terug  begin  verder
[p. 23]

Avond en morgen

[p. 25]

I

 
Geen dingen heb ik ooit begrepen,
 
niet de dynamo, niet de haat,
 
niet het vernuft van rake knepen.
 
Ook Christus niet - maar dat is nu te laat.
 
 
 
De kwijl van een behaarde geitelip,
 
de warmte onder een appelboom van biggen
 
die welgeschapen zijn uit vaders rib,
 
zijn mij genoeg om bij te liggen
 
 
 
's avonds. Maar als ik in de morgen stuik
 
bij mijn collega's op 't geboden uur,
 
wat ben ik dan, hoe sta ik daar
 
ineens met opgebonden botten,
 
 
 
een dungetakte dorenstruik
 
tegen een witgekalkte muur,
 
als een Kretenzer gapend naar
 
verlichte pinksterpolyglotten.
terug  begin  verder