terug  begin  verderprepost
[p. 311]

Register van begrippen.

De vet gedrukte nummers verwijzen naar essentieele, meestal definitorische uiteenzettingen over het betreffende begrip.

 

abstractie
gedetermineerde -: 46, 304-305.
(gedet.) middel -: 48-50, 157, 178, 239-245, 304-305.
- (in overgangsphasen): 83-86, 178 e.v.
- vermogen: 284-285.
afwisseling van phasen: 51, 53, 76-81, 86, 139.
alternatief (- probleem; zetten - en plannen -; - groepeeringen; enz.): 131-132, 185 e.v., 220, 225, 229.
anticipatie (zie ook: verwachtingen)
schematische (totaal-) -: 4, 40, 44-47, 48, 49, 53, 98, 138, 142-144, 299, 304.
speciale - 's: 98-99, 152, 153, 154, 198-202, 231-232.
begaafdheid (voor het schaakspel): 7-10, 282, 283-296, 300.
(be) redeneering (zie ook: bewijs): 25-26, 108, 131, 134-137, 144, 145, 151, 208, 221-224.
- sschema: 145, 166-174.
bewijs (- schema; positief en negatief - deel): 22-26.
streven naar -: 108-109, 131, 134-137, 208, 229-230.
- kracht van resultaten: 209-211.
- krachtige redeneering: 151.
conflict-analyse: 163-164, 184.
controle (-processen; - operaties): 44, 50, 108, 111, 126, 184, 226, 228, 230.
crisis der quantitatieve verwachtingen: 164, 170, 171, 173.
cumulatieve en subsidiaire aaneenschakeling (- koppeling; - opeenvolging; - schakeling): 51, 52, 81-83, 302-303.
- slotschakeling (of eindschakeling): 90, 95.
cyclus (probleem -; verwerkings - van een détailprobleem): 97 e.v., 175.
denkdoel (en speeldoel): 106-107, 144, 151, 298.
denkgewoonte: 44, 144, 226, 241, 242, 246-248, 250.
Zie ook: systeem (van denkgewoonten).
denkmethode: Zie methode.
determinatie (- dispositie; - complex): 48, 49, 51, 52, 305.
determineering, consecutieve -: 44, 305.
dialectische verdieping: 228, 229.
doelbewustzijn: 45, 104.
doelstelling: 44 e.v., 104, 105, 118 e.v.
strategische of tactische -: 99, 102.
- t.a.v. de organisatie van het denken: 100, 102.
dynamisch moment: 111, 113-116, 125, 126, 144, 146, 225, 261-262.
dynamisch kernprobleem: 146, 147.
[p. 312]
ervaring (kennis en -; - in engeren en in ruimeren zin): 47, 239, 240, 241 e.v., 250, 252, 253, 254, 277, 278, 284.
- skoppelingen. (Zie systeem (van - - ).
eigenschap
oplossings -: 161, 162, 163, 164, 174, 181, 217.
probleem -: 174.
stellings -: 146, 156.
favoriet: 129, 131, e.v.
- verandering: 168-174, 185, 186, 187, 189, 190.
- vorming: 133, 148-149, 160, 185 e.v., 229.
formule der oplossingsvoorstellen: 77, 90, 129.
generalisatie
- van probleembewustzijn: (85, 86, 139, 140), 175, 176.
- en combinatie van uitwerkingsresultaten: 101, 180, 181, 228.
hardop denken: 57, 58-61, 70, 301.
heronderzoek (met en zonder tusschenschakeling): 77, 78, 91-94, 127-131, 302.
hoofddeel (van het denkproces, of hoofdphase): 109-111, 118-127, 208, 302.
hoofdprobleem: zie probleem.
inhoudselementen (van een protocol): 97-104.
inspiratie: 49, 218, 247, 275, 300.
integratie (van het stellingsbeeld): 3, 116, 117, 262, 263.
intelligentie (practische - ): 274, 283, 296.
introspectie (systematische - ): 32, 55, 56, 58, 301, 304.
intuitie (intuitieve aanvulling; voorkeur, enz.): 153, 212, 222, 223, 242-245, 300.
inval (vondst): 48-49, 217-218.
inzicht: 242-245, 304.
kennis (en ervaring): 47, 239, 240, 241 e.v.
kernprobleem (dynamisch - ): 146, 147.
keuzevrijheid (reglementaire en objectieve -): 14-18, 18-22, 92.
koppeling
algemeene -: 43-44, 304.
ervarings -: zie systeem van ervarings - en.
liquidatie: zie uitschakeling.
meesterschap: 238, 239, 241, 249-254, 274 e.v., 300.
methode, methodiek (denk -; oplossings -): 42, 44, 47-53, 80, 81, 83, 133, 134, 148; 196-248, speciaal: 203, 212, 218-219; verder 304.
speel -: 233 e.v.
methodische twijfel: 126, 227, 228-229.
middelabstractie: zie abstractie.
middelactualiseering (gedetermineerde - ): 47-48, 157, 239-245.
minimumoplossing: 159, 165, 166.
Mittelanwendung’ en ‘Mittelfindung’: 47-50, 86, 176, 303.
mogelijkhedenonderzoek: 109-111, 118-127, 208, 225-227.
mogelijkhedenorientatie: 76, 111, 113-116, 117, 146, 208.
moment (statisch, dynamisch en waarde - ): 111, 112-118, 125-126, 144, 146, 225, 262.
negatief: zie positief.
objectief
- ve keuzevrijheid: zie keuzevrijheid.
- oplosbaar: 20-22, 66, 72, 151, 187, 268.
[p. 313]
onbewuste denkmethodiek: 218 e.v.
onder
- doelstelling: 106 e.v. (hoofdst. V; enz.).
- phasen: 79, 80.
- probleem: 106 e.v. (hoofdst. V; enz.).
- structuur,- structureering: 140, 141.
onderzoek: 108 e.v.
her -, vervolg -, voortgezet -: 77, 78, 90-94, 127-128 e.v., 226, 302.
mogelijkheden -, stellings -, varianten -: 109, 110, 111 e.v., 117, 118- 119 e.v.
ongedifferentieerdheid: 301-304.
ontwikkeling (sstand) van het probleem): zie probleemontwikkeling.
onvolledigheid (der redeneering): 92, 209-212, 266.
operatie (gedetermineerde -): 42.
grond - van het denken: 46.
samengestelde -: 51-52, 85, 177.
voorwaardelijk samengestelde -: 203, 204, 220.
oplossing: 145, 151, 160.
- seigenschap: 161, 162, 163, 164, 174, 181, 217.
- smethode: zie methode.
- spoging: 77, 81.
- sstoot: 77, 90.
- svoorstel (in engeren zin en in ruimeren zin): 77, 90, 96, 100, 101 e.v., 109-110, 121.
oriëntatie: zie mogelijkhedenoriëntatie.
overgangsphase: zie phase.
pauzen in het denken (ook ‘schöpferische Pausen’): 54, 84, 138-140, 172, 175, 184.
phase(n), phasenstructuur: 12, 51, 53-54, 74, 75, 76-81, 83-86, 90 e.v., 208.
abstractie- en realiseerings - (uitvoerings -): 51, 85.
eerste -: 62, 75-76, 89-90, 109, 110, 111-118, 141, 144-155, 208, 224-225, 254-263, 302.
grens eerste - en hoofd - (hoofddeel): 76, 109, 141, 302.
mikro -, onder -: 79, 80.
overgangs - = tusschen -: 83-86, 102, 139-140, 174-185, 228-229.
overgangs - en uitwerkings - (grens): 179.
slot -: 108, 109, 111, 131-137, 208.
verdiepings -: 129, 182, 208.
positief (en negatief)
- bewijsdeel: 23-24, 82, 135.
- gerichte berekeningen (onderzoek): 133-134, 135 e.v., 227, 302.
probeeren: 52, 96, 134, 208, 221, 226, 230-232, 264-266.
probleem (objectief en psychologisch -): 76, 104-105, 151, 152.
- analyse: 54, 76.
- bewustzijn: 104-105, 140.
- eigenschap: 174.
- formuleering (en bijdragen tot - - ): 97, 98 e.v., 105, 118 e.v.
- ontwikkeling (ontwikkelingsstand van het -): 12, 97, 138 e.v., 140-141 e.v., 155 e.v., 185-195, 299, 302.
- stelling: 103, 105.
- structuur (over elkaar heengrijpende problemen): 12, 97, e.v., 105-111, 123-124, 140, 192, 195, 227, 298.
- transformatie: 105-106, 139, 144, 148, 155, 166, 167 e.v., 174-185, 218, 219 e.v.
- vorming: 76, 110, 117-118, 141, 144-155.
- van de zetkeuze: 11-12, 13-22, 104, 131, 151-152.
[p. 314]
qualitatieve (en quantitatieve) resultaten: 156, 163, 176, 179-182.
quantitatieve
- doelstellingen: 119-120, 121-122, 198, 265.
- resultaten: zie resultaten.
- verwachtingen: 164, 165, 170, 198-202, 231, 232.
recapitulatie (van redeneering; van resultaten): 108, 111, 131 e.v., 136, 182, 184, 228, 230.
redeneering: zie beredeneering.
typische - swijzen: 221-224.
relatie-complex (= ‘Sachverhältnis’): 33, 34.
relativisme: 266, 274, 285.
resultaten (positieve en negatieve -; partiëele -; uitwerkings -; enz.): 19, 77, 81, 82, 97-98, 101, 149, 156, 179-182, 198-200, 209-210.
samengestelde
- berekening (onderzoek): 123 e.v., 227.
- operatie: 51-52, 85, 177, 203-204, 220, 225.
- (oplossings)methode: 51-52, 80.
schakeling: zie cumulatieve -.
schema
beredeneerings- en bewijs- -: 22-26, 145, 166-174.
totaal- -: 53, 141-144, 145 e.v., 151-154, 155 e.v., 299.
schéma dynamique: 4.
schematische (totaal-) anticipatie: 4, 40, 44-47, 48, 49, 53, 98, 138, 142-144, 299, 304.
schöpferische Gestaltung’ en ‘ - Pausen’: 53-54, 138-140, 297, 299.
specialiseering (tegenover generalisatie): 103, 176-184, 225.
speeldoel (en denkdoel): 106-107, 233-239.
speelmethoden en - problemen: 146, 151-155, 233-239.
statisch moment: 111, 112-113, 125-126, 144-146, 225, 262.
stelling
- seigenschap: 146, 156, 180.
- sonderzoek: 109-110, 111-118, 119, 125-126, 144 e.v., 183-184, 224-225.
subsidiaire oplossingsvoorstellen (methoden, schakeling, operaties): 51, 52, 80, 81-83, 120, 203-206, 302-303. (Zie verder: cumulatief).
successieve verdieping: 78, 96, 129, 206-209, 211, 212, 220, 226, 265.
systeem van denkgewoonten en -methoden (ervaringskoppelingen, operatiedisposities, enz.): 144, 148, 153, 233, 237, 241, 245, 246-248, 250, 277 e.v., 300.
taxatie (waarde -): 19, 75, 111-112, 115, 116-118, 179-180.
- waarde: 120, 146-147, 149-150, 164-165, 198.
toespitsing (tot alternatief-probleem, tot redeneering): 131-137, 147, 155, 171, 185-187, 188 e.v., 229.
toeval (in het denkproces): 48-49, 176, 216-217.
totaal-schema: 53, 141-144, 145 e.v., 151-154, 155 e.v., 299.
transformatie
opgave -: 45, 50, 144, 218-219.
probleem -: 105-106, 139, 144, 148, 155, 166, 167 e.v., 174-185, 218-219 e.v.
qualitatieve en splitsings -: 106, 124.
structuur - (van het beredeneeringsschema): 155, 166-174.
trial and error: 52, 200, 231-232.
type (van de stelling): 113, 146-147.
uitschakeling (liquidatie), streven naar -: 132-133, 158-159, 215-216, 227, 229.
[p. 315]
uitwerking, uitwerkingsphasen: 76-81, 83-84, 97-98, 100, 101 e.v., 175, 179, 213-218. uitwerkingsresultaten: zie resultaten.
verdieping
dialectische -: 228, 229.
successieve -: 78, 96, 129, 206-209, 211, 212, 220, 226, 265.
- sphasen: 129, 182, 208.
vertakkingen (witte en zwarte -, eigen - en tegen -): 23-24, 79, 82, 83, 124, 133 e.v.
vervolg- en voortgezet onderzoek: zie onderzoek.
verwachting (zie ook crisis en quantitatieve -).
- smaximum: 149-150, 164-166, 198-201, 209-210.
- sminimum: 159, 165.
- swaarde: 149, 164, 165, 198, 202.
verwerking (tegenover uitwerking): 83-85, 97 e.v., 139-140, 163, 175, 178-182, 184.
- scyclus: 97 e.v., 175.
voorwaardelijk samengestelde operatie: zie operatie.
voorbeeldvariant: 156, 226, 231.
waarde-moment: 111, 116-118, 125-126, 144-146, 225, 262.
waarde-taxatie (-bepaling): 19, 75, 111-112, 115, 116-118, 179-180.
wisselwerking (principe der -): 53, 139, 196-203, 297, 299.
zet (een goede, betere -; de beste -): 18-19.
in aanmerking komende - ten: 145 e.v., 152, 154, 157.
- keuze (probleem van de - -): 12, 13-22, 104, 131, 151-152.
- voorstel = oplossingsvoorstel in engeren zin: Zie aldaar.
prepostterug  begin  verder