De weerliicke liefden tot Roose-mond


auteur: Justus de Harduwijn


editeur: Oscar Dambre


bron: Justus de Harduwijn, De weerliicke liefden tot Roose-mond, 1613. (ed. Dr. O. Dambre.) Tweede herziene en bijgewerkte druk. Tjeenk Willink/Noorduijn, Culemborg 1978.  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 190]

Bibliografie

A. J. de Harduwijn's werken

I.De Weerliicke Liefden tot Roose-mond. Eensdeels naerghevolght de Griecksche/Latijnsche/ende Francoysche Poëten.
t'Handtwerpen, By Hieronymus Verdussen/inde X. Gheboden. Anno M.DC.XIII.
De bundel werd heruitgegeven:
a. door R. Foncke, met inleiding en aantekeningen, in de ‘Seven Sinjoren-reeks’ (Antwerpen, De Sikkel, 1922).
b. door O. Dambre, in facsimile-druk (Antwerpen, De Sikkel, 1942).
c. id, ingeleid en met aantekeningen voorzien (Zwolse drukken en herdrukken, nr. 21, 1956).
d. door M.C.A. van der Heijden, met inl. en aant. in ‘Spectrum der nederlandse letterkunde’, (nr. 6, Spectrum, 1968, blz. 391-466).
II.Goddelicke Lof-Sanghen Tot Vermaekinghe van alle gheestighe Liefhebbers, Door Iustus de Harduyn Pr.
Te Ghendt, By Jan vanden Kerchove/ woonende op de hoogh-poorte/ in 'tghecroont Sweerdt. Anno 1620.
Heruitgegeven door O. Dambre, met inleiding en toelichtingen, in de ‘Seven Sinjoren-reeks’ (Antwerpen, De Sikkel, 1933).
III.Den Val Ende Op-stand van den Coninck ende Prophete David Met By-voegh vande Seven Leed-tuygende Psalmen. Door Iustus de Harduyn.
Te Ghendt, By Ian vanden Kerchove, woonende op de hoogh-poorte/ in 'tghecroont Sweerdt. Anno 1620.
Heruitgegeven door O. Dambre, met inleiding, bron en aantekeningen, in de ‘Seven Sinjoren-reeks’ (Antwerpen, De Sikkel, 1928).
IV.Goddelycke Wenschen verlicht met sinnebeelden, Ghedichten en vierighe Uytspraecken der Oud-Vaeders. Naer-ghevolght de Latynsche vanden Eerw. P. Hermannus Hugo Priester der Societeyt Iesu door Iustus De Harduyn P.
T'Hantwerpen By Hendrick Aertssens inde Cammerstrate inde witte Lelie 1629.
2e uitg. 1645 te Amsterdam, by P.J. Paets.
V.Alexipharmacum, dat is Teghen-Gift voor de Catholijcke Borgherye der Stede 's Hertoghen-bosch. Teghen de verblindinghe des Woordendienaers aldaer, of corte be-andwoordinge op het Beroep-schrift der selver door Cornelium Janssenium van Leerdam,.... overgeset uyt het Latijn in onse Neder-duytsche taele door Justus Harduynus.
Tot Loven, By Jan Oliviers, en Coenesteyn, 1630.
(Heruitgegeven door O. Dambre, met inleiding en aantekeningen, in de Oud-
[p. 191]
heidkundige Kring Dendermonde, buitengewone uitgaven, nr. XVIII, 1960).
VI.Goeden Yever tot het Vaderland, ter blijder Inkomste van den conincklycken Prince Ferdinand van Oostenryck, Cardinael Infant, Gouverneur der Nederlanden ende Bourgoignen, binnen de Stad Ghend.
Uytghegheven door Justus De Harduyn Priester, ende David vander Linden, beyde ingheborene der selve stede.
T'Antwerpen, bij Hendrick Aertssens, inde witte Lelie, 1635.

Een opsomming van verspreide gelegenheidsgedichten en van vermiste werken werd opgenomen in onze de Harduwijn-monografie (1926), blz. 157-162.

B. Voornaamste literatuur in verband met ‘Roose-mond’.

1830J.M. Schrant, Uitgelezen Dichtstukken van Justus de Harduyn (Zalt-Bommel, 1830).
1913R. Foncke, Een zeldzaam Boekje (Het Boek, febr. 1913, blz. 49-53).
1917R. Foncke, Justus de Harduyn (De Nieuwe Gids, XXXII jg. 1917, blz. 116-131, 273-291).
1922O. Dambre, Justus de Harduijn (Vlaamsche Arbeid, jg. 17, 1922, blz. 85-89).
1923O. Dambre, De plaats en beteekenis van J. de Harduijn in de Nederlandsche literatuurgeschiedenis (Handelingen van het zesde Vlaamsch Philologencongres, 1923, blz. 100-121).
1923O. Dambre, Onderzoek naar het ontstaan van J. de Harduijn's Roose-mond (Leuvense Bijdragen, XV-1923, 3).
1926O. Dambre, De dichter Justus De Harduijn, een biographische en letterkundige studie (Uitg. der Faculteit van Wijsbegeerte en Letteren, Univ. Gent, nr. 58, 1926).
1927P. de Keyser, Een onbekend Minnedicht van Justus de Harduyn, verschenen in 1611 (Versl. en Meded. Kon. Vl. Academie, april 1927).
1927O. Dambre, Cleyne Proefstuxkens uit de Poëzie van Justus de Harduyn, verzameld en toegelicht (De Sikkel, Antwerpen, 1927).
1928O. Dambre, De Beteekenis van Jacob Ymmeloot's Versleer, 1626. (Nieuwe Taalgids, 22e jg., afl. 4, blz. 181-193).
1929Joris Eeckhout, Literaire Profielen III, blz. 102-128 (Gent, 1929).
1930Anton van Duinkerken, Achter de Vuurlijn (Hilversum, 1930, blz. 61-71).
1932M. Sabbe, Een onopgemerkt Nederlandsch gedicht van Erycius Puteanus (Versl. en Meded. Kon. Vl. Academie, 1932, blz. 585-589).
1934G. Knuvelder, Bouwers aan eigen Cultuur (Den Haag, 1934, blz. 105-136).
1942O. Dambre, Justus de Harduwijn. Bloemlezing met inleiding. (Diest, 1942).
1952O. Dambre, Justus de Harduwijn's Testament en andere Oorkonden uit het Jaar 1636. (Gent, 1952).
1953E. Rombauts, Geschiedenis van de Letterkunde der Nederlanden. (Vijfde dl. II, blz. 389-407).
1954M. Brauns, De Harduwijn (Nieuwe Stemmen, juni '54, blz. 201-206; juli '54, blz. 233-242).
1954O. Dambre, Lauwerkrans voor Justus de Harduwijn. Feestrede. (Cultureel Jaarboek provincie Oostvlaanderen, 1954, blz. 137-172).
1954E. Rombauts, Traditie en Vernieuwing in de zuidnederlandse letterkunde van de 17e
[p. 192]
eeuw. (Versl. en Meded. Kon. Vl. Ac. 1954, blz. 318-320).
1955O. Dambre, Nog Venusjankerij (De nieuwe Taalgids, jg. 48, 1955, blz. 102).
1956G. Degroote, Het blonde vrouwentype in de Nederlandse poëzie voor en tijdens de Renaissance. (Dietsche Warande en Belfort, 1956, nr. 4, blz. 202-214).
1956R. Foncke, Aan wie de kroon? (Versl. en Meded. Kon. Vl. Ac., nov.-dec. 1956).
1956O. Dambre, Justus de Harduwijn ‘De Weerliicke Liefden tot Roose-mond’ 1613, ingeleid en met aantekeningen voorzien. (Zwolse drukken en herdrukken, nr. 21).
1957M.A.F. Ostendorf, De cyclische bouw van de Harduyns bundel ‘De Weerliicke Liefden tot Roose-mond’ (De Nieuwe Taalgids, 50e jg. 1957, blz. 305-314).
1957A.A. Keersmaekers, De dichter Guilliam van Nieuwelandt en de Senecaans-classieke tragedie in de zuidelijke Nederlanden (passim). (Kon. Vl. Ac., Gent, 1957).
1959G. Knuvelder (in Handboek tot de Geschiedenis der Nederlandse letterkunde, 2e dr., II dl., blz. 108-114); 5e dr., II dl., blz. 576-581.
1960F.J. Couwenbergh, Een akrostichon in ‘De Weerliicke Liefden tot Roose-mond’ van Justus de Harduyn. (De Nieuwe Taalgids, 53e jg. blz. 174).
1960O. Dambre, Een akrostichon op naam van Joost de Hardvin na 350 jaar in de Roose-mond ontdekt. (Spieghel Historiael van de Bond van Gentse Germanisten, jg. 2, nr. 3, blz. 63-64).
1960L.C. Michels, Notities bij de Harduwijns Roose-mond. (Leuvense Bijdragen, XLIX jg., nr. 1-2, blz. 22-35).
1960O. Dambre, Justus de Harduwijns ‘Tot Phoebum’-sonnet. (Spiegel der Letteren, 4e jg., nr. 3, blz. 219-223).
1963O. Dambre, Ficiniaanse achtergronden bij Justus de Harduwijns Roose-mond? (Studia germanica gandensia V, 1963, blz. 45-76).
1964O. Dambre, Betekenis van de ontmoeting Calenus-de Harduwijn, (Ascania, jg. 7, 1964, nr. 1, blz. 13-20).
1964O. Dambre, De cyclische bouw van ‘Roose-mond’ in het zoeklicht (Spiegel der Letteren, VII, 1963-64, blz. 208-213).
1967O. Dambre, Der Liefden stille krachten, verzameld en ingeleid (P.E.N., nr. 53, Heideland Hasselt).
1968F. de Schutter, Snede, pause of steunen. Een onderzoek naar de functie van de cesuur in het vers van Lucas de Heere, Jan van der Noot, Justus de Harduwijn. (Liber alumnorum Prof. Dr. E. Rombauts, Leuven 1968, blz. 189-209).
1968 O. Dambre, Onaanvaardbare teksttransplantatie. (Spiegel der Letteren, 11e jg., nr. 1, blz. 50-52), naar aanleiding van M.C.A. van der Heijdens Spectrum-heruitgave van ‘Roose-mond’ (1968).
1969F.A.J. Dambre, Twee sonnetten uit Justus de Harduyns ‘De Weerliicke Liefden tot Roose-mond’ als voorbeelden van creatieve imitatio. (Spiegel der Letteren, 12e jg. 1969-1970, nr. 1, blz. 24-29).
1970O. Dambre, Nog aanvullende Wetenswaardigheden over Justus de Harduwijn. (Spiegel der Letteren, 13e jg., 1970-71, blz. 200-209).