|
|
|
| |
| | | |
Agon, Sulthan van Bantam.
Eerste bedryf
| |
Eerste Toneel
IK ga dan eindelyk een stille rust genieten,
Myn dagen zullen nu in vreed' en vryheid vlieten!
De zorgen die den Throon omringen van rondsom,
Welk' ieder dageraad en dachlicht brengd weêrom,
5
Die zullen nu voortaan by my geen plaats meer vinden,
En niet meer myne geest aan moeit' en arbeid binden!
Fortuin, welk's magt ik heb zoo menigmaal beproefd, 7
Die my zomtyds verblyd, en zomtyds hebt bedroefd,
Die in myn jeugd op my ten bittersten verbolgen,
10
My nu schynd zedert lang standvastiglyk te volgen,
'k Ga buiten uw bereik; 'k wil dat het lotgeval, 11
Op myne levensloop geen kracht meer hebben zal! 12
O Schepper van 't Heelal, meester van dood en leven,
Die ons door Mahomet uw wetten hebt gegeven,
15
Die Agon uit het Stof hebt op den Throon gebragt 15
Aan wien hy schuldig is syn glory en syn magt, 16
Ontvang zyn dankbaar hart! Oneindig Opperwezen
Gy hebt ten allen tyd' in syne ziel geleezen,
Gy hebt altyd gezien syn' liefde voor de Deugd,
20
En in de tegenspoed, en midden in de vreugd!
| | | |
Geev' in syn' ouderdom, geev' in de korte jaaren,
Die uw Besluit, misschien, hem nog op Aard' zal spaaren,
Dat hy in eenzaamheid een stille rust geniet',
En eendracht in syn Huis, en by syn Soonen ziet! 21-24
| |
Tweede toneel
Agon. Sinan.
25
Uw wil is door myn mond verkondigd aan de Grooten,
En uw last is gebragt aan d' eerste Hof genooten: 26
Een ieder zal hier zyn, gelyk vereischd syn plicht,
Op de bestemde tyd, en 't uur daar toe gericht. 28
Schoon deze dag reeds lang voor Bantam was te wagten, 29
30
Wyl gy zoo menigmaal geuit had uw gedagten, 30
Heeft elk van haar niet min getoond de droeve smart, 31
Die 't komen van dees' dag, verspreid in ieders hart.
Die smart, hoe groot die zy, zal niet veel langer duuren,
Als tot dat morgen 't licht beschyne Bantams muuren:
35
Een oude Vorst verdwynd, gelyk de Maan, voor 't oog,
Wanneer de jonge Vorst klimd, als de Son, om hoog.
Sy wagten zekerlyk een Heer van uwe handen
Die ook, gelyk als gy de Vader deezer Landen,
| | | |
Haar welvaard houden zal voor syne grootste zorg, 37-39
40
d' Opvoeding van uw' Soons is hier voor haare borg:
Maar zoo ik uit haar naam de waarheid u mag zeggen,
En 't geen hier ieder denkt vrymoedig openleggen, 42
Hoe veel men van uw Soons, met reden, ook verwagt,
De onderdaan verlangd te blyven in uw magt; 44
45
Te meer dewyl men ziet Natuur u mildlyk geeven
De aangename vrugt van een gematigd leeven, 46
En dat de ouderdom, die elk met reeden vreest,
Niets afneemd van de kragt en vlugheid van uw geest. 45-48
Sy hebben niet gezien myn slaapelooze nachten
50
Terwyl sy die in rust, en stille vreê, doorbrachten,
Sy hebben, zoo als ik, den arbeid niet gevoeld, 51
Die by der Vorsten Throon, en om haar slaap-plaats woeld! 52
Sy weeten dat d' eerbied aan hen belet te vragen
't Geheim 't geen hare Vorst kan in syn boezem dragen.
55
Myn gunst voor u, Sinan, heeft my nog nooyt berouwd,
En 'k weet dat myn geheim is by u wel vertrouwd: 56
Lees dan in Agons ziel, die zal aan u vertonen
Wat bittre zorg hem geeft de tweedracht van syn' Sonen.
Ik heb dit Ryk gehaald als uit een donkre nacht
60
En Bantams roem en magt ten hoogsten top gebracht;
Maar met welk glans myn naam dit Ryk nu doê verschynen,
Ik zie, door hun tweedragt, die macht in 't kort verdwynen. 62
| | | |
Batavia heeft lang 't oog op Bantam gehad,
En dingd reeds na de naam van Java's eerste Stad: 64
65
En 'k zie de Hollanders met ongeduld verwagten,
Dat een van myn twee Soons te hulp roep' hare kragten. 66
Sy zoeken, zedert lang, een middel, om 't bestier
Gelyk in 't verdrê Oost, zoo ook te krygen hier:
Schoon haare heerschzugt twist verwekt in alle Landen, 69
70
Haar Staatkund' zoekt voor al 't Gebied van Java's stranden. 69-7070
De koud' Europeaan, schoon hy syn Land verlaat,
Bewaard syn koelheid nog in dit verzengd Climaat,
Haar ziel door heete drift, als d' onze niet omvangen, 73
Verliesd nooit uit het oog hun wezendlyk belangen,
75
Haar grootheid is gegrond op d' Indiens tweedracht,
En ons hartstogten zyn de oorsprong van haar macht.
Het is om deeze reên, dat ik heb voorgenomen, 77
Om zoo ik kan die ramp aan Bantam voor te komen: 78
Ik weet wat na myn dood alhier te vreezen staat,
80
Zoo ik niet voor die tyd voorkomen kan dat kwaadt;
En 'k denk, (ik hoop ten minst) dat zoo ik by myn leeven,
Aan ieder van myn Soons een Scepter heb gegeeven,
Dat elk zyn heerschzugt ziet voldaan eer hy 't verwagt, 83
Ik tusschen hen wegneem all' oorzaak van tweedracht;
85
En dat, zoo 'er in 't eerst, eenig verschil mocht rysen, 85
Natuur hen zal na my, en niet na Holland, wysen. 86
| | | |
Maar wyl uw voorzorg vreesd der Nederlanders macht, 87
Waarom niet liever zaam gehouden Bantams kracht?
Tartassa's Ryk, geheel gekomen in uw handen,
90
Vermeerderd nog de sterkt' en rykdom van uw Landen,
Laat een van uwe Soons alleen hier Koning zyn,
Of wel dat d' Oppermacht in alle beyd' verschyn. 92
Myn hart verbied het eerst: het tweed' kan hier niet wesen,
En zou het allermeest voor Bantam zyn te vreesen:
95
Wat maatregels ik neem, welk paalen ik ook set, 95
D' een zal van d' ander nooyt ontvangen eenig wet. 96
Die hier geen slaav' wil zyn moet om den scepter stryden,
En d' Oppermacht in 't Oost kan geen verdeeling lyden. 98
'k Heb in Abdul bespeurd veel meer heerschzugtigheid,
100
En Bantams ryke strand daarom voor hem bereid: 100
Tartassa's minder Ryk zal aan den ander komen 101
Zonder dat ik van hem misnoegen heb te schromen;
Ik weet dat Hassan is te vreeden met dat Land,
Mits dat ik by zyn deel ook voeg Fathema's hand:
105
Haar Vader is wel eer, beroofd van syne Ryken,
By my, syn boesemvriend tot Bantam komen wyken. 106
Ik heb myn stervend Vriend beloofd dat myne Soon 107
Fathema plaatzen zou met hem op Agon's Throon.
En 'k zie nu met vermaak, dat deese teed're banden, 109
110
Niet zullen zyn de vrucht van eenig menschen handen,
| | | |
Maar dat de Liefd' alleen sterker als myne macht 111
Haar Vaders wensch, en myn beloften, heeft volbracht.
Sinan, 't is tyd dat gy ook kiest tusschen myn Soonen
Aan wien van bey' gy wilt die zelve trouwe tonen 114
115
Die in uw hart altoos voor haare Vader blonk,
En u, uw Meestersgunst en syn vertrouwen schonk. 116
Ik heb voor alle gunst van haar en u te vraagen 117
Dat ik mag in uw rust verslyten myne daagen: 118
Ik vraag nog ik verwagt op Aard' geen andre vreugd 119
120
Als die ik scheppen zal uit 't voorbeeld van uw deugd.
De eenzaamheid is niet gemaakt voor jonge lieden.
Hy die de stilheid zoekt, en arbeid wil ontvlieden,
Moet voelen zyne kracht door jaaren uitgeput,
Of door een zwak gestel aan 't menschdom zyn onnut,
125
Dan alleen mag men zig ontrekken aan de menschen, 125
En zig vernoegen met voor 't Vaderland te wenschen; 126
Maar zo lang lighaams kracht gepaard is met verstand.
Zyn beide, kracht en geest, aan 't Vaderland verpand.
'k Sta uw toe om met my te blyven d' eerste daagen 129
130
Gy zult het allerlaatst uit myn dienst zyn ontslaagen;
Maar welk van myne Soons uw vrye keur ook diend, 131
'k Heb hen te lief om haar t' onthouden zulk een vriend.
| |
| | | |
Derde toneel
Agon. Fathema. Camoeni.
FAthema, 'k had gewenscht, voor 't einde van myn dagen,
Aan uw Maccassars Kroon en Scepter te zien dragen, 133-134
135
Dat Indien door tweedracht in Hollands macht geraakt, 135
Door 't misbruik van die macht zou wakker zyn gemaakt; 135-136
Dat ieder Vorst in 't Oost verzaam'lende syn krachten, 137
Maccassar ons zou zien met zaamgevoegde machten,
De wettig' erfgenaam herstellen op den Throon,
140
En in het Westens bloed, uitwisschen 't Oostens hoon! 137-140
Maar 't Noodlot, welkers wet niemand kan wederstreeven,
Heeft my tot deezer uur dien troost niet willen geeven: 142
Ontvang van myne hand, 't geen myn hand geeven kan,
Ontvang Tartassa's Kroon en myn Soon voor uw man! 144
145
Ik zal Fathema dus myn Dogter mogen noemen, 145
En wie in 't Oost zal op deugdzamer Dogter roemen!
Sulthan, wanneer het Lot, voor myn Geslacht zo wreed,
Maccassar's bloeijend Ryk voor Holland wyken deed,
Wanneer Samboepo's Strand 't Maleysche Bloed zag vlieten, 149
150
En Rovers uit het West dat Edel Bloed vergieten,
| | | |
Dat hare woeste hand verdreef den wettig Heer, 151
Bleef aan myn Vader nog syn Dogter, en syn' Eer.
Hy bragt die beide hier: Gy zyt in 't gansche Oosten
De enigst' die een Vorst kund helpen of vertroosten,
155
De enigste nog groot, de enigste nog vry,
De and're zyn gekeet' in Hollands slaverny'; 156
En elk van haar moet in syn Ryk de wet gehengen, 157
Die hem een Indisch Raad, of Opper-Coopliên, brengen. 158
Myn Vader vond alhier, door uw grootmoedigheid,
160
Een schuilplaats in syn lot voor hem, en my, bereid:
Maar schoon Agon alhier hem diende tot behoeder,
Syn hart kon niet doorstaan 't verlies van myne Moeder,
En midden in uw gunst, verloor hy in 't verdriet 163
Syn leven, en de hoop van 't Maccassaarsch Gebied! 164
165
Hy Stierf, hy liet my Wees: vergeef indien myn traanen
Zig tegen myne wil, een weg in d' oogen banen,
Zoo een gedeelte spruit uit syn gedagteniss' 167
Het ander vloeit voor u, en uit erkentenis.
Myn hart altyd bevreesd de dankbaarheid te krenken,
170
Kan zonder aandoên nooyt aan uw weldaden denken; 170
Sy ryzen dag aan dag, sy klimmen boven maat, 171
Gy geeft nu, 't geen by my ver boven Kroonen gaat. 172
't Zal my geoorlooft zyn, wanneer ik tot u nader,
Wanneer ik u begroet, om u te noemen, Vader! 174
175
'k Vind weêr die teedre naam, die my de dood benam
Kort na ik moederloos in Bantam's wallen kwam! 176
| | | |
Ik weet wel dat uw hart en groot' hoedanigheeden
Zyn even boven prys als uw' bevalligheeden, 178
Maar zoo Fathema's hand 't loon van de Liefde is,
180
Hoop ik dat Hassans hart is van haar hand gewis. 179-180
'k Ontvang Hassan, op hoop van hem aan u te toonen.
Syn hoofd en 't myn' vercierd met all' Celebes Kroonen. 181-182182
Wanneer syn dapprê hand bestierd door uwe raad 183
Bevryden zal van 't juk den Maccassaarschen Staat,
185
En de roofzugtig' hoop van Westers Vreemdelingen
Te rug na Java's strand, of na Holland, zal dwingen. 184-186
Zo maar haar' moed en macht niet groeyd van dag tot dag,
Indien Gy nog volhard t' afleggen uw gezag: 188
Wat Mogendheid in 't Oost zal voor haar zyn te vreesen? 189
190
Zo ras Agon in 't Oost zal geen Monarch meer weesen?
Fathema myne rêen zyn van het grootst gewicht,
En voor 't gemeene nut van Indien ingericht: 192
Maar boven al voor 't best van beide myne Soonen,
Zo ik de Eendracht hier kan, zamen met haar, kroonen, 194
195
Zo ik, gelyk ik hoop, daar door de Tweedracht ban,
| | | |
En wegneem 't geen daar toe aanleiding geeven kan,
Zo elk van haar, syn Ryk in Vreê zoekt te doen bloeyen
En tot de zelve macht, als voortyds te doen groeyen, 198
Eer dat d' Europeaan met woon in Indien bleef, 199
200
En 't Westerse Moesson syn Vloot na Java dreef. 200
't Belang van myne Soons, en dat van uwe Ryken,
Is, om een korte poos voor 't Lot en tyd te wyken, 202
Tot dat Batavia selv' in haar' schoot verdeeld,
Verwyfd door 't heet Climaat; en dronken in de Weeld', 204
205
De driften van het Oost in 't Hollands hart voeld zweven,
En 't Oost in dartelheid en lafheid overstreeven: 206
Dan is het tyd voor wraak; tot daar toe is de rust 207
Het eenigst', dat nog kan behouden deze Kust. 208
Na zo veel hoon en smaad als myn Huis moest gehengen, 209
210
Is 't hard de tyd voor wraak nog zo verr' te zien lengen, 210
En dat gehaate Volk zo lang te moeten zien
In 't bezit van myn Erf, en in myn Ryk gebiên. 212
Myn afkeer voor dat Volk kan uw haat eevenaaren!
Maar de Voorzigtigheid, de vrucht van hoge jaaren,
| | | |
215
Leerd my, dat men vooral moet kennen 's Vyands macht
Wanneer men tegen hem wil toetzen syne kracht. 216
Die macht der Hollanders, nu zo voor ons te vreesen,
Heb ik voorheen gekend in hand der Portugeesen; 218
Maar Portugal, 't geen 't eerst, door Gama's heldenmoed, 219
220
Ons Zeën heeft geverfd met Indiens eigen bloed,
't Geen langs een nieuwen weg na ons bestond te zeylen, 221
En 't Mallabaarsche strand met Lisbons dieplood peylen, 222
Heeft in het derd' geslacht syn kinderen gezien
Voor 't zwaard van Nederland, en Indien's wraake vliên. 223-224
225
Maar Indien, meer bedagt om zig van haar te wreeken, 225
Als door Europa's twist, Europa's macht te breeken, 226
In plaats van weder vry te worden, als wel eer,
Heeft voor prys van syn bloed gekogt een nieuwen Heer. 228
Batavia ziet nu reeds groeijen in haar wallen, 229
230
Een derd' geslacht, 't geen ook voorzeeker staat te vallen, 230
Zo ras wêer uit het West een nieuw gebroedzel koomt, 231
Het geen nog Portugals nog Hollands waap'nen schroomt.
Gy kund met klein geduld dit binnen kort verbeiden; 233
Hoe verr' Natuur ons heeft van hare kust gescheiden
235
Haar gierigheid zoekt geld, waar ook Natuur 't verhool, 235
Van daar de Son verschroeyd, tot in 't ys van de Pool. 236
| |
| | | |
Vierde toneel
Agon. Fathema. Camoeni. Sinan.
DE beide Princen zyn reeds op het Hof gekomen, 237
En hebben na uw' wil en welbehaag vernomen. 238
Sy schynen van malkâer te myden het gesprek, 239
240
En wachten uw bevel, ieder in een vertrek.
Myn voorneem' is om nu aan elk van haar te zeggen
Het deel van 't Ryk 't geen ik aan hem meen toe te leggen: 242
Voldoen, zo veel ik kan, Abduls eergierigheid,
En vullen Hassans hart met vreugd' en vrolykheid. 243-244
| |
Vyfde toneel
Fathema. Camoeni.
245
CAmoeni, myn geluk gaat all' geluk te boven!
Gy, die zo langen tyd verkeerd hebt aan de Hoven,
Waar hebt gy ooyt gezien een eenige Vorstin, 247
Die koos haar Echtgenoot, of trouwde na haar zin?
Slachtoffer van haar plicht, en van de Staatsbelangen,
250
Vorstin alleen in naam, midden in pracht gevangen, 250
Gezonden zonder Liefd', aan dien haar weinig agt,
Verzuimd van ieder een, vervreemd aan haar Geslacht, 252
| | | |
Veragtende haar man, verboôn iemand te minnen,
Benydende het lot dikwyls van haar Slavinnen;
255
In koude Staatlykheid verloopt haar' levenstyd! 255
Zie daar het droevig lot 't geen uw Princes vermyd! 256
Ik zie met zeer veel vreugd, na zo veel ongelukken,
Voor welk' Maccassers Huis, en uw jeugd moesten bukken, 258
Dat 's Hemels zagter gunst bestralende uw hoofd, 259
260
Een Kroon ten minsten geeft, voor die uw zyn ontroofd. 260
'k Wensch dat de Kroonen die wel eer uw wieg vercierden,
En, door 't lot van een dag den prooy des Vyands wierden, 262
In 't kort door uw Gemaal gebragt in uwe hand, 263
Vergroten 't nieuwe Ryk op Java's Wester kant! 264
265
Dat ik de blyde dag, de dag haast zal beleven, 265
Wanneer 'k Hassan en u zal zien de wetten geeven
Van daar Celebes strand na 't koude Zuyden ziet, 267
Tot daar de zee het scheyd van 't Ternataansch Gebied! 268
Dat ik met u de Wraak die Kust mag zien betreeden 269
270
En straffen 't Hollandsch Volk van haar onmenschlykheden,
Als haar Barbaarsche Vloot vervuld met Rovers, kwam, 271
En 't donderend metaal uw Moeder 't licht benam;
Sonder dat schand' of eer, die moorders kon beletten, 273
Haar zeegeteekenen met Vrouwe bloed te smetten!
275
Maar 'k vergeet dat dees' dag aan Liefd' is toegewyd,
En dus 't geheug' van haat moet heeden zyn gemyd. 276
| | | |
Neen Camoeni, myn haat gaat nimmer uit myn zinnen, 277
Myn hart weet even sterk te haaten als te minnen:
En 't Lot, om te doen zien hoe veel 't op my vermag, 279
280
Voldoed aan myne haat en Liefd' op eene dag!
Ik min in Hassan, moed, en eer, en zuiv're zeeden 281
De gaven van syn geest, syn ziel's hoedanigheden;
Ons' harten zijn verêend reeds van ons eerste jeugd,
En d' agting is weerzyds vermeerderd door de deugd:
285
Maar 'k min in Hassan ook syn haat voor die Tirannen,
Die my, en hem, wel haast uit Indiën zouden bannen,
Zo haar kwaadwilligheid geen hinderpaal bereid
In Agons wysheid vond, en Hassans dapperheid.
Batavia heeft wêer Tartassa's muitelingen,
290
Door Hassan's zwaard verstrooyd, tot hunne plicht zien dwingen,
En 't dempen van een vuur, met reden zo gevreesd, 291
Is voor myn Minnaars hand 't werk van een maand geweest! 289-292
Camoeni, 'k zie syn roem verspreid aan alle zyden
En Java vol van hoop dat hy haar zal bevryden!
295
'k Weet dat Batavia in ongerustheid leeft,
En dat op Hassan's naam de Raad van Indiën beeft. 296
Maar wyl de Sulthan dus uitdeeld syn beide Kroonen, 297
En geeft een magtig Ryk aan ieder van syn' Soonen,
Is men wel zeeker hier dat Abdul zonder smart
300
Ziet in syn Broeders deel Fathema's hand en hart?
Te zamen opgevoed in 't groeijen van uw Jaren 301
Heb ik altyd gemeend dat beid' uw Minnaars waren.
| | | |
De Liefde is geen drift die ooyt in Abdul viel, 303
De Heersch-zucht straalt alleen maar door in syne ziel.
305
Maar schoon Fathema's Ryk nu niet is in haar' handen,
Sy brengd ten huwelyk haar rechten op die Landen: 305-306
Europa's Staatkund' zal niet gaarn zien te zaam
Maccassars Erfgenaam, en Hassans groote naam;
De Raad van Indiën schynd voor Abdul sterk te wezen
310
Wie weet van haar Besluit wat gy nog hebt te vreezen, 310
'k veragt haar Raad's gebied
En vrees met Hassans hand geheel Europa niet.
|
11'k Ga buiten uw bereik: ik onttrek mij aan uw bereik (nl. door troonafstand)
lotgeval: (wisselvalligheid der) fortuin
15Zie Voorbericht, regel 4-7.
16schuldig is: verschuldigd is, te danken heeft
21-24Prospectief aspect: Agon zinspeelt hier op de tweedracht tussen zijn zoons, die zijn levensavond zou kunnen verdonkeren. Van Haren werkt veel met het prospectief aspect; zie ook vs. 612, 848, 922 en 1232.
26d'eerste Hof genooten: de voornaamste hofdignitarissen
29Schoon: ofschoon. De concessieve zin die met dit voegwoord begint, komt veel voor.
30Wyl: aangezien, omdat
gedagten: (hier:) voornemens
31haar: hen (hun); aldus en ook als possessivum wordt het voortdurend gebruikt.
niet min: desniettemin
37-39Zij rekenen er beslist op, dat gij hun een vorst zult geven die, evenals gij gedaan hebt, over deze landen als een vader regeren zal en hun welzijn zal beschouwen als het voorwerp van zijn grootste zorg.
42openleggen: openlijk uitspreken
44in uw magt: onder uw bestuur
46gematigd leeven: leven van matigheid
45-48Van Haren verbindt herhaaldelijk een zinsdeel en een bijzin nevenschikkend; zo hier vs. 46 (object) en vs. 47-48 (objectszin), beide afhankelijk van vs. 45. Regels 47-48 zijn een precisering van vs. 46.
51arbeid: moeite, pijnlijke inspanning
56wel: goed; zo ook meermalen in het vervolg
62in 't kort: binnen korte tijd
64na: naar; aldus ook in het vervolg
66kragten: (hier en elders:) legers
69heerschzugt: lust tot regeren. Het woord heeft nog niet de huidige pejoratieve betekenis, wat duidelijk blijkt uit regel 83, waar het ook op Hassan wordt betrokken.
69-70alle en voor al accentueren. Men houde er rekening mee, dat de auteur vaak met zulke contrastaccenten werkt.
70't Gebied van: de heerschappij over
73heete drift: hartstocht
77reên: reden(en). Het verkortingsteken heeft geen vaste plaats; vgl. b.v. vs. 170, 183, 191, 197.
78aan: voor
voor te komen: te voorkomen
85in 't eerst: aanvankelijk
verschil: onenigheid
86Natuur: is een van de interessantste woorden uit de 18e eeuw. Het betekent niet alleen de dode en de levende natuur, maar het omvat ook de relaties en eigenschappen die inherent zijn aan het behoren tot die natuur. Hier kan deze term het best vertaald worden met de band des bloeds; ze wordt veelvuldig gebruikt in de betekenis: vader-, moeder- en kinderliefde.
na ...wysen: naar mij en niet naar Holland verwijzen; bij mij, en niet bij Holland, raad (steun, bemiddeling) doen zoeken
87uw voorzorg: gij in uw zorg voor de toekomst
92dat ... verschyn: dat de beide zoons de heerschappij gezamenlijk voeren
95welk paalen ik ook set: hoe ik beider bevoegdheden ook afbaken
96van d' ander ... wet: zich nooit gebonden achten aan een wet door de ander uitgevaardigd
98En het is onmogelijk de soevereiniteit in het Oosten (met een ander) te delen.
100voor hem bereid: hem toegedacht
101minder: kleiner, minder belangrijk
106tot: te; aldus ook in het vervolg
107myne Soon: Welke zoon is bij die belofte niet gezegd; bedoeld is de troonopvolger. De verdeling van zijn rijk geeft Agon de mogelijkheid, Fathema uit te huwelijken niet aan de kroonprins maar aan zijn tweede zoon, zonder zijn belofte te breken. Vgl. vs. 537.
111alleen zal wel betrokken moeten worden op Liefd'.
116uw Meestersgunst: waarschijnlijk een drukfout voor uw Meesters gunst. Achter u zouden wij geen komma plaatsen.
117voor alle gunst: als de grootste gunst
118in uw rust: in uw ambteloosheid, d.w.z. bij u, ook na uw abdicatie
119nog: noch. In Van Harens tijd bestond er nog geen spellingverschil tussen het bijwoord en het voegwoord.
126vernoegen: tevreden stellen
wenschen moet geaccentueerd worden.
129uw: u. De datief heeft meestal de vorm met w (zo ook in vs. 134). met: bij
131uw vrye keur: gij naar vrije keus
133-134voor 't einde ... dragen: dat ik vóór mijn dood u de kroon en scepter van Makassar zou zien dragen
135Terwille van de duidelijkheid zouden wij achter Indien een komma zetten.
135-136Deze regels zijn afhankelijk van te zien in vs. 134; datzelfde geldt voor de vzn. 137-140.
137Een voorbeeld van de absolute constructie, waarvan Van Haren nogal eens gebruik maakt.
137-140Dat Makassar, terwijl elke vorst in het Oosten zijn legers verzamelde, ons gezamenlijk de wettige erfgename (Fathema) op de troon zou zien herstellen en de smaad, het Oosten aangedaan, zou zien uitwissen in het bloed der Westerlingen.
142tot deezer uur: tot op dit ogenblik
145dus: aldus, op deze manier
149Samboepo: Zie Voorbericht, regel 17.
151Deze regel hangt als objectszin af van zag in vs. 149. Vgl. de aant. bij vs. 45-48.
157gehengen: dulden, toestaan.
158Indisch Raad: lid van de Raad van Indië, het hoogste bestuurscollege van de Compagnie in Indië, dat de gouverneur-generaal ter zijde stond.
Opper-Coopliên: Opperkoopman was een rang bij de Compagnie.
163midden in uw gunst: hoezeer ook omgeven door uw welwillendheid
164van 't Maccassaarsch Gebied: weer over Makassar te regeren.
167syn gedagteniss': de herinnering aan hem
171Zij nemen dagelijks toe en worden bovenmate talrijk.
172by my ... gaat: mij veel meer waard is dan kronen.
174De komma achter noemen heeft de betekenis van onze dubbelpunt.
176na: nadat; zo ook in het vervolg.
178even boven prys: evenzeer boven alle lof verheven
179-180Liefde en Hassans accentueren. De bedoeling van vs. 180 is dus: Hoop ik, dat het Hassan is aan wie zij haar hand wil schenken.
181-182De punten aan het einde van deze regels zullen wel drukfouten zijn; wij zouden in ieder geval komma's gebruiken.
182all' Celebes Kroonen: Zie Voorbericht, regel 15-16.
183bestierd ... raad: door uw raadgevingen geleid
184-186bevryden zal (vs. 184) en zal dwingen (vs. 186) hebben hier de betekenis van bevrijd zal hebben en zal gedwongen hebben.
188volhard ... gezag: blijft bij uw besluit tot abdicatie
189In plaats van een vraagteken zouden wij aan het eind van deze regel een komma zetten.
192En gericht op het algemeen belang van Indië.
194Als ik tegelijk met hen ook de eendracht hier kan doen heersen.
198als voortyds is een bepaling bij het eraan voorafgaande; de komma werkt dus verwarrend.
200't Westerse Moesson: de westmoesson, een der Indische seizoenwinden, die van mei tot oktober waait.
202tyd: tijdsomstandigheden
204Aan het klimaat wordt hier een merkwaardige invloed toegeschreven. Wij zouden achter Climaat geen leesteken plaatsen of hoogstens een komma.
206dartelheid: wulpsheid, loszinnigheid; overstreeven: overtreffen
208deze Kust: deze streek, dit gebied (Bantam)
209gehengen: dulden (enigszins met de sfeer van het noodlot)
210zo verr' te zien lengen: zich zo ver (in de toekomst) te zien uitstrekken; zo ver in de toekomst te zien liggen
212Deze regel is een voorbeeld van gewrongen samentrekking: te moeten zien uit de vorige regel moet ook vóór gebiên gelezen worden.
Erf: erfdeel, erfelijk gebied.
216syne slaat terug op men in hetzelfde vers
219Gama: Vasco da Gama (1469-1524), Portugees zeevaarder en ontdekkingsreiziger. Door een tocht om Kaap de Goede Hoop ontdekte hij de zeeweg naar Indië: in 1498 bereikte hij Voor-Indië. Zie ook de aantekening bij vs. 1065.
221bestond: het bestond, het waagde
222't Mallabaarsche strand: Malabar, een smalle strook langs de westkust van India
Lisbon: Lissabon, hier genoemd als hoofdstad van Portugal (pars pro toto). Vóór peylen te lezen bestond te uit de vorige regel.
223-224heeft ... gezien ... vliên: heeft zien vluchten
225bedagt: erop uit
van: op
226door: gebruik makend van
Europa's twist: de strijd, door de Europese volken gevoerd om het bezit van Indië.
228voor prys: tegen de prijs
een nieuwen Heer: nl. de Compagnie (na Portugal)
230staat te vallen: zijn macht zal verliezen; zal ondergaan
233dit: nl. de val der Hollanders
235gierigheid: hebzucht, begerigheid (speciaal met betrekking tot geld); verhool: verborg
236daar: waar; aldus ook verderop.
237Princen betekende gewoonlijk vorsten, maar heeft hier de tegenwoordige betekenis.
238welbehaag: believen
vernomen: gevraagd, geïnformeerd
239van ... gesprek: het te vermijden, met elkaar te spreken
242meen toe te leggen: van plan ben toe te wijzen
243-244Vóór voldoen en vullen te lezen om te.
eergierigheid: zucht naar eer (niet pejoratief)
247een eenige: ook maar één
250midden ... gevangen: te midden van de pracht een gevangene
252verzuimd van: verwaarloosd door
255Staatlykheid: staatsie
256't geen... vermyd: waaraan... ontkomt
258uw jeugd: gij in uw jeugd
259zagter: milder; comparatief vanwege vergelijking met het verleden
260Een: één (ook in vs. 262)
voor: in de plaats van
262De komma achter En is overbodig.
263In 't kort: binnenkort, eerlang
264't nieuwe Ryk: Tartassa
265haast zal: spoedig moge
267't koude Zuyden: de zuidpool
268de zee: de Molukse Zee. Aan de andere zijde hiervan tegenover Celebes ligt Ternate
269met u: in uw persoon (of: tegelijk met u)
271Lees vóór deze regel Bedreven.
Als: toen; zo ook in het vervolg.
haar Barbaarsche vloot: de vloot van die barbaren
273Terwijl geen vrees voor schande of geen eergevoel in staat was die moordenaars te weerhouden
276't geheug' van: de herinnering aan; gemyd: gemeden
279hoe veel 't op my vermag: hoeveel invloed het op mij kan uitoefenen
281Wij zouden achter Hassan geen, achter zeeden wel een komma plaatsen.
289-292Hassan heeft zojuist een opstand in Tartassa onderdrukt.
297wyl: omdat, nu
dus: aldus
301De tweede druk heeft beter: Na 't geen ik heb bespeurd in hunne jonge jaaren.
305-306schoon: ofschoon; nu en rechten accentueren.
310van haar Besluit hoort logisch thuis in de bijzin wat ... vreezen.
|
|