Het zijn niet alleen de kleeren, die den man maken, zooals de spreekwijze luidt, het is evenzeer de houding, die hier een woordje meespreekt. Noch fraaie kleeren, noch juweelen, geld of goed zijn in staat om van een zoutzak een pittige persoonlijkheid te maken. Niet alleen uiterlijk, ook innerlijk hebben wij een houding. Het oude versje zegt het zoo juist: rechtop van lijf, rechtop van ziel.... Rechtop, dat wil zeggen: fier, onverschrokken, opgericht, schouders naar achteren en borst vooruit.
De lichamelijke houding, die wij aannemen bij zitten, staan, loopen en gebaren stempelt ons al dadelijk tot een wakker energiek iemand of tot een onverschillig lui iemand.
De geestelijke houding, die wij aannemen bij de verschillende gebeurtenissen, die ons ten deel vallen in het leven, stempelt ons eveneens onmiddellijk tot medevoelende, begrijpende menschen van goeden wil of tot zelfzuchtige, onverschillige egoïsten.
Nimmer mogen wij uit het oog verliezen, dat onze houding iets is dat wij zelf bepalen en daar wij het nu eenmaal voor het kiezen hebben kunnen wij beter iets moois dan iets leelijks kiezen.
Dit geldt zoowel voor onze geestelijke als voor onze lichamelijke houding.
Een goede, rechtop gerichte houding bij loopen, staan en zitten zij een vrije, ongedwongen, losse houding, want niets staat leelijker dan de houterige, stijve houding van iemand, die krampachtig loopt of zit, zoodat elkeen de voortdurende inspanning ziet, die het kost.
Bij het loopen neme men geen zevenmijlsstappen, dat staat allerminst sportief, doch slechts onopgevoed, men zwaaie niet met de armen, late het hoofd niet hangen, noch dribbele men met malle, kwasi coquette pasjes alsof men op eieren loopt.
Oudere, zwaar gebouwde dames hoeden zich ervoor een schommelgang aan te nemen (waartoe men licht vervalt als de voeten gezwollen, de rug pijnlijk en de beenen vermoeid zijn!)
Meer dan rouge, poeder, modieuze hoedjes e.d. kan een veerkrachtige loop en een fraaie houding een vrouw jonger doen schijnen dan zij is.
Gezette personen dienen bij het zitten al te lage, diepe stoelen te vermijden. Het is hun ten eenenmale onmogelijk hierin een gracieuse of zelfs maar welvoegelijke houding aan te nemen, waartoe de nare gewoonte, de beenen over elkaar te slaan niet weinig bij draagt.
Het zitten met over elkaar geslagen beenen - hoe vanzelfsprekend ook heden ten dage - geldt nog altijd als onwelvoegelijk voor jonge meisjes, terwijl geen enkele getrouwde vrouw, die aanspraak maakt op fijne vormen zich in gezelschap zal laten verleiden deze nonchalante houding aan te nemen.
In het publiek (theater, concert tentoonstelling, restaurant e.d.) is deze houding ten allen tijde af te keuren en het feit dat menigeen zich hier niet aan stoort, mag voor hem of haar, die op wellevendheid gesteld is nimmer aanleiding zijn de goede vormen uit het oog te verliezen.
De man, die zijn wereld kent zal ook nimmer in gezelschap van dames, ouderen of hooger geplaatsten, met over elkaar geslagen beenen in een stoel achterover leunen.
Ellebogen behooren niet op een eettafel, noch in een particulier huis, noch in hotel of restaurant.
De dooddoener - iederéén doet het - mag nimmer voor een beschaafd en welopgevoed persoon een verontschuldiging zijn mede te doen aan iets, dat strijdig is met de étiquette.
Onder het eten mogen ellebogen nimmer op de tafel rusten.
Het geldt als zeer onopgevoed om bijv. de linkerarm op de tafel te laten rusten, terwijl men met de rechterhand eet.
Onder het eten leune men nimmer tegen de rugleuning van den stoel.
Wanneer men een bezoek brengt is er niets tegen, dat men leunt, echter drage men zorg goed achter in den stoel te gaan zitten. De houding van iemand, die op het uiterste puntje van een stoel zit en dan wil leunen, is niet prettig om naar te kijken.
Hetzelfde geldt voor zitten in auto, tram, bus of trein.
Een welopgevoed man zal nimmer met één of twee handen in de
zak praten met een dame, ouderen heer of hooger geplaatst persoon.
Praten met een sigaar of sigaret in den mond geldt als zeer onopgevoed.
Bij het praten en vertellen gebare men zoo weinig mogelijk met de handen en legge nimmer de hand op andermans arm, noch stoote men iemand aan, terwijl elleboog heffen om ongeloof, verbazing en dergelijke uit te drukken niet in beschaafd gezelschap thuis behoort; ook vatte men anderen niet bij jas of japon; wriemelen, schuifelen, wippen, wiebelen enz. behooren onder alle omstandigheden te worden nagelaten.