Of juweelen echt zijn of namaak, zij moeten aan één voorwaarde voldoen: zij moeten smaakvol zijn en de draagster in de beste beteekenis van het woord sieren.
Met juweelen gaat het als met lippenrood: een heel klein beetje teveel is al gauw veel te veel!
Ook wanneer juweelen echt zijn en van het zuiverste water betrachte men de uiterste soberheid: de goede vormen eischen het.
Een goed gekleede vrouw, die een enkel fraai parelsnoer, een schitterende solitaire ring of (niet: è n!) een kostbare speld draagt, zal hiermede een veel grooter effect maken dan wanneer zij ook nog met brillanten bezette armbanden, een diamanten hanger, oorknoppen en verschillende andere ringen tegelijkertijd zou dragen.
Een zeer elegante vrouw, die in bekrompen financieele omstandigheden moest leven dank zij het verlies van haar groot fortuin zeide eens: vroeger toen alles wat ik had echt was droeg ik vier, vijf en soms zes dingen tegelijk en mijn vriendinnen geloofden niet dat het alles echt was. Nu ik alleen maar namaak dragen kan doe ik nooit meer dan één enkel stuk aan en ziet! niemand twijfelt er een oogenblik aan, iedereen gelooft onomstootelijk, dat het echt is!
Hoewel hier geen vaste voorschriften bestaan geldt het als snobistisch (opschepperig) en van slechten smaak getuigend wanneer een vrouw des morgens vóór de lunch tijdens hare huishoudelijke bezigheden al haar ringen draagt. Ook wanneer zij des morgens boodschappen gaat doen heeft zij geen ringen, broches of armbanden noodig. De morgenkleeding - ook voor buitenshuis - is altijd eenvoudig en min of meer sportief en daarbij passen geen juweelen, echt of namaak (ook geen armband-horloge met steentjes bezet).
De goede smaak eischt, dat men nimmer modern gezette juweelen draagt bij antieke. Het effect daarvan is afschuwelijk.
Ringen behooren aan ringvinger en pink. Niet aan den middelvinger en onder geen enkele voorwaarde aan den wijsvinger, wat men U ook moge wijsmaken.
Juweelen versierselen in het haar staan - of zij echt zijn of fantasie - bijna niemand flatteus. Haarkammen met valsche steentjes bezet moeten strikt vermeden worden.
Kettingen, armbanden met munten enz. alles wat rammelt, tinkelt en klingelt moet eveneens worden vermeden: dit geeft iets zeer onrustigs en ongedistingeerds aan de persoonlijkheid.
Kleurige Oostersche sieraden, die misplaatst staan bij onze Westersche kleeding, broches van inlegwerk en dergelijken kunnen wij beter achterwege laten.
Men drage nimmer echte en valsche juweelen tegelijkertijd: òf alles namaak òf alles echt - zij het nog zoo bescheiden.
De juweelen, die de goedgekleede man dragen kan, beperken zich tot de parel (wit of zwart) en de draad-dunne omlijning van diamanten of smaragden rond manchetknoopen (van parelmoer bijv.) fantasie dasspelden enz.
Dergelijke manchetknoopen worden alleen bij avondkleeding gedragen en vormen vaak met overhemdsknoopjes een garnituur.
De goedgekleede man zal geen diamant aan zijn vingers dulden, noch aan zijn vest of das.
Een zegelring met wapen (indien geen wapen dan ook geen zegelring en zeker geen zegelring met een monogram en ook s.v.p. geen ‘blinde’ zegelring met ongegraveerden steen) en evt. een trouwring zij de eenige versiering aan een mannenhand.
Mannen, die dunne gouden kettinkjes om den pols dragen kunnen hier buiten bespreking blijven.
Het druischt in tegen alle regelen van goeden smaak en étiquette, wanneer een man een dasspeld draagt in een vlinderstrikje. (dergelijke strikjes behooren zonder speld te worden gedragen), of een slappe boord met gouden veiligheidsspeld gesloten en daarenboven in de lange das een dasspeld. Of het een òf het ander, maar nimmer beiden tegelijk.
Zilveren sigarettenkokers getuigen alleen dan van goeden smaak wanneer zij eenvoudig en van goede kwaliteit zijn: bij voorkeur géén ingegraveerde monogrammen, nooit bloemen of ingelegde gekleurde steentjes, of andere overbodige versierselen.
Slechts het knopje van de sluiting kan uit een donkeren steen bestaan.
Horlogekettingen worden uiterst dun gedragen: goud voor overdag, platina voor bij avondkleeding.
Bij sportkleeding bij voorkeur een horloge leertje of leeren arm-
band en geen gouden sigarettenkoker of aansteker, geen paarlen of juweelen dasspeld, maar een gladde sportieve gouden speld. Bij rok en ook wel bij smoking wordt een châtelaine gedragen (een zwart zijden ripsband met gouden schuif en dito mousqueton waaraan het horloge wordt bevestigd). Het band met de gouden gesp blijft uit het vestzakje hangen.
Armbandhorloges worden door heeren in avondkleeding niet gedragen, Zij, die châtelaines bij een colbert costuum dragen bewijzen niet te weten hoe het hoort.
Sleutelkettingen worden van verchroomd nikkel of zilver gedragen, nooit van goud of imitatie goud.