U bijna vergeten wetten nieuw leven inblaast en U, zoveel U kunt, zich verzet tegen een tijdgeest die
| | | | van kwaad tot erger voortholt. Rechtvaardig maar tevens mild [zijt U] als U uw onderdanen die, omdat ze uw goedheid niet kennen, van de juiste weg van [hun plicht] waren afgedwaald, niets ontneemt, tenzij de toelating om te zondigen, en ook geen geweld gebruikt tegen personen die met betrekking tot religieuze zaken met U van mening verschillen. Rechtvaardig en tevens barmhartig [zijt U], wanneer U onderdrukte volkeren en terneergeslagen vorsten door uw gezag er [weer] bovenop helpt en niet duldt dat het lot al te zeer zou domineren.
Deze bijzondere welwillendheid van U, die zozeer op die van God gelijkt als de menselijke natuur dat toelaat, noopt mij ertoe ook in deze publieke opdracht U mijn persoonlijke dankbaarheid te betuigen. Want zoals de sterren van de hemel hun stralen niet alleen op de grote werelddelen laten neerkomen, maar zich ook verwaardigen hun kracht te doen neerdalen op elk levend wezen, zo hebt U, allergoedaardigste ster die over de werelden straalt, die zich niet beperkt tot het bemoedigen van vorsten en tot het verlichten van [het lot van] volkeren, ook mij, die mij in mijn vaderland niet thuis voel, zowel een steun als een troost willen zijn.
Om U volledig recht te doen[5.] moet aan uw publiek optreden de eerlijkheid en zuiverheid van uw privé-leven worden gevoegd, die het waardig zijn niet alleen door mensen maar ook door hemelse wezens te worden bewonderd. Want wie van uw nederigste onderdanen - ja zelfs van hen die zich afsneden van het contact met de wereld - presteert het om vrij van alle schuld te blijven, als U, die zich [nochtans] bevindt in een situatie die van alle kanten door ontelbare verlokkingen van de zonde wordt belaagd? Hoe groots voorwaar is het om temidden van staatszaken in verwarde tijden, in paleis[intriges] en temidden van zovele en verscheidene zondige voorbeelden datgene te bereiken wat anderen nauwelijks - en dikwijls niet eens nauwelijks - in de eenzaamheid kunnen bereiken? Dit betekent voorwaar dat U niet alleen de naam van rechtvaardige, maar ook die van heilige [nu reeds] in dit leven verdient, [een naam] die uw voorvaderen Karel de Grote en Lodewijk de Vrome [slechts] ná hun dood werd toegekend door de eenstemmigheid van de vromen. Dit betekent dat U niet op grond van erfopvolging, maar uit eigen hoofde ‘De Zeer Christelijke Koning’ wordt genoemd.
Alhoewel geen enkel onderdeel van de rechtvaardigheid U vreemd is, is de materie waarover dit boek handelt - te weten de raadgevingen omtrent de oorlog en de vrede - voor U van des te meer belang als koning en wel de koning van Frankrijk. Immens is uw koninkrijk, dat
| | | | zich tussen twee zeeën uitstrekt over zo grote oppervlakten van zo gelukkige streken. Maar nog groter is uw koningschap dan het zojuist genoemde, omdat U geen vreemd grondgebied begeert. Het is uw plichtsbesef en die hoge rang waardig, dat U zich met de wapens aan niemands recht vergrijpt en oude grenzen niet in het gedrang brengt, maar dat U in oorlogstijd de lastige taak van de vrede op U neemt en dat U geen oorlog begint, tenzij met de wens deze zo vlug mogelijk te beëindigen.
Hoe schoon waarlijk, hoe roemvol en hartverheffend voor het geweten zal dit zijn, wanneer op de dag dat de Heer U tot zijn Rijk zal roepen - het enige rijk dat nog beter is dan het uwe -, U met opgeheven hoofd zal kunnen zeggen: ‘Ziehier het zwaard dat ik van U heb gekregen ter bescherming van de gerechtigheid; ik geef het U [nu] terug, zonder dat het schuld heeft aan lichtvaardig vergoten bloed en [dus] rein en onbezoedeld.’ Zo zal de toekomst uitwijzen dat de regels die wij nu [nog] uit boeken halen, later uit uw handelingen als hoog verheven voorbeeld zullen worden afgeleid. Alhoewel dit ideaal zelf zeer hoog [aangeschreven] staat, durven de christen volkeren nochtans nog iets meer van U verwachten, namelijk dat als de wapenen overal het zwijgen zal zijn opgelegd, hun[6.] vrede dankzij U zal terugkeren, niet alleen tussen de staten, maar ook tussen de kerken, en dat onze generatie zal leren te leven naar het voorbeeld van die generatie, die wij als christenen bekennen een christelijke generatie te zijn geweest wegens haar ware en eerlijke geloof.[7.] De mensen, die al die tweedracht beu zijn, worden tot die hoop gedreven door het recente vriendschapsverdrag tussen Uzelf en de zeer wijze koning van Groot-Brittannië, die [ook] een zeer groot voorstander is van deze heilige vrede. Dit verdrag werd nog versterkt door het zeer voorspoedige huwelijk van uw zuster.[8.] De taak is zeer zwaar wegens de naijver van de partijen, die wordt aangewakkerd door met de dag [nog] toenemende haatgevoelens. Maar voor zo grote koningen is niets [het verrichten] waard, tenzij wat moeilijk is en door de anderen [wanhopig] wordt opgegeven.
Rechtvaardige en vredelievende vorst, moge de God van gerechtigheid en vrede Uwe majesteit, die de Zijne het meest benadert, zowel met [alle] andere weldaden als met deze glorie overstelpen.
<1625>[9.]
|
[1.]Namelijk Hendrik iv (1553-1610), zoon van Jeanne d'Albret, koningin van Navarra, die hij in 1572 opvolgde. Alhoewel calvinistisch opgevoed, huwde hij in datzelfde jaar met Marguerite de France, zuster van Hendrik iii, koning van Frankrijk. Ten gevolge van de Bartholomeüsnacht (24 augustus 1572) zwoer hij het calvinisme af. Hij werd een tijd vastgehouden aan het Franse hof, maar ontsnapte en koos partij voor de hugenoten. Hendrik iv werd koning van Frankrijk toen de kinderloze koning Hendrik iii in 1589 werd vermoord en daardoor het koningshuis van Valois uitstierf. De nieuwe koning zwoer in 1593 plechtig het protestantisme af (Paris vaut bien une messe) en wist heel Frankrijk onder zijn macht te brengen in een gezamenlijke strijd tegen Spanje. Deze oorlog eindigde met de Vrede van Vervins (1598). Van datzelfde jaar dateert het Edict van Nantes, waarin het katholicisme de staatsgodsdienst werd, maar de hugenoten werden getolereerd. Hendrik iv liet in 1599 zijn eerste huwelijk ontbinden door paus Clemens viii en huwde het volgende jaar met Marie de Médicis. Uit dit tweede huwelijk werd Lodewijk xiii geboren. In de betrekkelijke rust die volgde op het vredesverdrag met Spanje ontwikkelde Hendrik iv zich als een minzame en grote vorst. Hij werd in 1610 door Ravaillac vermoord.
[2.]<...> Weggelaten vanaf de tweede editie van 1631.
Marie de Médicis was na de dood van haar man (zie noot 1) tot 1614 regente van Lodewijk xiii. In 1614 werd Lodewijk xiii (geb. 1601) meerderjarig verklaard. Hij liet echter de regering over aan zijn eerste minister. Achter de schermen bleef Marie de Médicis intrigeren, eerst met maarschalk d'Ancre, die in 1617 werd vermoord, waarna zij werd gevangengezet, en later tegen Richelieu (eerste minister van 1624 tot 1642). Zij werd in 1630 opnieuw gevangengenomen (Journée des Dupes), maar ontsnapte en vluchtte naar het buitenland. Lodewijk xiii heeft dus tot tweemaal toe tegen zijn moeder gekozen.
[3.]Namelijk Gaston de France, hertog van Orléans (1608-1660), jongere broer van Lodewijk xiii.
[4.]Namelijk Elisabeth de France (1602-1644), die in 1615 huwde met Filips iv, koning van Spanje; Henriette de France (1609-1669), die in 1625 (het jaar van het verschijnen van dit werk) huwde met Karel i, koning van Engeland, en Christine de France (1606-1643), gehuwd met Victor Amadeus i, hertog van Savoie.
[5.]Letterlijk: Om de wereld met rechtvaardigheid te vervullen.
[6.]Namelijk van de christelijke volkeren.
[7.]Namelijk de periode van het eerste christendom, voor De Groot de periode van het authentieke en onverdeelde christendom.
[8.]Namelijk Henriette de France (zie noot 4).
[9.]<...> Toegevoegd aan de editie van 1646.
|
|