terug  begin  verderprepost

Aanspreken.

Is men in gezelschap niet aan iemand voorgesteld en verkeert men geheel in het onzekere welke rang die persoon toekomt, dan vermijde men liever een directe aanspraak en omzeile in het gesprek zoo goed mogelijk de moeilijkheid.

Zoodra doenlijk informeert men dan bij anderen of late zich voorstellen.

[p. 11]

Is men aan iemand voorgesteld, dan eischt de beleefdheid, dat men den achternaam noemt, dus: Ja meneer Jansen of: Hoe maakt U het mevrouw Pieterse?

Bij dames is dit ook de gewoonte; echter kan men tegenwoordig ook volstaan met mevrouw-zonder-meer.

Vroeger gold het: mevrouw-zonder-meer wordt alleen door ondergeschikten en winkelpersoneel gebezigd.

Sedert echter sommige winkeliers er toe over gaan bijzonder goede of langjarige klanten ter onderscheiding van de groote massa, aan te spreken met vermelding van den achternaam, begint het weer meer mode te worden zich te bepalen bij het mevrouwzonder-meer.

In Haagsche uitgaande kringen is dit gewoonte, omdat men daar veel met de diplomatie in aanraking komt en waar de voertaal in de diplomatie Fransch is, houdt men zich aan het Madame of Mevrouw-zonder-meer.

Voor ondergeschikten en hieronder vallen zoowel huispersoneel als kantoor- en winkelpersoneel, geldt het voor niet passend den achternaam bij aanspreken van hun werkgevers of andere meerderen te noemen.

Zij zeggen dus meneer, mevrouw, juffrouw, of freule zonder meer.

prepostterug  begin  verder