[p. 46]
Anekdote
voor P.V.
De mensen doen hun warme luiken dicht.
De nacht heest smaak van mout en wilgehout.
Het leven gevend ingewand is dood gewicht
in 't mispelvlees dat aan de beenderen houdt.
Ik heb mijn laatste vriend naar huis gebracht.
Het houten kleppen van mijn bekkeneel
wordt door de rinse kliersappen verzacht,
en herfstwind schuift, als handen, rond mijn keel
de koelte van een vrouwelijk geweld.
Twee dode vrienden lachen veel te luid,
verdwijnen in hun nachthemd over veld
van bietebladeren uit kikkerhuid.
Dan dansen duivels met de bladeren rond.
De wegen vluchten in een wolk van kaf.
Een bonte piekenier spietst op de grond
het dronken dier en steekt zijn lenden af.