Agon, sulthan van Bantam


auteur: Onno Zwier van Haren


editeur: G.C. de Waard


bron: Onno Zwier van Haren, Agon, sulthan van Bantam (ed. G.C. de Waard). Martinus Nijhoff, Den Haag 1979 (2de druk)  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 61]

Agon, Sulthan van Bantam.
Eerste bedryf

Eerste Toneel

Agon
 
IK ga dan eindelyk een stille rust genieten,
 
Myn dagen zullen nu in vreed' en vryheid vlieten!
 
De zorgen die den Throon omringen van rondsom,
 
Welk' ieder dageraad en dachlicht brengd weêrom,
5
Die zullen nu voortaan by my geen plaats meer vinden,
 
En niet meer myne geest aan moeit' en arbeid binden!
 
Fortuin, welk's magt ik heb zoo menigmaal beproefd,7
 
Die my zomtyds verblyd, en zomtyds hebt bedroefd,
 
Die in myn jeugd op my ten bittersten verbolgen,
10
My nu schynd zedert lang standvastiglyk te volgen,
 
'k Ga buiten uw bereik; 'k wil dat het lotgeval,11
 
Op myne levensloop geen kracht meer hebben zal!12
 
O Schepper van 't Heelal, meester van dood en leven,
 
Die ons door Mahomet uw wetten hebt gegeven,
15
Die Agon uit het Stof hebt op den Throon gebragt15
 
Aan wien hy schuldig is syn glory en syn magt,16
 
Ontvang zyn dankbaar hart! Oneindig Opperwezen
 
Gy hebt ten allen tyd' in syne ziel geleezen,
 
Gy hebt altyd gezien syn' liefde voor de Deugd,
20
En in de tegenspoed, en midden in de vreugd!
[p. 62]
 
Geev' in syn' ouderdom, geev' in de korte jaaren,
 
Die uw Besluit, misschien, hem nog op Aard' zal spaaren,
 
Dat hy in eenzaamheid een stille rust geniet',
 
En eendracht in syn Huis, en by syn Soonen ziet!21-24

Tweede toneel

Agon. Sinan.
sinan
25
Uw wil is door myn mond verkondigd aan de Grooten,
 
En uw last is gebragt aan d' eerste Hof genooten:26
 
Een ieder zal hier zyn, gelyk vereischd syn plicht,
 
Op de bestemde tyd, en 't uur daar toe gericht.28
 
Schoon deze dag reeds lang voor Bantam was te wagten,29
30
Wyl gy zoo menigmaal geuit had uw gedagten,30
 
Heeft elk van haar niet min getoond de droeve smart,31
 
Die 't komen van dees' dag, verspreid in ieders hart.
agon
 
Die smart, hoe groot die zy, zal niet veel langer duuren,
 
Als tot dat morgen 't licht beschyne Bantams muuren:
35
Een oude Vorst verdwynd, gelyk de Maan, voor 't oog,
 
Wanneer de jonge Vorst klimd, als de Son, om hoog.
sinan
 
Sy wagten zekerlyk een Heer van uwe handen
 
Die ook, gelyk als gy de Vader deezer Landen,
[p. 63]
 
Haar welvaard houden zal voor syne grootste zorg,37-39
40
d' Opvoeding van uw' Soons is hier voor haare borg:
 
Maar zoo ik uit haar naam de waarheid u mag zeggen,
 
En 't geen hier ieder denkt vrymoedig openleggen,42
 
Hoe veel men van uw Soons, met reden, ook verwagt,
 
De onderdaan verlangd te blyven in uw magt;44
45
Te meer dewyl men ziet Natuur u mildlyk geeven
 
De aangename vrugt van een gematigd leeven,46
 
En dat de ouderdom, die elk met reeden vreest,
 
Niets afneemd van de kragt en vlugheid van uw geest.45-48
agon
 
Sy hebben niet gezien myn slaapelooze nachten
50
Terwyl sy die in rust, en stille vreê, doorbrachten,
 
Sy hebben, zoo als ik, den arbeid niet gevoeld,51
 
Die by der Vorsten Throon, en om haar slaap-plaats woeld!52
sinan
 
Sy weeten dat d' eerbied aan hen belet te vragen
 
't Geheim 't geen hare Vorst kan in syn boezem dragen.
agon
55
Myn gunst voor u, Sinan, heeft my nog nooyt berouwd,
 
En 'k weet dat myn geheim is by u wel vertrouwd:56
 
Lees dan in Agons ziel, die zal aan u vertonen
 
Wat bittre zorg hem geeft de tweedracht van syn' Sonen.
 
Ik heb dit Ryk gehaald als uit een donkre nacht
60
En Bantams roem en magt ten hoogsten top gebracht;
 
Maar met welk glans myn naam dit Ryk nu doê verschynen,
 
Ik zie, door hun tweedragt, die macht in 't kort verdwynen.62
[p. 64]
 
Batavia heeft lang 't oog op Bantam gehad,
 
En dingd reeds na de naam van Java's eerste Stad:64
65
En 'k zie de Hollanders met ongeduld verwagten,
 
Dat een van myn twee Soons te hulp roep' hare kragten.66
 
Sy zoeken, zedert lang, een middel, om 't bestier
 
Gelyk in 't verdrê Oost, zoo ook te krygen hier:
 
Schoon haare heerschzugt twist verwekt in alle Landen,69
70
Haar Staatkund' zoekt voor al 't Gebied van Java's stranden.69-7070
 
De koud' Europeaan, schoon hy syn Land verlaat,
 
Bewaard syn koelheid nog in dit verzengd Climaat,
 
Haar ziel door heete drift, als d' onze niet omvangen,73
 
Verliesd nooit uit het oog hun wezendlyk belangen,
75
Haar grootheid is gegrond op d' Indiens tweedracht,
 
En ons hartstogten zyn de oorsprong van haar macht.
 
Het is om deeze reên, dat ik heb voorgenomen,77
 
Om zoo ik kan die ramp aan Bantam voor te komen:78
 
Ik weet wat na myn dood alhier te vreezen staat,
80
Zoo ik niet voor die tyd voorkomen kan dat kwaadt;
 
En 'k denk, (ik hoop ten minst) dat zoo ik by myn leeven,
 
Aan ieder van myn Soons een Scepter heb gegeeven,
 
Dat elk zyn heerschzugt ziet voldaan eer hy 't verwagt,83
 
Ik tusschen hen wegneem all' oorzaak van tweedracht;
85
En dat, zoo 'er in 't eerst, eenig verschil mocht rysen,85
 
Natuur hen zal na my, en niet na Holland, wysen.86
[p. 65]
sinan
 
Maar wyl uw voorzorg vreesd der Nederlanders macht,87
 
Waarom niet liever zaam gehouden Bantams kracht?
 
Tartassa's Ryk, geheel gekomen in uw handen,
90
Vermeerderd nog de sterkt' en rykdom van uw Landen,
 
Laat een van uwe Soons alleen hier Koning zyn,
 
Of wel dat d' Oppermacht in alle beyd' verschyn.92
agon
 
Myn hart verbied het eerst: het tweed' kan hier niet wesen,
 
En zou het allermeest voor Bantam zyn te vreesen:
95
Wat maatregels ik neem, welk paalen ik ook set,95
 
D' een zal van d' ander nooyt ontvangen eenig wet.96
 
Die hier geen slaav' wil zyn moet om den scepter stryden,
 
En d' Oppermacht in 't Oost kan geen verdeeling lyden.98
 
'k Heb in Abdul bespeurd veel meer heerschzugtigheid,
100
En Bantams ryke strand daarom voor hem bereid:100
 
Tartassa's minder Ryk zal aan den ander komen101
 
Zonder dat ik van hem misnoegen heb te schromen;
 
Ik weet dat Hassan is te vreeden met dat Land,
 
Mits dat ik by zyn deel ook voeg Fathema's hand:
105
Haar Vader is wel eer, beroofd van syne Ryken,
 
By my, syn boesemvriend tot Bantam komen wyken.106
 
Ik heb myn stervend Vriend beloofd dat myne Soon107
 
Fathema plaatzen zou met hem op Agon's Throon.
 
En 'k zie nu met vermaak, dat deese teed're banden,109
110
Niet zullen zyn de vrucht van eenig menschen handen,
[p. 66]
 
Maar dat de Liefd' alleen sterker als myne macht111
 
Haar Vaders wensch, en myn beloften, heeft volbracht.
 
Sinan, 't is tyd dat gy ook kiest tusschen myn Soonen
 
Aan wien van bey' gy wilt die zelve trouwe tonen114
115
Die in uw hart altoos voor haare Vader blonk,
 
En u, uw Meestersgunst en syn vertrouwen schonk.116
sinan
 
Ik heb voor alle gunst van haar en u te vraagen117
 
Dat ik mag in uw rust verslyten myne daagen:118
 
Ik vraag nog ik verwagt op Aard' geen andre vreugd119
120
Als die ik scheppen zal uit 't voorbeeld van uw deugd.
agon
 
De eenzaamheid is niet gemaakt voor jonge lieden.
 
Hy die de stilheid zoekt, en arbeid wil ontvlieden,
 
Moet voelen zyne kracht door jaaren uitgeput,
 
Of door een zwak gestel aan 't menschdom zyn onnut,
125
Dan alleen mag men zig ontrekken aan de menschen,125
 
En zig vernoegen met voor 't Vaderland te wenschen;126
 
Maar zo lang lighaams kracht gepaard is met verstand.
 
Zyn beide, kracht en geest, aan 't Vaderland verpand.
 
'k Sta uw toe om met my te blyven d' eerste daagen129
130
Gy zult het allerlaatst uit myn dienst zyn ontslaagen;
 
Maar welk van myne Soons uw vrye keur ook diend,131
 
'k Heb hen te lief om haar t' onthouden zulk een vriend.
[p. 67]

Derde toneel

Agon. Fathema. Camoeni.
agon
 
FAthema, 'k had gewenscht, voor 't einde van myn dagen,
 
Aan uw Maccassars Kroon en Scepter te zien dragen,133-134
135
Dat Indien door tweedracht in Hollands macht geraakt,135
 
Door 't misbruik van die macht zou wakker zyn gemaakt;135-136
 
Dat ieder Vorst in 't Oost verzaam'lende syn krachten,137
 
Maccassar ons zou zien met zaamgevoegde machten,
 
De wettig' erfgenaam herstellen op den Throon,
140
En in het Westens bloed, uitwisschen 't Oostens hoon!137-140
 
Maar 't Noodlot, welkers wet niemand kan wederstreeven,
 
Heeft my tot deezer uur dien troost niet willen geeven:142
 
Ontvang van myne hand, 't geen myn hand geeven kan,
 
Ontvang Tartassa's Kroon en myn Soon voor uw man!144
145
Ik zal Fathema dus myn Dogter mogen noemen,145
 
En wie in 't Oost zal op deugdzamer Dogter roemen!
fathema
 
Sulthan, wanneer het Lot, voor myn Geslacht zo wreed,
 
Maccassar's bloeijend Ryk voor Holland wyken deed,
 
Wanneer Samboepo's Strand 't Maleysche Bloed zag vlieten,149
150
En Rovers uit het West dat Edel Bloed vergieten,
[p. 68]
 
Dat hare woeste hand verdreef den wettig Heer,151
 
Bleef aan myn Vader nog syn Dogter, en syn' Eer.
 
Hy bragt die beide hier: Gy zyt in 't gansche Oosten
 
De enigst' die een Vorst kund helpen of vertroosten,
155
De enigste nog groot, de enigste nog vry,
 
De and're zyn gekeet' in Hollands slaverny';156
 
En elk van haar moet in syn Ryk de wet gehengen,157
 
Die hem een Indisch Raad, of Opper-Coopliên, brengen.158
 
Myn Vader vond alhier, door uw grootmoedigheid,
160
Een schuilplaats in syn lot voor hem, en my, bereid:
 
Maar schoon Agon alhier hem diende tot behoeder,
 
Syn hart kon niet doorstaan 't verlies van myne Moeder,
 
En midden in uw gunst, verloor hy in 't verdriet163
 
Syn leven, en de hoop van 't Maccassaarsch Gebied!164
165
Hy Stierf, hy liet my Wees: vergeef indien myn traanen
 
Zig tegen myne wil, een weg in d' oogen banen,
 
Zoo een gedeelte spruit uit syn gedagteniss'167
 
Het ander vloeit voor u, en uit erkentenis.
 
Myn hart altyd bevreesd de dankbaarheid te krenken,
170
Kan zonder aandoên nooyt aan uw weldaden denken;170
 
Sy ryzen dag aan dag, sy klimmen boven maat,171
 
Gy geeft nu, 't geen by my ver boven Kroonen gaat.172
 
't Zal my geoorlooft zyn, wanneer ik tot u nader,
 
Wanneer ik u begroet, om u te noemen, Vader!174
175
'k Vind weêr die teedre naam, die my de dood benam
 
Kort na ik moederloos in Bantam's wallen kwam!176
[p. 69]
agon
 
Ik weet wel dat uw hart en groot' hoedanigheeden
 
Zyn even boven prys als uw' bevalligheeden,178
 
Maar zoo Fathema's hand 't loon van de Liefde is,
180
Hoop ik dat Hassans hart is van haar hand gewis.179-180
fathema
 
'k Ontvang Hassan, op hoop van hem aan u te toonen.
 
Syn hoofd en 't myn' vercierd met all' Celebes Kroonen.181-182182
 
Wanneer syn dapprê hand bestierd door uwe raad183
 
Bevryden zal van 't juk den Maccassaarschen Staat,
185
En de roofzugtig' hoop van Westers Vreemdelingen
 
Te rug na Java's strand, of na Holland, zal dwingen.184-186
 
Zo maar haar' moed en macht niet groeyd van dag tot dag,
 
Indien Gy nog volhard t' afleggen uw gezag:188
 
Wat Mogendheid in 't Oost zal voor haar zyn te vreesen?189
190
Zo ras Agon in 't Oost zal geen Monarch meer weesen?
agon
 
Fathema myne rêen zyn van het grootst gewicht,
 
En voor 't gemeene nut van Indien ingericht:192
 
Maar boven al voor 't best van beide myne Soonen,
 
Zo ik de Eendracht hier kan, zamen met haar, kroonen,194
195
Zo ik, gelyk ik hoop, daar door de Tweedracht ban,
[p. 70]
 
En wegneem 't geen daar toe aanleiding geeven kan,
 
Zo elk van haar, syn Ryk in Vreê zoekt te doen bloeyen
 
En tot de zelve macht, als voortyds te doen groeyen,198
 
Eer dat d' Europeaan met woon in Indien bleef,199
200
En 't Westerse Moesson syn Vloot na Java dreef.200
 
't Belang van myne Soons, en dat van uwe Ryken,
 
Is, om een korte poos voor 't Lot en tyd te wyken,202
 
Tot dat Batavia selv' in haar' schoot verdeeld,
 
Verwyfd door 't heet Climaat; en dronken in de Weeld',204
205
De driften van het Oost in 't Hollands hart voeld zweven,
 
En 't Oost in dartelheid en lafheid overstreeven:206
 
Dan is het tyd voor wraak; tot daar toe is de rust207
 
Het eenigst', dat nog kan behouden deze Kust.208
fathema
 
Na zo veel hoon en smaad als myn Huis moest gehengen,209
210
Is 't hard de tyd voor wraak nog zo verr' te zien lengen,210
 
En dat gehaate Volk zo lang te moeten zien
 
In 't bezit van myn Erf, en in myn Ryk gebiên.212
agon
 
Myn afkeer voor dat Volk kan uw haat eevenaaren!
 
Maar de Voorzigtigheid, de vrucht van hoge jaaren,
[p. 71]
215
Leerd my, dat men vooral moet kennen 's Vyands macht
 
Wanneer men tegen hem wil toetzen syne kracht.216
 
Die macht der Hollanders, nu zo voor ons te vreesen,
 
Heb ik voorheen gekend in hand der Portugeesen;218
 
Maar Portugal, 't geen 't eerst, door Gama's heldenmoed,219
220
Ons Zeën heeft geverfd met Indiens eigen bloed,
 
't Geen langs een nieuwen weg na ons bestond te zeylen,221
 
En 't Mallabaarsche strand met Lisbons dieplood peylen,222
 
Heeft in het derd' geslacht syn kinderen gezien
 
Voor 't zwaard van Nederland, en Indien's wraake vliên.223-224
225
Maar Indien, meer bedagt om zig van haar te wreeken,225
 
Als door Europa's twist, Europa's macht te breeken,226
 
In plaats van weder vry te worden, als wel eer,
 
Heeft voor prys van syn bloed gekogt een nieuwen Heer.228
 
Batavia ziet nu reeds groeijen in haar wallen,229
230
Een derd' geslacht, 't geen ook voorzeeker staat te vallen,230
 
Zo ras wêer uit het West een nieuw gebroedzel koomt,231
 
Het geen nog Portugals nog Hollands waap'nen schroomt.
 
Gy kund met klein geduld dit binnen kort verbeiden;233
 
Hoe verr' Natuur ons heeft van hare kust gescheiden
235
Haar gierigheid zoekt geld, waar ook Natuur 't verhool,235
 
Van daar de Son verschroeyd, tot in 't ys van de Pool.236
[p. 72]

Vierde toneel

Agon. Fathema. Camoeni. Sinan.
sinan
 
DE beide Princen zyn reeds op het Hof gekomen,237
 
En hebben na uw' wil en welbehaag vernomen.238
 
Sy schynen van malkâer te myden het gesprek,239
240
En wachten uw bevel, ieder in een vertrek.
agon, aan Fathema
 
Myn voorneem' is om nu aan elk van haar te zeggen
 
Het deel van 't Ryk 't geen ik aan hem meen toe te leggen:242
 
Voldoen, zo veel ik kan, Abduls eergierigheid,
 
En vullen Hassans hart met vreugd' en vrolykheid.243-244

Vyfde toneel

Fathema. Camoeni.
fathema
245
CAmoeni, myn geluk gaat all' geluk te boven!
 
Gy, die zo langen tyd verkeerd hebt aan de Hoven,
 
Waar hebt gy ooyt gezien een eenige Vorstin,247
 
Die koos haar Echtgenoot, of trouwde na haar zin?
 
Slachtoffer van haar plicht, en van de Staatsbelangen,
250
Vorstin alleen in naam, midden in pracht gevangen,250
 
Gezonden zonder Liefd', aan dien haar weinig agt,
 
Verzuimd van ieder een, vervreemd aan haar Geslacht,252
[p. 73]
 
Veragtende haar man, verboôn iemand te minnen,
 
Benydende het lot dikwyls van haar Slavinnen;
255
In koude Staatlykheid verloopt haar' levenstyd!255
 
Zie daar het droevig lot 't geen uw Princes vermyd!256
camoeni
 
Ik zie met zeer veel vreugd, na zo veel ongelukken,
 
Voor welk' Maccassers Huis, en uw jeugd moesten bukken,258
 
Dat 's Hemels zagter gunst bestralende uw hoofd,259
260
Een Kroon ten minsten geeft, voor die uw zyn ontroofd.260
 
'k Wensch dat de Kroonen die wel eer uw wieg vercierden,
 
En, door 't lot van een dag den prooy des Vyands wierden,262
 
In 't kort door uw Gemaal gebragt in uwe hand,263
 
Vergroten 't nieuwe Ryk op Java's Wester kant!264
265
Dat ik de blyde dag, de dag haast zal beleven,265
 
Wanneer 'k Hassan en u zal zien de wetten geeven
 
Van daar Celebes strand na 't koude Zuyden ziet,267
 
Tot daar de zee het scheyd van 't Ternataansch Gebied!268
 
Dat ik met u de Wraak die Kust mag zien betreeden269
270
En straffen 't Hollandsch Volk van haar onmenschlykheden,
 
Als haar Barbaarsche Vloot vervuld met Rovers, kwam,271
 
En 't donderend metaal uw Moeder 't licht benam;
 
Sonder dat schand' of eer, die moorders kon beletten,273
 
Haar zeegeteekenen met Vrouwe bloed te smetten!
275
Maar 'k vergeet dat dees' dag aan Liefd' is toegewyd,
 
En dus 't geheug' van haat moet heeden zyn gemyd.276
[p. 74]
fathema
 
Neen Camoeni, myn haat gaat nimmer uit myn zinnen,277
 
Myn hart weet even sterk te haaten als te minnen:
 
En 't Lot, om te doen zien hoe veel 't op my vermag,279
280
Voldoed aan myne haat en Liefd' op eene dag!
 
Ik min in Hassan, moed, en eer, en zuiv're zeeden281
 
De gaven van syn geest, syn ziel's hoedanigheden;
 
Ons' harten zijn verêend reeds van ons eerste jeugd,
 
En d' agting is weerzyds vermeerderd door de deugd:
285
Maar 'k min in Hassan ook syn haat voor die Tirannen,
 
Die my, en hem, wel haast uit Indiën zouden bannen,
 
Zo haar kwaadwilligheid geen hinderpaal bereid
 
In Agons wysheid vond, en Hassans dapperheid.
 
Batavia heeft wêer Tartassa's muitelingen,
290
Door Hassan's zwaard verstrooyd, tot hunne plicht zien dwingen,
 
En 't dempen van een vuur, met reden zo gevreesd,291
 
Is voor myn Minnaars hand 't werk van een maand geweest!289-292
 
Camoeni, 'k zie syn roem verspreid aan alle zyden
 
En Java vol van hoop dat hy haar zal bevryden!
295
'k Weet dat Batavia in ongerustheid leeft,
 
En dat op Hassan's naam de Raad van Indiën beeft.296
camoeni
 
Maar wyl de Sulthan dus uitdeeld syn beide Kroonen,297
 
En geeft een magtig Ryk aan ieder van syn' Soonen,
 
Is men wel zeeker hier dat Abdul zonder smart
300
Ziet in syn Broeders deel Fathema's hand en hart?
 
Te zamen opgevoed in 't groeijen van uw Jaren301
 
Heb ik altyd gemeend dat beid' uw Minnaars waren.
[p. 75]
fathema
 
De Liefde is geen drift die ooyt in Abdul viel,303
 
De Heersch-zucht straalt alleen maar door in syne ziel.
camoeni
305
Maar schoon Fathema's Ryk nu niet is in haar' handen,
 
Sy brengd ten huwelyk haar rechten op die Landen:305-306
 
Europa's Staatkund' zal niet gaarn zien te zaam
 
Maccassars Erfgenaam, en Hassans groote naam;
 
De Raad van Indiën schynd voor Abdul sterk te wezen
310
Wie weet van haar Besluit wat gy nog hebt te vreezen,310
 
Batavia misschien...
fathema
 
'k veragt haar Raad's gebied
 
En vrees met Hassans hand geheel Europa niet.