terug  begin  verderprepost

Bioscoopbezoek. (Ook theater-, café- en concertbezoek).

De bioscoopbezoeker, die gaarne de goede vormen in acht neemt, zal verscheidene dingen niet doen:

Hij zal niet te laat komen en onrust en opschudding veroorzaken, hij zal niet de bezoekers in zijn onmiddellijke nabijheid vergasten op zijn zienswijze over den afloop van het vertoonde stuk, als hij gist of op zijn inlichtingen, als hij het reeds eerder gezien heeft.

[p. 45]

Hij zal niet fluiten, noch neuriën, noch met handen of voeten de maat slaan, verloofde paren e.d. zullen zich als het donker is precies zóó gedragen als gedurende den tijd, dat het licht aan is, kortom: men geve geen aanstoot.

Men verlieze nimmer uit het oog, dat onderlinge meeningsverschillen nimmer in het publiek dienen te worden beslecht.

Wanneer er betreffende bezetting van bepaalde plaatsen verschil van meening is met vreemden, dan zal de beschaafde bezoeker geen ruzie maken, in het publiek zijn stem niet verheffen en onder geen voorwaarde zijn zelfbeheersching verliezen. Men wende zich in dat geval tot den zaalchef.

Dit alles geldt in dezelfde mate voor de theater-, concert- en cafébezoeken.

prepostterug  begin  verder