terug  begin  verderprepost
[p. 141]

Handelingen, die welopgevoede lieden onder alle omstandigheden nalaten in het bijzijn van anderen.

Nagels uithalen in het publiek, hetzij met een mesje, schaartje of opgerold tramkaartje.
Kiezen uitpeuteren.
Hoesten of niezen zonder de hand voor den mond te houden.
Kauwen met open mond.
Krabben (openlijk en bedekt).
Zich uitrekken.
Geeuwen.
Het laten ontsnappen van gassen en oprispingen.
Stampvoeten.
Zitten met overelkaar geslagen beenen, ronde rug, afgezakte schouders.
Lui achteroverleunen in liggende houding.
Gesticuleeren bij het praten.
Gesticuleeren met mes, vork of lepel in de hand.
Overluid lachen, praten, schreeuwen of roepen.
Smakken bij het kauwen.
Keelschrapen.
Spuwen.
Sigarenpunten afbijten en wegspuwen.
Neuriën.
Trommelen met de vingers.
Sloffen, schuifelen.
Wijzen naar iets of iemand.
Omkijken naar iets of iemand.
Neusophalen.
Met de pink in de ooren wroeten.
Neus peuteren.
Slijm rochelen.
Slurpen bij het drinken.
(Bij verkoudheid of groote warmte) anderen in het gezicht blazen.
Enzoovoort! Enzoovoort!
prepostterug  begin  verder